Auteur(s): Christian Fang, Kirsten van Houdt, Maaike van der Vleuten
Ouderkoppels van gelijk geslacht

4. Conclusie

Het aantal koppels van gelijk geslacht met kinderen is sterk toegenomen tussen 1995 en 2024, al vormen zij nog altijd een kleine minderheid van het totale aantal ouderkoppels in Nederland. Deze ontwikkeling past bij groeiende maatschappelijke acceptatie van lhb+-personen en veranderingen in wetgeving rond de toegang tot het ouderschap voor koppels van gelijk geslacht. Zowel het aantal twee-moederkoppels als het aantal twee-vaderkoppels is in deze periode ongeveer verzesvoudigd. In absolute zin blijft het aantal twee-vaderkoppels echter duidelijk kleiner dan het aantal twee-moederkoppels.

Ouderkoppels van gelijk geslacht verschillen op meerdere punten van vader-moederkoppels, onder meer in gezinsgrootte, leeftijd bij ouderschap, leeftijdsverschillen tussen partners, en sociaaleconomische kenmerken. Deze verschillen weerspiegelen algemene maatschappelijke en demografische patronen aangaande gender en seksualiteit, maar ook de vaak langere en complexere routes naar ouderschap voor koppels van gelijk geslacht, met name voor mannenkoppels.

Later en minder kinderen

De gezinskenmerken van ouderkoppels van gelijk geslacht verschillen op meerdere punten van die van vader-moederkoppels. Twee-vaderkoppels hebben gemiddeld het kleinste aantal thuiswonende kinderen, gevolgd door twee-moederkoppels. Daarnaast vindt ouderschap bij ouderkoppels van gelijk geslacht gemiddeld later in de levensloop plaats. Dit blijkt uit zowel de hogere leeftijd van de jongste partner bij ouderschap als uit de grotere leeftijdsverschillen tussen partners binnen deze koppels. De leeftijdsverschillen zijn daarbij het grootst bij twee-vaderkoppels, gevolgd door twee-moederkoppels. Dit patroon is ook in eerdere studies gevonden, hetzij minder uitgesproken (Van der Vleuten et al., 2025) 

Het kleinere gemiddelde aantal kinderen en het latere moment waarop het eerste kind geboren wordt, sluiten aan bij het beeld dat ouderschap voor koppels van gelijk geslacht, en in het bijzonder voor mannenkoppels, vaker gepaard gaat met langere en complexere trajecten. 

Verschillen in sociaaleconomische kenmerken

Ook de sociaaleconomische kenmerken van twee-moederkoppels passen bij het beeld dat de weg naar ouderschap gemiddeld meer vraagt, zoals meer kennis en financiële middelen, dan voor vader-moederkoppels. Zo hebben bij twee-moederkoppels vaker dan bij zowel twee-vaderkoppels als vader-moederkoppels beide partners een hbo- of wo-diploma. Ook hebben vrouwen in twee-moederkoppels vaker een persoonlijk inkomen in het hoogste inkomenskwintiel dan vrouwen in vader-moederkoppels. Dit sluit aan bij eerder onderzoek waaruit blijkt dat vrouwen in koppels van gelijk geslacht gemiddeld gunstigere sociaaleconomische kenmerken hebben dan vrouwen in vader-moederkoppels (Evertsson et al., 2025; Machado & Jaspers, 2023). 

Voor mannen in twee-vaderkoppels is het beeld anders. Zij hebben minder vaak een hbo- of wo-diploma dan mannen in vader-moederkoppels en vrouwen (in vader-moeder- of twee-moederkoppels). Ook hebben zij minder vaak een hoog persoonlijk inkomen dan mannen in vader-moederkoppels; ongeveer even vaak als vrouwen in twee-moederkoppels. Hun inkomenspositie ligt daarmee tussen die van mannen en vrouwen in vader-moederkoppels in. Dit wijkt af van ander onderzoek, waarin mannenkoppels juist vaker een hoog inkomen hebben (Evertsson & Malmquist, 2023). Wel is het aandeel twee-vaderkoppels met een hoog huishoudensinkomen in recente jaren relatief snel gestegen. 

Mogelijk hangt dit verschil met eerdere studies samen met de bredere definitie van ouderkoppels die in dit onderzoek wordt gebruikt. In veel studies ligt de nadruk op de gezamenlijke transitie naar ouderschap (Evertsson & Malmquist, 2023; Van der Vleuten et al., 2025; Malmquist & Spånberg Ekhol, 2020). De bredere definitie die hier gebruikt wordt omvat zowel ouders met jonge als wat oudere kinderen, en zowel koppels die samen een kind kregen als koppels met een (stief)kind uit een eerdere (man-vrouw)relatie. In deze bredere groep twee-vaderkoppels spelen sociaaleconomische hulpbronnen mogelijk een minder grote rol dan onder nieuwe twee-vaderkoppels die bijvoorbeeld samen met behulp van een draagmoeder een kind krijgen.

Gezinsdiversiteit in beeld

Registerdata zijn niet toereikend om de volledige diversiteit aan gezinsvormen in kaart te brengen. Gezinsvormen die juridisch ouderschap en gezamenlijke adresbewoning overstijgen en gezinsvormen met meer dan twee ouders blijven buiten beeld. Om zowel wetenschappelijke als beleidsmatige vraagstukken goed te kunnen beantwoorden, is het van belang om onderzoeksmethoden te blijven ontwikkelen om deze ouders en kinderen te bereiken.