De Woonbase: een schatkist aan informatie over wonen in Nederland
Onbeantwoorde vragen
‘Door veranderingen en uitdagingen op de woningmarkt ontstond de wens om zoveel mogelijk eenduidige informatie over dit onderwerp beschikbaar te stellen’ zegt Jesper van Thor, projectleider van WoON innovatie bij het CBS. ‘Vóór de totstandkoming van de Woonbase waren wij voor gegevens rondom wonen voornamelijk afhankelijk van diverse min of meer losstaande registraties én de WoON-enquête.’ Die enquête bestaat uit een driejaarlijkse vragenlijst die onder een deel van de bevolking wordt uitgezet. ‘Hoewel belangrijke informatie, zoals tevredenheid met de woning en verhuiswensen, alleen verkregen kan worden door dit soort enquêtes, is de informatiebehoefte vaak breder.’ Met de Woonbase is het nu mogelijk om ook voor specifieke doelgroepen en op laagregionaal niveau cijfers te publiceren, en zo beter inzicht te geven in wat er lokaal speelt.Om ook aan deze brede informatiebehoefte te voldoen, is bij het opstellen van de Woonbase gekeken naar informatie die beschikbaar is in bestaande registers. Die bevatten al heel veel informatie. Van Thor: ‘Door verschillende bronnen als de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en de Basisregistratie Personen (BRP) te combineren, zijn we onder andere in staat om een compleet en recent beeld te geven van hoeveel mensen er op een adres wonen, wat de maandelijkse woonlasten zijn en onder welk energielabel de woning valt’. Door deze bestaande gegevens te combineren, kan het CBS meer inzicht bieden zonder extra vragen te stellen in de WoON-enquête. ‘Deze blijven we gebruiken, onder andere om ontbrekende informatie in de registers alsnog te kunnen verzamelen, zoals informatie over woningdelers’
Nieuwe onderzoeksmogelijkheden
De combinatie van verschillende databronnen in de Woonbase opent nieuwe mogelijkheden voor onderzoek. Eén van de vele onderzoekers die gebruikmaakt van de Woonbase is Matthijs Korevaar, universitair docent aan de Erasmus School of Economics. Volgens hem heeft de database veel nieuwe onderzoeksmogelijkheden gecreëerd. ‘Met name de financieel-economische component die de laatste jaren is toegevoegd geeft nieuwe inzichten.’ Zo heeft Korevaar onderzocht hoeveel verhuurders verdienen aan het verhuren van woningen in de private sector. Iets wat vóór de realisatie van de Woonbase niet mogelijk was. ‘Het bleek dat particuliere verhuurders het meest verdienen aan de kwalitatief minste woningen. Op basis van deze resultaten hebben we voor het ministerie ook onderzoek gedaan naar de voorspelde effecten van de nieuwe huurwet van voormalig woonminister Hugo de Jonge. Dit onderzoeksrapport is ook naar de Tweede Kamer gestuurd.’Gebruikersdag
Om gebruikers van de Woonbase goed te bedienen en de databron verder te verbeteren, organiseert het CBS jaarlijks een gebruikersdag. ‘Hierbij nodigen wij verschillende woningmarkt-onderzoekers uit om hen te informeren over belangrijke ontwikkelingen rondom de Woonbase en hun ervaringen te horen over het gebruik hiervan’, vertelt Van Thor. ‘Op die manier hebben wij al meerdere optimalisaties en aanvullingen kunnen doen. Daarnaast is het ook heel leuk en leerzaam om te horen hoe gebruikers de data van de Woonbase gebruiken in hun eigen werk!’Groter en succesvoller
Ook vanuit het ministerie wordt de waarde van de Woonbase gezien. Katja Chkalova, coördinator basisonderzoek bij het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (voorheen BZK) en samenwerkingspartner bij de Woonbase, is tevreden met het resultaat dat tot nu toe geboekt is. ‘Het is groter en succesvoller geworden dan we hadden verwacht. Bijna alle onderzoeksinstellingen werken ermee. Het maakt het leven van veel onderzoekers een stuk makkelijker’, vertelt ze enthousiast.Vijf maanden eerder
Hoewel de ontwikkelfase van de Woonbase bijna is afgerond, lopen er nog ruim dertig deelprojecten waar zo’n zeventig CBS’ers aan meewerken. ‘We willen bijvoorbeeld beter de woonsituatie van bepaalde groepen in kaart brengen die niet goed in registers staan en die ook moeilijk te bereiken zijn via de enquête’, vertelt Van Thor. ‘Denk aan studenten die met zes of zeven personen samen in een pand wonen. Zien zij zichzelf als één huishouden? Hebben ze een gezamenlijke rekening of is er een hoofdhuurder die iedere maand de huur betaalt?’ Daarnaast is er een continu streven om de cijfers sneller beschikbaar te stellen. ‘Daar hebben we de laatste tijd winst mee geboekt. De cijfers van het meest recente Woonbase jaar waren nu vijf maanden eerder beschikbaar’, aldus Van Thor.Schatkist
In de laatste fase van het project, die loopt tot en met 2027, ligt de focus ook op de verdere professionalisering van de Woonbase. ‘Hoe zorgen we ervoor dat de database toekomstbestendig is? Hoe beleggen we het onderhoud? Dat zijn vragen waar we ons nu op kunnen focussen’, vertelt Chkalova. ‘Maar ook: hoe maken we Woonbase-data voor meer gebruikers toegankelijk?’ voegt Van Thor toe. ‘Daarbij staat de bescherming van de privacy van respondenten altijd centraal. Alleen partijen met een instellingsmachtiging kunnen onder strikte voorwaarden met de Woonbase microdata werken. Tegelijkertijd is Woonbase-informatie op geaggregeerd niveau via bijvoorbeeld StatLine-tabellen en nieuwsberichten voor iedereen toegankelijk’ vertelt de projectleider. ‘Zo kan een groot publiek van deze schatkist aan informatie gebruikmaken’.Relevante links
- Dossier - Bouwen en wonen
- Project - Over de woonbase