Jeugdbescherming en jeugdreclassering 2025

Over deze publicatie

In deze rapportage presenteert het CBS de voorlopige cijfers over jeugdbescherming en jeugdreclassering in 2025. Op 31 december 2025 waren er ruim 25 duizend lopende jeugdbeschermingsmaatregelen. In 70 procent ging het om een vorm van ondertoezichtstelling, bij ongeveer 30 procent ging het om een voogdijmaatregel. Er werden in 2025 meer maatregelen beëindigd dan gestart. Het totaal aantal jongeren met een ondertoezichtstelling daalde naar 17 920 jongeren op 31 december 2025. Ook het totaal aantal jongeren met een voogdijmaatregel daalde in 2025, naar 7 500 jongeren. De gemiddelde duur beëindigde ondertoezichtstellingen bleef ongeveer gelijk in 2025. De gemiddelde duur van beëindigde voogdijmaatregelen nam toe. De meeste ondertoezichtstellingen werden beëindigd volgens plan; de meeste voogdijmaatregelen vanwege het bereiken van de meerderjarigheid. Jeugdbescherming kwam relatief gezien het meest voor in jeugdregio’s in Limburg, Zeeland en Twente.

Op 31 december 2025 liepen er 5 945 jeugdreclasseringsmaatregelen. In de meeste gevallen ging het om een vorm van toezicht en begeleiding. Nadat het aantal jongeren met jeugdreclassering sinds 2011 is gedaald, is er vanaf 2023 sprake van een stijging. Er werden in 2025 meer trajecten gestart en beëindigd dan in 2024. De gemiddelde duur van beëindigde trajecten neemt af sinds 2021. Jeugdreclassering kwam het meeste voor in de regio’s Rotterdam en Amsterdam.

Inleiding

Rijk en gemeenten hebben ieder een verantwoordelijkheid voor hulp aan jongeren; gemeenten zijn sinds 2015 verantwoordelijk voor jeugdzorg en het rijk heeft een verantwoordelijkheid voor het functioneren van het systeem als zodanig, de stelselverantwoordelijkheid. Om gemeenten en rijk daarbij te ondersteunen is in de Jeugdwet een regeling opgenomen over het ontsluiten van beleidsinformatie. De beleidsinformatie betreft informatie over jeugdhulpgebruik en de inzet van jeugdbescherming en jeugdreclassering. Jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen verstrekken hierover gegevens aan het CBS.

In deze rapportage staan de voorlopige resultaten over jeugdbescherming en jeugdreclassering in 2025 (weergegeven met een *). Deze cijfers worden vergeleken met 2021, 2022, 2023 en 2024. Het eerste hoofdstuk heeft betrekking op jeugdbescherming en het tweede hoofdstuk op jeugdreclassering. De resultaten over jeugdhulp worden in een aparte rapportage beschreven. 

1. Jeugdbescherming

1.1 Jongeren met jeugdbescherming

Als de ontwikkeling van een kind of jongere ernstig wordt bedreigd en ouders de zorg die nodig is om de bedreiging weg te nemen niet of onvoldoende accepteren, kan een rechter een jeugdbeschermingsmaatregel uitspreken. Hierbij kan het gezag van de ouder worden beperkt middels een ondertoezichtstelling, of kan het gezag worden toegewezen aan een gecertificeerde instelling, middels een voogdijmaatregel. 

Op 31 december 2025 stonden in totaal 17 920 jongeren onder toezicht. Dit zijn er minder dan op 31 december 2024, toen het ging om 18 025 jongeren (figuur 1.1.1). Nadat het aantal jongeren met ondertoezichtstelling is gestegen in de periode 2016 tot en met 2020 is er sinds 2021 sprake van een daling. In 2025 zette deze daling door. 

Op 31 december 2025 gold in totaal voor 7 500 jongeren een voogdijmaatregel. Sinds 2017 lag dit aantal redelijk constant rond de 10 duizend, maar sinds 2021 nam dit af (figuur 1.1.1). In 2025 zette deze daling door. 

1.1.1 Jongeren met jeugdbescherming op peildatum
DatumTotaal ondertoezichtstelling (aantal jongeren)Totaal voogdij (aantal jongeren)
2016204109890
20172070510075
20182112010120
20192207010070
20202309010085
2021223009750
2022198759330
2023185308755
2024180258120
2025*179207500

1.2 Jeugdbeschermingsmaatregelen

Het aantal jeugdbeschermingsmaatregelen is niet gelijk aan het aantal jongeren met een lopende jeugdbeschermingsmaatregel. Jongeren kunnen meerdere jeugdbeschermingsmaatregelen achter elkaar hebben gehad. Om deze reden kan het aantal jeugdbeschermingsmaatregelen hoger zijn dan het aantal jongeren met jeugdbescherming in dezelfde periode.

Op 31 december 2025 waren er ruim 25 duizend lopende jeugdbeschermingsmaatregelen. In 70 procent van de gevallen betrof het een vorm van ondertoezichtstelling (OTS). Bij 30 procent van de maatregelen ging het om een vorm van voogdij (tabel 1.2.1). 

1.2.1 Jeugdbeschermingsmaatregelen per type maatregel, 2025*1)
Peildatum (1-1-2025)InstroomUitstroomPeildatum (31-12-2025)
Totaal25 9708 8309 40025 400
Totaal ondertoezichtstelling17 8757 9607 94517 895
Ondertoezichtstelling17 6356 4606 53017 565
Voorlopige ondertoezichtstelling2401 5051 415325
Totaal voogdij8 0958651 4557 505
Voogdij7 8455401 1157 270
Voorlopige en tijdelijke voogdij250325340235

Bron: CBS.
1) Enkel actieve maatregelen worden meegeteld op de peildatumstanden. Dit betekent dat maatregelen die eindigen op de peildatum niet meetellen.

In de volgende secties worden zowel enkele kenmerken van jeugdbeschermingsmaatregelen als kenmerken van jongeren met jeugdbescherming uitgelicht. In paragraaf 1.3 tot en met paragraaf 1.5 gaat het over jeugdbeschermingsmaatregelen. In paragraaf 1.6 tot en met paragraaf 1.9 worden enkele kenmerken met betrekking tot jongeren met jeugdbescherming uitgelicht. In paragraaf 1.10 worden de aantallen jongeren met een machtiging uithuisplaatsing (MUHP) gepresenteerd, paragraaf 1.11 geeft het aandeel jongeren met jeugdbescherming per regio weer. Tot slot worden in paragraaf 1.12 de aantallen herhaald beroep gepresenteerd.

1.3 Meer maatregelen beëindigd dan gestart

Het aantal gestarte jeugdbeschermingstrajecten lag in 2025 ongeveer 1 procent lager dan in 2024 (figuur 1.3.1). In 2025 nam het aantal beëindigde trajecten af met 5 procent, ten opzicht van 2024. Bij de ondertoezichtstellingen was sprake van een daling in zowel de gestarte als de beëindigde trajecten. Bij de voorlopige ondertoezichtstellingen was sprake van een toename van het aantal gestarte en beëindigde trajecten, respectievelijk met 17 procent en 6 procent. Daarnaast werden meer voorlopige ondertoezichtstellingen gestart dan beëindigd.

Bij voogdijmaatregelen was sprake van een daling bij zowel de beëindigde als de gestarte trajecten. Er werden meer voogdijmaatregelen beëindigd dan gestart. Bij voorlopige en tijdelijke voogdijtrajecten was sprake van een stijging van het aantal beëindigde en gestarte trajecten. 

1.3.1 Instroom en uitstroom jeugdbescherming
MaatregelUitstroom (maatregelen)Instroom (maatregelen)
Totaal
2025*-94008830
2024-99008915
2023-108409020
2022-119709140
2021-1206011305
OTS
2025*-65306460
2024-70456720
2023-78956615
2022-89856570
2021-87408290
Vrl. OTS
2025*-14151505
2024-13351285
2023-14151365
2022-13501375
2021-15901560
Voogdij
2025*-1115540
2024-1235615
2023-1235750
2022-1350930
2021-13951145
Vrl. en tijd. voogdij
2025*-340325
2024-290290
2023-295295
2022-280265
2021-330305

1.4 Voogdijtrajecten meestal langer dan drie jaar

Van de beëindigde reguliere voogdijmaatregelen in 2025 duurde 80 procent drie jaar of langer (figuur 1.4.1). De meeste reguliere ondertoezichtstellingen duurden één tot drie jaar. Voorlopige ondertoezichtstellingen duurden vrijwel altijd (98,5 procent) korter dan 3 maanden; dit is officieel ook de maximale duur van een voorlopige OTS. Daarna dient deze ofwel te worden beëindigd ofwel te worden omgezet in een reguliere OTS. De meeste voorlopige voogdijmaatregelen duren minder dan een half jaar. Tijdelijke voogdij duurde altijd langer dan een jaar. Dit is een maatregel die wordt toegepast als gevolg van een gezagsvacuüm, bijvoorbeeld als de ouders langdurig in het buitenland verblijven of als zij minderjarig zijn.

1.4.1 Duur van beëindigde jeugdbeschermingsmaatregelen in 2025*
 0 tot 3 maanden (%)3 tot 6 maanden (%)6 tot 12 maanden (%)12 tot 36 maanden (%)36 maanden of langer (%)
Totaal16,8414,935,928,4
OTS13,419,648,727,3
Vrl. OTS98,61,4
Voogdij1,43,214,780,6
Vrl. voogdij32,335,424,67,7
Tijd. voogdij¹⁾
¹⁾ De aantallen per categorie zijn zodanig klein dat deze vanuit privacy-overwegingen niet gepubliceerd worden.

De gemiddelde duur van de beëindigde reguliere voogdijmaatregelen is in 2025 met 115 dagen toegenomen ten opzichte van 2024. Daarnaast was de gemiddelde duur van voogdijmaatregelen met 2 663 dagen (ruim 7 jaar) langer dan die van de ondertoezichtstellingen (936 dagen of 2,5 jaar). Sinds 2021 neemt de gemiddelde duur van voogdijmaatregelen toe (figuur 1.4.2). Ook de gemiddelde duur van ondertoezichtstellingen nam tussen 2021 en 2024 toe, maar in 2025 was er een kleine afname van 4 dagen. 

1.4.2 Gemiddelde duur beëindigde maatregelen¹⁾
Maatregel2025* (dagen)2024 (dagen)2023 (dagen)2022 (dagen)2021 (dagen)
Totaal9831006963946901
OTS936940915882846
Vrl. OTS7776787675
Voogdij26632548243923622298
Vrl. voogdij162177143152153
Tijd. voogdij20621960159917531981
¹⁾ Jeugdbeschermingsmaatregelen beëindigd in de verslagperiode.

1.5 Meeste ondertoezichtstellingen beëindigd volgens plan

In  2025 werden ongeveer 9 400 jeugdbeschermingsmaatregelen beëindigd, waarvan 7 945 ondertoezichtstellingen en 1 455 voogdijmaatregelen. De meeste ondertoezichtstellingen werden in 2025, in lijn met eerdere jaren, beëindigd volgens plan (figuur 1.5.1). Tussen 2021 en 2023 is er een stijging te zien in het aandeel maatregelen dat wordt beëindigd volgens plan. Vanaf 2024 komt hier verandering in en zien we een lichte daling in het aandeel dat wordt beëindigd volgens plan. Deze daling zet zich voort in 2025. Het aandeel ondertoezichtstellingen dat werd beëindigd vanwege het bereiken van meerderjarigheid bleef in 2025 gelijk ten opzichte van 2024 (figuur 1.5.1). 

1.5.1 Reden beëindiging ondertoezichtstelling¹⁾
Reden beeindiging OTS2025* (%)2024 (%)2023 (%)2022 (%)2021 (%)
Beeindiging volgens plan65,366,366,965,761,2
VOTS naar OTS14,813,712,911,113,3
Bereiken meerderjarigheid11,411,49,911,312,4
Gezagsbeeindigende maatregel4,55,166,58,7
Tussentijdse opheffing3,93,54,45,34,4
Niet verlengd
Overlijden jeugdige
¹⁾ Ondertoezichtstellingen en voorlopige ondertoezichtstellingen, beëindigd in de verslagperiode.

De meest voorkomende reden voor het beëindigen van voogdij in 2025 is, net zoals in eerdere jaren, het bereiken van de meerderjarigheid. Vanaf 2024 is er een daling te zien in het aandeel voogdijtrajecten met deze reden beëindiging (figuur 1.5.2). Het aandeel voogdijmaatregelen dat beëindigd werd door het herstellen van gezag neemt in 2025 toe ten opzichte van 2024.

1.5.2 Reden beëindiging voogdij¹⁾
 2025* (%)2024 (%)2023 (%)2022 (%)2021 (%)
Bereiken meerderjarigheid62,163,470,969,371,6
Herstel gezag25,722,521,62220
Voogdij naar pleegouder8,79,56,47,87,2
Voogdij naar contactpersoon3,64,610,81,1
Overlijden jeugdige
¹⁾ Voogdij, tijdelijke voogdij en voorlopige voogdij beëindigd in de verslagperiode.

1.6 Samenloop jeugdbescherming met jeugdreclassering neemt toe

Van alle 0- tot 18-jarigen die in 2025 jeugdbescherming ontvingen, had 3,5 procent in hetzelfde jaar ook een jeugdreclasseringsmaatregel lopen (figuur 1.6.1). Het aandeel jongeren dat in hetzelfde jaar jeugdbescherming en jeugdreclassering ontving neemt sinds 2021 toe. De toename is het grootst bij de samenloop van ondertoezichtstellingen en jeugdreclassering. 

Het gaat in deze cijfers om alle jongeren die in het jaar op enig moment jeugdbescherming ontvingen. Van hen is bepaald voor welk percentage ook een jeugdreclasseringsmaatregel gold in dezelfde periode. 

1.6.1 Samenloop jeugdreclassering naar type jeugdbescherming¹⁾
Samenloop2025* (%)2024 (%)2023 (%)2022 (%)2021 (%)
Jeugdbescherming en jeugdreclassering
% van totaal aantal jongeren met jeugdbescherming3,53,22,92,72,5
Ondertoezichtstelling en jeugdreclassering²⁾
% van totaal aantal jongeren met ondertoezichtstelling43,63,33,22,9
Voogdij en jeugdreclassering³⁾
% van totaal aantal jongeren met voogdij221,71,41,3
¹⁾ Personen van 0 tot 18 jaar met een jeugdbeschermingsmaatregel. ²⁾ Inclusief voorlopige ondertoezichtstellingen. ³⁾ Inclusief tijdelijke voogdij en voorlopige voogdij.

1.7 De meeste jongeren met een OTS krijgen ook jeugdhulp

In 2025 ontving 82 procent van de jongeren met een OTS ook jeugdhulp (figuur 1.7.1). Het aandeel jongeren met een OTS en jeugdhulp met en zonder verblijf is in 2025 gelijk gebleven ten opzichte van 2024. 

1.7.1 Samenloop ondertoezichtstelling met jeugdhulp¹⁾
Samenloop2025* (%)2024 (%)2023 (%)2022 (%)2021 (%)
OTS en Jeugdhulp8282818079
OTS en JH zonder verblijf7272716968
w.v.
Wijkteam101110910
Ambulant4848464544
Daghulp89887
Netwerk jongere3940403937
OTS en JH met verblijf3535343334
w.v.
Pleegzorg1617161618
Gezinsgericht77666
Gesloten plaatsing22233
Overig²⁾1616151414
¹⁾ Personen van 0 tot 18 jaar met een ondertoezichtstelling én jeugdhulp, als percentage van het totaal aantal jongeren met een ondertoezichtstelling. Jongeren met meerdere jeugdhulpvormen komen meerdere malen in de tabel voor. ²⁾ Verblijf bij een jeugdhulpaanbieder anders dan pleegzorg, gezinsgerichte jeugdhulp of gesloten plaatsing.

Van alle jongeren die een voogdijmaatregel hadden in 2025, ontving 93 procent daarnaast ook jeugdhulp (figuur 1.7.2). Het aandeel jongeren dat in 2025 naast voogdij ook jeugdhulp zonder verblijf kreeg, is in 2025 iets gedaald ten opzichte van 2024; van 55 naar 53 procent. In 2025 ontving 86 procent van de jongeren met voogdij daarbij ook jeugdhulp met verblijf. Dit percentage is lager dan in de jaren daarvoor, waarbij het ging om 88 procent. Niet alle jongeren met voogdij krijgen ook jeugdhulp met verblijf. Hieruit kan afgeleid worden dat er ook jongeren met voogdij zijn die op informele basis (dus zonder tussenkomst van jeugdhulpinstelling en/of pleegzorgaanbieder) in het eigen netwerk worden opgevangen, dus bijvoorbeeld door opa en oma. 

1.7.2 Samenloop voogdij met jeugdhulp¹⁾
Samenloop2025* (%)2024 (%)2023 (%)2022 (%)2021 (%)
Voogdij en Jeugdhulp9394949494
Voogdij en JH zonder verblijf5355535150
w.v.
Wijkteam34445
Ambulant4041403937
Daghulp78877
Netwerk jongere1920181716
Voogdij en JH met verblijf8688888888
w.v.
Pleegzorg5961616366
Gezinsgericht1919171615
Gesloten plaatsing22222
Overig²⁾2222222120
¹⁾ Personen van 0 tot 18 jaar met voogdij én jeugdhulp, als percentage van het totaal aantal jongeren met voogdij. Jongeren met meerdere jeugdhulpvormen komen meerdere malen in de tabel voor. ²⁾ Verblijf bij een jeugdhulpaanbieder anders dan pleegzorg, gezinsgerichte jeugdhulp of gesloten plaatsing.

1.8 Bijna 1 procent van alle jongeren ontvangt jeugdbescherming

Van alle jongeren van 0 tot 18 jaar ontvangt 0,8 procent jeugdbescherming op 31 december 2025. Bij jongeren die jeugdbescherming ontvingen ging het naar verhouding ongeveer even vaak om jongens als om meiden. In totaal ontvingen 13 060 jongens en 12 355 meiden op 31 december 2025 jeugdbescherming (tabel 1.8.1).

1.8.1 Jongeren met jeugdbescherming naar geslacht, peildatum
31 december 2025*1)
TotaalGeslacht: JongensGeslacht: Meiden
Totaal aantal jongeren2)3 293 2051 689 0651 604 140
Totaal aantal jongeren met jeugdbescherming25 41513 06012 355
Totaal ondertoezichtstelling17 9209 2658 650
Ondertoezichtstelling17 5909 1108 480
Voorlopige ondertoezichtstelling330160170
Totaal voogdij7 5103 8053 705
Voogdij7 2753 6853 590
Voorlopige en tijdelijke voogdij235120120
Bron: CBS.
1) Personen van 0 tot 18 jaar.
2) De peildatum voor alle jongeren in Nederland is 1 januari 2025 en komt dus niet overeen met de peildatum voor jongeren met jeugdbescherming (31 december 2025).

In de leeftijdscategorie van 12 tot 18 jaar waren er op 31 december 2025 12 240 jongeren met jeugdbescherming; dit komt neer op 1 procent van alle jongeren in deze leeftijdsgroep (tabel 1.8.2). Van alle 8 tot 12-jarigen in Nederland ontvingen 6 495 (0,9 procent) jongeren jeugdbescherming. Van alle 4 tot 8-jarigen ontving 4 440 (0,6 procent) jeugdbescherming. De groep 0 tot 4-jarigen was met 2 235 het kleinst; bijna 0,3 procent in deze leeftijdsgroep ontving jeugdbescherming (tabel 1.8.2).

1.8.2 Jongeren met jeugdbescherming naar leeftijd, peildatum
31 december 2025*1)
TotaalLeeftijd: 0 tot 4 jaarLeeftijd: 4 tot 8 jaarLeeftijd: 8 tot 12 jaarLeeftijd: 12 tot 18 jaar
Totaal aantal jongeren2)3 293 205684 760698 355723 0151 152 200
Totaal aantal jongeren met jeugdbescherming25 4152 2354 4406 49512 240
Totaal ondertoezichtstelling17 9201 8953 5954 6907 740
Ondertoezichtstelling17 5901 8153 5454 6307 600
Voorlopige ondertoezichtstelling330805055145
Totaal voogdij7 5103408501 8104 510
Voogdij7 2752858151 7804 390
Voorlopige en tijdelijke voogdij235553030120
Bron: CBS.
1) Personen van 0 tot 18 jaar.
2) De peildatum voor alle jongeren in Nederland is 1 januari 2025 en komt dus niet overeen met de peildatum voor jongeren met jeugdbescherming (31 december 2025).

Onder de jongeren met een ondertoezichtstelling of een voorlopige ondertoezichtstelling is de groep jongeren van 12 tot 18 jaar gestegen in 2025 ten opzichte van 2021. De stijging was het grootst bij de voorlopige ondertoezichtstellingen; van 40,2 procent naar bijna 44 procent (figuur 1.8.3). Bij voogdijmaatregelen was ook een stijging te zien bij de groep 12 tot 18-jarigen. 

1.8.3 Jongeren naar leeftijd¹⁾²⁾
Jaar0 tot 4 jaar (%)4 tot 8 jaar (%)8 tot 12 jaar (%)12 tot 18 jaar (%)
Nederland
2025*21,0221,4322,1935,36
202420,8621,4322,2335,48
20232121,422,335,4
202220,921,422,435,2
202120,621,422,635,4
OTS
2025*10,3220,1526,3243,21
202410,3820,4226,8942,33
202392127,642,5
202210,320,427,941,4
202110,721,227,240,8
Vrl. OTS
2025*24,2415,1516,6743,94
202428161642
202311,91820,749,5
2022262413,836,2
202125,517,117,140,2
Voogdij
2025*3,9211,224,4760,34
20244,0612,9424,1158,88
20233,61424,857,6
2022514,724,256,1
20215,71524,355,1
Vrl. en tijd. voogdij
2025*23,412,7712,7751,06
202420,4114,2922,4544,9
202310,514,523,851,2
202223,212,617,946,3
202119,710,218,951,1
¹⁾ De cijfers over de jaren 2021 t/m 2022 zijn vanwege herstel van een fout bij het berekenen van de aandelen per leeftijdsgroep licht gewijzigd ten opzichte van eerdere edities van deze rapportage. ²⁾ Voor het totaal aantal jongeren in Nederland is gekeken naar peildatum 1 januari en voor de jongeren met jeugdbescherming naar peildatum 31 december.

1.9 Jeugdbescherming hangt samen met kenmerken van ouders en huishouden

Uit eerder CBS-onderzoek is gebleken dat bepaalde achtergrondkenmerken van de ouders en het huishouden van de jongere in meer of mindere mate samenhang vertonen met het krijgen van jeugdbescherming. Dat wil overigens niet zeggen dat jeugdbescherming het gevolg is van deze kenmerken of een combinatie ervan. Van een aantal achtergrondkenmerken is in deze paragraaf weergegeven hoe de situatie van jongeren met jeugdbescherming afwijkt van de jongeren zonder jeugdbescherming. 

De inzet van jeugdbescherming hangt samen met huishoudkenmerken van de jongere (figuur 1.9.1). Bij 77 procent van de Nederlandse jongeren woonden beide juridische ouders in hetzelfde huishouden. Voor jongeren met jeugdbescherming was dit 12 procent. Eenzelfde patroon is te zien voor jongeren uit huishoudens waar ook gebruik wordt gemaakt van ondersteuning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) of waarin zorgkosten zijn gemaakt voor geestelijke gezondheidszorg (GGZ) dan wel GGZ-medicatie is voorgeschreven. Ruim 5 procent van alle jongeren in Nederland had te maken met Wmo-gebruik in het huishouden, en ruim 26 procent met GGZ-zorg en/of GGZ-medicatie. Bij jongeren met jeugdbescherming was dit respectievelijk bijna 35 en 52 procent. Daarnaast werd bij bijna 5 procent van alle jongeren in Nederland iemand in het huishouden als verdachte van een misdrijf aangemerkt. Bij jongeren met jeugdbescherming was dit bijna 29 procent (figuur 1.9.1).

1.9.1 Jongeren met jeugdbescherming in 2025* naar huishoudkenmerken¹⁾
JaarJa (%)Nee (%)
Ouders op hetzelfde adres
Nederland2548710744495
Totaal jeugdbescherming387528110
Ondertoezichtstelling²⁾316020670
Voogdij³⁾7157440
WMO in huishouden
Nederland1744803113655
Totaal jeugdbescherming1084520445
Ondertoezichtstelling²⁾766516070
Voogdij³⁾31854375
GGZ in huishouden
Nederland8602552427880
Totaal jeugdbescherming1630514985
Ondertoezichtstelling²⁾1243511300
Voogdij³⁾38753685
Verdachte in huishouden
Nederland1531103135025
Totaal jeugdbescherming901522280
Ondertoezichtstelling²⁾644017295
Voogdij³⁾25754985
¹⁾ Personen van 0 tot 18 jaar. ²⁾ Inclusief voorlopige ondertoezichtstellingen. ³⁾ Inclusief voorlopige voogdij en tijdelijke voogdij.

Ook het huishoudinkomen hangt samen met de inzet van jeugdbescherming (figuur 1.9.2). In Nederland woonden in 2025 453 duizend jongeren tot 18 jaar in een huishouden met een inkomen dat tot de laagste 20 procent behoort, het laagste kwintiel. Van hen ontving 3,4 procent jeugdbescherming. Het aandeel jongeren met jeugdbescherming daalt naarmate het huishoudinkomen hoger is. In de 20 procent rijkste huishoudens, het hoogste kwintiel, ontving 0,1 procent jeugdbescherming. 

1.9.2 Jongeren met jeugdbescherming in 2025* naar huishoudinkomen¹⁾
JaarJongeren met jeugdbescherming (%)
Totaal jeugdbescherming
Totaal1
Laagste kwintiel3,4
2e kwintiel1,5
3e kwintiel0,5
4e kwintiel0,2
Hoogste kwintiel0,1
Ondertoezichtstelling²⁾
Totaal0,7
Laagste kwintiel2,6
2e kwintiel1,1
3e kwintiel0,4
4e kwintiel0,2
Hoogste kwintiel0,1
Voogdij³⁾
Totaal0,2
Laagste kwintiel0,8
2e kwintiel0,3
3e kwintiel0,1
4e kwintiel0
Hoogste kwintiel0
¹⁾ Personen van 0 tot 18 jaar. ²⁾ Inclusief voorlopige ondertoezichtstellingen. ³⁾ Inclusief tijdelijke voogdij en voorlopige voogdij.

Daarnaast is er samenhang tussen de herkomst van een jongere en de inzet van jeugdbescherming (figuur 1.9.3). Van de jongeren die in Nederland zijn geboren heeft 1 procent jeugdbescherming. Van de jongeren die niet in Nederland zijn geboren heeft ook 1 procent jeugdbescherming. Bij jongeren met een herkomst uit Turkije en Indonesië is minder vaak sprake van jeugdbescherming dan het landelijke gemiddelde, ongeacht of ze geboren zijn Nederland. Bij jongeren met een herkomst uit Suriname en het Nederlands-Caribisch gebied is relatief vaker sprake van jeugdbescherming, ongeacht of ze geboren zijn in Nederland. Jongeren met een ouder uit Marokko die zelf geboren zijn in Nederland hebben minder vaak jeugdbescherming (0,7 procent) dan jongeren die in Marokko geboren zijn (1,6 procent).

1.9.3. Jongeren met jeugdbescherming in 2025* naar herkomst¹⁾
 Jongeren met jeugdbescherming (%)
Totaal geboren in Nederland1
Nederland0,9
Europa (exclusief Nederland)1,1
Turkije0,6
Marokko0,7
Suriname2
Nederlands-Caribisch gebied2,8
Indonesië0,7
Overig Afrika, Azië, Amerika en Oceanië1,1
Totaal niet geboren in Nederland1
Europa (exclusief Nederland)1
Turkije0,6
Marokko1,6
Suriname1,5
Nederlands-Caribisch gebied2,5
Indonesië0,5
Overig Afrika, Azië, Amerika en Oceanië0,9
¹⁾ Personen van 0 tot 18 jaar.

1.10 Daling machtigingen uithuisplaatsing zet door

Sinds 2022 ontvangt het CBS van de gecertificeerde instellingen ook informatie over de machtigingen uithuisplaatsing (MUHP) die door een rechter zijn opgelegd. Een MUHP is geen op zichzelf staande maatregel maar gaat altijd samen met een ondertoezichtstelling. Als een kind onder toezicht wordt gesteld, dan blijft het kind meestal thuis wonen. Soms zijn de zorgen over het kind echter zo ernstig dat het beter is als het kind ergens anders gaat wonen en wordt er ook een MUHP opgelegd. Ook als ouders het zelf van belang vinden en het ermee eens zijn dat het kind ergens anders gaat wonen, is er een MUHP nodig. Bij een voogdijmaatregel gaat het kind altijd ergens anders wonen en legt de rechter geen afzonderlijke MUHP op. 

In 2025 waren er 9 190 jeugdigen over wie de rechter een MUHP heeft uitgesproken (tabel 1.10.1). Dit is een daling van minder dan 1 procent ten opzichte van 2024. Bij 7 365 jongeren werd de machtiging uithuisplaatsing opgelegd in combinatie met een OTS. Bij 1 720 jongeren ging het bij de start van de MUHP om een voorlopige OTS en dus om een spoedmachtiging uithuisplaatsing. Over 3 885 jongeren werd in 2025 een nieuwe MUHP uitgesproken. Van 4 215 jongeren liep de opgelegde MUHP af in 2025.

Niet alle door de rechter opgelegde machtigingen worden in de praktijk ook ten uitvoer gelegd. Een MUHP vervalt als deze niet binnen drie maanden wordt uitgevoerd. Het is niet bekend hoeveel machtigingen niet worden uitgevoerd. In de tabel is wel te zien dat 7 315 jongeren met een MUHP ook jeugdhulp met verblijf ontvingen (6 075 in combinatie met een OTS; 1 240 in combinatie met een voorlopige OTS). De verwachting is dat bij deze jongeren allemaal een MUHP is opgelegd die vervolgens ook in de praktijk is uitgevoerd. Het is echter niet uit te sluiten dat bij meer jongeren een opgelegde MUHP ook daadwerkelijk is uitgevoerd. Jongeren met een MUHP die zonder tussenkomst van een jeugdhulpinstelling of pleegzorgaanbieder op informele basis in het eigen netwerk worden opgevangen, bijvoorbeeld bij opa en oma, blijven namelijk buiten beeld. 

1.10.1 Aantal jongeren met een door de rechter opgelegde machtiging uithuisplaatsing1)2)
2025*202420232022
Totaal Totaal 9 190 9 225 9 535 10 025
Totaal Waarvan i.c.m. OTS 7 365 7 340 7 520 7 910
Totaal   Waarvan i.c.m. jeugdhulp met verblijf 6 075 6 265 6 480 6 795
Totaal   Waarvan zonder jeugdhulp met verblijf tijdens MUHP 1 285 1 075 1 040 1 110
Totaal Waarvan i.c.m. voorlopige OTS 1 720 1 790 1 935 2 020
Totaal   Waarvan i.c.m. jeugdhulp met verblijf 1 240 1 405 1 560 1 665
Totaal   Waarvan zonder jeugdhulp met verblijf tijdens MUHP480385375355
InstroomTotaal 3 885 3 820 3 920 3 920
InstroomWaarvan i.c.m. OTS 2 730 2 795 2 860 2 860
Instroom  Waarvan i.c.m. jeugdhulp met verblijf 1 980 2 235 2 360 2 310
Instroom  Waarvan zonder jeugdhulp met verblijf tijdens MUHP750560505550
InstroomWaarvan i.c.m. voorlopige OTS 1 110970 1 025 1 010
Instroom  Waarvan i.c.m. jeugdhulp met verblijf710705780770
Instroom  Waarvan zonder jeugdhulp met verblijf tijdens MUHP400265250240
UitstroomTotaal 4 215 4 090 4 235 4 530
UitstroomWaarvan i.c.m. OTS 2 750 2 860 3 075 3 370
Uitstroom  Waarvan i.c.m. jeugdhulp met verblijf 2 200 2 315 2 515 2 750
Uitstroom  Waarvan zonder jeugdhulp met verblijf tijdens MUHP550540560620
UitstroomWaarvan i.c.m. voorlopige OTS 1 440 1 195 1 125 1 110
Uitstroom  Waarvan i.c.m. jeugdhulp met verblijf 1 040895870885
Uitstroom  Waarvan zonder jeugdhulp met verblijf tijdens MUHP400300250225
Bron: CBS.
1) Dit betreft alle machtigingen uithuisplaatsingen (MUHP) die op enig moment in de verslagperiode liepen, ongeacht of ze vóór of in die periode gestart zijn en ongeacht of ze in of ná die periode beëindigd zijn.
2) In het geval een jongere in een periode meerdere machtigingen uithuisplaatsing had met verschillende typen jeugdbescherming, is de jongere meegeteld bij de machtigingen uithuisplaatsing i.c.m. een voorlopige OTS; als er zowel periodes met als periodes zonder jeugdhulp met verblijf waren, is de jongere meegeteld in de groep met jeugdhulp met verblijf.

1.11 Jeugdbescherming vooral in Limburg, Zeeland en Twente

De vijf jeugdregio’s met het grootste aandeel jeugdbescherming waren Zuid-Limburg, Zeeland, Midden-Limburg Oost, Twente en Friesland (figuur 1.11.1). In de gemeenten Heerlen, Almelo en Doesburg kwamen met 1,79 procent of meer relatief veel jongeren met jeugdbescherming voor (zie figuur 1.11.2 voor het aandeel per gemeente). De laagst scorende regio’s liggen in Haarlemmermeer en Food Valley (tabel 1.11.3).

1.11.1 Jeugdbescherming bij 0 tot 18-jarigen naar jeugdregio, 31 december 2025*¹⁾
Jeugdzorgregios_naamaandeelJB (%)
Groningen1
Friesland(Frysl�n)1,09
KopvanNoord-Holland0,94
Drenthe0,8
WestFriesland0,82
Alkmaar(Noord-Kennemerland)0,89
IJsselland0,89
Flevoland0,89
Zaanstreek-Waterland0,58
IJmond(MiddenKennemerland)0,82
ZuidKennemerland0,49
Noord-Veluwe0,78
Amsterdam-Amstelland0,56
Twente1,11
Haarlemmermeer0,45
GooienVechtstreek0,51
MiddenIJssel/OostVeluwe0,76
HollandRijnland0,6
UtrechtWest0,5
Eemland0,55
FoodValley0,48
UtrechtStad0,66
ZuidoostUtrecht0,56
Haaglanden0,64
Achterhoek0,93
Lekstroom0,63
MiddenHolland0,69
CentraalGelderland0,81
Rijnmond0,85
Rivierenland0,61
Zuid-HollandZuid0,68
RijkvanNijmegen0,74
NoordoostBrabant0,75
WestBrabantOost0,68
Midden-Brabant(HartvanBrabant)0,75
WestBrabantWest0,74
Noord-Limburg0,98
Zeeland1,13
Zuidoost-Brabant0,66
Zuid-Limburg1,18
Midden-LimburgOost1,12
Midden-LimburgWest1,06
¹⁾ De peildatum van het totale aantal jongeren is 1 januari 2025 en komt dus niet overeen met de peildatum van het aantal jongeren met jeugdbescherming (31 december 2025).

1.11.2 Jeugdbescherming bij 0 tot 18-jarigen naar gemeente, 31 december 2025*¹⁾
Gemeente_naamJeugdbescherming (%)
Groningen0,97
Almere0,86
Stadskanaal1,49
Veendam1,62
Zeewolde1,09
Achtkarspelen0,98
Ameland0
Harlingen1,12
Heerenveen0,83
Leeuwarden1,36
Ooststellingwerf1,74
Opsterland0,56
Schiermonnikoog0
Smallingerland1,57
Terschelling0,28
Vlieland0
Weststellingwerf1,01
Assen0,7
Coevorden0,8
Emmen1,12
Hoogeveen0,69
Meppel0,92
Almelo1,87
Borne0,53
Dalfsen0,53
Deventer1,24
Enschede1,56
Haaksbergen0,75
Hardenberg0,72
Hellendoorn0,35
Hengelo(O.)1,37
Kampen0,74
Losser0,67
Noordoostpolder0,72
Oldenzaal0,91
Ommen0,4
Raalte0,8
Staphorst0,51
Tubbergen0,54
Urk0,24
Wierden0,41
Zwolle1,07
Aalten0,56
Apeldoorn0,87
Arnhem1,04
Barneveld0,39
Beuningen0,41
Brummen0,9
Buren0,82
Culemborg0,38
Doesburg1,79
Doetinchem1,27
Druten0,49
Duiven0,6
Ede0,44
Elburg0,89
Epe0,52
Ermelo1
Harderwijk0,77
Hattem0,49
Heerde0,38
Heumen0,27
Lochem0,3
Maasdriel0,47
Nijkerk0,5
Nijmegen0,88
Oldebroek0,63
Putten0,51
Renkum0,97
Rheden1,21
Rozendaal0
Scherpenzeel0,17
Tiel1,28
Voorst0,59
Wageningen0,42
Westervoort0,75
Winterswijk0,73
Wijchen0,57
Zaltbommel0,47
Zevenaar0,78
Zutphen1,1
Nunspeet0,61
Dronten0,63
Amersfoort0,58
Baarn0,51
DeBilt0,58
Bunnik0,32
Bunschoten0,99
Eemnes0,63
Houten0,58
Leusden0,22
Lopik0,62
Montfoort0,48
Renswoude0,71
Rhenen0,51
Soest0,48
Utrecht0,66
Veenendaal0,64
Woudenberg0,52
WijkbijDuurstede0,44
IJsselstein0,7
Zeist0,65
Nieuwegein0,82
Aalsmeer0,32
Alkmaar1,17
Amstelveen0,4
Amsterdam0,61
Bergen(NH.)0,43
Beverwijk0,86
Blaricum0,1
Bloemendaal0,18
Castricum0,45
Diemen0,42
Edam-Volendam0,42
Enkhuizen0,84
Haarlem0,55
Haarlemmermeer0,45
Heemskerk0,77
Heemstede0,17
Heiloo0,31
DenHelder1,55
Hilversum0,62
Hoorn0,91
Huizen0,58
Landsmeer0,84
Laren(NH.)0,42
Medemblik1,02
Oostzaan0,11
Opmeer0,54
Ouder-Amstel0,17
Purmerend0,56
Schagen0,5
Texel0,98
Uitgeest0,83
Uithoorn0,41
Velsen0,82
Zandvoort1,02
Zaanstad0,71
Alblasserdam0,83
AlphenaandenRijn0,59
Barendrecht0,48
Drechterland0,41
CapelleaandenIJssel0,79
Delft0,86
Dordrecht0,83
Gorinchem0,81
Gouda1,01
's-Gravenhage0,72
Hardinxveld-Giessendam0,38
Hendrik-Ido-Ambacht0,38
StedeBroec0,92
Hillegom0,48
Katwijk0,6
KrimpenaandenIJssel0,65
Leiden0,74
Leiderdorp0,38
Lisse0,78
Maassluis0,58
Nieuwkoop0,7
Noordwijk0,53
Oegstgeest0,37
Oudewater0,2
Papendrecht0,83
Ridderkerk0,77
Rotterdam1,05
Rijswijk(ZH.)0,65
Schiedam0,76
Sliedrecht0,55
Albrandswaard0,24
Vlaardingen1,03
Voorschoten0,37
Waddinxveen0,62
Wassenaar0,46
Woerden0,56
Zoetermeer0,74
Zoeterwoude0,28
Zwijndrecht1,12
Borsele1,29
Goes1,32
WestMaasenWaal0,36
Hulst1,73
Kapelle0,75
Middelburg(Z.)0,99
Reimerswaal0,62
Terneuzen1,56
Tholen0,97
Veere0,52
Vlissingen1,56
DeRondeVenen0,63
Tytsjerksteradiel0,57
Asten0,58
Baarle-Nassau0,69
BergenopZoom0,69
Best0,33
Boekel0,41
Boxtel0,72
Breda0,73
Deurne0,33
Pekela1,23
Dongen0,34
Eersel0,41
Eindhoven0,94
Etten-Leur0,49
Geertruidenberg0,82
GilzeenRijen0,5
Goirle0,65
Helmond0,83
's-Hertogenbosch0,87
Heusden0,51
Hilvarenbeek0,25
LoonopZand0,51
Nuenen,GerwenenNederwetten0,42
Oirschot0,24
Oisterwijk0,48
Oosterhout0,77
Oss0,93
Rucphen1,15
Sint-Michielsgestel0,47
Someren0,3
SonenBreugel0,41
Steenbergen0,61
Waterland0,19
Tilburg1,04
Valkenswaard0,82
Veldhoven0,53
Vught0,34
Waalre0,25
Waalwijk0,64
Woensdrecht0,53
Zundert0,5
Wormerland0,25
Landgraaf1,36
Beek(L.)0,72
Beesel1,76
Bergen(L.)0,8
Brunssum1,15
Gennep0,96
Heerlen1,94
Kerkrade1,6
Maastricht1,35
Meerssen0,14
MookenMiddelaar0,5
Nederweert0,97
Roermond1,12
Simpelveld1,26
Stein(L.)0,55
Vaals0,87
Venlo1,33
Venray0,79
Voerendaal0,37
Weert1,05
ValkenburgaandeGeul1,03
Lelystad1,48
HorstaandeMaas0,52
OudeIJsselstreek1,24
Teylingen0,76
UtrechtseHeuvelrug0,57
OostGelre0,83
Koggenland0,49
Lansingerland0,19
Leudal1,13
Maasgouw0,65
Gemert-Bakel0,48
Halderberge0,85
Heeze-Leende0,2
Laarbeek0,47
Reusel-DeMierden0,57
Roerdalen1,03
Roosendaal0,92
Schouwen-Duiveland0,68
AaenHunze0,65
Borger-Odoorn0,99
DeWolden0,65
Noord-Beveland0,99
Wijdemeren0,43
Noordenveld0,8
Twenterand1,42
Westerveld0,63
Lingewaard0,51
Cranendonck0,64
Steenwijkerland0,92
Moerdijk0,82
Echt-Susteren1,52
Sluis0,91
Drimmelen0,47
Bernheze0,57
Alphen-Chaam0,54
Bergeijk0,52
Bladel0,47
Gulpen-Wittem0,56
Tynaarlo0,35
Midden-Drenthe0,75
Overbetuwe0,26
HofvanTwente0,75
Neder-Betuwe0,68
Rijssen-Holten0,51
Geldrop-Mierlo0,84
Olst-Wijhe0,92
Dinkelland0,49
Westland0,38
Midden-Delfland0,28
Berkelland0,86
Bronckhorst0,78
Sittard-Geleen1,19
KaagenBraassem0,73
Dantumadiel1,18
Zuidplas0,36
PeelenMaas0,67
Oldambt1,69
Zwartewaterland0,75
S�dwest-Frysl�n1,07
Bodegraven-Reeuwijk0,45
Eijsden-Margraten0,37
StichtseVecht0,41
HollandsKroon0,69
Leidschendam-Voorburg0,55
Goeree-Overflakkee0,42
Pijnacker-Nootdorp0,3
Nissewaard1,14
Krimpenerwaard0,83
DeFryskeMarren0,78
GooiseMeren0,46
BergenDal0,94
Meierijstad0,68
Waadhoeke1,29
Westerwolde0,75
Midden-Groningen1,12
Beekdaelen0,59
Montferland0,78
Altena0,47
WestBetuwe0,35
Vijfheerenlanden0,46
HoekscheWaard0,5
HetHogeland0,56
Westerkwartier0,41
Noardeast-Frysl�n0,87
Molenlanden0,46
Eemsdelta1,31
DijkenWaard0,99
LandvanCuijk0,76
Maashorst0,8
VoorneaanZee0,55
¹⁾ De peildatum van het totale aantal jongeren is 1 januari 2025 en komt dus niet overeen met de peildatum van het aantal jongeren met jeugdbescherming (31 december 2025).

1.11.3 Jeugdregio's met de hoogste en laagste aandelen jongeren met jeugdbescherming, peildatum 31 december 2025*1)
% van het totale aantal
personen van 0 tot 18 jaar2)
Hoogste aandelenZuid-Limburg1,18
Hoogste aandelenZeeland1,13
Hoogste aandelenMidden-Limburg Oost1,12
Hoogste aandelenTwente1,11
Hoogste aandelenFriesland (Fryslân)1,09
Laagste aandelenHaarlemmermeer0,45
Laagste aandelenFood Valley0,48
Laagste aandelenZuid Kennemerland0,49
Laagste aandelenUtrecht West0,50
Laagste aandelenGooi en Vechtstreek0,51
Bron: CBS.
1) Personen van 0 tot 18 jaar met jeugdbescherming.
2) De peildatum van het totale aantal jongeren is 1 januari 2025 en komt dus niet overeen met de peildatum van het aantal jongeren met jeugdbescherming (31 december 2025).

1.12 Herhaald beroep jeugdbescherming

Van de ondertoezichtstellingen die in 2025 zijn gestart ging het in 11 procent van de maatregelen om een herhaald beroep (figuur 1.12.1). Dat wil zeggen dat deze jongere in het betreffende kalenderjaar of in de vijf daaraan voorafgaande kalenderjaren al eens eerder jeugdbescherming heeft gehad. In 2025 is sprake van een daling bij herhaald beroep van ondertoezichtstellingen en voornamelijk voogdij. Bij voogdijmaatregelen gaat het wel om kleine absolute aantallen. 

1.12.1 Herhaald beroep jeugdbescherming¹⁾²⁾
Maatregel2025* (%)2024 (%)2023 (%)2022 (%)2021 (%)
Jeugdbeschermingsmaatregelen: Ondertoezichtstelling1112119,910
Jeugdbeschermingsmaatregelen: Voogdij45,43,13,23
¹⁾ Hierbij wordt teruggekeken naar de betreffende periode én de 5 daaraan voorafgaande kalenderjaren. ²⁾ Jeugdbeschermingsmaatregelen gestart in de betreffende periode.

2. Jeugdreclassering

Jongeren vanaf 12 jaar die voor hun 18e verjaardag in aanraking zijn gekomen met de politie of een leerplichtambtenaar kunnen jeugdreclassering (opgelegd) krijgen. Bij jongvolwassenen in de leeftijd van 18 tot 23 jaar kan ook het jeugdstrafrecht toegepast worden op grond van het adolescentenstrafrecht, indien het ontwikkelingsniveau van de dader daartoe aanleiding geeft. De jongere krijgt op maat gesneden begeleiding van een jeugdreclasseringswerker om te voorkomen dat hij of zij opnieuw de fout ingaat. 

Er zijn verschillende vormen van jeugdreclassering: 

  • Toezicht en begeleiding in het gedwongen kader (T&B gedwongen kader)
  • Toezicht en begeleiding in het vrijwillige kader (T&B vrijwillig kader)
  • Individuele trajectbegeleiding Harde Kern (ITB Harde Kern) 
  • Individuele trajectbegeleiding Criminaliteit in Relatie tot Integratie van Etnische Minderheden (ITB CRIEM)
  • Scholings- en trainingsprogramma’s
  • (Voorbereiding) gedragsbeïnvloedende maatregel

Meer informatie over de verschillende vormen van jeugdreclassering is terug te vinden in de begrippenlijst. 

2.1 Jongeren met jeugdreclassering

Op de peildatum 31 december 2025 hadden 5 870 jongeren een jeugdreclasseringsmaatregel. Van 2011 tot 2022 daalde het aantal jongeren met een jeugdreclasseringsmaatregel. Vanaf 2023 daalt het aantal jongeren niet langer, maar is er sprake van een toename. 

2.1.1 Jongeren met jeugdreclassering¹⁾
JaarJeugdreclassering (aantal jongeren)
201111110
201210830
20139210
20147790
20157590
20166735
20176420
20185925
20195915
20205440
20215005
20224940
20235200
20245740
2025*5870
¹⁾ Personen van 12 tot 23 jaar met één of meerdere jeugdreclasseringsmaatregelen.

2.2 Jeugdreclasseringsmaatregelen

Aan het einde van 2025 waren 5 945 jeugdreclasseringsmaatregelen van kracht (tabel 2.2.1). Het aantal jongeren met een lopende jeugdreclasseringsmaatregel in 2025 is niet gelijk aan het aantal jeugdreclasseringsmaatregelen dat op enig moment actief is geweest in 2025: jongeren kunnen gedurende de periode meerdere jeugdreclasseringsmaatregelen achter elkaar hebben gehad. Om deze reden is het aantal jeugdreclasseringsmaatregelen hoger dan het aantal jongeren met jeugdreclassering in dezelfde periode.

Op 31 december 2025 waren er 5 275 maatregelen T&B gedwongen kader. Dit waren er meer dan aan het begin van het jaar (5 060). Voor T&B vrijwillig kader en ITB CRIEM was het aantal maatregelen op 31 december 2025 ongeveer gelijk aan het begin van het jaar. Voor ITB Harde Kern was het aantal maatregelen op 31 december 2025 lager dan aan het begin van het jaar. De (voorbereiding) gedragsbeïnvloedende maatregel en het scholings- en trainingsprogramma komen nauwelijks voor (tabel 2.2.1).

2.2.1 Jeugdreclasseringsmaatregelen, per type maatregel, 2025*
Peildatum (1-1-2025)InstroomUitstroomPeildatum (31-12-2025)
Totaal5 7506 8606 6655 945
Toezicht en begeleiding: gedwongen kader5 0604 3004 0855 275
Toezicht en begeleiding: vrijwillig5202 2452 245525
Individuele trajectbegeleiding Harde Kern135230250115
Individuele trajectbegeleiding CRIEM25656525
Scholings- en trainingsprogramma....
Gedragsbeïnvloedende maatregel101015.
Voorbereiding gedragsbeïnvloedende maatregel.1010.
Bron: CBS.

In de navolgende secties worden zowel kenmerken van jeugdreclasseringsmaatregelen, als jongeren met jeugdreclassering uitgelicht. In paragraaf 2.3 tot en met paragraaf 2.4 gaat het over jeugdreclasseringsmaatregelen. In paragraaf 2.5 tot en met paragraaf 2.7 worden enkele kenmerken met betrekking tot jongeren met jeugdreclassering uitgelicht. Paragraaf 2.8 geeft het aandeel jongeren met jeugdreclassering per regio weer en in paragraaf 2.9 worden de aantallen herhaald beroep gepresenteerd.

2.3 Stijging in beëindigde trajecten

De uitstroom van jeugdreclasseringsmaatregelen is in 2025 met 6,7 procent toegenomen ten opzichte van 2024 (figuur 2.3.1). De instroom is in 2025 minder hard toegenomen, namelijk met 1,2 procent. 

De stijging in beëindigde trajecten betreft grotendeels trajecten T&B in het gedwongen kader. De uitstroom is in 2025 toegenomen met 9,5 procent ten opzichte van 2024. De instroom laat een kleinere toename zien, namelijk 0,5 procent ten opzichte van een jaar eerder. Bij T&B in het vrijwillig kader zijn ook zowel de instroom als uitstroom toegenomen ten opzichte van een jaar eerder, beiden met 3,2 procent (figuur 2.3.1). In 2025 zijn de instroom en uitstroom van trajecten ITB Harde Kern en ITB CRIEM ongeveer gelijk gebleven ten opzichte van 2024. Hier gaat het om kleine(re) absolute aantallen (figuur 2.3.1).

2.3.1 Instroom en uitstroom jeugdreclassering¹⁾
MaatregelUitstroom (maatregelen)Instroom (maatregelen)
Totaal²⁾
2025*-66656860
2024-62456780
2023-59056165
2022-55205485
2021-61105605
T&B gedwongen
2025*-40854300
2024-37304280
2023-35903810
2022-34703380
2021-39053520
T&B vrijwillig
2025*-22452245
2024-21752175
2023-19702000
2022-17301765
2021-18401750
ITB Harde Kern
2025*-250230
2024-245245
2023-250245
2022-205220
2021-250235
ITB CRIEM
2025*-6565
2024-8070
2023-8590
2022-100100
2021-10090
Overig²⁾
2025*-2520
2024-1010
2023-2015
2022-1515
2021-1515
Bron: CBS,
¹⁾ Jeugdreclasseringsmaatregelen bij personen van 12 tot 23 jaar. ²⁾ Sommige aantallen per categorie zijn zodanig klein dat deze vanuit privacy-overwegingen niet gepubliceerd worden.

2.4 Gemiddelde duur neemt af

Van alle afgesloten jeugdreclasseringsmaatregelen duurden de maatregelen T&B in het gedwongen kader het langst. Van deze maatregelen duurde bijna 47 procent een jaar of langer, waarvan de meesten 1 tot 2 jaar (figuur 2.4.1). De andere vormen van jeugdreclassering duurden meestal korter dan 3 maanden, met uitzondering van ITB Harde Kern, waar bijna 58 procent van de trajecten 3 tot 6 maanden duurde.

2.4.1 Duur van beëindigde jeugdreclasseringsmaatregelen in het eerste halfjaar van 2025*
Maatregel0 tot 3 maanden (%)3 tot 6 maanden (%)6 tot 12 maanden (%)12 tot 24 maanden (%)24 tot 36 maanden (%)36 maanden of langer (%)
Totaal33,219,717,523,94,41,2
T&B gedwongen13,518,920,737,77,12
T&B vrijwillig70,216,611,41,8
ITB Harde Kern14,557,722,65,2
ITB CRIEM70,129,9
Overig²⁾
¹⁾ Scholings- en trainingsprogramma en (voorbereiding) gedragsbeïnvloedende maatregel. De aantallen per categorie zijn zodanig klein dat deze vanuit privacy-overwegingen niet gepubliceerd worden.

De gemiddelde duur van de beëindigde maatregelen is in 2025 gedaald met 6 dagen ten opzichte van 2024, dat is een afname van ongeveer 2 procent (figuur 2.4.2). De gemiddelde duur van de maatregelen T&B in het gedwongen en het vrijwillige kader nam af met respectievelijk 14 dagen (3 procent) en 9 dagen (bijna 10 procent). Bij ITB Harde Kern is de gemiddelde duur met 2 dagen afgenomen ten opzichte van 2024. Bij ITB CRIEM is de gemiddelde duur gelijk gebleven ten opzichte van 2024.

2.4.2 Gemiddelde duur beëindigde maatregelen¹⁾
Maatregel2025* (dagen)2024 (dagen)2023 (dagen)2022 (dagen)2021 (dagen)
Totaal299305313339368
T&B gedwongen427441444474507
T&B vrijwillig839297100114
ITB Harde Kern196198189207197
ITB CRIEM106106139102102
Overig²⁾214192192183171
¹⁾ Jeugdreclasseringsmaatregelen die werden beëindigd in de verslagperiode. ²⁾ Scholings- en trainingsprogramma en (voorbereiding) gedragsbeïnvloedende maatregel.

2.5 Bijna vijf op de tien jongeren met jeugdreclassering ontvangen ook jeugdhulp

Jeugdreclassering ging in bijna vijf op de tien gevallen gepaard met de inzet van jeugdhulp (figuur 2.5.1). Dit is minder dan bij jeugdbescherming, waar 82 procent van de jongeren met een ondertoezichtstelling en 93 procent van de jongeren met voogdij ook jeugdhulp ontving (figuur 1.7.1 en 1.7.2). Hierbij moet nog wel worden opgemerkt dat een deel van de jongeren met jeugdreclassering ouder is dan 18 jaar en aanvullende zorg en hulp mogelijk ook kan worden ontvangen vanuit andere zorgdomeinen (de Wet langdurige zorg, de Wet maatschappelijke ondersteuning of de Zorgverzekeringswet).

Het aandeel jongeren dat naast een jeugdreclasseringsmaatregel ook jeugdhulp ontving, daalde ten opzichte van 2024 met 2,1 procent (figuur 2.5.1). Deze daling is te zien bij trajecten T&B in het gedwongen en vrijwillige kader. Bij trajecten ITB Harde Kern en ITB CRIEM zien we juist een toename in samenloop met jeugdhulp, hoewel het om kleine absolute aantallen gaat.

2.5.1 Samenloop jeugdhulp naar type jeugdreclassering¹⁾
Samenloop2025* (% van totaal jongeren met dit type jeugdreclassering)2024 (% van totaal jongeren met dit type jeugdreclassering)2023 (% van totaal jongeren met dit type jeugdreclassering)2022 (% van totaal jongeren met dit type jeugdreclassering)2021 (% van totaal jongeren met dit type jeugdreclassering)
Totaal jongeren met jeugdreclassering en ook jeugdhulp48,550,649,546,943,2
Toezicht en begeleiding: gedwongen kader48,450,849,747,343,4
Toezicht en begeleiding: vrijwillig kader46,147,545,842,437,0
Individuele trajectbegeleiding Harde Kern62,654,862,551,958,3
Individuele trajectbegeleiding CRIEM39,133,327,347,829,6
Overig²⁾
¹⁾ Personen van 12 tot 23 jaar met een jeugdreclasseringsmaatregel op peildatum 31 december die tegelijkertijd jeugdhulp ontvingen. ²⁾ Scholings- en trainingsprogramma en (voorbereiding) gedragsbeïnvloedende maatregel. De aantallen per categorie zijn zodanig klein dat deze vanuit privacy-overwegingen niet gepubliceerd worden.

2.6 Jongens vaker in jeugdreclassering dan meiden

Op 31 december 2025 waren meer jeugdreclasseringsmaatregelen bij jongens dan bij meiden van kracht. Dit geldt voor ieder type jeugdreclassering. In totaal waren er 4 930 jongens en 940 meiden met een jeugdreclasseringsmaatregel (tabel 2.6.1). Ook relatief gezien kwam jeugdreclassering vaker voor bij jongens dan bij meiden, respectievelijk bij 0,4 en < 0,1 procent.

2.6.1 Jongeren met jeugdreclassering naar geslacht, peildatum
31 december 2025*1)
TotaalGeslacht: JongensGeslacht: Meiden
Totaal aantal jongeren2)2 299 1251 176 8901 122 235
Totaal aantal jongeren met jeugdreclassering5 8704 930940
Toezicht en begeleiding: gedwongen kader5 2804 390890
Toezicht en begeleiding: vrijwillig52547550
Individuele traject-begeleiding Harde Kern115115.
Individuele traject-begeleiding CRIEM2525.
Overig3)1010.
Bron: CBS.
1) Personen van 12 tot 23 jaar met jeugdreclasseringsmaatregelen op peildatum 31 december 2025.
2) De peildatum voor alle jongeren in Nederland is 1 januari 2025 en komt dus niet overeen met de peildatum voor jongeren met jeugdreclassering (31 december 2025).
3) Scholings- en trainingsprogramma en (voorbereiding) gedragsbeïnvloedende maatregel.

Het aandeel jongens met een jeugdreclasseringsmaatregel is, met uitzondering van overige trajecten, afgenomen ten opzichte van 2024 (figuur 2.6.2). 

2.6.2 Jongeren naar geslacht¹⁾²⁾
MaatregelJongens (%)Meiden (%)
Nederland
2025*51,248,8
202451,148,9
20235149
20225149
202151,148,9
T&B gedwongen
2025*83,116,9
20248416
20238515
202286,513,5
202187,212,8
T&B vrijwillig
2025*90,19,9
2024919
20238614
202289,510,5
202189,710,3
Overig³⁾
2025*99,30,7
202494,75,3
2023973
202296,43,6
202197,32,7
¹⁾ Personen van 12 tot 23 jaar. ²⁾ Voor het totaal aantal jongeren in Nederland is gekeken naar peildatum 1 januari en voor de jongeren met jeugdreclassering naar 31 december. ³⁾ ITB Harde Kern, ITB CRIEM, scholings- en trainingsprogramma en (voorbereiding) gedragsbeïnvloedende maatregel.

De groep 15 tot 18-jarigen was relatief gezien het grootst in de jeugdreclassering; 0,5 procent van alle personen in deze leeftijdsklasse ontving jeugdreclassering. Bij de 18 tot 23-jarigen was dit 0,2 procent. Bij de 12 tot 15-jarigen lag dit aandeel nog lager, namelijk < 0,1 procent (tabel 2.6.3).

2.6.3 Jongeren met jeugdreclassering naar leeftijd, peildatum
31 december 2025*1)
TotaalLeeftijd: 12 tot 15 jaarLeeftijd: 15 tot 18 jaarLeeftijd: 18 tot
23 jaar
Totaal aantal jongeren2)2 299 125577 155594 6701 127 300
Totaal aantal jongeren met jeugdreclassering5 8703303 0202520
Toezicht en begeleiding: gedwongen kader5 2802752 6852320
Toezicht en begeleiding: vrijwillig52555295175
Individuele traject-begeleiding Harde Kern115.6550
Individuele traject-begeleiding CRIEM25.20.
Overig3)10...
Bron: CBS.
1) Personen van 12 tot 23 jaar met jeugdreclasseringsmaatregelen op peildatum 31 december 2025.
2) De peildatum voor alle jongeren in Nederland is 1 januari 2025 en komt dus niet overeen met de peildatum voor jongeren met jeugdreclassering (31 december 2025).
3) Scholings- en trainingsprogramma en (voorbereiding) gedragsbeïnvloedende maatregel.

Het aandeel 15 tot 18-jarigen is bij alle jeugdreclasseringsmaatregelen in 2025 afgenomen ten opzichte van 2024 (figuur 2.6.4). Bij T&B in het gedwongen kader ging het om een afname van 0,4  procent en bij T&B in het vrijwillig kader om een afname van 1,7 procent. Desalniettemin blijven jongeren in deze leeftijdsgroep het grootste aandeel hebben in alle typen jeugdreclasseringstrajecten (figuur 2.6.4).

2.6.4 Jongeren naar leeftijd¹⁾
Maatregel12 tot 14 jaar (%)15 tot 18 jaar (%)18 tot 23 jaar (%)
Nederland
2025*25,125,949
202425,325,649,2
202325,425,449,3
202225,225,749,1
202125,126,348,5
T&B gedwongen
2025*5,250,943,9
20245,851,342,9
2023548,546,4
20225,344,750,1
2021444,451,6
T&B vrijwillig
2025*10,456,233,4
20248,457,933,7
20238,153,838,1
20228,154,837,1
20217,855,836,4
Overig²⁾
2025*4,859,935,4
20245,361,233,5
20235,463,131,5
20226,55637,5
20212,758,838,5
¹⁾ Voor het totaal aantal jongeren in Nederland is gekeken naar peildatum 1 januari en voor jongeren met jeugdreclassering naar peildatum 31 december. ²⁾ ITB Harde Kern, ITB CRIEM, scholings- en trainingsprogramma en (voorbereiding) gedragsbeïnvloedende maatregel.

2.7 Jeugdreclassering hangt samen met kenmerken van ouders en huishouden

Uit eerder CBS-onderzoek is gebleken dat bepaalde achtergrondkenmerken van de ouders en het huishouden van de jongeren in meer of mindere mate samenhang vertonen met het krijgen van jeugdreclassering. Dat wil overigens niet zeggen dat jeugdreclassering het gevolg is van deze kenmerken of een combinatie ervan. Van een aantal achtergrondkenmerken is in deze paragraaf weergegeven hoe de situatie van jongeren met jeugdreclassering afwijkt van jongeren zonder jeugdreclassering in 2025. 

De inzet van jeugdreclassering hangt samen met huishoudkenmerken van de jongeren (figuur 2.7.1). Bij 64 procent van de Nederlandse jongeren van 12 tot 23 jaar woonden beide juridische ouders in hetzelfde huishouden. Voor jongeren met jeugdreclassering was dit 28 procent. Een tegengesteld patroon is te zien bij kinderen uit huishoudens waar gebruik wordt gemaakt van ondersteuning op grond van de wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) of waarin zorgkosten zijn gemaakt voor geestelijke gezondheidszorg (GGZ) dan wel GGZ-medicatie is voorgeschreven. Bijna 7 procent van alle jongeren in Nederland had te maken met WMO-gebruik in het huishouden, en bijna 30 procent met GGZ-zorg en/of medicatie. Bij jongeren met jeugdreclassering was dit respectievelijk ruim 18 en 39 procent. Tot slot werd bij 18 procent van de jongeren met jeugdreclassering iemand in het huishouden als verdachte van een misdrijf aangemerkt, tegenover ruim 4 procent van alle jongeren in Nederland.

2.7.1 Jongeren met jeugdreclassering in 2025* naar huishoudkenmerken¹⁾
JaarJa (%)Nee (%)
Ouders op hetzelfde adres
Nederland1472705826425
Totaal jeugdreclassering23356020
WMO in huishouden
Nederland1582202122095
Totaal jeugdreclassering15106690
GGZ in huishouden
Nederland6755901604720
Totaal jeugdreclassering32104985
Verdachte in huishouden
Nederland983002182015
Totaal jeugdreclassering14806720
¹⁾ Jeugdreclasseringsmaatregelen bij personen van 12 tot 23 jaar.

Ook het huishoudinkomen hangt samen met de inzet van jeugdreclassering (figuur 2.7.2). In Nederland woonden in 2025 ruim 266 duizend jongeren van 12 tot 23 jaar in een huishouden met een inkomen dat tot de laagste 20 procent behoort. Van hen ontving 1,1 procent jeugdreclassering. Het aandeel jongeren met jeugdreclassering daalt naarmate het huishoudinkomen hoger is. In de 20 procent rijkste huishoudens ontving 0,1 procent jeugdreclassering.

2.7.2 Jongeren met jeugdreclassering in 2025* naar huishoudinkomen¹⁾
JaarJongeren met jeugdreclassering (%)
Totaal jeugdreclassering
Totaal0,4
Laagste kwintiel1,1
2e kwintiel0,8
3e kwintiel0,3
4e kwintiel0,2
Hoogste kwintiel0,1
¹⁾ Personen van 0 tot 23 jaar.

Daarnaast vertoont de herkomst van de jongere samenhang met de inzet van jeugdreclassering (figuur 2.7.3). Voor jongeren geboren in Nederland was bij 0,3 procent sprake van jeugdreclassering. Voor jongeren die niet geboren zijn in Nederland was dit 0,5 procent. Bij jongeren die geboren zijn in Nederland waarvan minstens een ouder is geboren in het Nederlands-Caribisch of in Suriname gebied was relatief het vaakst sprake van jeugdreclassering, respectievelijk 1,9 procent en 1,1 procent. Daarnaast was bij jongeren met een Marokkaanse herkomst relatief vaak sprake van jeugdreclassering. Voor jongeren die geboren zijn in Nederland ging het om 0,9 procent, en bij jongeren die niet geboren zijn in Nederland om 1,4 procent. Bij jongeren die geboren zijn in Nederland met een Nederlandse herkomst, en bij jongeren die niet geboren zijn in Nederland met een herkomst uit Europa, Turkije of Indonesië was minder vaak sprake van jeugdreclassering ten opzichte van het landelijk gemiddelde.

2.7.3. Jongeren met jeugdreclassering in 2025* naar herkomst¹⁾
 Jongeren met jeugdreclassering (%)
Totaal geboren in Nederland0,3
Nederland0,2
Europa (exclusief Nederland)0,4
Turkije0,5
Marokko0,9
Suriname1,1
Nederlands-Caribisch gebied1,9
Indonesië0,4
Overig Afrika, Azië, Amerika en Oceanië0,7
Totaal niet geboren in Nederland0,5
Europa (exclusief Nederland)0,2
Turkije0,2
Marokko1,4
Suriname0,9
Nederlands-Caribisch gebied1,2
Indonesië0,1
Overig Afrika, Azië, Amerika en Oceanië0,7
¹⁾ Personen van 12 tot 23 jaar.

2.8 Jeugdreclassering vooral in Rotterdam en Amsterdam

In de regio’s Rotterdam en Amsterdam woonden relatief veel jongeren met jeugdreclassering (zie figuur 2.8.1 voor het aandeel per arrondissement). Ook in de gemeenten Schiedam, Rotterdam en Kerkrade kwamen met meer dan 0,6 procent relatief veel jongeren met jeugdreclassering voor (zie figuur 2.8.2 voor het aandeel per gemeente).

2.8.1 Jeugdreclassering naar arrondissement, 31 december 2025*1)
ArrondissementenJeugdreclassering (%)
Amsterdam0,33
Noord-Holland0,23
Gelderland0,19
Midden-Nederland0,22
Noord-Nederland0,28
Overijssel0,25
DenHaag0,22
Rotterdam0,45
Limburg0,25
Oost-Brabant0,2
Zeeland-West-Brabant0,21
1) De peildatum van het totale aantal jongeren is 1 januari 2025 en komt dus niet overeen met de peildatum van het aantal jongeren met jeugdreclassering (31 december 2025).

2.8.2 Jeugdreclassering naar gemeente, 31 december 2025*¹⁾
Gemeente_naamJeugdreclassering (%)
Groningen0,24
Almere0,5
Stadskanaal0,53
Veendam0,17
Zeewolde0,06
Achtkarspelen0,15
Ameland0
Harlingen0,6
Heerenveen0,43
Leeuwarden0,29
Ooststellingwerf0,2
Opsterland0,13
Schiermonnikoog0
Smallingerland0,28
Terschelling0
Vlieland0
Weststellingwerf0,13
Assen0,29
Coevorden0,28
Emmen0,49
Hoogeveen0,33
Meppel0,21
Almelo0,41
Borne0,46
Dalfsen0,29
Deventer0,26
Enschede0,39
Haaksbergen0,2
Hardenberg0,24
Hellendoorn0,17
Hengelo(O.)0,36
Kampen0,15
Losser0,14
Noordoostpolder0,16
Oldenzaal0,14
Ommen0,12
Raalte0,04
Staphorst0,07
Tubbergen0,03
Urk0,12
Wierden0,12
Zwolle0,25
Aalten0,12
Apeldoorn0,18
Arnhem0,35
Barneveld0,09
Beuningen0
Brummen0,13
Buren0,12
Culemborg0,21
Doesburg0,17
Doetinchem0,35
Druten0,13
Duiven0,23
Ede0,18
Elburg0,12
Epe0,18
Ermelo0,06
Harderwijk0,17
Hattem0,18
Heerde0,04
Heumen0,3
Lochem0,13
Maasdriel0,13
Nijkerk0,16
Nijmegen0,17
Oldebroek0,15
Putten0,21
Renkum0,26
Rheden0,19
Rozendaal0
Scherpenzeel0,07
Tiel0,21
Voorst0,25
Wageningen0,1
Westervoort0,41
Winterswijk0,34
Wijchen0,34
Zaltbommel0,12
Zevenaar0,14
Zutphen0,15
Nunspeet0,28
Dronten0,23
Amersfoort0,17
Baarn0,21
DeBilt0,09
Bunnik0,09
Bunschoten0,13
Eemnes0,08
Houten0,07
Leusden0,08
Lopik0,1
Montfoort0
Renswoude0
Rhenen0,04
Soest0,19
Utrecht0,22
Veenendaal0,14
Woudenberg0,2
WijkbijDuurstede0,04
IJsselstein0,06
Zeist0,15
Nieuwegein0,23
Aalsmeer0,08
Alkmaar0,25
Amstelveen0,18
Amsterdam0,37
Bergen(NH.)0,12
Beverwijk0,22
Blaricum0,14
Bloemendaal0,15
Castricum0,14
Diemen0,29
Edam-Volendam0,1
Enkhuizen0,22
Haarlem0,24
Haarlemmermeer0,23
Heemskerk0,22
Heemstede0,09
Heiloo0,24
DenHelder0,3
Hilversum0,2
Hoorn0,45
Huizen0,1
Landsmeer0,13
Laren(NH.)0
Medemblik0,17
Oostzaan0,08
Opmeer0,26
Ouder-Amstel0,27
Purmerend0,36
Schagen0,18
Texel0
Uitgeest0,06
Uithoorn0,27
Velsen0,29
Zandvoort0,39
Zaanstad0,33
Alblasserdam0,33
AlphenaandenRijn0,17
Barendrecht0,21
Drechterland0,08
CapelleaandenIJssel0,6
Delft0,14
Dordrecht0,34
Gorinchem0,17
Gouda0,31
's-Gravenhage0,34
Hardinxveld-Giessendam0,04
Hendrik-Ido-Ambacht0,22
StedeBroec0,04
Hillegom0,04
Katwijk0,14
KrimpenaandenIJssel0,37
Leiden0,18
Leiderdorp0,12
Lisse0,28
Maassluis0,43
Nieuwkoop0,21
Noordwijk0
Oegstgeest0,15
Oudewater0,15
Papendrecht0,32
Ridderkerk0,41
Rotterdam0,63
Rijswijk(ZH.)0,46
Schiedam0,77
Sliedrecht0,12
Albrandswaard0,16
Vlaardingen0,52
Voorschoten0,26
Waddinxveen0,12
Wassenaar0,28
Woerden0,26
Zoetermeer0,23
Zoeterwoude0,09
Zwijndrecht0,53
Borsele0,11
Goes0,19
WestMaasenWaal0,31
Hulst0,18
Kapelle0,23
Middelburg(Z.)0,21
Reimerswaal0,12
Terneuzen0,2
Tholen0,14
Veere0,08
Vlissingen0,55
DeRondeVenen0,2
Tytsjerksteradiel0,14
Asten0,1
Baarle-Nassau0,13
BergenopZoom0,17
Best0,13
Boekel0
Boxtel0,21
Breda0,22
Deurne0,23
Pekela0,27
Dongen0,22
Eersel0,04
Eindhoven0,26
Etten-Leur0,23
Geertruidenberg0,23
GilzeenRijen0,22
Goirle0,1
Helmond0,23
's-Hertogenbosch0,39
Heusden0,11
Hilvarenbeek0,05
LoonopZand0,15
Nuenen,GerwenenNederwetten0,22
Oirschot0,09
Oisterwijk0,03
Oosterhout0,25
Oss0,21
Rucphen0,29
Sint-Michielsgestel0,11
Someren0,1
SonenBreugel0,09
Steenbergen0,19
Waterland0,14
Tilburg0,26
Valkenswaard0,24
Veldhoven0,24
Vught0,05
Waalre0,14
Waalwijk0,22
Woensdrecht0,13
Zundert0,17
Wormerland0,15
Landgraaf0,43
Beek(L.)0,06
Beesel0,4
Bergen(L.)0,07
Brunssum0,25
Gennep0,05
Heerlen0,41
Kerkrade0,62
Maastricht0,15
Meerssen0,31
MookenMiddelaar0,11
Nederweert0,22
Roermond0,38
Simpelveld0,19
Stein(L.)0,12
Vaals0,27
Venlo0,42
Venray0,22
Voerendaal0,16
Weert0,14
ValkenburgaandeGeul0,26
Lelystad0,59
HorstaandeMaas0,12
OudeIJsselstreek0,23
Teylingen0,21
UtrechtseHeuvelrug0,13
OostGelre0,39
Koggenland0,1
Lansingerland0,22
Leudal0,13
Maasgouw0,14
Gemert-Bakel0,03
Halderberge0,19
Heeze-Leende0,16
Laarbeek0,14
Reusel-DeMierden0,31
Roerdalen0,29
Roosendaal0,21
Schouwen-Duiveland0,14
AaenHunze0,28
Borger-Odoorn0,49
DeWolden0,17
Noord-Beveland0,13
Wijdemeren0,07
Noordenveld0,23
Twenterand0,16
Westerveld0,15
Lingewaard0,13
Cranendonck0,15
Steenwijkerland0,22
Moerdijk0,11
Echt-Susteren0,33
Sluis0,36
Drimmelen0,16
Bernheze0,15
Alphen-Chaam0
Bergeijk0
Bladel0,24
Gulpen-Wittem0,08
Tynaarlo0,22
Midden-Drenthe0,15
Overbetuwe0,15
HofvanTwente0,27
Neder-Betuwe0,16
Rijssen-Holten0,14
Geldrop-Mierlo0,12
Olst-Wijhe0,04
Dinkelland0,06
Westland0,02
Midden-Delfland0,08
Berkelland0,09
Bronckhorst0,12
Sittard-Geleen0,25
KaagenBraassem0,27
Dantumadiel0,08
Zuidplas0,13
PeelenMaas0,15
Oldambt0,31
Zwartewaterland0,11
S�dwest-Frysl�n0,32
Bodegraven-Reeuwijk0,1
Eijsden-Margraten0,19
StichtseVecht0,1
HollandsKroon0,13
Leidschendam-Voorburg0,23
Goeree-Overflakkee0,05
Pijnacker-Nootdorp0,08
Nissewaard0,59
Krimpenerwaard0,11
DeFryskeMarren0,17
GooiseMeren0,13
BergenDal0,44
Meierijstad0,17
Waadhoeke0,27
Westerwolde0,43
Midden-Groningen0,45
Beekdaelen0,03
Montferland0,14
Altena0,17
WestBetuwe0,14
Vijfheerenlanden0,23
HoekscheWaard0,25
HetHogeland0,15
Westerkwartier0,24
Noardeast-Frysl�n0,16
Molenlanden0,03
Eemsdelta0,37
DijkenWaard0,19
LandvanCuijk0,2
Maashorst0,11
VoorneaanZee0,22
¹⁾ De peildatum van het totale aantal jongeren is 1 januari 2025 en komt dus niet overeen met de peildatum van het aantal jongeren met jeugdreclassering (31 december 2025).

Deze hiervoor genoemde concentratie van jongeren met jeugdreclassering blijkt ook uit de cijfers per jeugdregio (tabel 2.8.3). De jeugdregio’s Rijnmond, Flevoland en Amsterdam-Amstelland staan bovenaan met de grootste aandelen jongeren met jeugdreclassering. In Zuidoost Utrecht woonden relatief weinig jongeren met een jeugdreclasseringsmaatregel.

2.8.3 Jeugdregio's met de hoogste en laagste aandelen jongeren met jeugdreclassering, peildatum 31 december 2025*1)
% van het totale aantal personen van 12 tot 23 jaar2)
Hoogste aandelenRijnmond 0,52
Hoogste aandelenFlevoland0,42
Hoogste aandelenAmsterdam-Amstelland0,33
Hoogste aandelenDrenthe0,32
Hoogste aandelenMidden-Limburg Oost 0,31
Laagste aandelenZuidoost Utrecht0,11
Laagste aandelenMidden-Limburg West 0,14
Laagste aandelenRivierenland0,14
Laagste aandelenFood Valley0,15
Laagste aandelenLekstroom0,15
Bron: CBS.
1) Personen van 12 tot 23 jaar met jeugdreclassering.
2) De peildatum van het totale aantal jongeren is 1 januari 2025 en komt dus niet overeen met de peildatum van het aantal jongeren met jeugdreclassering (31 december 2025).

2.9 Herhaald beroep jeugdreclassering 

Van de jeugdreclasseringsmaatregelen die in 2025 zijn gestart ging het in 11,9 procent van de maatregelen om een herhaald beroep (figuur 2.9.1). Dat wil zeggen dat deze jongere in het betreffende kalenderjaar of in de vijf daaraan voorafgaande kalenderjaren al eens eerder jeugdreclassering heeft gehad. 

2.9.1 Herhaald beroep jeugdreclassering¹⁾²⁾
Maatregel2025* (%)2024 (%)2023 (%)2022 (%)2021 (%)
Jeugdreclasseringsmaatregelen11,912,211,814,415
¹⁾ Hierbij wordt teruggekeken naar de betreffende periode én de 5 daaraan voorafgaande kalenderjaren. ²⁾ Jeugdreclasseringsmaatregelen gestart in de betreffende periode.

Meer informatie

Meer informatie over jeugdbescherming en jeugdreclassering kunt u vinden op de website van CBS:

Onderzoeksbeschrijving Beleidsinformatie Jeugd

Tabellen Jeugdzorg na 1-1-2015

Door de invoering van de Jeugdwet is er in 2015 een methodebreuk in alle tijdreeksen. Voor meer informatie hierover, zie de onderzoeksbeschrijving Beleidsinformatie Jeugd. 

Privacy is een groot goed. Ook als je niks te verbergen hebt, heb je heel wat te beschermen. Het CBS is het Statistisch Bureau van Nederland dat onafhankelijk onderzoek uitvoert. Het CBS werkt bij elk onderzoek met strenge eisen om data op een veilige manier te verwerven, te verwerken en te publiceren en is transparant over de manier van werken en de methodieken. 

Het CBS verzamelt gegevens van natuurlijke personen, bedrijven en instellingen. Dit is wettelijk vastgelegd in de CBS-wet en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Identificerende persoonskenmerken worden na ontvangst direct gepseudonimiseerd. Hierdoor kan het onderzoek alleen worden uitgevoerd op gegevens met een pseudosleutel. Bij publicatie zorgt het CBS er bovendien voor dat natuurlijke personen of bedrijven niet herkenbaar of herleidbaar zijn. Ook hanteert het CBS diverse maatregelen tegen diefstal, verlies of misbruik van persoonsgegevens. Het CBS levert geen herkenbare gegevens aan derden, ook niet aan andere overheidsinstellingen. Wel kunnen sommige (wetenschappelijke) instellingen onder strenge voorwaarden toegang krijgen tot gegevens met pseudosleutel op persoons- of bedrijfsniveau. Dit noemen we microdata. 

Voor meer informatie, zie onze website

Begrippenlijst

Jeugdbeschermingsmaatregel 

Een jeugdbeschermingsmaatregel wordt door de rechter dwingend opgelegd. Het doel van de jeugdbeschermingsmaatregel is het opheffen van de bedreiging voor de veiligheid en ontwikkeling van het kind. Een kind of jongere wordt dan 'onder toezicht gesteld' of 'onder voogdij geplaatst'.

Ondertoezichtstelling

Ondertoezichtstelling (OTS) is een maatregel waarbij het gezag van de ouders wordt beperkt. Als de ontwikkeling van een kind ernstig bedreigd wordt en ouders de zorg die nodig is om de bedreiging weg te nemen niet of onvoldoende accepteren, dan kan de rechter op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming (of in een enkel geval het openbaar ministerie) een ondertoezichtstelling uitspreken. Het kind krijgt dan een jeugdbeschermer toegewezen van een Gecertificeerde Instelling. Deze persoon begeleidt het kind en zijn ouders bij het oplossen van de opvoedingsproblemen. De ouders blijven zelf verantwoordelijk voor de opvoeding, maar hun gezag wordt door de maatregel gedeeltelijk ingeperkt. Zowel ouders als kind zijn verplicht de aanwijzingen op te volgen die de jeugdbeschermer geeft.

Voorlopige ondertoezichtstelling

Als een kind acuut gevaar loopt en een onderzoek en een verzoekschriftprocedure door de Raad voor de Kinderbescherming niet afgewacht kunnen worden kan de Raad voor de Kinderbescherming de rechter om een voorlopige ondertoezichtstelling verzoeken, vaak in combinatie met een machtiging uithuisplaatsing. Ouders en kind worden door de jeugdbeschermer van de Gecertificeerde Instelling begeleid. De maatregel duurt ten hoogste drie maanden. Tijdens de voorlopige ondertoezichtstelling zet de Raad het onderzoek voort. Denkt de Raad voor de Kinderbescherming dat de ondertoezichtstelling en de eventuele uithuisplaatsing langer moet duren? Dan vraagt de Raad voor de Kinderbescherming binnen die drie maanden aan de rechter om een definitieve maatregel.

Voogdij

Bij een voogdijmaatregel wordt het gezag over een minderjarige door de rechter toegewezen aan een Gecertificeerde Instelling. Dit kan zijn na een gezagsbeëindigende maatregel of bij kinderen van wie de ouders zijn overleden (waarbij er geen voogd is vastgelegd in het gezagsregister of testament of deze persoon de voogdij niet accepteert). De gezagsbeëindigende maatregel wordt opgelegd als een kind zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd en de ouder ook in de toekomst niet in staat geacht wordt om de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding te dragen of als de ouder het gezag misbruikt. In veel gevallen is er al een ondertoezichtstelling en een uithuisplaatsing geweest voordat er een gezagsbeëindigende maatregel wordt uitgesproken door de rechter. De gezagsbeëindigende maatregel is in principe een definitieve maatregel die geldt tot het kind 18 jaar is. 
Het betreft alleen gevallen waarbij de voogdij wordt uitgevoerd door de Gecertificeerde Instelling zelf, waarbij het kind wordt opgevoed in een pleeggezin of tehuis. Situaties waarbij een pleegouder (pleegoudervoogd) of iemand anders die sterk betrokken is bij het kind (burgervoogd), de voogdij overneemt van de Gecertificeerde Instelling, vallen hierbuiten.

Voorlopige voogdij 

Er is sprake van voorlopige voogdij bij een acute situatie die bedreigend is voor het kind. Het gezag over het kind komt bij de Gecertificeerde Instelling te liggen. De voorlopige voogdij gaat vrijwel altijd gepaard met de (tijdelijke) schorsing van het gezag van de ouder(s). De voorlopige voogdij duurt maximaal drie maanden. Als binnen die drie maanden een verzoek door de Raad voor de Kinderbescherming wordt ingediend om blijvend in het gezag te voorzien, kan de voorlopige voogdij voortduren tot er een einduitspraak is.

Tijdelijke voogdij

Er is sprake van tijdelijke voogdij als de gezaghebbende ouder het gezag tijdelijk niet zelf kan uitoefenen. Bijvoorbeeld als ouders minderjarig zijn, langdurig in het buitenland verblijven of een ouder onder curatele is gesteld en er geen andere ouder is die het gezag kan uitoefenen. De tijdelijke voogdij duurt voort totdat de rechtbank het gezag van de ouder, op diens verzoek, heeft hersteld.

Duur van een jeugdbeschermingsmaatregel

De duur van een jeugdbeschermingsmaatregel is de periode tussen de aanvangsdatum en de einddatum van de jeugdbescherming. De aanvangsdatum is de eerste dag waarop de jeugdbeschermingsmaatregel geldt. Deze datum is vastgelegd in de beschikking en is gelijk aan de datum van de uitspraak van de kinderrechter. De einddatum is de laatste dag waarop de jeugdbeschermingsmaatregel geldt. De datum waarop de jeugdbeschermingsmaatregel daadwerkelijk beëindigd is. 

Reden beëindiging maatregel 

De reden waarom de maatregel voor de jongere is beëindigd:

Opties bij (voorlopige) ondertoezichtstelling:

  • Bereiken meerderjarigheid jeugdige
  • Tussentijdse opheffing: De maatregel wordt eerder beëindigd dan zoals is vastgelegd in de oorspronkelijke beschikking van de kinderrechter.
  • Niet verlengd: Er is bij de rechter een verlenging van de maatregel aangevraagd, maar deze is niet toegekend.
  • Beëindiging volgens plan: De termijn van de maatregel, zoals vastgelegd in de oorspronkelijke beschikking van de kinderrechter, is afgelopen en er is geen verlenging aangevraagd.
  • Gezagsbeëindigende maatregel: De jongere wordt onder voogdij geplaatst.
  • Overlijden jeugdige
  • Voorlopige OTS naar OTS: De voorlopige ondertoezichtstelling wordt beëindigd en deze wordt omgezet naar een reguliere ondertoezichtstelling.

Opties bij (tijdelijke/voorlopige voogdij):

  • Bereiken meerderjarigheid jeugdige
  • Voogdij naar pleegouder
  • Voogdij naar contactpersoon oftewel burgervoogd
  • Herstel gezag: De ouders krijgen het gezag over het kind terug.
  • Overlijden jeugdige

Machtiging uithuisplaatsing

Een machtiging uithuisplaatsing is een juridische maatregel die door de kinderrechter kan worden uitgesproken als er (ernstige) zorgen zijn over de verzorging en opvoeding van een kind óf als de kinderrechter het nodig acht dat de geestelijke of lichamelijke toestand van het kind onderzocht moet worden op een plek buiten het gezin. De kinderrechter machtigt de Gecertificeerde Instelling die de ondertoezichtstelling uitvoert, om het kind dag en nacht uit huis te plaatsen. Dit gebeurt als ouders het niet eens zijn met een uithuisplaatsing. Een machtiging uithuisplaatsing kan worden aangevraagd door de Gecertificeerde Instelling, door de Raad voor de Kinderbescherming of het Openbaar Ministerie. Als andere professionals, zoals bij Veilig Thuis, ernstige zorgen hebben over een kind, leggen zij die voor aan de Raad voor de Kinderbescherming. De Raad voor de Kinderbescherming kan vervolgens het verzoek tot een machtiging uithuisplaatsing doen. 
Het betreft hier de machtiging uithuisplaatsing zoals bedoeld in artikel 265b van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.

Datum aanvang machtiging uithuisplaatsing

De datum van de eerste dag waarop de machtiging uithuisplaatsing geldt. De datum staat in de beschikking (schriftelijke uitspraak) van de kinderrechter.

Datum einde machtiging uithuisplaatsing

De datum van de laatste dag waarop machtiging uithuisplaatsing geldt. De datum einde machtiging uithuisplaatsing wordt pas aan het CBS geleverd nadat de machtiging uithuisplaatsing daadwerkelijk is geëindigd. Deze datum wordt dus niet op voorhand al aan het CBS geleverd op basis van de te verwachten einddatum zoals opgenomen in de beschikking (schriftelijke uitspraak) van de kinderrechter.

Jeugdreclassering

Jeugdreclassering is een combinatie van toezicht en begeleiding voor jongeren vanaf 12 jaar, die voor hun 18e verjaardag met de politie of leerplichtambtenaar in aanraking zijn geweest en een proces-verbaal hebben gekregen. Bij jongvolwassenen in de leeftijd van 18 tot en met 22 jaar kan ook het jeugdstrafrecht toegepast worden op grond van het adolescentenstrafrecht, indien het ontwikkelingsniveau van de dader daartoe aanleiding geeft. De jongere krijgt op maat gesneden begeleiding van een jeugdreclasseringswerker om te voorkomen dat hij of zij opnieuw de fout ingaat. Jeugdreclassering kan worden opgelegd door de kinderrechter of het openbaar ministerie. Jeugdreclassering kan ook op initiatief van de Raad voor de Kinderbescherming in het vrijwillige kader worden opgestart.

Toezicht en begeleiding in het gedwongen kader

Verplichte maatregel van jeugdreclassering met als doel te voorkomen dat de jongere opnieuw de fout ingaat (recidiveert) door hem/haar te begeleiden in een positieve ontwikkelingsrichting. Dit gebeurt onder meer door middel van zinvolle dagbesteding (school of werk) en vrijetijdsbesteding. Ook kan via deze maatregel begeleiding geboden worden op het gebied van wonen, budgetteren, sociale vaardigheden en hulp bij verslavingsproblematiek en psychiatrische problematiek. 
Deze maatregel wordt opgelegd door de kinderrechter of het openbaar ministerie. De maatregel wordt opgelegd in combinatie met een voorwaardelijke straf (boete, taakstraf of jeugddetentie) of als voorwaarde tijdens een schorsing van de voorlopige hechtenis. Als de jongere zich niet aan de afspraken houdt, heeft dat invloed op de straf die zal worden opgelegd of de (voorwaardelijke) straf die al is opgelegd. De proeftijd voor minderjarigen is gesteld op twee jaar en de jeugdreclasseringsmaatregel wordt dan ook veelal voor de duur van die twee jaar opgelegd. Verlenging met één jaar is mogelijk. Jeugdreclassering opgelegd door het openbaar ministerie duurt maximaal zes maanden.

Toezicht en begeleiding in het vrijwillige kader

Vrijwillige maatregel van jeugdreclassering. Als de jongere en de ouders bereid zijn mee te werken, kan de jeugdreclassering hulpverlening in het vrijwillig kader opstarten met als doel te voorkomen dat de jongere opnieuw de fout ingaat (recidiveert) door hem/haar te begeleiden in een positieve ontwikkelingsrichting. Dit gebeurt onder meer door middel van zinvolle dagbesteding (school of werk) en vrijetijdsbesteding. Ook kan via deze maatregel begeleiding geboden worden op het gebied van wonen, budgetteren, sociale vaardigheden en hulp bij verslavingsproblematiek en psychiatrische problematiek. De maatregel kan worden aangevraagd door de Raad voor de Kinderbescherming. De jongere heeft de in verschillende situaties de mogelijkheid om gebruik te maken van de vrijwillige maatregel toezicht en begeleiding. Ten eerste kan dit na langdurige detentie, tijdens en na kortdurende detentie en na een maatregel tot plaatsing in een justitiële jeugdinrichting. In deze gevallen duurt de maatregel maximaal zes maanden en kan deze eenmaal met zes maanden worden verlengd op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming. Ten tweede kan dit in afwachting van de strafzitting. In dit geval eindigt de maatregel op de datum van de strafzitting of uiterlijk na zes maanden. De Raad voor de Kinderbescherming kan verzoeken om een verlenging. Ten derde kan dit tijdens en na een taakstraf. In dit geval duurt de maatregel tot maximaal zes maanden na beëindiging van de taakstraf. Formeel is deze reclasseringsmaatregel vrijwillig, maar de begeleiding door de jeugdreclasseerder is niet vrijblijvend. Bij onttrekking aan de begeleiding kan dit leiden tot een zwaardere straf.

Individuele trajectbegeleiding Harde Kern

De individuele trajectbegeleiding (ITB) Harde Kern is een intensief begeleidingstraject voor jongeren met structureel crimineel gedrag. ITB Harde Kern is een alternatief voor detentie. Als de jongere niet wil deelnemen aan dit traject of als de jongere zich in dit traject niet aan de afspraken houdt, dan volgt alsnog onvoorwaardelijke detentie.
ITB Harde Kern kan worden gezien als een sterk repressief traject met weinig bewegingsruimte voor de jongere. De jongere krijgt een strikt dagrooster, waar hij of zij zich van minuut tot minuut aan moet houden. Daarop wordt streng gecontroleerd. De jeugdreclassering werkt in deze maatregel intensief samen met de politie in een duidelijk omschreven taak- en rolverdeling. Daarnaast werkt de Jeugdreclassering ook intensief samen met gezin, school, vriendenkring en werkplek van de jongere en zet zich in om deze als steun voor de jongere te activeren. Binnen de maatregel kunnen ook programma's worden opgelegd zoals agressietraining, sociale vaardigheidstraining en een leer- en werktraject. 
ITB Harde Kern wordt opgelegd door de rechter. De maatregel heeft een duur van zes maanden en kan met 6 maanden worden verlengd. Na ITB Harde Kern krijgt de jongere begeleiding vanuit het gewone programma van jeugdreclassering.

Individuele trajectbegeleiding CRIEM

De individuele trajectbegeleiding CRIEM (Criminaliteit in Relatie tot Integratie van Etnische Minderheden) is een individueel begeleidingstraject voor jongeren met een migratieachtergrond die één of meer meerdere lichte delicten hebben gepleegd. Deze vorm van begeleiding wordt toegepast als een gebrekkige integratie van de jongere en/of diens ouders mogelijke factor is voor het plegen van criminaliteit. ITB CRIEM wordt gezien als preventief traject met als doel het bevorderen van de integratie, om te voorkomen dat de jongere terugvalt in crimineel gedrag. Wanneer de jongere zich niet aan de afspraken houdt, stopt de begeleiding en beslist de kinderrechter wat er met de jongere gaat gebeuren.
ITB CRIEM wordt opgelegd door de rechter of het openbaar ministerie. De maatregel heeft een duur van drie maanden en kan met drie maanden worden verlengd. Na ITB CRIEM krijgt de jongere begeleiding vanuit het gewone programma van jeugdreclassering.

Scholings- en trainingsprogramma’s

Scholing- en trainingsprogramma is een maatregel voor jongeren die een groot deel van hun detentiestraf hebben uitgezeten. De jongere krijgt dan begeleiding gedurende het proefverlof, met als doel re-integratie en resocialisatie in de maatschappij. Gedurende het scholings- en trainingsprogramma woont de jongere bij ouders of verzorgers thuis, of (zelfstandig) onder begeleiding. 
Aanvragen voor de deelname aan een scholings- en trainingsprogramma worden door de directeur van de Justitiële Jeugdinrichting schriftelijk ingediend bij de minister van Justitie en Veiligheid.
De maatregel heeft een duur van drie maanden waarbij in bijzondere gevallen voor een langere duur kan worden deelgenomen aan een scholings- en trainingsprogramma.

Gedragsbeïnvloedende maatregel

De gedragsbeïnvloedende maatregel is een maatregel bedoeld voor veelplegers met gedragsproblemen en voor jongeren met gedragsproblemen die voor het eerst een ernstig strafbaar feit hebben gepleegd. De maatregel heeft tot doel het gedrag van de jongere in positieve zin te beïnvloeden om recidive te voorkomen. De maatregel kan bestaan uit verschillende onderdelen, zoals een training of behandeling in sociale vaardigheden, een training of behandeling in het omgaan met boosheid of agressie, gesprekken met een gezinscoach, hulp bij het vinden van zinvolle dagbesteding, of een training om te leren van alcohol of drugs af te blijven. Wanneer de jongere zich niet aan de afspraken houdt, stopt de begeleiding en beslist de kinderrechter wat er met de jongere gaat gebeuren. De maatregel kan worden opgelegd door de rechter en duurt minimaal zes maanden en maximaal twaalf maanden. De maatregel kan eenmaal worden verlengd voor ten hoogste dezelfde tijd als waarvoor zij in eerste instantie was opgelegd.

Voorbereiding gedragsbeïnvloedende maatregel

Door de Gecertificeerde Instellingen uitgevoerde maatregelen met als doel de voorbereiding en de ondersteuning van de tenuitvoerlegging van de maatregel; het betreft een haalbaarheidsonderzoek.

Duur van een jeugdreclasseringsmaatregel

De duur van een jeugdreclasseringsmaatregel is de periode tussen de aanvangsdatum en de einddatum van de maatregel. De aanvangsdatum is de eerste dag waarop de jeugdreclasseringsmaatregel geldt. De datum is vastgelegd in het document waarin het besluit tot het inzetten van de maatregel is vastgelegd. Het gaat om de betekende beschikking die onherroepelijk is geworden. De einddatum is de laatste dag waarop de jeugdreclasseringsmaatregel geldt. De datum is vastgelegd in het document waarin het besluit tot het inzetten van de maatregel is vastgelegd. 

Herhaald beroep

Een jeugdbeschermingsmaatregel wordt als herhaald beroep gezien, als de desbetreffende jongere in het betreffende kalenderjaar of in de vijf daaraan voorafgaande kalenderjaren al een maatregel van hetzelfde type heeft ontvangen. De volgende typen maatregelen worden daarbij onderscheiden: ondertoezichtstelling (al dan niet voorlopig) en voogdij (al dan niet voorlopig of tijdelijk). Een voogdijmaatregel bij een jongere die eerder een ondertoezichtstelling had (en andersom), wordt niet als herhaald beroep gezien.
Een jeugdreclasseringsmaatregel wordt als herhaald beroep gezien als de desbetreffende jongere in het betreffende kalenderjaar of in de vijf daaraan voorafgaande kalenderjaren een jeugdreclasseringsmaatregel heeft ontvangen (ongeacht het type maatregel).
Als er bij de start van een nieuwe maatregel al een maatregel van hetzelfde type loopt bij de jongere, wordt de nieuwere maatregel niet gezien als herhaald beroep, maar als een aanvulling van of uitbreiding op de al lopende maatregel.