Maatstaven Financiële-verhoudingswet (Fvw)

Maatstaven Financiële-verhoudingswet (Fvw)

Status cijfer Perioden Regio's Onderwijs Achterstandsscore (aantal)
Definitief 2025 Nederland
Definitief 2026 Nederland
Definitief 2025 Utrecht (PV)
Definitief 2026 Utrecht (PV)
Definitief 2025 Almere 18.965,54
Definitief 2026 Almere 18.894,21
Definitief 2025 Diemen 1.284,48
Definitief 2026 Diemen 1.377,64
Definitief 2025 Emmen 6.783,85
Definitief 2026 Emmen 6.935,87
Definitief 2025 Goirle 391,29
Definitief 2026 Goirle 449,30
Definitief 2025 Gouda 4.363,42
Definitief 2026 Gouda 4.511,58
Definitief 2025 Harderwijk 2.662,99
Definitief 2026 Harderwijk 2.827,82
Definitief 2025 Kampen 1.604,79
Definitief 2026 Kampen 1.472,43
Definitief 2025 Leeuwarden 5.826,80
Definitief 2026 Leeuwarden 6.301,08
Definitief 2025 Leiden 5.230,49
Definitief 2026 Leiden 5.250,64
Definitief 2025 Meerssen 252,81
Definitief 2026 Meerssen 215,32
Definitief 2025 Nieuwegein 3.650,70
Definitief 2026 Nieuwegein 3.609,85
Definitief 2025 Noord-Beveland 269,43
Definitief 2026 Noord-Beveland 182,95
Definitief 2025 Stadskanaal 2.050,33
Definitief 2026 Stadskanaal 2.258,67
Definitief 2025 Voorne aan Zee 3.777,63
Definitief 2026 Voorne aan Zee 3.958,77
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens die (mede) als grondslag dienen bij het bepalen van de hoogte van de Algemene Uitkeringen aan gemeenten en provincies. Daarnaast zijn er enkele gegevens ten behoeve van de Decentralisatie Uitkering beschikbaar.
Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bepaalt deze uitkeringen aan de hand van verdeelmodellen. De hiervoor gebruikte eenheden die het CBS levert worden beschreven in de 'Toelichting op de berekeningen van de uitkeringen uit het gemeentefonds 1997 e.v. jaren', zie paragraaf 3. Dit verdeelstelsel is op 1 januari 1998 in werking getreden (Staatsblad, 1997, 526).

Gegevens beschikbaar vanaf: 2023.

Status van de cijfers:
Er worden zowel voorlopige als definitieve cijfers gepubliceerd.

De onderwerpen: Belastingcapaciteit woningen, belastingcapaciteit niet-woningen en Amendement De Pater kunnen door nagekomen berichten ondanks de status definitief alsnog worden aangepast.

Wijzigingen per 1 oktober 2026:
De definitieve cijfers van 2026 Onderwijs- Achterstandsscore zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Nieuwe cijfers worden onregelmatig gepubliceerd.

Toelichting onderwerpen

Onderwijs
o  Inwoners met opleidingsniveau basisonderwijs, vmbo of mbo1
Het aantal inwoners van 23 jaar en ouder met opleidingsniveau basisonderwijs, vmbo of mbo1 op 1 oktober van jaar voorafgaand aan het verslagjaar naar gemeente.
De gegevens van het laatst gerapporteerde jaar zijn voorlopig, de gegevens van voorgaande jaren zijn definitief.
De gemeenten zijn ingedeeld conform de gemeente-indeling van 2024.
Uit het Opleidingsniveaubestand van 1 oktober in het jaar voorafgaande aan het verslagjaar wordt na toepassing van weging met de in het bestand opgenomen gewichten per gemeente een telling verricht van het aantal inwoners van 23 jaar en ouder met opleidingsniveau basisonderwijs, het vmbo, de eerste 3 leerjaren van havo/vwo en de entreeopleiding, de voormalige assistentenopleiding (mbo1), praktijkonderwijs.
Het opleidingsniveaubestand is deels gebaseerd op een steekproef. Opgehoogde cijfers uit het opleidingsniveaubestand hebben vanwege een steekproefaandeel een onzekerheidsmarge. Hierom leveren wij een 95%-betrouwbaarheidsinterval mee.
  Ondergrens 95%-interval
Dit is de ondergrens van het interval waarvan met 95% zekerheid verwacht wordt dat de werkelijke waarde er binnen ligt.
  Waarde
Het aantal inwoners wordt afgerond op tientallen.
  Bovengrens 95%-interval
Dit is de bovengrens van het interval waarvan met 95% zekerheid verwacht wordt dat de werkelijke waarde er binnen ligt.
Achterstandsscore
De onderwijsachterstand per regio, uitgedrukt in een achterstandsscore met drempel. De achterstandsscore is gebaseerd op de onderwijsscore per peuter (2,5 tot 4 jaar) en basisschoolleerling. Varende kleuters (BRIN 27MK) en leerlingen in het speciaal basisonderwijs zijn uitgesloten. Indien de achterstandsscore van een regio negatief is, wordt deze gelijkgesteld aan nul.

Onderwijsscores worden berekend op basis van de regressiecoëfficiënten van de omgevingskenmerken die volgen uit een eerder ontwikkeld analysemodel waarbij de relatie tussen onderwijsprestaties (Cito-eindscores), de potentie van het kind (intelligentiescores) en omgevingskenmerken wordt vastgesteld.

De schoolprestaties van kinderen, gemeten als Cito-scores in groep 8, kunnen het best verklaard worden door een uitgebreid model met een maat voor de intelligentie van leerlingen en een zestal omgevingskenmerken: de opleidingsniveaus van de ouders, het gemiddelde opleidingsniveau van alle moeders op de school van het kind, de herkomst van de ouders, de verblijfsduur in Nederland van de moeder, de intelligentiescore van het kind, en of de ouders in de schuldsanering zitten.

De regressiecoëfficiënten van de omgevingskenmerken uit het analysemodel worden gebruikt om de onderwijsscores van alle kinderen in de onderzoekspopulatie te berekenen. De uit het model afgeleide regressiecoëfficiënten van alle omgevingskenmerken van een kind worden daartoe bij elkaar opgeteld. Alleen de coëfficiënt voor intelligentie telt niet mee in de optelsom. Het is immers niet de bedoeling om budget toe te kennen op basis van intelligentie oftewel wat kinderen zouden kunnen, maar alleen op basis van de omgevingskenmerken die ertoe leiden dat zij minder presteren dan zij zouden kunnen.

Gemeenten worden bekostigd op basis van achterstandsscores, waarbij een drempel wordt toegepast. Deze scores zijn de uitkomst van de formule A-B, waarbij B de drempel is. A en B worden als volgt berekend:
A = som van de uitkomsten van de formule C-D voor alle peuters (i.e. 2,5 tot 4-jarigen) en basisschoolleerlingen die behoren tot de 15% met de laagste onderwijsscore, waarbij:
C = landelijk gemiddelde onderwijsscore van alle peuters en basisschoolleerlingen;
D = onderwijsscore van het kind.
B = E x F x (C-G), waarbij:
E = alle peuters en basisschoolleerlingen;
F = 5%;
C = landelijk gemiddelde onderwijsscore van alle peuters en basisschoolleerlingen;
G = landelijk gemiddelde onderwijsscore van alle peuters en basisschoolleerlingen die behoren tot de 15% met de laagste onderwijsscore.

De scores naar de gemeentelijke indeling van een peiljaar worden afgeleid van de hoogte van de achterstandsscores in die gemeenten op peildatum 1 februari van het voorgaand jaar.