Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling 2023

4. Vergroting bereik Veilig Thuis

Het is van belang dat het bereik van Veilig Thuis als het advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling zo groot mogelijk is; iedereen met een vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling moet de weg naar Veilig Thuis zo snel mogelijk kunnen vinden. 

In dit hoofdstuk worden uitkomsten over het eerste halfjaar van 2023 getoond, op basis van het CBS onderzoek Beleidsinformatie Veilig Thuis. In deze periode hebben de Veilig Thuis organisaties 70 205 keer advies (en ondersteuning) gegeven. Dit is 6 procent meer dan in het eerste halfjaar van 2022. Daarnaast hebben de Veilig Thuis organisaties 64 430 meldingen ontvangen in het eerste halfjaar van 2023; dit is 7 procent meer dan in het eerste halfjaar van 2022.

4.1 Aantal gestarte adviezen en ontvangen meldingen bij Veilig Thuis
 Gestarte adviezen (Aantal)Ontvangen meldingen (Aantal)
1e halfjaar 20195314565075
2e halfjaar 20195454066730
1e halfjaar 20205857564505
2e halfjaar 20206347562910
1e halfjaar 20216754560880
2e halfjaar 20216662558500
1e halfjaar 20226621560040
2e halfjaar 20226788562970
1e halfjaar 2023*7020564430

In het eerste halfjaar van 2023 zijn 56 procent van de adviezen gegeven aan beroepsmatige adviesvragers, het aandeel van de politie hierin is zeer beperkt (4 procent; zie figuur 4.2). 43 procent van de adviezen is gegeven aan burgers.

4.2 Gestarte adviezen door Veilig Thuis naar organisatie adviesvrager
 1e halfjaar 2023* (%)1e halfjaar 2022 (%)1e halfjaar 2021 (%)
Preventieve basisvoorzieningen21,91,9
Huisarts2,42,32,2
Overig gezondheidszorg44,34,2
GGZ4,64,64,6
Kinderopvang1,61,41,2
Onderwijs9,98,98,6
Jeugdhulp/zorg7,67,77,4
Politie4,24,63,6
Justitie en veiligheid, exclusief politie2,32,63,4
Maatschappelijk werk6,76,46,6
Beroepsmatig overig10,511,410,7
Burger42,642,844,8
Onbekend1,61,10,9
1) Hieronder wordt verstaan: GGD, jeugdgezondheidszorg, verloskundigenpraktijk, kraamzorg, ambulance 2) Hieronder wordt verstaan: ziekenhuis, verzorgings- of verpleeghuis, gehandicaptenzorg

In het eerste halfjaar 2023 is het merendeel van de meldingen aan Veilig Thuis gedaan door de politie (66 procent; zie figuur 4.3a). Het aandeel meldingen van de politie is nagenoeg gelijk gebleven ten opzichte van het eerste halfjaar van 2022.

Figuur 4.3b toont het percentage meldingen door de overige soorten melders. De overige beroepsmatige melders nemen in het eerste halfjaar van 2023 26 procent van alle meldingen voor hun rekening, 8 procent van alle meldingen is gedaan door burgers. Een groot aantal professionals is op basis van de wet ‘Verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling’ verplicht om een stappenplan te doorlopen als hij of zij vermoedens heeft van huiselijk geweld of kindermishandeling11). Dit geldt voor professionals die werkzaam zijn in de sectoren gezondheidszorg, onderwijs, kinderopvang, maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp en justitie. 

4.3a Ontvangen meldingen Veilig Thuis gesplitst naar politie en overig
 Politie (%)Overig (%)
1e halfjaar 202164,235,8
1e halfjaar 202266,633,4
1e halfjaar 2023*66,233,8

4.3b Ontvangen meldingen Veilig Thuis naar organisatie melder 1)
 1e halfjaar 2023* (%)1e halfjaar 2022 (%)1e halfjaar 2021 (%)
Preventieve basisvoorzieningen3,53,63,5
Huisarts1,11,11
Overig gezondheidszorg3,63,83,7
GGZ1,61,61,7
Kinderopvang0,50,30,3
Onderwijs4,743,9
Jeugdhulp/zorg2,122,8
Justitie en veiligheid, exclusief politie1,21,21,1
Maatschappelijk werk2,42,42,2
Beroepsmatig overig5,155,9
Burger7,689,3
Onbekend0,50,40,4
1) Vanwege de leesbaarheid is het percentage meldingen van de politie niet opgenomen in de figuur. 2) Hieronder wordt verstaan: GGD, jeugdgezondheidszorg, verloskundigenpraktijken, kraamzorg, ambulance. 3) Hieronder wordt verstaan: ziekenhuis, verzorgings- of verpleeghuis, gehandicaptenzorg.
 

In de contacten met de adviesvrager c.q. melder vraagt Veilig Thuis ook hoe lang zij vermoeden dat het geweld of de mishandeling al duurt. Hierbij kan gekozen worden uit een aantal categorieën. De ervaring leert dat adviesvragers en melders dit soms een moeilijke vraag vinden en het eigenlijk niet weten. De Veilig Thuis medewerker probeert de adviesvrager/melder dan toch een categorie te laten kiezen, waarbij vaak gekozen wordt voor de kortste categorie (‘niet langer dan een week’) als men het écht niet weet. Daarnaast blijkt in de praktijk dat de duur van het geweld niet altijd bijgehouden wordt in de administraties van Veilig Thuis en dus onbekend blijft; deze gevallen zijn tevens opgenomen in de categorie ‘niet langer dan een week’. Dit kan resulteren in een overschatting van deze categorie. In figuren 4.4a en 4.4b is te zien wat de vermoedelijke duur van het geweld is bij de gestarte adviezen en de ontvangen meldingen. Bij de adviezen dacht 42 procent van de adviesvragers in het eerste halfjaar 2023 dat het geweld niet langer dan een week duurde. In het eerste halfjaar van 2020 was dat nog 29 procent. In 45 procent van de meldingen in het eerste halfjaar 2023 gaf de melder aan dat de duur van het geweld niet langer dan een week was. In het eerste halfjaar 2020 was dit nog 37 procent. Het is onbekend in hoeverre de hierboven geschetste knelpunten bij het vastleggen van de vermoedelijke duur van geweld een rol spelen bij deze toename bij zowel de meldingen als de adviezen.

4.4a (Vermoedelijke) duur van het geweld van gestarte adviezen
 Duur geweld: niet langer dan 1 week (aantal)Duur geweld: > 1 week, < 1 maand (aantal)Duur geweld: > 1 maand, < 6 maanden (aantal)Duur geweld: > 6 maanden, < 1 jaar (aantal)Duur geweld: > 1 jaar,< 5 jaar (aantal)Duur geweld: langer dan 5 jaar (aantal)
1e halfjaar 201916880551010550826087703175
1e halfjaar 202017025738512940922089753030
1e halfjaar 202123680848513305951093053265
1e halfjaar 202226685788012475801082352935
1e halfjaar 2023*29155893013315816578852760

4.4b (Vermoedelijke) duur van het geweld van ontvangen meldingen
 Duur geweld: niet langer dan 1 week (aantal)Duur geweld: > 1 week, < 1 maand (aantal)Duur geweld: > 1 maand, < 6 maanden (aantal)Duur geweld: > 6 maanden, < 1 jaar (aantal)Duur geweld: > 1 jaar,< 5 jaar (aantal)Duur geweld: langer dan 5 jaar (aantal)
1e halfjaar 20193127548609430727096602580
1e halfjaar 2020237206730117658780107952705
1e halfjaar 202124145717510565751589552525
1e halfjaar 20222746564059165646582052335
1e halfjaar 2023*29110738010690667081152470

Bij ontvangst van een melding schat Veilig Thuis als eerste de ernst van de melding in; dit is de zogeheten veiligheidstaxatie. In 38 procent van de ontvangen meldingen in het eerste halfjaar van 2023 betrof het een melding van acute en/of structureel onveilige casuïstiek; in het eerste halfjaar van 2022 was dit 41 procent. In de overige gevallen ging het bijvoorbeeld om een eenmalige onveilige situatie, een multi-problematische leefsituatie of waren er geen zorgen over de veiligheid. Het aantal meldingen waarbij geen zorgen waren over de veiligheid is in het eerste halfjaar 2023 met ruim 11 procent (415 meldingen) gestegen ten opzichte van de eerste helft van 2022.

Meldingen met acute en/of structureel onveilige casuïstiek 38% van de ontvangen meldingen betrof een melding van - acute onveilige casuïstiek - en/of structureel onveilige casuïstiek 62% - een eenmalige onveilige situatie - een multi-problematische leefsituatie - geen zorgen over de veiligheid O v e r i g e m e l d i n g e n van de ontvangen meldingen betroffen bijvoorbeeld Meldingen met acute en/of structureel onveilige casuïstiek 38% van de ontvangen meldingen betrof een melding van - acute onveilige casuïstiek - en/of structureel onveilige casuïstiek 62% - een eenmalige onveilige situatie - een multi-problematische leefsituatie - geen zorgen over de veiligheid O v e r i g e m e l d i n g e n van de ontvangen meldingen betroffen bijvoorbeeld

Op basis van de veiligheidstaxatie besluit Veilig Thuis of ze de vervolgstappen bij Veilig Thuis zelf beleggen, of dat ze de melding overdragen aan een lokale hulpverlenende instantie, die dan aan de slag gaat met de betrokkenen. Ook kijken ze of er al een hulpverlener betrokken is bij het gezin. In dat geval kijkt Veilig Thuis, samen met de hulpverlener, of deze de melding mee kan nemen in het hulptraject en of ondersteuning van Veilig Thuis hierbij nodig is. De vervolgstappen kunnen ook belegd worden bij het cliëntsysteem zelf óf er kan besloten worden dat in het geheel geen vervolgstappen nodig zijn. Ook kan het een nieuwe melding betreffen op een al lopende casus. In dat geval neemt Veilig Thuis de informatie uit de nieuwe melding mee in de lopende casus. 
Als de vervolgstappen bij Veilig Thuis zelf worden belegd zijn er twee mogelijkheden: de dienst ‘Onderzoek’ of de dienst ‘Voorwaarden en Vervolg’. De dienst ‘Onderzoek’ is gericht op het bevestigen of weerleggen van de gemelde vermoedens van huiselijk geweld en/of kindermishandeling en het vervolgens zo nodig vaststellen van veiligheidsvoorwaarden en inzetten van vervolghulp. De dienst ‘Voorwaarden en Vervolg’ is gericht op het organiseren van de directe veiligheid van de betrokkenen en het inzetten van vervolghulp.

Om een beeld te krijgen van de gekozen vervolgstappen, is gekeken naar alle casussen waarbinnen een veiligheidsbeoordeling is uitgevoerd en/of waarbinnen Veilig Thuis een dienst ‘Onderzoek’ of ‘Voorwaarden en Vervolg' is gestart in een bepaalde periode. In het eerste halfjaar van 2023 is in 76,6 procent van deze casussen besloten tot een directe overdracht (naar het lokale veld, een reeds betrokken hulpverlenende instantie, een multidisciplinair team of naar het cliëntsysteem zelf). In 11,5 procent is een dienst ‘Onderzoek’ gestart en in 14,6 procent een dienst ‘Voorwaarden en Vervolg’. Ten opzichte van het eerste halfjaar van 2022 is er iets vaker (2 procentpunt) een directe overdracht geweest en iets minder vaak (2 procentpunt) een dienst ‘Voorwaarden en Vervolg’ gestart.

4.5 Percentage casussen naar vervolgstap na veiligheidsbeoordeling
Categories11e halfjaar 2019 (%)1e halfjaar 2020 (%)1e halfjaar 2021 (%)1e halfjaar 2022 (%)1e halfjaar 2023* (%)
Overdracht buiten VT77,976,272,474,376,6
Onderzoek10,79,112,512,411,5
Voorwaarden en Vervolg14,416,918,116,314,6

11) Zie.