Vera Toepoel benoemd als hoogleraar Methoden en Statistiek

Vera Toepoel
In mei 2026 is Vera Toepoel, hoofd methodologie van het CBS, benoemd als hoogleraar Methoden en Statistiek aan de Universiteit van Utrecht. Toepoel gaat zich met deze leerstoel vooral richten op dataverzamelingsmethodologie. ‘Het wordt steeds lastiger om genoeg goede data te vergaren voor bepaalde statistieken.’

Fietsclinics

Toepoel zag zichzelf in eerste instantie niet eindigen in de wetenschap. Ze streefde op jongere leeftijd een topsportcarrière als wielrenster na. Toen deze droom door een blessure niet langer haalbaar bleek, koos ze voor een studie vrijetijdwetenschappen in Tilburg. ‘Ik dacht altijd dat ik fietsclinics zou gaan geven op Mallorca ofzo,’ vertelt ze lachend. Na het afronden van haar studie ging ze aan de slag bij het onderzoeksinstituut Centerdata, in die tijd nog een kleine stichting verbonden aan de Tilburg University. Hier kwam Toepoel voor het eerst in aanraking met vragenlijstonderzoek. ‘Ik vond het meteen interessant! Want maakt het nu uit of je antwoordopties verticaal of horizontaal neer zet? Reageren mensen daar anders op? Tja, op de een of andere manier krijg je mij hiervoor enthousiast. Het fiets-virus werd vervangen door het vragenlijst-virus.’

Toonaangevend instituut

Na deze ontdekking richtte Toepoel zich volledig op dataonderzoek. Ze promoveerde en ging aan de slag als universitair docent statistiek aan de Universiteit Utrecht. Tien jaar deed ze met veel plezier onderzoek en gaf ze les. ‘Maar ik heb de filosofie dat je niet te lang op dezelfde plek moet blijven zitten,’ zegt Toepoel. Dus solliciteerde ze vier jaar geleden bij het CBS op haar huidige functie. ‘Ik vond het best spannend. Ik kende natuurlijk alleen maar de onderzoeks- en universiteitswereld en had bovendien geen managementervaring. Ik wist niet eens wat een bila was!’

Toch twijfelde ze niet lang. ‘Het CBS is zo’n mooi, toonaangevend instituut. Eén van de beste statistische bureaus ter wereld. En de band met de wetenschap is sterk, dus wat dat betreft was het ook een logische stap.’ Inmiddels zit Toepoel goed op haar plek en bevalt juist het managementaspect van het werk haar goed: ‘de combinatie van strategie, processen en ambitie past perfect bij mij.’

Alternatieven

In haar nieuwe rol als hoogleraar gaat Toepoel zich focussen op de toekomst van dataverzameling. ‘Zowel bij het CBS als in de academische wereld en bij buitenlandse statistiekbureaus zien we dat het steeds moeilijker wordt de respons op vragenlijsten op peil te houden. Mensen krijgen vaak enquêtes, en dat resulteert in een lagere bereidheid om mee te doen. En bij specifieke groepen is het nog eens extra lastig om genoeg mensen te bereiken. Terwijl vragenlijsten voor veel statistieken nog altijd de belangrijkste bron van data zijn. Of mensen mee willen doen aan een vragenlijst hangt van veel factoren af: het onderwerp van de vragenlijst, hoeveel tijd dat het kost, of je er een vergoeding voor krijgt, etc. En die zaken beïnvloeden elkaar ook weer, want mensen vinden het vaak prima om mee te doen aan een korte vragenlijst over een leuk onderwerp, maar wat is ervoor nodig om iemand mee te laten doen aan een lange, complexe vragenlijst? En alle technologieën brengen veel mogelijkheden met zich mee, maar de ene respondent is blij met de optie om een sensor in een telefoon te gebruiken, maar de andere respondent heeft liever een minder technische optie om vragen te beantwoorden.

Een van de mogelijkheden die de moeite waard is om te onderzoeken is het gebruiken van een online panel. Maar daar zitten nog wel veel haken en ogen aan. Er vindt een bepaalde selectie plaats en dat kan invloed hebben op de representativiteit van een onderzoek.’

Toekomstmuziek

Een ander initiatief is het gerichter inzetten van interviewers. ‘We weten dat de respons in bepaalde wijken en buurten lager is dan op andere plekken. Wellicht zou het meer opleveren om een interviewer dan bij een buurthuis of supermarkt neer te zetten in plaats van hem of haar langs de deuren te sturen.’ Momenteel vindt er ook een onderzoek plaats waarbij jongeren wordt verzocht de vragenlijsten naar elkaar door te sturen. ‘Jongeren zijn vaak minder goed bereikbaar. Op deze manier zouden we gebruik kunnen maken van hun eigen sociale netwerk.’

Al deze ideeën zijn echter nog niet geschikt om in de dagelijkse CBS praktijk toe te passen, zowel vanwege de nog onbeantwoorde onderzoeksvragen als de inspanning die het kost om bestaande processen aan te passen. Daarom ziet Toepoel ze vooral nog als toekomstmuziek. ‘Het opzetten van nieuwe datastrategieën kost nu eenmaal veel geld en tijd,’ verzucht ze, ‘en het dataverzamelingslandschap wordt er steeds complexer op’. Op dat vlak levert haar leerstoel een meerwaarde op. ‘Door deze positie krijgen wij toegang tot knappe koppen die veel ervaring hebben buiten de CBS processen. De verbinding met de CBS-praktijk levert tegelijk veel inspiratie voor onderzoekers; het onderzoek kan worden geïmplementeerd in de praktijk. Een echte win-win situatie!’