Welke sectoren stoten broeikasgassen uit?

Welke sectoren stoten broeikasgassen uit?

In 2021 werd van de totale hoeveelheid broeikasgassen 32 procent door de industrie uitgestoten, 19 procent door de sector elektriciteit, 18 procent door de sector mobiliteit (binnenlands verkeer en vervoer), 16 procent door de landbouw en 15 procent door de gebouwde omgeving (vanwege het stoken van aardgas voor ruimteverwarming). Dit zijn de vijf sectoren die onderscheiden worden in het op 28 juni 2019 gepresenteerde Klimaatakkoord.

Uitstoot broeikasgassen naar sector
 Industrie (megaton CO2-equivalent)Elektriciteit (megaton CO2-equivalent)Mobiliteit (megaton CO2-equivalent)Landbouw (megaton CO2-equivalent)Gebouwde omgeving (megaton CO2-equivalent)
199086,439,632,233,130,0
199187,740,132,734,434,2
199288,940,634,134,231,5
199385,241,935,234,333,3
199486,145,734,632,831,1
199581,447,835,232,833,2
199684,048,336,633,438,6
199783,648,536,531,132,8
199883,650,237,330,331,3
199975,747,238,029,529,7
200074,048,437,928,529,7
200170,051,938,227,931,5
200269,253,038,626,130,3
200368,053,739,025,931,4
200468,154,939,525,931,1
200566,352,139,826,129,3
200664,847,940,625,729,5
200764,150,639,626,426,3
200860,250,039,927,629,4
200956,249,938,327,529,4
201059,152,039,029,234,0
201157,947,838,927,826,6
201256,644,837,027,528,8
201356,144,936,227,830,0
201454,948,634,226,522,9
201554,653,134,527,524,4
201655,252,034,727,725,1
201756,248,335,227,924,6
201855,044,635,727,624,3
201954,141,535,127,523,2
202053,332,730,627,121,8
202153,232,730,527,124,5
Bron: CBS, RIVM/Emissieregistratie

Totaal

In 2021 werd 53 megaton CO2-equivalent minder aan broeikasgassen uitgestoten dan in 1990, en 2 megaton CO2-equivalent meer dan in 2020 door een toename bij sector gebouwde omgeving. Vooral de industriële uitstoot is in de afgelopen 31 jaar sterk naar beneden gegaan, met 33 megaton CO2-equivalent. Bij gebouwde omgeving nam het vanaf 1990 met 5 megaton CO2-equivalent af en bij landbouw met 6 megaton CO2-equivalent.

Bij de sectoren elektriciteit en mobiliteit was de uitstoot in 2021 ongeveer gelijk aan die van 2020, maar flink minder dan in 2019. De uitstoot in 2021 is bij elektriciteit 7 megaton CO2-equivalent lager dan 31 jaar eerder en bij mobiliteit 2 megaton CO2-equivalent lager. In 2019 was de broeikasgasuitstoot voor beide sectoren nog iets groter dan die in 1990, maar dit veranderde door de sterke daling in 2020.

Naast koolstofdioxide (CO2) worden ook andere broeikasgassen meegeteld. Dit zijn lachgas (N2O, distikstofoxide), methaan (CH4) en fluorhoudende gassen (F-gassen). Eén megaton CO2-equivalent staat gelijk aan de broeikasgaswerking van de uitstoot van één megaton koolstofdioxide (= 1 miljard kilogram CO2). De uitstoot van 1 megaton lachgas staat gelijk aan 265 megaton CO2-equivalent en de uitstoot van 1 megaton methaan aan 28 megaton CO2-equivalent. Het effect van F-gassen is flink groter. Bijvoorbeeld, 1 megaton zwavelhexafluoride (SF6) staat gelijk aan 23,5 duizend megaton CO2-equivalent.

Door nieuwe IPCC-voorschriften gelden deze omrekenfactoren vanaf midden september 2022. Tot dit omschakelmoment werden 298, 25 en 22,8 duizend als omrekenfactor gebruikt voor respectievelijk lachgas, methaan en zwavelhexafluoride.

Uitstoot broeikasgassen door sector Industrie
 Chemische industrie (CO2) (megaton CO2-equivalent)Aardolie-industrie (CO2) (megaton CO2-equivalent)Basismetaalindustrie (CO2) (megaton CO2-equivalent)Overige industrie (CO2) (megaton CO2-equivalent)Afvalstortplaatsen (methaan) (megaton CO2-equivalent)Lachgas, F-gassen en overig methaan (megaton CO2-equivalent)
199021,511,07,514,315,316,7
199123,311,17,614,715,315,7
199224,810,47,214,815,016,6
199319,111,57,614,814,617,7
199418,611,38,614,514,119,0
199516,611,67,814,013,418,1
199616,911,87,814,612,920,0
199716,612,07,714,812,520,0
199816,512,47,215,012,020,6
199916,011,86,615,211,015,0
200015,712,46,415,210,314,1
200115,212,76,514,89,711,1
200215,611,76,714,89,211,2
200316,112,27,114,58,69,5
200416,012,27,214,78,29,7
200515,712,47,214,96,59,5
200616,311,67,114,46,09,5
200716,811,67,314,35,68,5
200816,511,87,314,05,25,3
200915,610,86,113,65,05,3
201017,610,66,914,04,65,4
201116,910,87,013,84,35,1
201217,010,56,413,64,15,0
201316,910,36,613,53,85,1
201416,510,76,213,43,64,7
201515,711,06,813,03,34,8
201617,210,66,613,23,14,5
201718,010,07,213,62,94,5
201818,010,16,913,12,84,0
201917,411,06,712,32,74,1
202018,910,26,111,92,53,8
202118,310,56,212,12,33,7
Bron: CBS, RIVM/Emissieregistratie

Industrie

Bij de industrie is vooral de uitstoot van methaan, lachgas en fluorhoudende gassen flink afgenomen. In 2021 was de uitstoot van deze niet- CO2-broeikasgassen 26 megaton CO2-equivalent lager dan in 1990. Dit zijn de belangrijkste reducties: minder methaanuitstoot vanuit afvalstortplaatsen (13 megaton CO2-eq), minder uitstoot van F-gassen door het uitbannen ervan eind jaren negentig (6 megaton CO2-eq), minder lachgasuitstoot door maatregelen bij de salpeterzuurproductie in 2008 (5 megaton CO2-eq) en minder methaanuitstoot bij de olie-en gaswinning (2 megaton CO2-eq).

In 2021 was de industriële uitstoot van CO2 7 megaton lager dan in 1990. Dit is opgebouwd uit een toename van 2 megaton bij waterbedrijven en afvalbeheer en een afname van 10 megaton bij meerdere industriële bedrijfstakken. De kunstmest-, bouwmaterialen- en basismetaalindustrie zijn de drie bedrijfstakken met de grootste afname (elk ongeveer 2 megaton).

Uitstoot broeikasgassen door sector Elektriciteit
 Totaal (megaton CO2-equivalent)Steenkool (megaton CO2-equivalent)Aardgas (megaton CO2-equivalent)Overig (megaton CO2-equivalent)
199039,622,013,34,3
199140,119,815,84,5
199240,619,616,54,5
199341,919,017,75,2
199445,721,817,26,7
199547,823,117,87,0
199648,321,819,76,8
199748,520,520,57,5
199850,221,521,17,6
199947,217,921,57,8
200048,419,921,37,2
200151,921,323,07,6
200253,021,523,67,9
200353,721,923,58,3
200454,921,225,58,3
200552,119,723,98,5
200647,919,422,75,7
200750,620,423,66,6
200850,019,623,86,6
200949,919,625,64,7
201052,018,427,26,4
201147,817,423,66,8
201244,820,018,26,7
201344,920,917,76,3
201448,624,217,07,4
201553,131,614,86,8
201652,028,517,06,5
201748,323,918,26,2
201844,620,417,76,5
201941,513,521,86,2
202032,76,221,05,4
202132,711,215,46,1
Bron: CBS, RIVM/Emissieregistratie

Sector elektriciteit

De uitstoot door kolencentrales schommelde jarenlang rond de 20 megaton CO2, om in 2015 omhoog te schieten tot 32 megaton CO2. In 2018 was de uitstoot alweer teruggezakt tot 20 megaton CO2. De piek in 2015 komt door de geleidelijke ingebruikname van nieuwe kolencentrales en de stapsgewijze sluiting van oude kolencentrales.

De productie van kolenstroom daalde naar 6 megaton CO2 in 2020 om daarna weer toe te nemen naar 11 megaton CO2 in 2021. De inzet van steenkool nam het afgelopen jaar toe doordat de prijs van aardgas sterker steeg dan die van steenkool.

In 1990 tot 2010 werd steeds meer aardgas ingezet voor de elektriciteitsproductie, vooral vanwege een toenemende binnenlandse elektriciteitsvraag. Ook een relatief lage netto-import in 2009 en 2010 speelde een rol bij de uitstootpiek in 2010. Het aardgasverbruik zakte daarna terug naar een lager niveau, omdat de elektriciteitsvraag niet meer verder steeg en door een grotere inzet van hernieuwbare energie bij de elektriciteitsproductie.

De CO2-uitstoot horend bij de aardgasinzet in de elektriciteitsproductie verdubbelde in de jaren 1990-2010 van 13 naar 27 megaton en daalde daarna naar 18 megaton in 2012. De dip in 2015 (15 megaton CO2) hangt samen met de grotere productie van kolenstroom. In de vijf jaar daarna werd de inzet van steenkool verminderd ten gunste van aardgas. De CO2-uitstoot van aardgascentrales steeg daardoor naar 21 megaton in 2020 om een jaar later weer te dalen naar 15 megaton door een hogere aardgasprijs en door een grotere inzet van hernieuwbare bronnen bij de elektriciteitsproductie.

De overige CO2-uitstoot door de elektriciteitsproductie komt door de inzet van restgassen, zoals uit de hoogovens. Deze CO2-uitstoot is toegenomen van 4 megaton in 1990 naar 6 megaton in 2021.

Uitstoot broeikasgassen door sector Mobiliteit
 Personenauto's - benzine (megaton CO2-equivalent)Personenauto's - diesel (megaton CO2-equivalent)Vrachtvoertuigen (megaton CO2-equivalent)Mobiele werktuigen (megaton CO2-equivalent)Overig verkeer en vervoer (megaton CO2-equivalent)
199010,23,010,12,96,1
199110,32,910,52,96,0
199210,73,011,63,05,9
199311,32,912,03,25,8
199411,63,011,23,25,7
199512,03,011,13,25,9
199612,53,111,73,45,9
199712,43,311,93,35,7
199812,53,612,33,45,6
199912,54,012,63,55,4
200012,24,213,03,45,1
200112,54,412,83,55,0
200212,74,713,23,34,8
200312,75,013,63,34,4
200412,65,214,13,24,3
200512,55,414,23,34,4
200612,65,614,83,34,3
200712,35,614,43,34,0
200812,15,614,83,44,0
200912,05,413,63,34,0
201011,95,514,23,24,2
201112,15,414,33,23,9
201211,65,313,43,13,6
201311,35,213,13,03,7
201411,25,011,63,13,3
201511,15,111,83,13,4
201611,55,111,63,13,3
201711,95,012,13,03,2
201812,14,812,43,33,1
201912,34,412,13,32,9
202010,23,211,33,32,5
202110,52,911,33,32,4
Bron: CBS, RIVM/Emissieregistratie

Sector mobiliteit

De CO2-uitstoot door het binnenlandse verkeer en vervoer, dus exclusief de internationale lucht- en zeevaart, wordt voor bijna de helft veroorzaakt door personenauto’s. Ruim een derde wordt veroorzaakt door vrachtvoertuigen (vooral diesel) en ongeveer een tiende komt door mobiele werktuigen, die vooral ingezet worden in de bouwnijverheid en de landbouw (ook vooral diesel).

De CO2-uitstoot door personenauto’s is in 2020 flink gedaald als gevolg van de oproep van het Kabinet om tijdens de coronacrisis zoveel mogelijk thuis te blijven en, indien mogelijk, om thuis te werken. De uitstoot in 2021 was gelijk aan die van 2020. In 2021 hadden de coronabeperkingen een minder drukkend effect op het aantal gereden kilometers dan in 2020, maar daar stond tegenover dat er nog volop gereden kon worden in de eerste twee maanden van 2020 toen er nog geen coronabeperkingen waren. De uitstoot door personenauto’s was in 2021 gelijk aan die in 2020 (iets meer benzine getankt, en iets minder diesel) en voor beide jaren een vijfde minder dan in 2019.

Het totale wagenpark nam vanaf 1990 in omvang toe. Niet alleen in aantal, ook met steeds grotere voertuigen. Dit wordt weerspiegeld door de stijgende trend vanaf 1990 in de CO2-uitstoot vanwege de groei van de mobiliteit, die al een jaar of twintig doorzet. De ombuiging van de stijgende trend in de voorbije jaren komt doordat de voertuigen steeds zuiniger worden, meer biobrandstoffen gebruiken en steeds vaker elektrisch rijden.

Bij de personenauto’s zijn de diesels tussen 1996 en 2006 flink populairder geworden. Dat verklaart de toenemende CO2-uitstoot bij de diesels. De dalende CO2-uitstoot bij ‘overig verkeer en vervoer’ komt doordat er geleidelijk aan steeds minder personenauto’s rondrijden op LPG.

Uitstoot broeikasgassen door sector Landbouw
 Aardgasverbruik (megaton CO2-equivalent)Fermentatie (megaton CO2-equivalent)Mestaanwending (megaton CO2-equivalent)Stal en mestopslag (megaton CO2-equivalent)Overig (megaton CO2-equivalent)
19907,610,35,26,53,4
19918,710,65,36,53,4
19928,510,55,76,53,1
19938,910,35,56,53,0
19948,410,05,46,22,8
19958,410,05,66,02,7
19969,49,65,76,02,7
19978,09,45,55,52,7
19987,89,25,15,52,6
19997,59,14,95,42,5
20007,78,84,35,22,4
20017,59,04,15,02,3
20027,08,53,74,72,3
20037,08,53,64,52,2
20047,38,63,44,42,2
20057,68,53,44,42,1
20067,28,53,54,42,2
20078,08,73,24,42,1
20089,18,83,24,42,1
20099,18,93,04,52,1
201010,88,93,04,42,1
20119,68,82,84,42,2
20129,58,82,74,22,2
20139,39,12,94,22,2
20147,99,23,04,22,2
20158,39,53,04,32,4
20168,29,92,94,32,4
20178,49,73,04,32,5
20188,79,33,04,22,5
20198,79,12,94,22,5
20208,59,22,94,12,5
20218,79,12,94,02,4
Bron: CBS, RIVM/Emissieregistratie
 

Landbouw

Aardgasverbruik veroorzaakt 32 procent van de broeikasgasuitstoot door de landbouw (vooral CO2). Vooral kassen worden warm gestookt, deels via warmtekrachtkoppeling (WKK) waarmee ook elektriciteit geproduceerd wordt. In koude jaren (1996 en 2010) wordt er meer aardgas verbruikt dan in warme jaren (2014). Vanaf 2006 nam het gebruik van WKK binnen de glastuinbouw toe, waardoor de uitstoot van zowel CO2 als methaan omhoog ging. Landelijk gezien draagt de inzet van WKK bij aan de CO2-reductie vanwege de gecombineerde opwekking van elektriciteit en warmte. Dat is efficiënter dan een gescheiden opwekking in een elektriciteitscentrale en een warmteketel.

De andere 68 procent van de broeikasgasuitstoot door de landbouw komt voor het grootste deel door de veeteelt en de mestaanwending. De uitstoot door vee en mest is vooral in de jaren negentig omlaag gegaan. Bij fermentatie gaat het om de uitstoot van methaan, dat ontstaat in het spijsverteringskanaal van met name runderen. Ook in gebieden waar varkens gehouden worden, ontstaat (met name) methaan in de stal en bij de mestopslag. Bij de aanwending van mest, zowel dierlijke mest als kunstmest, gaat het vooral om de uitstoot van lachgas. Naast genoemde bronnen, is er nog een grote verzameling aan kleinere bronnen, met name van lachgas.

Uitstoot broeikasgassen door sector Gebouwde omgeving
 Huishoudens (megaton CO2-equivalent)Diensten (megaton CO2-equivalent)
199021,68,4
199124,79,5
199222,78,8
199323,99,5
199422,38,8
199524,29,0
199628,210,4
199723,79,1
199822,58,8
199921,38,4
200021,38,3
200122,68,9
200221,88,5
200322,39,1
200421,39,8
200520,58,8
200620,78,8
200718,57,9
200820,98,5
200920,78,6
201024,19,8
201118,87,8
201220,18,7
201321,38,7
201416,06,9
201517,07,4
201617,77,4
201717,27,4
201817,17,2
201916,56,7
202015,76,1
202118,06,5
Bron: CBS, RIVM/Emissieregistratie

Gebouwde omgeving

Bij de gebouwde omgeving gaat het om de CO2-uitstoot door het warm stoken met aardgas van woningen en bedrijfsgebouwen van de dienstensector, zoals kantoren. Het aandeel van de huishoudens in de totale uitstoot door de gebouwde omgeving schommelde vanaf 2005 tussen de 70 en 71 procent, waarna het in 2020 steeg naar 72 procent. In 2021 is het aandeel van huishoudens toegenomen naar 73,5 procent. Dit hangt samen met het meer thuis werken, en minder op kantoor, als gevolg van de coronamaatregelen. Ook waren de wintermaanden in 2021 kouder dan die in 2020.

Het aardgasverbruik hangt af van hoe koud of warm een winter is. Een maat hiervoor is het aantal graaddagen in een jaar. De CO2-uitstoot van de gebouwde omgeving, op basis van geregistreerde aardgasverbruik, volgde jarenlang het patroon van het aantal graaddagen, berekend op basis van de gemeten buitentemperatuur. Tot en met 2002 zijn de ontwikkelingen vrijwel identiek. Daarna daalt de uitstoot sterker dan op basis van het aantal graaddagen mag worden verwacht. Dit komt mede door het beter isoleren van woningen en door zuiniger te stoken. Terwijl de winters van de laatste zeven jaar niet veel verschilden met die van 1990, was de uitstoot door aardgasstook in deze jaren zo’n 20 procent lager.

Uitstoot broeikasgassen Gebouwde omgeving versus aantal graaddagen
 Huishoudens (1990 = 100)Diensten (1990 = 100)Aantal graaddagen (1990 = 100)
1990100100100
1991114,5113,0118,2
1992105,4104,7105,7
1993110,7112,7114,9
1994103,6105,0105,9
1995112,3107,3109,0
1996130,6124,3130,9
1997109,7108,7109,4
1998104,4105,1105,4
199999,199,6100,0
200099,099,399,3
2001104,9105,5107,6
2002101,2100,7101,6
2003103,5108,3108,8
200499,0116,5107,6
200595,2105,1103,3
200695,9104,799,8
200785,793,794,3
200896,8101,2104,0
200996,3102,9104,8
2010111,9117,2124,1
201187,392,997,9
201293,2103,9107,5
201398,8104,0115,0
201474,182,689,1
201578,988,6100,3
201682,188,3104,0
201779,888,198,9
201879,385,597,3
201976,679,498,5
202073,072,192,3
202183,577,2105,4
Bron: CBS, RIVM/Emissieregistratie