Auteur: Annemieke Vermeulen
Ontwikkelingen rente Wlz-zorginstellingen 1995-2019

4. Lang krediet

In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de afgesloten rentepercentages bij de langlopende leningen voor de Wlz-zorginstellingen. In deze groep zijn de concerns met hoofdactiviteit ziekenhuiszorg en thuiszorg niet meegenomen. De rentepercentages zijn de werkelijke rentepercentages waarvoor zorgconcerns leningen hebben afgesloten. Deze zijn afkomstig uit het overzicht langlopende leningen uit de jaarrekeningen. In onderstaande figuren verwijzen de jaren naar de afsluitingsdata van de leningen (startdatum van de lening). Belangrijk daarbij op te merken is dat de figuren alleen gebaseerd zijn op leningen die zorgconcerns in 2019 in het overzicht langlopende leningen hebben beschreven. Dat zijn alle langlopende leningen inclusief de aflossingsverplichtingen van deze langlopende leningen. In de jaarrekening en DigiMV worden deze aflossingsverplichtingen van langlopende leningen onder de kortlopende leningen meegenomen.

4.1 Spreiding van rente lang krediet

De spreiding van de afgesloten rentepercentages wordt gegeven aan de hand van een set grenswaarden van de rentepercentages per jaar. Hierbij zijn de rentepercentages van de langlopende leningen van de zorginstellingen per jaar gesorteerd van laag naar hoog en vervolgens opgedeeld in 10 gelijke groepen of decielen. De grenswaarden zijn de hoogste waarden van het 1e, 2e, 8e en 9e deciel. Ter toelichting; de grenswaarde van het 8e deciel geeft de waarde aan waarbij 80 procent van de instellingen in dat jaar lager scoort en 20 procent van de instellingen hoger. Het gemiddelde betreft de ongewogen gemiddelde waarde van alle concerns in dat jaar, waarbij iedere individuele zorginstelling even zwaar meetelt. De mediaan (5e deciel) heeft als voordeel boven het gemiddelde dat deze ongevoelig is voor extreme waarden.

4.1.1 Spreiding van rente WLZ-zorgconcerns (excl. T) uit jaarrekeningen 2019
 Gemiddelde ongewogen rente (rentepercentage)1e deciel (rentepercentage)2e deciel (rentepercentage)Mediaan / 5e deciel (rentepercentage)8e deciel (rentepercentage)9e deciel (rentepercentage)
'953,531,391,703,404,347,15
'963,190,661,252,974,667,00
'973,630,591,303,456,356,80
'983,521,051,353,955,305,87
'993,701,102,044,335,155,50
'003,881,452,804,005,305,98
'013,761,952,713,845,245,70
'023,461,952,533,124,885,30
'033,241,362,063,304,634,83
'042,981,281,762,854,384,70
'052,690,941,272,803,804,25
'063,371,441,953,984,344,58
'073,911,732,524,604,884,98
'083,751,052,544,524,955,19
'093,660,562,134,424,855,06
'103,752,663,093,824,645,01
'113,942,503,253,984,845,09
'123,431,832,473,174,404,91
'133,091,672,183,163,924,53
'142,561,091,532,343,534,05
'152,180,841,242,003,053,64
'162,410,991,392,233,003,50
'172,550,541,252,153,005,41
'182,460,931,312,303,004,46
'191,890,230,651,842,653,44
Bron: CBS, Jaarrekeningen 2019.

4.1.2 Spreiding van rente WLZ-zorgconcerns (excl. T) uit jaarrekeningen 2019
 Gemiddelde ongewogen rente (rentepercentage)1e deciel (rentepercentage)2e deciel (rentepercentage)Mediaan / 5e deciel (rentepercentage)8e deciel (rentepercentage)9e deciel (rentepercentage)
'042,981,281,762,854,384,70
'052,690,941,272,803,804,25
'063,371,441,953,984,344,58
'073,911,732,524,604,884,98
'083,751,052,544,524,955,19
'093,660,562,134,424,855,06
'103,752,663,093,824,645,01
'113,942,503,253,984,845,09
'123,431,832,473,174,404,91
'133,091,672,183,163,924,53
'142,561,091,532,343,534,05
'152,180,841,242,003,053,64
'162,410,991,392,233,003,50
'172,550,541,252,153,005,41
'182,460,931,312,303,004,46
'191,890,230,651,842,653,44
Bron: CBS, Jaarrekeningen 2019.

In figuur 4.1.2 wordt op een recenter deel van de getoonde periode van figuur 4.1.1 ingezoomd. In deze bovenstaande figuren is duidelijk een grote spreiding tussen rentepercentages zichtbaar. Van 2010 tot en met 2016 was de spreiding lager. Vanaf 2016 neemt de spreiding weer toe. Zie de laatste kolom van tabel 7.3.1 van de tabellenbijlage met cijfers over het interdeciel, d.w.z. het verschil tussen 1e en 9e deciel. Voor leningen afgesloten in 2019 was de rente behorende bij de 1e decielgroep 0,23 procent en die bij de 9e decielgroep 3,44 procent.

4.2 Kapitaalmarktrente

4.2.1 Rente jongste tienjarige staatsleningen en 10-jaars IRS Euro
 Jongste tienjarige staatslening (rentepercentage)10-jaars IRS Euro (rentepercentage)Kort / 3-5 jaar (rentepercentage)Middellang / 5-8 jaar (rentepercentage)
'956,905,976,48
'966,154,845,63
'975,584,585,15
'984,624,164,41
'994,654,943,894,32
'005,415,805,115,30
'014,965,244,444,70
'024,894,994,234,60
'034,124,213,153,64
'044,094,17
'053,373,47
'063,784,01
'074,294,57
'084,234,50
'093,693,52
'102,993,00
'112,983,08
'121,931,91
'131,961,91
'141,451,38
'150,690,86
'160,290,52
'170,520,83
'180,580,96
'19-0,070,26
Bron: CBS, DNB, Wallich & Matthes, Zanders.

In figuur 4.2.1 is zichtbaar dat de kapitaalmarktrente, gemeten aan de hand van die van de jongste tienjarige staatslening, sinds 1995 met een hoge waarde van 6,90 procent gestaag is gedaald naar -0,07 procent in 2019. In de jaren rond 1995 lagen de rentes van de korte, middellange en de tienjarige staatsleningen relatief ver van elkaar. Rond het jaar 2000 komen deze wat meer bij elkaar te liggen. Naast de staatslening is ook het rentetarief van de 10-jaars Interest Swap Rate (IRS) gegeven. Deze tarieven liggen tot 2009 iets boven die van de 10-jarige staatslening, van 2009 tot 2013 lopen ze nagenoeg gelijk. Vanaf 2015 is de IRS weer iets hoger dan het rentepercentage van de 10-jarige staatslening.

4.3 Rente lang krediet naar sector

De mediane rente waarvoor zorginstellingen leningen hebben afgesloten ligt voor de jaren na 2003 dicht bij de kapitaalmarktrente van de jongste tienjarige staatslening. Van de leningen die voor 1997 zijn afgesloten liggen de door zorgconcerns overeengekomen rentepercentages ver onder de kapitaalmarktrente. In de jaren na 2006 wordt de afstand tussen de afgesloten rentepercentages en de kapitaalmarktrente steeds iets groter. Hierbij liggen de afgesloten rentepercentages boven de kapitaalmarktrente. Zie onderstaande figuren. In figuur 4.3.2 wordt ingezoomd op de jaren 2005–2019.

4.3.1 Mediane rente uit jaarrekeningen 2019, en kapitaalmarktrente
 Jongste tienjarige staatslening (rentepercentage)10-jaars IRS Euro (rentepercentage)GGZ (rentepercentage)GHZ (rentepercentage)V&V (rentepercentage)
'956,903,983,762,75
'966,153,472,752,95
'975,581,752,125,04
'984,623,582,084,55
'994,654,944,784,143,75
'005,415,802,803,884,46
'014,965,243,763,843,85
'024,894,993,093,053,46
'034,124,212,493,223,65
'044,094,174,172,602,86
'053,373,472,782,503,25
'063,784,013,673,664,01
'074,294,574,744,024,55
'084,234,504,764,444,18
'093,693,524,344,194,47
'102,993,003,513,823,96
'112,983,083,803,834,01
'121,931,913,213,083,20
'131,961,912,863,303,16
'141,451,381,742,462,70
'150,690,862,781,741,90
'160,290,522,152,112,28
'170,520,831,292,002,30
'180,580,961,522,302,30
'19-0,070,261,651,951,71
Bron: CBS, DNB, Wallich & Matthes, Zanders, Jaarrekeningen 2019.

4.3.2 Mediane rente uit jaarrekeningen 2019, en kapitaalmarktrente
 Jongste tienjarige staatslening (rentepercentage)10-jaars IRS Euro (rentepercentage)GGZ (rentepercentage)GHZ (rentepercentage)V&V (rentepercentage)
'044,094,174,172,602,86
'053,373,472,782,503,25
'063,784,013,673,664,01
'074,294,574,744,024,55
'084,234,504,764,444,18
'093,693,524,344,194,47
'102,993,003,513,823,96
'112,983,083,803,834,01
'121,931,913,213,083,20
'131,961,912,863,303,16
'141,451,381,742,462,70
'150,690,862,781,741,90
'160,290,522,152,112,28
'170,520,831,292,002,30
'180,580,961,522,302,30
'19-0,070,261,651,951,71
Bron: CBS, DNB, Wallich & Matthes, Zanders, Jaarrekeningen 2019.

Voor de jaren voor 1997 is een groot verschil zichtbaar tussen de werkelijk betaalde rente en de kapitaalmarktrente. Uit studie van enkele jaarrekeningen uit eerdere jaren (o.a. 2004 en 2005) komt naar voren dat na oprichting van het Waarborgfonds voor de zorgsector in 1999, zorginstellingen diverse leningen opnieuw met borging hebben afgesloten tegen een veel gunstiger rentepercentage. Vermoedelijk zijn de lage rentepercentages in vergelijking tot de kapitaalmarktrente na 1997 deels het gevolg van deze wijzigingen in de leningenportefeuilles door de zorgconcerns.

Overeenkomstig de kapitaalmarktrente is het mediane rentepercentage voor Wlz-zorginstellingen vanaf 2007 sterk gedaald. Het mediane rentepercentage voor de Wlz-zorginstellingen gezamenlijk bedraagt 1,84 procent in 2019. In de jaren 1995 tot en met 2016 is het mediane afgesloten rentepercentage over het algemeen het laagst bij de sector GHZ. De sector GGZ kent in de jaren 2017 tot en met 2019 het laagste mediane rentepercentage. Na een aantal jaren dicht bij elkaar gelegen te hebben, lijken de mediane rentepercentages voor de Wlz-zorginstellingen weer licht uit elkaar te lopen en vervolgens in 2019 weer dichter bij elkaar te komen.

4.4 Rente lang krediet naar grootteklasse totale bedrijfsopbrengsten

Ook is gekeken naar de relatie tussen de grootte van de bedrijfsopbrengsten van het zorgconcern en de rentepercentages van de afgesloten leningen. In figuren 4.4.1 en 4.4.2 is voor Wlz-zorginstellingen de mediane rente voor de jaren 1995–2019 respectievelijk de jaren 2005–2019 getoond. Hierbij zijn de concerns in vijf groepen verdeeld naar grootte van de totale bedrijfsopbrengsten.

4.4.1 Mediane rente WLZ-zorgconcerns (excl. T) uit jaarrekeningen 2019 naar grootteklasse van de totale bedrijfsopbrengsten, en kapitaalmarktrente
 Jongste tienjarige staats lening (rentepercentage)10-jaars IRS Euro (rentepercentage)Mediane rente bij WLZ-concerns met totaal bedrijfsopbrengsten tot 25 mln (rentepercentage)Mediane rente bij WLZ-concerns met totaal bedrijfsopbrengsten van 25 tot 50 mln (rentepercentage)Mediane rente bij WLZ-concerns met totaal bedrijfsopbrengsten van 50 tot 100 mln (rentepercentage)Mediane rente bij WLZ-concerns met totaal bedrijfsopbrengsten van 100 tot 150 mln (rentepercentage)Mediane rente bij WLZ-concerns met totaal bedrijfsopbrengsten van150 mln en meer (rentepercentage)
'956,901,351,284,075,263,32
'966,151,582,004,481,283,55
'975,584,574,443,733,832,46
'984,624,404,173,203,683,22
'994,654,942,943,723,293,714,27
'005,415,804,723,574,004,363,16
'014,965,244,103,693,554,683,59
'024,894,993,253,363,553,533,42
'034,124,214,423,523,263,562,94
'044,094,172,723,033,233,162,78
'053,373,472,593,362,142,762,81
'063,784,013,283,793,533,442,90
'074,294,573,523,413,844,483,94
'084,234,503,423,663,783,893,91
'093,693,523,993,793,324,163,46
'102,993,003,803,523,933,993,51
'112,983,083,653,754,033,884,03
'121,931,913,913,143,313,333,48
'131,961,913,433,352,703,102,96
'141,451,383,552,732,252,162,45
'150,690,862,911,931,902,402,06
'160,290,523,382,212,661,731,90
'170,520,833,002,411,821,852,59
'180,580,963,411,801,972,522,20
'19-0,070,262,652,111,520,911,48
Bron: CBS, DNB, Wallich & Matthes, Zanders, Jaarrekeningen 2019.

4.4.2 Mediane rente WLZ-zorgconcerns (excl. T) uit jaarrekeningen 2019 naar grootteklasse van de totale bedrijfsopbrengsten, en kapitaalmarktrente
 Jongste tienjarige staats lening (rentepercentage)10-jaars IRS Euro (rentepercentage)Mediane rente bij WLZ-concerns met totaal bedrijfsopbrengsten tot 25 mln (rentepercentage)Mediane rente bij WLZ-concerns met totaal bedrijfsopbrengsten van 25 tot 50 mln (rentepercentage)Mediane rente bij WLZ-concerns met totaal bedrijfsopbrengsten van 50 tot 100 mln (rentepercentage)Mediane rente bij WLZ-concerns met totaal bedrijfsopbrengsten van 100 tot 150 mln (rentepercentage)Mediane rente bij WLZ-concerns met totaal bedrijfsopbrengsten van150 mln en meer (rentepercentage)
'044,094,172,723,033,233,162,78
'053,373,472,593,362,142,762,81
'063,784,013,283,793,533,442,90
'074,294,573,523,413,844,483,94
'084,234,503,423,663,783,893,91
'093,693,523,993,793,324,163,46
'102,993,003,803,523,933,993,51
'112,983,083,653,754,033,884,03
'121,931,913,913,143,313,333,48
'131,961,913,433,352,703,102,96
'141,451,383,552,732,252,162,45
'150,690,862,911,931,902,402,06
'160,290,523,382,212,661,731,90
'170,520,833,002,411,821,852,59
'180,580,963,411,801,972,522,20
'19-0,070,262,652,111,520,911,48
Bron: CBS, DNB, Wallich & Matthes, Zanders, Jaarrekeningen 2019.

Uit de figuren volgt dat vanaf 2012 de kleine zorgconcerns, met bedrijfsopbrengsten kleiner dan 25 miljoen euro, hogere rentes hebben afgesloten dan de overige zorgconcerns.

4.5 Rente lang krediet naar looptijd van de lening

De gemiddelde rente van leningen met een looptijd van 5 tot 10 jaar bedraagt 2,44 procent voor Wlz-zorginstellingen, terwijl bij leningen met een looptijd van 40 jaar of hoger de gemiddelde rente gelijk is aan 3,55 procent. Opvallend is dat de gemiddelde rente voor leningen met een looptijd minder dan 5 jaar met 3,01 procent hoger is dan de gemiddelde rente van leningen met een looptijd van 10 tot 20 jaar. Bij bijna alle Wlz-zorginstellingen stijgt het rentepercentage mee met de lengte van de oorspronkelijke looptijd van de leningen. De uitzondering is de sector GHZ waar het gemiddelde rentepercentage van de leningen met een looptijd minder dan 5 jaar juist het hoogst is. Hierbij kan worden opgemerkt dat de begindatum van de huidige rentevaste periode van de lening meer bepalend lijkt voor het gemiddelde rentepercentage, dan de totale looptijd van de lening. De begindatum van de huidige rentevaste periode wordt door de meeste zorginstellingen echter niet toegevoegd aan het overzicht langlopende leningen in de jaarrekening en daarom is het niet mogelijk om deze gegevens toe te voegen aan tabel 4.5.1.

4.5.1a Rente en restschuld GGZ eind 2019 uit jaarrekeningen 2019 naar oorspronkelijke looptijd in jaren 1)
Gemiddelde ongewogen rente (%)Mediane rente (%)Restschuld eind 2019 (mln euro)Restschuld eind 2019 (%)
GGZtotaal3,10 3,10 1 347100,00
GGZminder dan 5 jaar1,88 1,52 382,82
GGZ5 tot 10 jaar2,29 1,84 473,49
GGZ10 tot 20 jaar2,66 2,70 25919,23
GGZ20 tot 30 jaar3,40 3,44 37627,91
GGZ30 tot 40 jaar3,27 3,42 44533,04
GGZ40 jaar en meer3,42 3,92 18013,36
GGZniet bekend2,72 2,15 20,15
Bron: Jaarrekeningen 2019.
1) Uitgezonderd leningen afgesloten voor 1995.

4.5.1b Rente en restschuld GHZ eind 2019 uit jaarrekeningen 2019 naar oorspronkelijke looptijd in jaren 1)
Gemiddelde ongewogen rente (%)Mediane rente (%)Restschuld eind 2019 (mln euro)Restschuld eind 2019 (%)
GHZtotaal2,88 2,83 2 304100,00
GHZminder dan 5 jaar4,65 4,50 0,00
GHZ5 tot 10 jaar2,52 2,14 321,39
GHZ10 tot 20 jaar2,72 2,51 65028,21
GHZ20 tot 30 jaar2,84 2,95 70430,56
GHZ30 tot 40 jaar3,11 3,09 68729,82
GHZ40 jaar en meer2,97 3,00 2299,94
GHZniet bekend2,04 2,00 10,04
Bron: Jaarrekeningen 2019.
1) Uitgezonderd leningen afgesloten voor 1995.

4.5.1c Rente en restschuld V&V eind 2019 uit jaarrekeningen 2019 naar oorspronkelijke looptijd in jaren 1)
Gemiddelde ongewogen rente (%)Mediane rente (%)Restschuld eind 2019 (mln euro)Restschuld eind 2019 (%)
V&Vtotaal3,25 3,17 4 342100,00
V&Vminder dan 5 jaar2,05 2,40 10,02
V&V5 tot 10 jaar2,45 2,30 741,70
V&V10 tot 20 jaar2,92 2,74 1 12625,93
V&V20 tot 30 jaar3,28 3,34 1 25828,97
V&V30 tot 40 jaar3,45 3,63 1 26529,13
V&V40 jaar en meer3,92 4,04 60914,03
V&Vniet bekend1,91 1,21 90,21
Bron: Jaarrekeningen 2019.
1) Uitgezonderd leningen afgesloten voor 1995.

4.5.1d Rente en restschuld Totaal WLZ eind 2019 uit jaarrekeningen 2019 naar oorspronkelijke looptijd in jaren 1)
Gemiddelde ongewogen rente (%)Mediane rente (%)Restschuld eind 2019 (mln euro)Restschuld eind 2019 (%)
Totaal WLZ2)totaal3,11 3,04 7 993100,00
Totaal WLZ2)minder dan 5 jaar3,01 2,84 390,49
Totaal WLZ2)5 tot 10 jaar2,44 2,22 1531,91
Totaal WLZ2)10 tot 20 jaar2,83 2,67 2 03625,47
Totaal WLZ2)20 tot 30 jaar3,16 3,14 2 33829,25
Totaal WLZ2)30 tot 40 jaar3,32 3,32 2 39729,99
Totaal WLZ2)40 jaar en meer3,55 3,73 1 01812,74
Totaal WLZ2)niet bekend2,12 2,00 120,15

Bron: Jaarrekeningen 2019.
1) Uitgezonderd leningen afgesloten voor 1995.
2) Exclusief T.

4.6 Rente lang krediet naar solvabiliteit, weerstandsvermogen en rentabiliteit

Met behulp van een regressieanalyse is gekeken of er een duidelijk verband is tussen een aantal variabelen van het zorgconcern en de rentepercentages waarvoor leningen zijn afgesloten. Bij iedere analyse is per sector de determinatie-coëfficiënt (R2) en de significantie bepaald. De R2 is de determinatie-coëfficiënt en geeft het percentage verklaarde variantie weer. Een R2 van 0,149 betekent dat 14,9 procent van de variantie in de rente wordt verklaard door de onderzochte variabele. Voor de significantie geldt dat wanneer de significantie onder de 0,05 blijft, verondersteld kan worden dat de uitkomst niet door toeval is ontstaan.

Regressieanalyses zijn uitgevoerd voor de volgende verklarende variabelen: solvabiliteit, weerstandsvermogen en rentabiliteit. Voor de meeste van de hiervoor genoemde variabelen geldt dat deze vooral van invloed kunnen zijn geweest voor leningen die in de laatste jaren zijn afgesloten. De analyse is uitgevoerd op alle in 2019 afgesloten leningen, omdat het effect naar verwachting daar het sterkst zal zijn. Maar ook zijn analyses uitgevoerd op alle leningen die in 2018 en 2019 zijn afgesloten. De solvabiliteit is bepaald als het totaal eigen vermogen gedeeld door het balanstotaal. Het weerstandsvermogen is bepaald als het totaal eigen vermogen gedeeld door de totale bedrijfsopbrengsten. De rentabiliteit is bepaald als het bedrijfsresultaat gedeeld door de totale bedrijfsopbrengsten.

4.6.1a Regressie-analyse naar effect van variabelen op werkelijke rente 2019 naar sector
Aantal leningenR2Significantie
ZKHSolvabiliteit890,026NS
ZKHWeerstandsvermogen890,046<0,05
ZKHRentabiliteit890,004NS
GGZSolvabiliteit190,140NS
GGZWeerstandsvermogen190,221<0,05
GGZRentabiliteit190,079NS
GHZSolvabiliteit610,071<0,05
GHZWeerstandsvermogen610,001NS
GHZRentabiliteit610,121<0,01
V&VSolvabiliteit820,006NS
V&VWeerstandsvermogen820,012NS
V&VRentabiliteit820,013NS
Bron: DNB, Jaarrekeningen 2019.
NS = Niet Significant.

4.6.1b Regressie-analyse naar effect van variabelen op werkelijke rente 2018 en 2019 naar sector
Aantal leningenR2Significantie
ZKHSolvabiliteit2090,009NS
ZKHWeerstandsvermogen2090,016NS
ZKHRentabiliteit2090,003NS
GGZSolvabiliteit350,228<0,01
GGZWeerstandsvermogen350,236<0,01
GGZRentabiliteit350,051NS
GHZSolvabiliteit1310,089<0,01
GHZWeerstandsvermogen1310,026NS
GHZRentabiliteit1310,067<0,01
V&VSolvabiliteit1670,008NS
V&VWeerstandsvermogen1670,023<0,05
V&VRentabiliteit1670,001NS
Bron: DNB, Jaarrekeningen 2019.
NS = Niet Significant.

Uit de resultaten van de analyse voor leningen afgesloten in zowel 2018 als 2019 volgt dat voor de sector V&V het weerstandsvermogen een klein maar significant effect heeft op de werkelijke rente. Bij de sector GHZ hadden de solvabiliteit en rentabiliteit een klein significant effect. Bij de sector GGZ hadden de solvabiliteit en het weerstandsvermogen een significant effect, waarbij het percentage verklaarde variantie hoger is dan 20 procent. Bij de sector ZKH had geen van de variabelen een significant effect.

Uit de resultaten van de analyse voor leningen afgesloten in 2019 volgt tevens dat voor de sector GHZ de solvabiliteit en rentabiliteit een klein significant effect hadden op de werkelijke rente. Bij de sectoren ZKH en GGZ had het weerstandsvermogen een significant effect, waarbij voor de sector GGZ het percentage verklaarde variantie wederom hoger is dan 20 procent. Bij de sector V&V had geen van de variabelen een significant effect.

4.7 Rentelasten lang krediet

Verschillende rentepercentages leiden bij gelijke restschulden tot verschillende rentelasten. Gekeken is naar de omvang van de rentelasten van langlopende leningen op basis van de werkelijke rente en op basis van de jongste tienjarige staatslening. Hiervoor zijn de restschulden van alle beschikbare leningen vermenigvuldigd met beide rentepercentages. In figuur 4.7.1 zijn van de beschikbare leningengegevens uit de jaarrekeningen de rentelasten zichtbaar per jaar van afsluiting. De totaalbedragen in deze figuur betreffen alleen leningen met een restschuld eind 2019 of die in 2019 zijn afgelost. De totalen zijn niet opgehoogd tot het populatietotaal uit de statistiek Zorginstellingen van het CBS. Zie daarvoor tabel 7.3.9 van de tabellenbijlage. De getrokken lijn in figuur 4.7.1 geeft het absolute verschil weer tussen berekende kosten op basis van de werkelijke rentepercentages uit de jaarrekeningen en op basis van de kapitaalmarktrente.

4.7.1 Rentelasten lang krediet: werkelijke rente WLZ-zorgconcerns (excl. T) uit jaarrekeningen 2019, en kapitaalmarktrente
 Verschil 1) (mln euro)Rentelasten met werkelijke rente uit jaarrekening (mln euro)Rentelasten met kapitaalmarktrente (mln euro)
'95-0,70,91,6
'96-1,62,33,9
'97-1,31,73,0
'98-1,01,92,8
'99-0,62,53,1
'00-1,12,43,5
'01-1,35,97,1
'02-1,34,35,6
'03-1,15,86,9
'04-1,54,96,5
'05-0,75,66,3
'06-0,69,29,8
'07-0,516,216,7
'08-1,417,819,2
'090,812,011,3
'107,227,420,2
'118,532,123,7
'1213,227,814,6
'139,523,514,0
'145,812,56,7
'1510,815,74,9
'169,310,71,5
'177,910,42,5
'187,810,62,8
'195,75,70,0
Bron: CBS, Jaarrekeningen 2019.
1) Rentelasten jaarrekeningen 2019 -/- Rentelasten kapitaalmarktrente.

Zoals ook uit de figuren van paragraaf 4.3 naar voren komt, liggen de door zorgconcerns overeengekomen rentepercentages van de leningen die voor 1997 zijn afgesloten onder de kapitaalmarktrente, hier te zien aan het negatieve verschil. In de jaren na 2006 liggen de afgesloten rentepercentages echter boven de kapitaalmarktrente, waardoor het verschil positief wordt. Vanaf 2009 loopt dit verschil op.

De totale rentekosten kennen een stijgende trend van 1995 t/m 2013, na 2013 nemen deze weer af. Vanaf 2009 zijn de rentelasten uit de jaarrekeningen ieder jaar hoger dan de rentelasten berekend met de kapitaalmarktrente. De V&V is over het algemeen de sector met de hoogste rentekosten, de GGZ de sector met de laagste rentekosten.

4.7.2 Procentueel verschil berekende rentelasten uit jaarrekeningen 2019 naar sector 1)
 GGZGHZV&V
'95-66,67-78,69-110,53
'96-58,06-76,92-85,19
'97-180,00-155,88-51,24
'98-25,00-154,84-30,92
'99-3,13-11,11-35,19
'00-94,44-39,29-44,58
'01-22,73-30,22-13,59
'02-54,55-33,33-25,00
'03-84,42-27,21-3,29
'04-15,32-88,52-25,78
'05-16,00-37,27-5,35
'067,50-34,97-0,69
'0710,92-18,16-1,31
'08-0,15-20,36-10,34
'0912,63-19,1811,71
'1017,2523,2229,01
'1127,4113,6133,57
'1240,7844,4852,22
'1339,6038,9041,56
'1441,0939,4250,06
'1572,1263,4870,07
'1685,7184,0187,25
'1763,4670,7778,69
'1874,1672,9773,55
'19100,00100,00100,00
Bron: CBS, DNB, Jaarrekeningen 2019.
1) (Rentelasten jaarrekeningen 2019 - Rentelasten kapitaalmarktrente) / Rentelasten jaarrekeningen 2019.

De niet opgehoogde rentelasten van langlopende leningen op basis van de werkelijke rente uit de jaarrekeningen 2019 over de jaren 1995 tot en met 2019 zijn gelijk aan 269,7 miljoen euro voor Wlz-zorginstellingen. Dat is hoger dan de berekende rentelasten op basis van de kapitaalmarktrente, ter hoogte van 198,3 miljoen euro. In het eerste rapport op basis van jaarrekeningen 2007 lagen de totale werkelijke rentelasten nog onder de totale rentelasten op basis van kapitaalmarktrente. Zoals ook volgt uit figuur 4.7.1 zijn sinds 2009 de werkelijke rentelasten ieder jaar groter dan de rentelasten op basis van kapitaalmarktrente. Dit resulteert nu in totaal hogere werkelijke rentelasten over de afgelopen 25 jaar in vergelijking tot de rentelasten op basis van de kapitaalmarktrente. Zie voor de berekende rentelasten per sector tabel 7.3.8 van de tabellenbijlage.