Leefpatronen inwoners leveren schat aan informatie op

/ Auteur: Miriam van der Sangen
Hoe kunnen patronen in het stadsleven helpen bij het analyseren en oplossen van problemen in de stad, bijvoorbeeld op het gebied van (on)veiligheid of sociale cohesie? Dat onderzocht onlangs de TU Delft, in samenwerking met de gemeenten Den Haag, Helmond, Zaanstad, Amsterdam, Zoetermeer en Rotterdam. Hedwig Miessen, werkzaam bij de gemeente Den Haag als programmamanager CBS/Urban Data Center en één van de initiators van het City Rhythm-project, was er nauw bij betrokken en licht het belang ervan toe.

Armoede en thuishulp

De stad Den Haag beschikt over veel gemeentelijk informatie, maar er is behoefte aan meer data om maatschappelijke vraagstukken te analyseren en te kijken wat de effecten zijn van gemeentelijk beleid. Miessen: ‘De gemeente Den Haag heeft een eigen team van onderzoekers, die in de afgelopen jaren al veel onderzocht hebben. Zij monitoren voortdurend hoe de burgers en de stad er voor staan. Met het CBS/Urban Data Center Den Haag kunnen we - sinds de oprichting vorig jaar september - onze data nu combineren met die van het CBS. Doel is verbreding, verdieping en verbetering van lokale data door informatie van de gemeente te koppelen aan CBS-data. Een voorbeeld hiervan is het onderzoek naar hoeveel kinderen in armoede leven in onze stad. Door de data van het CBS hebben we nu meer kennis over de gezinnen waar deze kinderen in opgroeien. Ook hebben we met de inkomensdata van het CBS het gebruik van thuishulp in bepaalde inkomensgroepen onderzocht.’ Het gaat hier altijd om het waarnemen van trends en nooit over individuele gevallen.

Meten is leren

Miessen ziet een duidelijke tendens bij de gemeente Den Haag om nóg meer datagedreven te gaan werken. ‘Dat streven is er zowel bij de bestuurders als de onderzoekers. Samen willen we kijken hoe we met organisaties als het CBS, maar bijvoorbeeld ook met de TU Delft bepaalde thema’s kunnen oppakken met data op lokaal niveau. Er is namelijk nog van alles uit te zoeken met elkaar. De slogan ‘Meten is weten’ zou ik eigenlijk willen veranderen in: meten is leren. We kijken samen met andere steden of we vergelijkbare maatschappelijke problematieken hebben en proberen van elkaar te leren. Een goed voorbeeld daarvan is het City Rhythm project. Dat laat zien hoe een analyse van leefpatronen van wijkbewoners kan helpen bij beleid om de veiligheidsbeleving en sociale cohesie te vergroten. Den Haag, Helmond, Zaanstad, Amsterdam, Zoetermeer en Rotterdam waren betrokken bij het onderzoek.’

‘Het blijft belangrijk om heel zorgvuldig met de data om te gaan om negatieve segmentering en profilering te voorkomen’

Leefritmes

In het kader van het City Rhythm project is in Den Haag gekeken naar de manier waarop nieuwe bewoners - zoals vluchtelingen - goed in een buurt kunnen worden opgevangen. Hier werden leefritmes geanalyseerd die de verschillende culturen gemeen hebben. Conclusie: interventies op het gebied van kinderen (samen buitenspelen, samen sporten en samen eten) hebben de meeste kans van slagen om mensen gemakkelijker te laten integreren in een buurt. Een ander voorbeeld speelt in Amsterdam, stadsdeel Zuidoost. Daar bleek dat alleenstaande moeders vaak geen gebruik maken van de diensten van het stadsdeel, omdat ze voortdurend moeten improviseren met hun dagindeling. Om dit probleem op te lossen zou het stadsdeel - met name de buurtkamers, waar mensen elkaar kunnen ontmoeten - meer kunnen inspelen op het leefritme van deze alleenstaande moeders.

City Rhythm Data Model

Miessen: ‘Tijdens het City Rhythm project is anderhalf jaar onderzoek gedaan naar ritmes van sociale thema’s in buurten. Op basis daarvan heeft de TU Delft een City Rhythm Data Model (CRDM) gemaakt. Het merendeel van de data daarvoor was afkomstig van het CBS. Het datamodel is nu gebruikt om het thema veiligheid in kaart te brengen, maar dit model heeft veel meer potentie.’ Het gebruik van CBS-data is volgens Miessen redelijk complex. ‘Niet voor niets is in het boek ‘City Rhythm, logboek of an exploration’ een heel hoofdstuk besteed aan het datamodel en de obstakels die de onderzoekers zijn tegengekomen bij het gebruik van de data. Het is daarom van groot belang dat studenten worden opgeleid om data goed te duiden. Dashboards kun je pas begrijpen als je de context kent.’ Miessen is dan ook een groot voorstander van het instellen van een leerstoel op het gebied van City Rhythm vanuit de gemeente Den Haag. De haalbaarheid hiervan wordt momenteel onderzocht. Daarnaast is ze van mening dat er nóg meer ingezet moet worden op standaardisatie van ICT, definities en organisaties. Ook wijst de programmamanager op de ethische aspecten rond het gebruik van data om maatschappelijke problemen in de stad op te lossen. ‘We hebben al veel goede stappen gezet, maar het blijft belangrijk om héél zorgvuldig met de data om te gaan om negatieve segmentering en profilering te voorkomen. Ons doel met het CBS Urban Data Center/Den Haag is immers responsible innovation.’

Wat is het CBS Urban Data Center/Den Haag?
De gemeente Den Haag en het CBS werken sinds september 2017 samen in een CBS Urban Data Center (UDC). Het doel: nog beter gebruik maken van beschikbare data en deze inzetten voor beleidsontwikkeling. Door verbanden te leggen tussen informatie van de gemeente en data van het CBS willen beide partijen oplossingen vinden voor maatschappelijke vraagstukken zoals armoede en veranderingen in de zorg. De gemeente Den Haag heeft al een aantal onderzoeken met het CBS gedaan. Het gezinsonderzoek inkomen is er een van.