Auteur: André Mares

De Nederlandse economie in 2019

Over deze publicatie

“De Nederlandse economie” is een reeks artikelen waarin actuele macro-economische fenomenen worden beschreven en geduid. De artikelen zijn grotendeels gebaseerd op de uitkomsten van de nationale rekeningen.

Samenvatting

De Nederlandse economie groeide in 2019 met 1,8 procent. Dat was wat minder sterk dan in voorgaande jaren. Net als in 2018 leunde de groei sterk op de consumptie en de investeringen in vaste activa. De Nederlandse economie deed het opnieuw beter dan die van de omringende landen.

Nog altijd had de bouwnijverheid van alle bedrijfstakken de grootste stijging van de toegevoegde waarde, maar die toename was wel een stuk lager dan in de voorgaande jaren. De vooruitzichten voor de bouw, een van de motoren achter de groei in de afgelopen jaren, zijn ook minder gunstig.

De groei van de economie was volledig toe te schrijven aan meer gewerkte uren. De arbeidsproductiviteit, de toegevoegde waarde per uur, was lager dan in 2018. Voor de arbeidsmarkt was 2019 weer een jaar van records. Zowel de cao-lonen als de consumentenprijzen stegen flink. De stijging van de cao-lonen was de hoogste na 2009 en die van de consumentenprijzen de hoogste na 2002. De overheid hield opnieuw geld over en de staatsschuld daalde verder tot ruim onder de 50 procent van het bbp.

Volgens de Conjunctuurklok van het CBS was er tot half maart 2020 nog sprake van hoogconjunctuur.

1. Inleiding

In dit artikel wordt de economische ontwikkeling van Nederland in 2019 beschreven op basis van de uitkomsten van de nationale rekeningen. Dit is het officiële boekhoudkundig systeem waarmee de huishouding van Nederland wordt berekend en gepubliceerd door het CBS. Waar nodig wordt deze informatie aangevuld met cijfers uit andere CBS-bronnen.Op deze manier ontstaat een compleet en samenhangend macro-economisch beeld van Nederland in 2019.

Allereerst zal de ontwikkeling van de Nederlandse economie in 2019 in grote lijnen worden geschetst aan de hand van het bbp en de bijdragen hieraan vanuit de verschillende bestedingscategorieën. Om de meest recente ontwikkeling van een context te voorzien,wordt deze afgezet tegen ontwikkelingen in eerdere jaren en ook tegen die van verschillende buitenlandse economieën.

Vervolgens wordt in de rest van het artikel dieper ingegaan op de verschillende uitkomsten van de nationale rekeningen, door deze per sector te behandelen. In paragraaf 4 wordt naar de prestaties van het bedrijfsleven gekeken, uitgedrukt in toegevoegde waarde,winsten en faillissementen. Dit wordt gevolgd door een analyse van een aantal belangrijke economische indicatoren voor huishoudens, zoals lonen en inkomen.

Tussen deze twee paragrafen in wordt de arbeidsmarkt behandeld, waar beide sectoren(bedrijven en huishoudens) elkaar treffen. Speciale aandacht is er voor de bouw. Door naast het aantal banen, werkzame personen en uitzendkrachten ook naar het aantal vacatures en werklozen te kijken, wordt een indruk verkregen van de krapte op de arbeidsmarkt.

De overheidsfinanciën komen vervolgens aan bod door middel van de EMU-schuld en het EMU–saldo. Het artikel wordt afgesloten met een doorkijkje naar het lopende jaar, 2020,op basis van de meest recente uitkomsten uit de Conjunctuurenquête.

2. Economische groei

De omvang van de Nederlandse economie, afgemeten aan het bbp, groeide in 2019 met 1,8 procent. Dat was wat minder sterk dan in de vier voorgaande jaren. In 2018 bedroeg de economische groei 2,6 procent.

2.0.1 Bruto binnenlands product
PeriodenVolume, t.o.v. zelfde periode vorig jaar
20012,3
20020,2
20030,2
20042
20052,1
20063,5
20073,8
20082,2
2009-3,7
20101,3
20111,6
2012-1
2013-0,1
20141,4
20152
20162,2
20172,9
20182,6
20191,8


Na 2013 is de Nederlandse economie zes jaar op rij gegroeid. Net als in 2018 was de economische groei in 2019 vooral toe te schrijven aan de investeringen in vaste activa, de export van diensten en de consumptie door huishoudens 1). Ook de wederuitvoer en de consumptie door de overheid droegen positief bij. Daarentegen was de bijdrage van de export van Nederlands product negatief.

2.0.2 Bbp en bestedingen
 2019 (%-volumeverandering t.o.v. jaar eerder)2018 (%-volumeverandering t.o.v. jaar eerder)
Bruto binnenlands product1,82,6
Invoer goederen en diensten3,13,3
Wederuitvoer6,33,6
Bruto investeringen in vaste activa5,33,2
Uitvoer diensten3,45,5
Consumptie overheid1,61,6
Consumptie huishoudens1,42,3
Uitvoer Nederlands product-2,42,7


In 2019 zijn de investeringen in vaste activa met 5,3 procent gegroeid. De groei was hoger dan in 2018, toen de investeringen met 3,2 procent groeiden. In 2019 werd vooral meer geïnvesteerd in personenauto’s en gebouwen. Ook de investeringen in woningen,infrastructuur, vliegtuigen en machines lagen hoger dan een jaar eerder. De groei van de investeringen in woningen was met 1,8 procent in 2019 wel een stuk lager dan in 2018, toen de investeringen in woningen met 7 procent groeiden.

De toegenomen investeringen vielen samen met een relatief hoge bezettingsgraad van machines en installaties in de industrie. De bezettingsgraad geeft aan in welke mate de machines en installaties worden gebruikt. De bezettingsgraad piekte medio 2018 en is sindsdien weinig meer veranderd.

2.0.3 Bezettingsgraad industrie, begin kwartaal
JaarKwartaalBezettingsgraad
201279,1
201277,8
201278,9
201279,5
201376,5
201375,5
201377,4
201379,7
201479,6
201480,2
201479,7
201480,2
201580,6
201581,8
201582,5
201582,6
201681,2
201681,6
201681,8
201682,2
201781,3
201782,9
201783,4
201783,3
201883,5
201883,6
201884,5
201884,1
2019 83,9
2019 84,3
2019 84,3
2019 84
2020 82,7


Het vertrouwen van de industriële producenten was in 2019 echter minder hoog dan in 2018, maar lag wel boven het langjarige gemiddelde. In tegenstelling tot in bijvoorbeeld Duitsland bleven de industriële ondernemers in Nederland gedurende vrijwel heel 2019 echter gematigd positief.

2.0.4 Producentenvertrouwen industrie, Europees geharmoniseerd en seizoengecorrigeerd
   DuitslandNederland
2014 1-3
20141-3
20142-2
20140-3
20141-2
20140-2
20141-1
2014-2-2
2014-3-1
2014-41
2014-31
2014-31
2015-3-1
2015-3-1
2015-1-1
2015-20
2015-21
2015-22
2015-11
2015-21
2015-12
2015-21
2015-22
2015-20
2016-41
2016-50
2016-50
2016-41
2016-31
2016-23
2016-23
2016-3-1
201600
201611
201601
201623
201723
201734
201744
201765
201773
201795
2017114
2017113
2017135
2017155
2017147
2017167
2018167
2018148
2018127
2018136
2018127
2018126
2018104
2018115
2018104
201884
201874
201845
2019 33
2019 23
2019 -23
2019 -53
2019 -52
2019 -100
2019 -131
2019 -112
2019 -161
2019 -161
2019 -160
2019 -170
2019
Bron: CBS, Europese Commissie


Consumenten hebben vorig jaar 1,4 procent meer besteed dan in 2018. De groei lag lager dan in de twee voorafgaande jaren, toen consumenten ruim 2 procent meer uitgaven dan een jaar eerder. Consumenten gaven in 2019 vooral meer uit aan woninginrichting, elektrische apparaten (audio, tv, computers, telefoons, huishoudelijke apparaten, etc.) en aan kleding. Aan personenauto’s hebben ze in 2019 minder besteed dan in 2018. Verder gaven consumenten meer uit aan diensten, zoals horeca, vervoer en communicatie. Uitgaven aan diensten maken ruim de helft van de totale binnenlandse consumptieve bestedingen uit.

In 2019 groeide de wederuitvoer het hardst van alle bestedingen, met 6,3 procent. Dat wil echter niet zeggen dat de wederuitvoer ook het meest heeft bijgedragen aan de bbp-groei van 1,8 procent. Wederuitvoer is namelijk de uitvoer van eerder ingevoerde vaak kant-en klare producten. Daaraan vinden slechts beperkte bewerkingen in Nederland plaats. In 2018 was het aandeel van de invoer in de wederuitvoer volgens input-outputanalyse ongeveer 86 procent. Dat aandeel is de laatste jaren redelijk constant. De resterende 14 procent van het volume van de wederuitvoer in 2019 droeg daadwerkelijk bij aan het bbp.

De uitvoer van Nederlandse producten kromp met 2,4 procent. Dat komt vooral doordat de uitvoer van elektrotechnische machines en apparaten (bijvoorbeeld consumentenelektronica) lager was dan in 2018. Daarentegen hebben Nederlandse bedrijven in 2019 wel meer machines en apparaten, chemische en aardolieproducten uitgevoerd dan een jaar eerder. De export van diensten ten slotte groeide met 3,4 procent.

In een groot deel van 2019 werd de groei van de import en export gedrukt door een bedrijf dat een deel van zijn activiteiten heeft verplaatst naar een ander land. Op het handelssaldo had dit nagenoeg geen effect.

De totale uitvoer van goederen groeide in 2019 met 2 procent minder hard dan in 2018 (3,2 procent). De afgezwakte uitvoergroei is in lijn met de krimp van de relevante wereldhandel.

De invoer van goederen en diensten groeide in 2019 met 3,1 procent harder dan de uitvoer van goederen en diensten (2,4 procent). Per saldo droegen de wederuitvoer en de export van diensten positief bij aan de economische groei, maar was de bijdrage van de export van Nederlands product negatief.

2.0.5 Uitvoer goederen en wereldhandelsvolume
   Uitvoer goederen (werkdagcorrigeerd)Wereldhandel (seizoengecorrigeerd)
200111,79,1
20015,46,0
20015,15,4
20013,43,3
20011,2-0,3
20014,71,2
20011,2-1,5
2001-0,5-2,9
2001-0,5-4,4
2001-3,7-4,3
2001-7,1-4,9
2001-5,8-6,4
2002-6,2-4,2
2002-1,8-1,9
20020,1-1,0
20020,21,5
20020,81,2
2002-0,63,3
20020,75,3
20020,75,0
20022,97,8
20023,56,1
20025,48,0
20021,57,9
20037,07,7
20033,96,1
20030,45,9
20032,84,6
20030,75,6
2003-0,23,2
20031,74,1
2003-1,22,7
20032,75,4
20035,87,3
20033,36,2
20033,49,9
20042,07,1
20042,19,6
20045,310,3
200410,011,0
20049,611,5
200413,313,7
200414,311,3
200414,212,1
200411,39,6
200410,68,6
200410,89,5
20049,38,5
20059,98,9
20058,96,3
20056,55,5
20057,97,5
20057,17,2
20053,05,9
20054,75,3
20056,87,6
20055,17,0
20054,27,1
20056,07,1
20058,18,5
20065,48,5
20067,310,1
200610,811,3
20067,18,5
20067,28,5
200611,79,2
20065,48,9
20069,38,8
20068,69,5
20067,58,6
20069,29,2
200610,07,0
20076,77,7
20075,67,0
20074,95,7
20073,45,9
20075,75,9
20074,35,7
20077,67,2
20076,16,8
20075,45,1
20075,56,0
20077,34,8
20071,54,0
20088,56,6
20086,65,4
20081,43,5
20085,94,7
20081,14,2
2008-1,52,3
20081,13,4
20080,51,6
20080,60,9
2008-0,2-1,1
2008-8,4-7,5
2008-9,5-13,0
2009-14,1-19,0
2009-13,4-18,4
2009-13,9-17,5
2009-17,1-17,9
2009-13,3-18,6
2009-13,1-15,9
2009-8,7-14,9
2009-10,6-14,3
2009-9,8-10,5
2009-6,2-8,0
2009-0,7-1,9
20091,67,3
20107,211,9
20107,413,3
201012,716,1
201013,615,3
201013,919,5
201012,918,0
201011,014,8
201012,215,1
20108,811,4
201010,611,4
20109,212,1
201011,39,1
201110,610,8
201110,08,7
20116,87,4
20118,55,9
20115,14,5
20115,22,7
20115,34,0
20114,84,7
20113,53,8
2011-1,62,1
20110,41,2
20114,71,4
20121,1-0,4
20120,71,1
20121,81,2
20122,71,0
20125,62,7
20123,72,6
20121,81,5
20122,60,4
20123,12,1
20127,41,1
20125,21,5
20122,71,6
20134,33,9
20132,62,1
20133,21,8
20130,33,8
20133,11,0
20133,50,7
20132,62,0
20132,92,6
20130,11,2
2013-0,13,4
20132,33,3
20130,92,6
20140,82,1
20143,52,8
20141,82,0
20143,62,1
2014-1,31,9
20143,72,9
20143,62,8
20140,62,2
20146,34,5
20143,33,2
20142,82,8
20145,84,3
20157,03,2
20154,63,4
20153,52,4
20155,42,0
20155,81,0
20154,92,7
20155,22,1
20156,72,1
20153,40,7
20155,61,4
20154,30,8
20154,00,9
20164,2-0,3
20163,51,4
20163,60,8
20165,41,5
20166,42,1
20162,41,7
20163,00,1
20163,02,1
20165,91,5
20163,30,5
20166,43,4
20165,33,6
20171,74,0
20176,72,2
20178,46,2
20170,83,6
20174,65,7
201710,84,5
20177,15,7
20177,34,7
20177,85,4
20176,94,5
20176,95,5
20176,25,2
20184,75,8
20184,65,3
20183,22,2
20186,84,3
20184,63,6
20180,33,7
20182,74,7
20183,94,0
20183,12,7
20183,35,6
20181,00,7
20180,4-1,1
2019 0,80,2
2019 0,9-0,2
2019 1,61,4
2019 0,60,1
2019 0,60,2
2019 1,3-1,6
2019 0,0-0,9
2019 3,5-0,8
2019 1,5-0,8
2019 5,5-1,9
2019 2,0-0,9
2019 4,30,4
Bron: CBS, CPB

 

 


1) In dit artikel gaat het om de sector huishoudens, inclusief instellingen zonder winstoogmerk werkzaam ten behoeve van huishoudens, zoals sportverenigingen en vakbonden.

3. Internationaal

Net als in 2018 groeide de Nederlandse economie in 2019 harder dan in de ons omringende landen (België, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk (VK)) en ook sterker dan gemiddeld in de Europese Unie.

3.0.1 Economische groei in de Europese Unie, de Verenigde Staten en China, 2019
LandGroei (%)
China6,1
VS2,3
EU281,5
Ierland5,5
Hongarije4,9
Malta4,4
Estland4,3
Polen4,1
Roemenië4,1
Litouwen3,9
Bulgarije3,4
Cyprus3,2
Kroatië2,9
Tsjechië2,4
Slovenië2,4
Luxemburg2,3
Slowakije2,3
Denemarken2,2
Letland2,2
Portugal2,2
Spanje2
Griekenland1,9
Nederland1,8
Oostenrijk1,6
België1,4
VK1,4
Frankrijk1,3
Zweden1,2
Finland1
Duitsland0,6
Italië0,3
Bron: CBS, Eurostat


De economieën van de Oost-Europese landen groeiden ook in 2019 over het algemeen harder dan die van West-Europese landen. De Chinese economie groeide weliswaar minder hard dan in eerdere jaren, maar in 2019 nog altijd met ruim 6 procent. De economie van de Verenigde Staten groeide met 2,3 procent in 2019 ook harder dan de Europese. In de meeste Europese economieën en de VS was de groei in 2019 ook minder sterk dan in voorgaande jaren.

Na 2013 is de Nederlandse economie zes jaar op rij gegroeid. In die zes jaar is de Nederlandse economie sterker gegroeid dan in de ons omringende landen. Nederland had echter een behoorlijke inhaalslag te maken. De Nederlandse economie zakte in de crisisjaren 2009-2013 verder weg dan de economieën van de ons omringende landen. In jaren van hoogconjunctuur groeit de Nederlandse economie harder dan in omringende landen,terwijl in jaren van laagconjunctuur de groei doorgaans sterker terugvalt (Hemmerlé, 2019). Vooral de hogere volatiliteit van de consumptie door huishoudens en de investeringen in woningen speelt hierin een rol. Dat hangt in belangrijke mate samen met de inrichting van het pensioenstelsel, de woningmarkt, het overheidsbeleid en de arbeidsmarkt in Nederland (De Kruijf en Jonkers, 2018).

3.0.2 Ontwikkeling bbp van Nederland en omringende landen (volume, seizoen- en werkdaggecorrigeerd)
   Frankrijk (2014=100)Duitsland (2014=100)België (2014=100)VK (2014=100)EU28 (2014=100)Nederland (2014=100)
2014 99,699,699,399,199,499,2
201499,899,599,699,799,799,8
2014100,3100100,3100,3100,2100
2014100,4100,9100,8100,9100,7100,9
2015100,8100,7101,3101,4101,5101,5
2015100,8101,3102102,1102101,9
2015101,2101,8102,2102,6102,5102,2
2015101,4102,2102,6103,3103,1102,2
2016102,1103102,8103,5103,6103,2
2016101,7103,6103,5104,1104103,4
2016102103,8103,7104,5104,5104,6
2016102,6104,2104,3105,2105,3105,5
2017103,5105,4105,1105,8106106
2017104,1106105,4106,1106,7106,9
2017104,8106,9105,5106,4107,5107,7
2017105,7107,7106,4106,9108,3108,5
2018105,9107,9106,6106,9108,6109,2
2018106,1108,3106,9107,5109,1109,9
2018106,4108,2107,1108,1109,5110,2
2018106,9108,4108108,3109,9110,8
2019 107,3108,9108109110,5111,3
2019 107,7108,7108,4108,9110,7111,7
2019 108108,9108,8109,5111,1112,2
2019 107,9108,9109,3109,5111,3112,6
Bron: CBS, Eurostat


Afgemeten aan het bruto binnenlands product per hoofd is Nederland een van de meest welvarende landen van Europa. In 2019 moest Nederland alleen Luxemburg, Ierland en Denemarken voor laten gaan.

3.0.3 Bbp per hoofd, EU
 2019 (duizend euro)
Luxemburg102,2
Ierland70,47
Denemarken53,37
Nederland46,82
Zweden46,18
Oostenrijk44,9
Finland43,48
Duitsland41,34
België41,24
VK37,76
Frankrijk36,06
EU2831,95
Italië29,61
Spanje26,42
Malta26,35
Cyprus24,92
Slovenië22,98
Estland21,16
Portugal20,66
Tsjechië20,61
Griekenland17,5
Litouwen17,31
Slowakijke17,27
Letland15,93
Hongarije14,72
Polen13,73
Roemenië11,44
Bulgarije8,68
Bron: CBS, Eurostat

3.1 Producentenvertrouwen Europa fors gedaald

In 2019 verslechterde de stemming onder industriële ondernemers in Europa aanzienlijk.Slechts in een paar landen, zoals Griekenland, nam het vertrouwen in 2019 toe. Het producentenvertrouwen geeft de opvatting weer van ondernemers in de industrie over de orderportefeuille, de voorraden gereed product en de verwachte productie. Vooral in het Verenigd Koninkrijk, maar ook in Duitsland is het vertrouwen van de ondernemers sterk gedaald. In Nederland bleef het vertrouwen behoorlijk op peil.

3.1.1 Producentenvertrouwen, EU (seizoengecorrigeerd, geharmoniseerd), december 2019
LandSaldo (verandering t.o.v. jaar eerder)
Griekenland7
Spanje0,8
Roemenië-0,1
Kroatië-1,3
Denemarken-1,8
Litouwen-3,3
Bulgarije-3,4
Cyprus-3,9
Portugal-4,3
Letland-4,5
Italië-4,6
Nederland-4,9
België-5,5
Luxemburg-5,6
Polen-6,3
Tsjechië-6,4
Frankrijk-6,5
Malta-7,3
Slowakije-8,2
Slovenië-9,8
Oostenrijk-10,4
Finland-10,9
Estland-16,4
Hongarije-17,4
Duitsland-20,7
Zweden-26,4
Ierland-27
Vk-29,7
Bron: CBS, Eurostat


Onze belangrijkste handelspartner, Duitsland, had veel last van het handelsconflict tussen China en de VS. Verder worstelde de Duitse auto-industrie in 2019 met de herziene emissienormen voor dieselvoertuigen en de overgang naar elektrisch rijden. Ook de onzekerheid rondom de brexit speelde een negatieve rol. De toegevoegde waarde van de Duitse industrie kromp in 2019 met 3,7 procent, waar de Nederlandse industrie nog een kleine groei van 0,8 procent had.

4. Bedrijfsleven

De groei van de Nederlandse economie is ook te meten via het bedrijfsleven. Alles wat in Nederland aan waarde wordt toegevoegd door middel van productie, telt op tot het bbp(plus het saldo van productgebonden belastingen en subsidies). Veruit de meeste toegevoegde waarde (het verschil tussen productie en verbruik van energie, materialen en diensten) is toe te schrijven aan het bedrijfsleven.

Net als het bbp groeide de toegevoegde waarde van het bedrijfsleven in 2019 met 1,8 procent. Met 4,8 procent was de groei van de bouwnijverheid opnieuw het sterkst. De woningbouw trok verder aan, maar groeide minder sterk dan in 2018. De bouw van bedrijfsgebouwen groeide daarentegen net zo sterk als een jaar eerder. Na de bouw was de groei van de specialistische zakelijke diensten (bijvoorbeeld advocaten-, ingenieurs- en reclamebureaus) het grootst.

Ook de toegevoegde waarde van de Nederlandse industrie groeide verder. De groei was echter met 0,8 procent een stuk kleiner dan in 2018 (4,7 procent). Vooral de productie van machines en apparaten lag hoger. Dit zijn ook producten die het goed deden in de export.De delfstoffenwinning daarentegen kromp opnieuw door het verder dichtdraaien van de gaskraan.

4.0.1 Toegevoegde waarde bedrijfstakken
Bedrijfstak2019 (%-volumeverandering t.o.v. jaar eerder)2018 (%-volumeverandering t.o.v. jaar eerder)
Bouwnijverheid4,87,7
Specialistische zakelijke diensten3,74,1
Informatie en communicatie3,53,9
Energie3,40,6
Handel33
Verhuur en handel van onroerend goed2,82,7
Cultuur, recreatie, overige diensten2,32,8
Overheid en zorg1,70,9
Verhuur en overige zakelijke diensten1,65,6
Horeca1,54,3
Landbouw, bosbouw en visserij0,8-2,5
Industrie0,84,7
Vervoer en opslag0,83,3
Water en afval-0,61,4
Financiële dienstverlening-1,4-1,4
Delfstoffenwinning-12,8-15

4.1 Groei bouwnijverheid vlakt af

De bouw was de afgelopen jaren steeds de sterkst groeiende bedrijfstak in Nederland. Dat was onder meer toe te schrijven aan de aantrekkende woningbouw. In 2019 kwam de groei van de bouwnijverheid uit op 4,8 procent. Dat is een stuk lager dan in de vier voorgaande jaren. In de loop van 2019 nam de groei van de toegevoegde waarde steeds verder af en sloeg in het vierde kwartaal om in een lichte krimp.

4.1.1 Toegevoegde waarde bouwnijverheid
JaarKwartaalVerandering (%-volumeverandering t.o.v. jaar eerder)
2012-10,9
2012-7,2
2012-6
2012-7,8
2013-10,8
2013-7,6
2013-5
20131
20145,6
20140,1
2014-1,2
20148,2
20157,6
201511,5
20157,9
20151
20169,1
20166,3
201610,7
20168,8
20177,2
20178,2
20176,6
20178
20185,9
201810,4
20186,8
20187,6
2019 9,7
2019 3,9
2019 6,3
2019 -0,4


Mogelijke oorzaken hiervoor waren een tekort aan personeel en de stikstofuitspraak van de Raad van State in mei, waardoor het moeilijker werd om vergunningen rond te krijgen voor nieuwe bouwprojecten. Ook voor de stikstofuitspraak daalde het aantal afgegeven vergunningen voor nieuwe woningen al. In 2019 werd voor ruim 57 duizend nieuw te bouwen woningen een vergunning afgegeven. Dat was 18 procent minder dan in 2018. Het aantal verleende vergunningen voor nieuwbouwwoningen is een indicator voor wat er in de nabije toekomst aan woningen gebouwd zal worden. De gemiddelde doorlooptijd vanaf vergunningverlening tot oplevering is circa twee jaar. Ook het aantal verleende vergunningen voor bedrijfsgebouwen was in 2019 lager dan in 2018.

4.1.2 Verleende bouwvergunningen voor woningen
   Bouwvergunningen woningenColumn1Column2
20122620
20123409
20123061
20122609
20124022
20123949
20125049
20122397
20123223
20123625
20122934
20122456
20131903
20132585
20131790
20132918
20132457
20131607
20132382
20131737
20131974
20133033
20132573
20132274
20142599
20142486
20142923
20143097
20143113
20142629
20144273
20142686
20145348
20144224
20143731
20144211
20154108
20157540
20156665
20156785
20154370
20154142
20153780
20152989
20153976
20153604
20153591
20154049
20163172
20163541
20164286
20163510
20164461
20164634
20164472
20163665
20165565
20166034
20164810
20165417
20174800
20174532
20177462
20175986
20175163
20174903
20176831
20175561
20177104
20176580
20175838
20174981
20184523
20186063
20186365
20184172
20184524
20186283
20185986
20184779
20186467
20189583
20185674
20185615
20194070
20193941
20195115
20195464
20193860
20194149
20195130
20192939
20195057
20196526
20195328
20195597
2020 3790
20204393


In 2019 werden bijna 71 duizend nieuwbouwwoningen opgeleverd. Dat is ruim 6 procent meer dan in 2018 en het hoogste aantal in tien jaar tijd.

4.1.3 Gereedgekomen nieuwbouwwoningen
Jaar Gereedgekomen
200074774
200177181
200271143
200364102
200469832
200571541
200677103
200785201
200884174
200987835
201060556
201162199
201248668
201349311
201445170
201548381
201654849
201762982
201866585
201970716


Het vertrouwen van de bouwondernemers nam na 2018 vijf kwartalen op rij af. De bouw was in het begin van het eerste kwartaal van 2020 nog wel steeds het meest positief van alle bedrijfstakken, maar in ruim een jaar tijd is dit vertrouwen meer dan gehalveerd.

Ondernemers in de bouw waren begin 2020 per saldo negatief over het economisch klimaat in de komende drie maanden. De kwesties die speelden rondom stikstof en PFAS hangen hier mogelijk mee samen. Ook verslechterde de verwachting over de toekomstige bedrijvigheid na het tweede kwartaal van 2019 sterk, maar was begin 2020 per saldo nog licht positief.

4.1.4 Verwachtingen van de ondernemers in de bouw, begin kwartaal
Jaar  Omzet komende drie maanden (saldo % positieve en % negatieve antwoorden)Economisch klimaat komende maanden (saldo % positieve en % negatieve antwoorden)
2012-30,8-44,7
2012-24,9-43,8
2012-41,7-52,7
2012-30-58,5
2013-36,4-58,3
2013-24,7-50,7
2013-15,6-41,9
2013-4,3-25,7
2014-21-12,9
20149,2-2,9
201451
20143,3-10,8
20154,4-4,4
201537,89,9
201521,414
201519,810,9
20169,818,4
201638,117,6
201634,423,2
201645,623,6
201725,926,5
201742,435,6
201740,230,3
201741,824,8
201833,522,6
201857,629,6
201847,622,7
201837,213,3
2019 25,14,2
2019 489,7
2019 27,1-1,7
2019 16,2-22,9
20201,4-15,7

4.2 Opnieuw recordwinsten voor niet-financiële bedrijven

Niet-financiële bedrijven behaalden in 2019 een brutowinst voor belasting van 264,2 miljard euro. Dat was 7,1 miljard euro meer dan in 2018, toen het vorige record werd gerealiseerd. Verder is de behaalde winst de hoogste sinds het begin van de metingen in 1995. De brutowinst voor belasting is winst waarover nog vennootschapsbelasting betaald moet worden. De toename van de winst in 2019 was volledig toe te schrijven aan de operationele winst in Nederland. De winsten van buitenlandse dochters bleven vrijwel gelijk. De financiële bedrijven realiseerden bijna 34 miljard euro winst. Dat is minder dan in 2018, toen de brutowinst bijna 36 miljard euro bedroeg.