Auteur(s): Christian Fang, Kirsten van Houdt, Maaike van der Vleuten
Ouderkoppels van gelijk geslacht

2. Data en methode

2.1 Data

Voor dit onderzoek zijn gegevens uit het Stelsel van Sociaal-Statistische Bestanden (SSB) (Bakker et al., 2014) van het CBS gebruikt. In deze bestanden zijn verschillende registers, zoals de Basisregistratie Personen (BRP) en de Polisadministratie, samengevoegd. Ze bevatten informatie over demografische kenmerken (leeftijd en geslacht), huishoudens (huishoudenssamenstelling en plaats in het huishouden) en sociaaleconomische positie (opleiding en werk).

Registerdata bieden tijdreeksen van partner- en ouder-kindrelaties, evenals sociaaleconomische kenmerken van beide partners. De kracht van deze data is dat zij de volledige in Nederland geregistreerde bevolking bestrijken. Daardoor bieden zij een unieke mogelijkheid om grote aantallen koppels te identificeren. Ook relatief kleine groepen, zoals ouderkoppels van gelijk geslacht, kunnen hierdoor systematisch in kaart worden gebracht.

Een belangrijk nadeel van registerdata in deze context is dat ouders en kinderen alleen gekoppeld kunnen worden op basis van juridisch ouderschap en een gedeeld huishouden. Alternatieve gezinsvormen, zoals meerouderschap waarbij zowel de juridische moeder als de juridische vader een koppel vormt met iemand van hetzelfde geslacht, kunnen daardoor niet als zodanig worden geïdentificeerd. Kinderen kunnen namelijk maar op één adres staan ingeschreven en maar twee juridische ouders hebben. 

Daarnaast is de categorisering van gezinnen gebaseerd op geregistreerde kenmerken (zoals belastingaangiften, leeftijd en juridisch ouderschap). Er is niet aan mensen gevraagd wat hun onderlinge relatie is. Ook bevatten de registers geen informatie over seksuele oriëntatie. Koppels van gelijk geslacht worden geïdentificeerd op basis van het in de BRP geregistreerde geslacht.

2.2 Definitie en identificatie van ouderkoppels

Er zijn verschillende manieren om een ouderkoppel te definiëren. In studies naar vader-moederkoppels ligt het voor de hand om naar gedeeld juridisch ouderschap te kijken. De moeder wordt namelijk automatisch juridisch ouder en haar man of geregistreerde partner automatisch ook. Als er geen sprake is van een huwelijk of geregistreerd partnerschap, kan de vader het kind (voor of na geboorte) relatief makkelijk erkennen.

Voor ouderkoppels van gelijk geslacht is juridisch ouderschap vaak minder vanzelfsprekend omdat het voor niet-biologische ouders niet eenvoudig is om juridisch ouderschap te verkrijgen. Bij vrouw-vrouwkoppels die met behulp van een zaaddonor een kind krijgen, wordt de geboortemoeder automatisch juridische ouder. Tot 2014 moest de niet-geboortemoeder een adoptieprocedure doorlopen. Met ingang van de Wet Lesbisch Ouderschap (2014) is dit eenvoudiger geworden: de niet-biologische moeder wordt automatisch de andere juridische ouder wanneer de moeders gehuwd of geregistreerd partners zijn, of kan het kind al voor de geboorte erkennen. 

Voor man-mankoppels die met behulp van een draagmoeder een kind krijgen, wordt de draagmoeder bij de geboorte in eerste instantie juridisch ouder. Als zij gehuwd is of een geregistreerd partnerschap heeft, wordt ook haar partner automatisch juridisch ouder. Als de draagmoeder ongehuwd is, kan een van de vaders het kind erkennen. Als zij gehuwd is, moeten de wensouders eerst via de rechter het juridisch ouderschap laten wijzigen. In alle gevallen is voor het juridisch ouderschap van de tweede vader een gerechtelijke procedure nodig, wat draagmoederschap juridisch complex maakt.

Ouderkoppels die een kind adopteren worden in principe beide juridische ouder, maar hiervoor moet eerst de volledige adoptieprocedure worden doorlopen.

Ruimere definitie

Een afbakening die uitsluitend is gebaseerd op gedeeld juridisch ouderschap leidt ertoe dat een deel van de ouderkoppels van gelijk geslacht buiten beeld blijft. Daarom is in dit artikel gekozen voor een ruimere definitie: twee personen, geïdentificeerd als samenwonend koppel (zie kader) met ten minste één thuiswonend kind jonger dan 25 jaar, dat juridisch kind is van een of beide samenwonende partners. Deze definitie omvat zowel kinderen die geadopteerd of geboren zijn binnen het huidige koppel als kinderen die geboren zijn binnen een eerdere relatie van een van de partners (zogenaamde stiefkinderen). 

Met deze definitie wordt, in vergelijking met gedeeld juridisch ouderschap, een grotere kans op onjuiste toewijzing geaccepteerd. Mogelijk zullen er ouderkoppels met thuiswonende kinderen zijn die een andere relatie tot elkaar hebben dan wordt aangenomen, zoals een alleenstaande moeder met een inwonende vriendin die niet haar partner is. Tegelijkertijd doet deze ruimere definitie meer recht aan de minder geïnstitutionaliseerde aard van ouderschap onder koppels van gelijk geslacht en laat deze meer ruimte voor diversiteit in gezinsvormen. 

De definitie op basis van juridisch ouderschap geeft duidelijk een conservatievere schatting van het aantal ouderkoppels van gelijk geslacht dan de ruimere definitie. In 1995 worden er bijna driemaal zoveel koppels als ouderkoppel geïdentificeerd op basis van samenwonend met een thuiswonend kind dan op basis van gedeeld juridisch ouderschap. Dit verschil neemt geleidelijk af met de jaren, tot 1,5 keer zo veel in 2024.

2.2.1 Ouderkoppels1) van gelijk geslacht, definitie
JaarGedeeld juridisch ouderschap (x 1 000)Samenwonend met kind (x 1 000)
19950,51,4
19960,61,5
19970,71,7
19980,81,8
19990,82,0
20000,92,2
20011,02,4
20021,12,7
20031,22,9
20041,43,3
20051,53,6
20061,74,1
20071,84,5
20081,95,0
20092,15,1
20102,45,5
20112,66,0
20122,86,4
20133,06,6
20143,37,5
20153,67,9
20163,87,9
20174,18,1
20184,48,1
20194,68,1
20204,98,3
20215,28,7
20225,79,0
20236,09,4
20246,49,8
1) Ouderkoppels met kind jonger dan 25 jaar

De leeftijdsgrens van 25 jaar is gekozen om enerzijds voldoende observaties te hebben en anderzijds de kans op misidentificatie te beperken. Bij een lagere leeftijdsgrens wordt het aantal ouderkoppels (met name twee-vaderkoppels) te klein om betrouwbaar te kunnen tonen. Bij een hogere leeftijdsgrens wordt de kans groot dat een – mogelijk later gevormd – koppel niet samen zorg heeft gedragen voor de opvoeding van het kind. Bovendien is de gemiddelde leeftijd waarop jongeren uit huis gaan (in 2024) 24 jaar (CBS, 2026). 

Om context te geven aan de verschillende kenmerken van ouderkoppels van gelijk geslacht worden ook cijfers getoond over vader-moederkoppels, waar mogelijk en relevant. Deze koppels worden onderscheiden op basis van dezelfde definitie: twee personen (man en vrouw, in dit geval), geïdentificeerd als samenwonend koppel met ten minste één thuiswonend kind jonger dan 25 jaar, dat juridisch kind is van een of beide samenwonende partners.