Hoe groot is onze broeikasgasuitstoot? Wat is het doel?

In 2018 bedroeg de uitstoot van broeikasgassen 189,3 miljard CO2-equivalenten. Dit is 2 procent lager dan in 2017 en 15 procent lager dan in 1990. Eén CO2-equivalent staat voor het effect van de uitstoot van één kilo CO2.

De CO2-uitstoot van 2018 is nagenoeg hetzelfde als in 1990 (-1 procent). De uitstoot van de andere broeikasgassen (methaan, lachgas en F-gassen) is daarentegen zo’n beetje gehalveerd. Het aandeel koolstofdioxide (CO2) in de totale uitstoot van broeikasgassen is dan ook gestegen, van 74 procent in 1990 naar 85 procent in 2018.

Uitstoot broeikasgassen (mld CO2-equivalenten)
 KoolstofdioxideMethaanLachgasF-gassenDoel UrgendaDoel Klimaatakkoord
1990163,331,818,08,5
1992171,531,918,58,2
1994172,230,418,310,7
1996183,129,018,212,4
1998177,026,617,414,0
2000172,524,316,26,9
2002176,822,514,44,7
2004181,921,314,72,5
2006173,219,414,62,5
2008175,919,79,12,7
2010182,619,48,63,1
2012166,318,48,32,8
2014159,318,08,61,9
2016166,818,38,52,2
2018161,217,38,52,2
2020166,3
2022
2024
2026
2028
2030113,1
Bron: CBS, RIVM / Emissieregistratie

Wat wordt er meegerekend?

De berekening van de broeikasgasuitstoot is berekend volgens de voorschriften die in het kader van het Kyotoprotocol zijn opgesteld door het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change). De uitstoot van de internationale lucht- en zeevaart telt hierin niet mee, net zo min als de uitstoot uit biomassa. Om de uitstoot van de verschillende gassen op te kunnen tellen, is de uitstoot van elk gas omgerekend naar CO2-equivalenten op basis van het Global Warming Potential (GWP) – dat is de mate waarin een gas bijdraagt aan het broeikaseffect. De IPCC schrijft voor welke GWP er per gas gebruikt dient te worden.

Wat zijn de doelstellingen voor 2020 en 2030?

Er zijn twee reductiedoelstellingen voor Nederland voor de uitstoot van broeikasgassen. Het eerste doel beoogt een uitstoot in 2020 die minimaal 25 procent lager is dan in 1990. Dit is door de rechter beslist in de Urgenda-klimaatzaak van 24 juni 2015. De uitstoot mag daardoor in 2020 niet hoger zijn dan 166,3 miljard CO2-equivalenten. Het tweede doel, zoals vermeld in het Regeerakkoord van 10 oktober 2017, streeft naar een 49 procent lagere uitstoot in 2030 ten opzichte van 1990. Daarmee zou de uitstoot in 2030 uit moeten komen op maximaal 113,1 miljard CO2-equivalenten.

Uitstoot broeikasgassen (mld CO2-equivalenten)
 199020042018Doel 2030
Industrie8768,957,235,7
Elektriciteit39,654,945,212,4
Mobiliteit32,339,635,625
Landbouw32,92626,922,2
Gebouwde omgeving29,931,124,415,3
Bron: CBS, RIVM / Emissieregistratie

Wat is er afgesproken voor de verschillende sectoren?

Om de reductie van 49 procent in 2030 te halen zijn sectordoelen afgesproken. Deze worden genoemd in een kamerbrief van 26 april 2018. In tabel 2 van deze kamerbrief worden de maximale emissies in 2030 genoemd van vijf sectoren, na uitvoering van het Klimaatakkoord. Hierbij kan een te kleine reductie bij de ene sector gecompenseerd worden door een extra reductie bij een andere sector. De sectordoelen zijn indicatief. Ze geven houvast aan de sectoren om uiteindelijk in 2030 gezamenlijk de 49 procent reductie te realiseren.