Sterfte in Nederland in 2024

2. Methode

Voor het bepalen van de levensfase zijn alle overledenen ingedeeld in leeftijdsgroepen van elk 20 jaar. De indeling in vijf groepen van 20 jaar is weliswaar tamelijk willekeurig, maar elk van deze levensfasen kenmerkt zich door verschillen in aantal overledenen en de belangrijkste oorzaak van hun overlijden. De leeftijd wordt bepaald op het moment van overlijden, zoals dat in de doodsoorzakenstatistieken van het CBS gebruikelijk is. Baby’s vormen een uitzondering op deze leeftijdsindeling omdat overlijdens in het eerste levensjaar vaak andere doodsoorzaken hebben dan overlijdens op latere leeftijd.

Bij elk overlijden wordt door een arts een doodsoorzakenformulier ingevuld. De vermelde doodsoorzaken worden bij het CBS vertaald in coderingen volgens de International Statistical Classification of Diseases and Related Health Problems (ICD-10). Deze codes worden vervolgens ten behoeve van de publicatie ingedikt tot achttien categorieën van belangrijkste doodsoorzaken. Sommige van deze categorieën kennen een nadere specificering op het tweede, derde of vierde niveau, bijvoorbeeld: Niet natuurlijke doodsoorzaken – Ongevallen – Vervoersongevallen – Wegverkeersongevallen.

Het is niet altijd mogelijk om de exacte doodsoorzaak vast te stellen. Deze gevallen worden gecodeerd als Symptomen, afwijkende klinische bevindingen en laboratoriumuitslagen, niet elders geclassificeerd; ICD-10-codes: R00-R99. Daarnaast waren er in 2024 7 972 overlijdens waarvan geen doodsoorzakenformulier beschikbaar is. In totaal waren er 13 489 overlijdens in 2024 die volgens een van beide redenen een onbekende doodsoorzaak hebben. Dat is 7,8 procent van alle sterfgevallen.

Naast het absolute aantal overlijdens wordt per leeftijdsgroep ook het gestandaardiseerde aantal weergegeven per 100 duizend inwoners. Het gestandaardiseerde aantal is gebaseerd op het aantal inwoners op 1 januari 2024 van dezelfde leeftijd.