afbeelding van recyclen

Hoe gaan we naar een circulaire economie?

Om de Nederlandse economie draaiende te houden, hebben we allerlei grondstoffen nodig. Deze grondstoffen komen vaak uit het milieu. Denk aan natuurlijke hulpbronnen als hout en aardolie, die in binnen- en buitenland gewonnen worden om in Nederland gebruikt te worden om producten te maken. Na verwerking en consumptie belanden (delen van) deze materialen weer in het milieu. Bijvoorbeeld als uitstoot door verbranding, of als afval op de stortplaats. Veel van onze natuur- en milieuproblemen worden veroorzaakt door verspilling van grondstoffen, als gevolg van ons consumptiegedrag. De ongewenste afvalstoffen die hierdoor ontstaan putten de aarde uit en hebben een negatieve invloed op de kwaliteit van lucht, water en bodem.

Door een groeiende bevolking en een toenemende welvaart in de wereld leggen steeds meer mensen en economieën een claim op grondstoffen, waardoor de prijzen stijgen en ook tekorten ontstaan. In een circulaire economie wordt kritisch nagedacht over het gebruik van grondstoffen. Doel is om zo min mogelijk grondstoffen te gebruiken, en waar grondstoffen echt nodig zijn om deze zo te gebruiken dat ze zo min mogelijk verspilling opleveren. Er zijn verschillende strategieën om dit te realiseren. Naast hergebruik van producten kun je denken aan reparatie, opknappen, hergebruik van productonderdelen, oude producten een nieuw gebruiksdoel geven en als laatste alternatieven recyclen van grondstoffen of verbranden/storten. Hoe hoger op de R-ladder, hoe meer grondstoffen bespaard kunnen worden.

Circulaire economie / R-ladder R3 Reuse R4 Repair, refurbish, remanufacturing en repurpose R5 Recycle R6 Recover energy Storten (landfill) In een circulaire economie wordt dit vermeden Use R2 Reduce R1 Refuse en Rethink bron: PBL, 2018Circulaire economie / R-ladder R3 ReuseR4 Repair,refurbish,remanufacturingen repurposeR5 RecycleR6 RecoverenergyStorten (landfill)In een circulaire economiewordt dit vermedenUseR2 ReduceR1 Refuseen Rethinkbron: PBL, 2018

Door de omslag te maken naar een circulaire economie worden grondstoffen optimaal gebruikt en hergebruikt, worden de negatieve effecten naar het milieu verkleind en wordt Nederland minder afhankelijk van de steeds schaarser wordende grondstoffen. Dit biedt ook kansen voor bedrijven: nieuwe markten, meer samenwerking en minder grondstoffenverbruik.

Het CBS monitort samen met andere kennisinstellingen de voortgang van Nederland richting een circulaire economie (zie de ICER), via onder andere de materiaalstroom- en afvalrekeningen.

Materiaalmonitor

Om weer te geven hoe grondstoffen zich van en naar de Nederlandse economie bewegen, stelt het CBS jaarlijks de Materiaalmonitor en de materiaalstroomrekeningen samen. Hierin staan de gegevens over de materialen die aan de productiekant van de Nederlandse economie binnenkomen en haar weer verlaten. Naast de directe winning van grondstoffen uit het milieu, horen hier dus ook de import en export van producten bij. Deze producten kunnen ruwe grondstoffen, halffabricaten of eindproducten zijn. Er wordt hierbij ook onderscheid gemaakt tussen verschillende typen materialen: biomassa, metalen, mineralen en fossiele energiedragers.

De Materiaalmonitor maakt de fysieke materiaalstromen inzichtelijk. Dat wil zeggen, de hoeveelheid materialen in miljarden kilo’s die rondgaan in de Nederlandse economie. De ontwikkeling hiervan door de tijd heen kan inzicht geven in de mate waarin de Nederlandse economie zich ontwikkelt naar een circulaire economie. Zo kan uit de gegevens van de materiaalstroomrekeningen de directe Nederlandse materiaalconsumptie (winning + import - export) berekend worden, op een manier die consistent is met de definities uit de nationale rekeningen. In combinatie met het bruto nationaal product worden ze gebruikt om een idee te krijgen hoe efficiënt we materialen gebruiken.

De materiaalstroomrekeningen zijn een onderdeel van de Europese milieurekeningen en worden jaarlijks gerapporteerd aan Eurostat. Daarnaast worden de gegevens ook gepubliceerd op StatLine en vormen ze de bron voor publicaties over circulaire economie en voor het berekenen van grondstofvoetafdrukken. Voor het samenstellen van de materiaalstroomrekeningen worden onder andere CBS-statistieken over de internationale handel en de landbouw en visserij gebruikt.

Materiaalstromen in Nederland, miljard kilo, 2020Import (excl afval) 374 Import van afval 22 Wederuitvoer 131 93 Verwerkte materialen Binnenlandse winning 409 Export 310 Verlies 110 Energetisch verbruik 61 Materiaalgebruik 168 Voorraden Afval 60 Recycling 50 Kortcyclische producten 47 Biomassa Fossiel Metaal MineraalImport (excl afval)374Import van afval22Wederuitvoer13193Verwerkte materialenBinnenlandsewinning409Export310Verlies110Energetisch verbruik61Materiaalgebruik168VoorradenAfval60Recycling50Kortcyclische producten47Materiaalstromen in Nederland, miljard kilo, 2020BiomassaFossielMetaalMineraal

Afvalrekeningen

Om ook een beeld te krijgen van wat er met het overgebleven afval en met reststoffen gebeurt, stelt het CBS – als onderdeel van de milieurekeningen – tweejaarlijks de afvalrekeningen samen. De afvalrekeningen bestaan uit een balans met gegevens over waar het vaste afval en de reststoffen in Nederland vandaan komen (herkomst) en waar ze naar toe gaan (bestemming). In de afvalrekeningen zijn de stromen van 16 verschillende stoffen te volgen. Bij de herkomst wordt onderscheid gemaakt tussen huishoudens, de verschillende sectoren van de Nederlandse economie en het buitenland. Bij de bestemming kijken we naar de afvalverwerkingsmethoden in Nederland – hergebruik, verbranden en storten/lozen – en de export van afval.

Zoals de term ‘balans’ suggereert, is de totale herkomst (productie plus import) altijd gelijk aan de totale bestemming (Nederlandse verwerking plus export). Om dit te bewerkstelligen worden cijfers over de verwerking van al het in Nederland vrijgekomen afval omgezet naar de hoeveelheid afval die in Nederland wordt verwerkt. We nemen dan dus ook de verwerking van geïmporteerd afval mee. Ook worden de overgebleven verschillen tussen de herkomst en bestemming weggewerkt. Door deze aanpassingen en de ruim gehanteerde afvaldefinitie, wijken cijfers uit de afvalrekeningen in een aantal gevallen af van de afvalcijfers die elders worden gepubliceerd.

De afvalrekeningen vormen een gebalanceerd en geïntegreerd geheel, met cijfers die consistent zijn in de tijd. Voor kwaliteitsdoeleinden worden de resultaten steevast vergeleken met afvaldata die elders gepubliceerd worden. De afvalrekeningen worden gepubliceerd op StatLine en opgenomen in publicaties over milieurekeningen. Ze worden ook gebruikt in publicaties over de circulaire economie, om inzicht te geven in met name recycling en de toepassing van de verschillende strategieën. Voor het samenstellen van de afvalrekeningen wordt gebruik gemaakt van de afvaldatabase van Rijkswaterstaat (RWS), waarin gegevens zijn samengebracht uit een aantal CBS-afvalstatistieken en andere registraties en onderzoeken. Daarnaast worden internationale handelsstatistieken gebruikt voor de cijfers over de in- en uitvoer van niet-gevaarlijk afval.

Ontwikkeling afvalverwerking Nederland
 Hergebruik (1990 = 100)Verbranding (1990 = 100)Storten en lozen (1990 = 100)
1990100100100
199211010481
199411611265
199613214651
199814817542
200016117731
200216120025
200415120611
200615322320
200816625613
201015327010
20121652739
201416429010
20161612919
201816528410
2020*1573099

Grondstoffenvoetafdruk

Omdat we veel producten consumeren die in het buitenland gemaakt worden, is het belangrijk om ook naar de materiaalstromen aan de consumptiekant van de economie te kijken. Wanneer we meer consumptiegoederen importeren kan het lijken alsof het materiaalgebruik vermindert, terwijl er in werkelijkheid slechts sprake is van een verplaatsing van de productie en het bijbehorende materiaalgebruik. Om ook de milieu-impact mee te nemen die we als het ware exporteren, omdat die plaatsvindt ten behoeve van de Nederlandse economie, werkt het CBS aan een consistente en consequente meting van de zogenaamde grondstofvoetafdruk.

De grondstofvoetafdruk geeft een indicatie van de hoeveelheid ruwe grondstoffen die wereldwijd gewonnen worden om aan de Nederlandse finale vraag, zowel consumptie als investeringen, te voldoen. In Nederland gewonnen grondstoffen die ingezet worden voor de productie van goederen en diensten die bestemd zijn voor het buitenland (uitvoer) zitten dus niet in de Nederlandse voetafdruk.

De grondstofvoetafdruk wordt berekend op basis van het door Eurostat ontwikkelde concept van RME (raw materials equivalent). Omdat het CBS daarvoor afhankelijk is van internationaal beschikbare data is er sprake van grotere onzekerheid van de resultaten dan voor andere statistieken. Toch is het belangrijk om ook deze kant van het verhaal te meten.

Grondstoffenvoetafdruk
RMCBiomassa (x 1 000 kg per inwoner **)Metalen (x 1 000 kg per inwoner **)Mineralen (excl. metalen) (x 1 000 kg per inwoner **)Fossiele energiedragers (x 1 000 kg per inwoner **)
20102,51,73,13,6
2011
20122,30,72,43,4
2013
20142,21,12,32,8
2015
20161,81,32,12,7
20172,41,21,42,7
20182,21,72,12,8
20192,21,41,92,6
20202,01,31,82,2
* voorlopige cijfers ** gegevens ontbreken voor 2011, 2013 en 2015