Herziening Materiaalmonitor 2016 en 2022

2. Gereviseerde cijfers

In dit hoofdstuk worden zowel doorgevoerde wijzigingen in brongegevens als verbeteringen in de methodiek besproken. In dit hoofdstuk wordt geen onderscheid gemaakt tussen wijzigingen in brongegevens of methodiek, omdat een bijstelling in brongegevens vaak ook gepaard gaat met een wijziging/verbetering in de methodiek. Bijvoorbeeld omdat nieuwe gegevens beschikbaar zijn of een nieuwe indeling gebruikt wordt. Wijzigingen in brongegevens en/of methodiek worden dan ook per onderwerp besproken.

2.1 Monetaire aanbod en gebruikstabellen

2.1.1 Algemene toelichting

De Materiaalmonitor is gebaseerd op een combinatie van monetaire en fysieke informatie. De monetaire gegevens vormen daarbij een essentiële basis voor het afleiden van materiaalstromen. Deze informatie is afkomstig uit de aanbod- en gebruiktabellen (AGT) van de nationale rekeningen.

2.1.2 Revisie Nationale Rekeningen

In het kader van de reguliere revisies van de nationale rekeningen (NR) zijn de aanbod- en gebruiktabellen (AGT) herzien vanaf verslagjaar 2021. De herzieningen zijn gebaseerd op nieuwe en verbeterde brongegevens, methodologische aanpassingen en actualisaties van ramingen. Voor een uitgebreide toelichting op de NR-revisie wordt verwezen naar de revisiepublicatie van de nationale rekeningen van het CBS (Revisiepublicatie nationale rekeningen, verslagjaar 2021 | CBS).

Als onderdeel van deze revisie is het basisjaar gewijzigd van 2016 naar 2022. De Materiaalmonitor voor 2016 is vervolgens opgebouwd door de reeks terug te leggen vanuit 2022. Hierbij is gebruikgemaakt van de teruggelegde AGT-reeksen voor de jaren 2016-2021, zodat een consistente tijdreeks is gewaarborgd.

2.1.3 Verbeteringen production abroad

Binnen de AGT worden naast fysieke handelsstromen ook andere economische transacties geregistreerd, waaronder veredeling en production abroad. Omdat deze stromen niet (volledig) fysiek door Nederland lopen, worden zij in de Materiaalmonitor gecorrigeerd. Voor de correctie van production abroad is een belangrijke methodologische verbetering doorgevoerd. Deze aanpassing sluit beter aan bij het doel van de Materiaalmonitor om uitsluitend die materiaalstromen in kaart te brengen die fysiek door de Nederlandse economie stromen.

Voorheen werd het aandeel production abroad per Materiaalmonitor-goederengroep gecorrigeerd met één factor. Deze factor werd proportioneel toegepast op het aanbod en gebruik van fysieke stromen binnen de AGT, waardoor stromen van en naar productieprocessen in het buitenland werden uitgesloten. Deze aanpak bleek echter niet altijd representatief, omdat production abroad in de praktijk vaak geconcentreerd is binnen specifieke bedrijfstakken. Door de correctie gelijkmatig over alle leverende en gebruikende bedrijfstakken toe te passen, werd de verdeling van de fysieke stromen onvoldoende realistisch weergegeven.

In de huidige methodiek wordt daarom gebruikgemaakt van detailinformatie over production abroad-stromen per goederengroep én per bedrijfstak. Op basis hiervan is een gerichtere correctie toegepast, die beter aansluit bij de feitelijke economische structuur en de onderliggende productieprocessen. Deze aanpak leidt tot een realistischere verdeling van de fysieke materiaalstromen over bedrijfstakken.

2.2 Internationale handel

2.2.1 Toelichting

Fysieke gegevens uit de internationale handelsdata (IH-data) worden direct gebruikt om fysieke  in- en uitvoerstromen in kaart te brengen. Daarnaast wordt de IH-data grotendeels ingezet voor het afleiden van prijsinformatie (euro per eenheid gewicht), die nodig is om monetaire stromen uit de aanbod- en gebruikstabellen om te zetten naar fysieke materiaalstromen.

2.2.2 Doorgevoerde verbeteringen

In 2021 is er een verbetering doorgevoerd in de registratie van handelsstromen. Als gevolg hiervan is er in de internationale handelsdata (IH-data) een trendbreuk ontstaan. Voor de verslagjaren vanaf 2021 wordt daarom de huidige IH-methodiek toegepast. Om een consistente tijdreeks te waarborgen, is deze trendbreuk voor eerdere verslagjaren, waaronder 2016, teruggelegd zodat de data aansluit bij de huidige meetmethode. Ten opzichte van de Materiaalmonitor vóór revisie kan deze aanpassing van de IH-methodiek voor een beperkt aantal goederengroepen hebben geleid tot significante bijstellingen.

De prijsinformatie is grotendeels gebaseerd op internationale handelsdata (IH-data). Daarbij worden invoerprijzen toegepast bij de omzetting van de gebruikstabel en uitvoerprijzen bij de omzetting van de aanbodtabel. Bij de afleiding van deze prijzen wordt de in- en uitvoer voor wederuitvoer nu expliciet gecorrigeerd, waar dit in de eerdere werkwijze niet gebeurde.Daarnaast wordt wederuitvoer in de huidige methodiek direct bepaald met de IH-data. In de eerdere werkwijze werd het aandeel wederuitvoer benaderd met een verhouding afgeleid uit monetaire gegevens uit de AGT.

2.3 Afvalcijfers

2.3.1 Inleiding

De afvalrekeningen zijn een belangrijke bron voor de Materiaalmonitor. In 2024-2025, voor verslagjaar 2022, zijn de afvalrekeningen gereviseerd om nieuwe inzichten, concepten en definities te kunnen doorvoeren. Tijdens de revisie van de Materiaalmonitor zijn de gereviseerde afvalrekeningen cijfers ingezet. Daarnaast zijn nog enkele methodeverbeteringen doorgevoerd. In paragraaf 2.3.2 zullen de belangrijkste veranderingen uit de afvalrekeningenrevisie worden genoemd.
De afvalcijfers in de Materiaalmonitor zijn uitgebreider dan de cijfers in de afvalrekeningen en er zijn conceptuele verschillen. De revisie van de afvalcijfers in de Materiaalmonitor die los staan van de afvalrekeningen worden in paragraaf 2.3.3 beschreven.

2.3.2 Revisie afvalrekeningen

Hieronder volgen enkele belangrijke aanpassingen die een relatief groot effect op de cijfers in de Materiaalmonitor hebben.

Handelscodes afval

De CN handelscodes die aan afval of secundaire producten zijn gerelateerd zijn onder de loep genomen en hier en daar aangepast. Het stond ter discussie of de houtpellets onder afval moeten vallen, maar uiteindelijk is er voor gekozen om dit toch te blijven doen. Voor textiel is er een handelscode (6309000) uitgehaald omdat het hier toch meer om tweedehandsgoederen leek te gaan dan om afval. 

Mest

Cijfers over mest worden nu apart gemaakt in de afvalrekeningen ten behoeve van de Materiaalmonitor. In de publicatie van de cijfers uit de afvalrekeningen wordt mest nog steeds samengenomen met “dierlijke en plantaardig” afval. Ook werd er sinds 2022 een nieuwe methode ingezet voor het berekenen van de mestcijfers, met de revisie zijn deze nieuwe cijfers ingezet. Tenslotte zijn de droge stof gehalten van mest aangepast aan de nieuwste inzichten.

Handel in slib

Slib dat gebruikt wordt voor de productie van cement is eruit gehaald omdat dit anno 2022 vooral in het buitenland gebeurt. Deze (kleine) hoeveelheid slib is niet bij de export opgevoerd omdat dit slib waarschijnlijk onder een andere CN goederencode al wordt meegenomen.

Aandeel metaal in afval

Er is opnieuw gekeken naar het aandeel ferro en non-ferro metaal in verschillende afvalcategorieën. Voor de categorieën “gemengd afval metaal”, “afgedankt materiaal” en “gemengd afval” zijn deze percentages aangepast naar de nieuwste inzichten.

2.3.3 Revisie afvalcijfers Materiaalmonitor

Hieronder wordt dieper ingegaan op bronnen of berekeningen waar na-revisie substantiële veranderingen hebben plaatsgevonden.

Voorbereiding tot recycling (VTR)

Een belangrijk verschil met de afvalrekeningen is dat in de Materiaalmonitor ook secundaire producten, die ontstaan bij de SBI 38.3 “Voorbereiding tot recycling (VTR)”, worden meegenomen. Echter, de brondata om de cijfers voor de VTR te maken is zo onbetrouwbaar geworden dat deze op dit moment niet meer in de Materiaalmonitor opgenomen kunnen worden. CBS werkt hard aan het verbeteren van deze cijfers maar eerste resultaten worden pas in 2027 verwacht.

Door het ontbreken van de VTR data is de MM op de volgende manier aangepast. Het gebruik van afval door de VTR en de productie van zowel afval(-van-afval) als secundaire grondstoffen zijn uit de Materiaalmonitor gehaald. 

De na-revisie situatie nu is dat het gebruik van afval voor recycling nu allemaal direct wordt toegewezen aan de bedrijfstak waar het afval uiteindelijk weer wordt ingezet. Hiervoor is een nieuwe verdeelsleutel bepaald. Voorheen kwam het gebruik van secundaire grondstoffen door een bedrijfstak dus uit zowel afval-categorieën als recycle-categorieën, terwijl nu alles uit de afval-categorieën komt.

Voor het bepalen van de indicator over de inzet secundair (CMUR) maakt deze nieuwe aanpak niet uit. De inzet van recyclede goederen wordt weliswaar nul maar dit wordt gecompenseerd door een toename van de inzet van afval.

Aanpassing toewijzing gebruik afval

Mede door bovenstaande aanpassingen van de VTR is er een nieuwe verdeling gemaakt voor de toewijzing van het afval dat gerecycled wordt aan de bedrijfstakken die dit afval als secundaire grondstof inzetten. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de AMICE database en de PS (productiestatistiek). 

Mest

Mest is als aparte afvalcategorie aan de Materiaalmonitor toegevoegd. Mest is afgesplitst van de afvalcategorie “Dierlijk en plantaardig” afval. Bij het aanbod van afval was het vrij gemakkelijk om de cijfers te maken. Bij het gebruik van afval moest een nieuwe toedeling aan bedrijfstak worden gemaakt voor mest dat niet in de landbouw wordt uitgereden (composteren, mestkorrels, etc.). Goede brondata ontbrak hiervoor dus de toedeling is grotendeels gebaseerd op een schatting. Overigens is voor de aanvoer van mest bij de landbouw ook een nieuwe verdeling gemaakt op basis van nieuwe inzichten uit de meststatistieken.

Afval-van-afval

In tegenstelling tot in de afvalrekeningen wordt in de Materiaalmonitor ook afval-van-afval meegenomen. Voor de revisie was dit vooral afval uit de SBI 37. Hieronder valt het verbrandingsafval dat vrijkomt uit afvalenergiecentrales (AECs, voorheen de AVI’s genoemd). Na de revisie is ook het afval dat vrijkomt bij de afvalbehandeling, namelijk “Afval van afvalbehandeling’ (EWC1)12.8) en het “Slib en vloeibaar afval van afvalbehandeling” (EWC 3.3) toegevoegd. Dit is onder andere het afval dat vrijkomt bij de SBI 38.3 (Voorbereiding Tot Recycling, VTR). 

Toedeling aan bedrijfstak

De toewijzing van de afvalcijfers aan bedrijfstakken is aanpast zodat de classificatie aansluit bij de na-revisie bedrijfstak-indeling. De uitsplitsing van bepaalde bedrijfstakken werd voor de revisie elk jaar hetzelfde gehouden. Na-revisie wordt deze op basis van de cijfers in AGT voor elk jaar opnieuw bepaald.

Wederuitvoer

De uitsplitsing van uitvoer naar uitvoer van Nederlands product en wederuitvoer was voor-revisie enkel bepaald voor het basisjaar (2015). De verhoudingen werden vervolgens voor alle jaren ingezet. Bij de na-revisie cijfers is een nieuwe verdeling gemaakt aan de hand van de afval-CN-codes uit de statistiek internationale handel in goederen (IHG). Enkele afvalsoorten, AR01 (chemie), AR14 (gemengd) en AR15 (slib), komen niet of nauwelijks voor in de IHG omdat deze geen monetaire waarde hebben. Deze afvalsoorten komen voor op de zogenaamde oranje lijst waar vooral gevaarlijk afval op staat.

Er zijn enkele basisregels die dienen ter controle van het resultaat. Per definitie kan de uitvoer van Nederlands product niet groter zijn dan de binnenlandse productie en kan de wederuitvoer niet groter kan zijn dan de invoer. 

Verdeling landbouw

De toewijzing van afval aan de verschillende landbouw bedrijfstakken is na-revisie aangepast op basis van nieuwe inzichten. Voor komende jaren kan deze nieuwe indeling gebruikt worden.

2.4 Energierekeningen en gerelateerde emissies en balansitems

2.4.1 Toelichting

De energierekeningen en de luchtemissierekeningen zijn cruciale bronnen voor de Materiaalmonitor. Ze leveren de goederengroepen die verband houden met energie, en de daaraan gerelateerde CO₂ uitstoot, evenals de balansitems zoals als H₂O en O₂. Deze bronnen worden op elkaar afgestemd, zodat de energie die per sector wordt gebruikt, overeenkomt met de CO₂ uitstoot en de balansitems en er een coherente balans ontstaat van de verbrandingsreactie. Dit proces is grotendeels geautomatiseerd.

2.4.2 Doorgevoerde verbeteringen

De verbeteringen die met de revisie zijn doorgevoerd hebben voornamelijk betrekking op de reeds doorgevoerde revisie van de energierekeningen. Het oude systeem, de PEFA-builder tool van Eurostat, is vervangen door een nieuw systeem waarin de brondata direct wordt ingezet. Hierdoor sluiten de energierekeningen beter aan bij de brondata en maken we minder gebruik van vaste verdeelsleutels vanuit Eurostat. De nieuwe cijfers uit de energierekeningen zijn voor het eerst tijdens deze revisie toegepast in de Materiaalmonitor, en de CO₂ uitstoot en de balansitems zijn hierop afgestemd.

2.5 Binnenlandse winning 

De gegevens over de binnenlandse winning van materialen zijn beperkt bijgesteld. Met name de monitoring met betrekking tot de winning van mineralen is de afgelopen jaren verbeterd. 

Voor de winning van zand en grind is in deze update gebruik gemaakt van nieuwe data in plaats van de eerdere raming op basis van productiegegevens uit Prodcom1). Concreet zijn enquêteresultaten van de provincies, het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) en Rijkswaterstaat (RWS) verwerkt, waarin het jaar van winning, het type en de hoeveelheid winning worden gemeld. Door deze directe informatie kunnen de volumes en typen van gewonnen zand en grind nu veel nauwkeuriger in kaart worden gebracht. 

2.6 Nauwkeurigere toewijzing goederengroepen aan MFA-categorie

Voorheen werd iedere goederengroep toegewezen aan één MFA -categorie3) (biomassa, metaal, mineraal, fossiel) op basis van de hoofdcomponent van de goederengroep. Bijvoorbeeld, een auto werd volledig toegewezen aan de categorie metaal. Bij de revisie is onderzocht of de toewijzing naar MFA-categorie kon worden verbeterd. Waar mogelijk worden goederengroepen nu verdeeld over meerdere MFA-categorieën. De inzichten hiervoor komen uit eerder onderzoek. Voor het aandeel biogrondstoffen zie de annex in het “Inventarisatie monitoring Biogrondstoffen”4). Dit leidt tot een nauwkeurigere toewijzing van goederen naar MFA-categorie en tot een bijstelling van de bijdrage van de MFA-categorieën aan bijvoorbeeld de materiaalinzet (DMI) en materiaalconsumptie (DMC). 

2.7 Verwijderen dubbeltellingen uit verschillende bronnen

In de Materiaalmonitor wordt informatie uit verschillende bronnen bij elkaar gezet. Zo komen onder andere cijfers uit de energierekeningen, de afvalrekeningen en de AGT bij elkaar. In sommige gevallen kan het voorkomen dat dezelfde cijfers in meerdere bronnen zitten en zo dubbel worden meegenomen in de Materiaalmonitor. Voor zover bekend waar de dubbeltellingen zitten is hiervoor gecorrigeerd. Een voorbeeld van een dubbeltelling is de inzet van houtafval voor energie opwekking. In 2023 is hierover een interne notitie uitgewerkt. In dit document staat beschreven hoe moet worden omgegaan met de verschillende dubbeltellingen rondom afval. Hout dat wordt verbrand voor energieopwekking wordt in de Materiaalmonitor meegenomen vanuit drie bronnen: de energierekeningen, de afvalrekeningen, afvalhout en de AGT (bosbouwproducten/verse houtblokken). Voor-revisie werd tijdens de inpassing deze dubbeltelling eruit gehaald door het hout dat verbrand wordt (gebruik biomassa bij de elektriciteitscentrales) uit de energierekeningen in mindering te brengen bij het gebruik van vast biomassa bij de elektriciteitscentrales. Een voordeel van deze aanpak is dat daardoor de totale hoeveelheid houtafval nog steeds uit de Materiaalmonitor te halen is. 

2.8 Materiaalstromen in de Sankey

Door de revisie zijn de cijfers in de Sankey-stroomdiagrammen ook aangepast. Tevens is de toedeling van biomassa aan de stromen op twee plaatsen gewijzigd.
Ten eerste heeft er een verschuiving plaatsgevonden tussen de biomassa die naar de voorraden gaat en de biomassa die naar het kortcyclisch gebruik stroomt. In de vorige versie van de Sankey werd de consumptie van gras door vee nog toegerekend aan de voorraden. Dit is nu gecorrigeerd door de consumptie van gras naar het kortcyclisch gebruik te laten stromen.

Ten tweede is bij de stroom van kortcyclisch naar afval nu het aanbod van biomassa-afval meegenomen, waarvan het waarschijnlijk is dat het merendeel niet afkomstig is uit de voorraden. Dit betreft het binnenlandse aanbod van plantaardig en dierlijk afval, dierlijke mest, gemengd afval en slib. Als gevolg van deze wijziging is de stroom van kortcyclisch naar afval aanzienlijk groter geworden, terwijl de stroom van de voorraden naar afval veel kleiner is geworden. Deze laatste stroom vertegenwoordigt namelijk de balans tussen de productie van afval en de input vanuit het kortcyclisch gebruik.

1)European Waste Catalogue-code
2)De Prodcom-statistiek bevat de industriële productie per product(categorie)
3) Material Flow Accounts
4) Inventarisatie monitoring biogrondstoffen | CBS