Zelfstandigen; inkomen, vermogen, bedrijfstak

Zelfstandigen; inkomen, vermogen, bedrijfstak

Type zelfstandige Bedrijfstakken/branches (SBI2008) Perioden Zelfstandige, voornaamste inkomen Zelfstandigen (x 1 000) Zelfstandige, voornaamste inkomen Inkomen van zelfstandigen Mediaan inkomen als zelfstandige (1 000 euro) Zelfstandige, voornaamste inkomen Inkomen van zelfstandigen Mediaan gestandaardiseerd inkomen (1 000 euro) Zelfstandige, voornaamste inkomen Vermogen van zelfstandigen Mediaan vermogen (1 000 euro)
Zelfstandige P Onderwijs 2020* 48,0 19,0 34,3 158,3
Zelfstandige 85 Onderwijs 2020* 48,0 . . 158,3
Zelfstandige 852 Basisonderwijs en speciaal onderwijs 2020* 0,1 . . .
Zelfstandige 8520 Basis- en speciaal onderwijs 2020* 0,1 . . .
Zelfstandige 853 Voortgezet onderwijs 2020* 0,3 . . 197,2
Zelfstandige 8531 Algemeen voortgezet onderwijs 2020* 0,0 . . .
Zelfstandige 854 Hoger onderwijs 2020* 0,1 . . .
Zelfstandige 8541 Niet-universitair hoger onderwijs 2020* 0,0 . . .
Zelfstandige 8542 Universitair hoger onderwijs 2020* 0,0 . . .
Zelfstandige 855 Overig onderwijs 2020* 42,2 . . 152,5
Zelfstandige 8551 Sportonderwijs 2020* 10,1 . . 106,3
Zelfstandige 8552 Cultureel onderwijs 2020* 6,4 . . 119,4
Zelfstandige 8559 Overig onderwijs (rest) 2020* 19,1 . . 219,6
Zelfstandige 856 Dienstverlening voor het onderwijs 2020* 0,8 . . 251,3
Zelfstandige 8560 Dienstverlening voor het onderwijs 2020* 0,8 . . 251,3
Zelfstandige zonder personeel (zzp) P Onderwijs 2020* 43,7 17,6 33,6 152,7
Zelfstandige zonder personeel (zzp) 85 Onderwijs 2020* 43,7 . . 152,7
Zelfstandige zonder personeel (zzp) 852 Basisonderwijs en speciaal onderwijs 2020* 0,1 . . .
Zelfstandige zonder personeel (zzp) 8520 Basis- en speciaal onderwijs 2020* 0,1 . . .
Zelfstandige zonder personeel (zzp) 853 Voortgezet onderwijs 2020* 0,3 . . 168,0
Zelfstandige zonder personeel (zzp) 8531 Algemeen voortgezet onderwijs 2020* 0,0 . . .
Zelfstandige zonder personeel (zzp) 854 Hoger onderwijs 2020* 0,0 . . .
Zelfstandige zonder personeel (zzp) 8541 Niet-universitair hoger onderwijs 2020* 0,0 . . .
Zelfstandige zonder personeel (zzp) 8542 Universitair hoger onderwijs 2020* 0,0 . . .
Zelfstandige zonder personeel (zzp) 855 Overig onderwijs 2020* 38,0 . . 146,8
Zelfstandige zonder personeel (zzp) 8551 Sportonderwijs 2020* 8,9 . . 98,4
Zelfstandige zonder personeel (zzp) 8552 Cultureel onderwijs 2020* 6,0 . . 116,2
Zelfstandige zonder personeel (zzp) 8559 Overig onderwijs (rest) 2020* 17,2 . . 212,5
Zelfstandige zonder personeel (zzp) 856 Dienstverlening voor het onderwijs 2020* 0,7 . . 251,0
Zelfstandige zonder personeel (zzp) 8560 Dienstverlening voor het onderwijs 2020* 0,7 . . 251,0
Zelfstandige met personeel (zmp) P Onderwijs 2020* 4,0 45,7 42,4 224,6
Zelfstandige met personeel (zmp) 85 Onderwijs 2020* 4,0 . . 224,6
Zelfstandige met personeel (zmp) 852 Basisonderwijs en speciaal onderwijs 2020* 0,0 . . .
Zelfstandige met personeel (zmp) 8520 Basis- en speciaal onderwijs 2020* 0,0 . . .
Zelfstandige met personeel (zmp) 853 Voortgezet onderwijs 2020* 0,1 . . .
Zelfstandige met personeel (zmp) 8531 Algemeen voortgezet onderwijs 2020* 0,0 . . .
Zelfstandige met personeel (zmp) 854 Hoger onderwijs 2020* 0,0 . . .
Zelfstandige met personeel (zmp) 8541 Niet-universitair hoger onderwijs 2020* 0,0 . . .
Zelfstandige met personeel (zmp) 8542 Universitair hoger onderwijs 2020* 0,0 . . .
Zelfstandige met personeel (zmp) 855 Overig onderwijs 2020* 3,8 . . 222,2
Zelfstandige met personeel (zmp) 8551 Sportonderwijs 2020* 1,1 . . 152,4
Zelfstandige met personeel (zmp) 8552 Cultureel onderwijs 2020* 0,3 . . 185,9
Zelfstandige met personeel (zmp) 8559 Overig onderwijs (rest) 2020* 1,7 . . 311,6
Zelfstandige met personeel (zmp) 856 Dienstverlening voor het onderwijs 2020* 0,1 . . .
Zelfstandige met personeel (zmp) 8560 Dienstverlening voor het onderwijs 2020* 0,1 . . .
Meewerkend gezinslid P Onderwijs 2020* 0,4 . . 198,5
Meewerkend gezinslid 85 Onderwijs 2020* 0,4 . . 198,5
Meewerkend gezinslid 852 Basisonderwijs en speciaal onderwijs 2020* 0,0 . . .
Meewerkend gezinslid 8520 Basis- en speciaal onderwijs 2020* 0,0 . . .
Meewerkend gezinslid 853 Voortgezet onderwijs 2020* 0,0 . . .
Meewerkend gezinslid 8531 Algemeen voortgezet onderwijs 2020* 0,0 . . .
Meewerkend gezinslid 854 Hoger onderwijs 2020* 0,0 . . .
Meewerkend gezinslid 8541 Niet-universitair hoger onderwijs 2020* 0,0 . . .
Meewerkend gezinslid 8542 Universitair hoger onderwijs 2020* 0,0 . . .
Meewerkend gezinslid 855 Overig onderwijs 2020* 0,4 . . 194,8
Meewerkend gezinslid 8551 Sportonderwijs 2020* 0,1 . . .
Meewerkend gezinslid 8552 Cultureel onderwijs 2020* 0,0 . . .
Meewerkend gezinslid 8559 Overig onderwijs (rest) 2020* 0,2 . . 217,1
Meewerkend gezinslid 856 Dienstverlening voor het onderwijs 2020* 0,0 . . .
Meewerkend gezinslid 8560 Dienstverlening voor het onderwijs 2020* 0,0 . . .
Ondernemer P Onderwijs 2020* 43,1 21,4 34,9 154,2
Ondernemer 85 Onderwijs 2020* 43,1 . . 154,2
Ondernemer 852 Basisonderwijs en speciaal onderwijs 2020* 0,1 . . .
Ondernemer 8520 Basis- en speciaal onderwijs 2020* 0,1 . . .
Ondernemer 853 Voortgezet onderwijs 2020* 0,3 . . 197,2
Ondernemer 8531 Algemeen voortgezet onderwijs 2020* 0,0 . . .
Ondernemer 854 Hoger onderwijs 2020* 0,0 . . .
Ondernemer 8541 Niet-universitair hoger onderwijs 2020* 0,0 . . .
Ondernemer 8542 Universitair hoger onderwijs 2020* 0,0 . . .
Ondernemer 855 Overig onderwijs 2020* 41,8 . . 152,2
Ondernemer 8551 Sportonderwijs 2020* 10,0 . . 106,0
Ondernemer 8552 Cultureel onderwijs 2020* 6,3 . . 119,2
Ondernemer 8559 Overig onderwijs (rest) 2020* 18,9 . . 219,6
Ondernemer 856 Dienstverlening voor het onderwijs 2020* 0,8 . . 250,8
Ondernemer 8560 Dienstverlening voor het onderwijs 2020* 0,8 . . 250,8
Ondernemer zonder personeel P Onderwijs 2020* 39,1 19,7 34,1 148,5
Ondernemer zonder personeel 85 Onderwijs 2020* 39,1 . . 148,5
Ondernemer zonder personeel 852 Basisonderwijs en speciaal onderwijs 2020* 0,1 . . .
Ondernemer zonder personeel 8520 Basis- en speciaal onderwijs 2020* 0,1 . . .
Ondernemer zonder personeel 853 Voortgezet onderwijs 2020* 0,3 . . 168,0
Ondernemer zonder personeel 8531 Algemeen voortgezet onderwijs 2020* 0,0 . . .
Ondernemer zonder personeel 854 Hoger onderwijs 2020* 0,0 . . .
Ondernemer zonder personeel 8541 Niet-universitair hoger onderwijs 2020* 0,0 . . .
Ondernemer zonder personeel 8542 Universitair hoger onderwijs 2020* 0,0 . . .
Ondernemer zonder personeel 855 Overig onderwijs 2020* 38,0 . . 146,8
Ondernemer zonder personeel 8551 Sportonderwijs 2020* 8,9 . . 98,4
Ondernemer zonder personeel 8552 Cultureel onderwijs 2020* 6,0 . . 116,2
Ondernemer zonder personeel 8559 Overig onderwijs (rest) 2020* 17,2 . . 212,5
Ondernemer zonder personeel 856 Dienstverlening voor het onderwijs 2020* 0,7 . . 251,0
Ondernemer zonder personeel 8560 Dienstverlening voor het onderwijs 2020* 0,7 . . 251,0
Zelfstandig ondernemer P Onderwijs 2020* 40,7 20,2 34,4 145,1
Zelfstandig ondernemer 85 Onderwijs 2020* 40,7 . . 145,1
Zelfstandig ondernemer 852 Basisonderwijs en speciaal onderwijs 2020* 0,1 . . .
Zelfstandig ondernemer 8520 Basis- en speciaal onderwijs 2020* 0,1 . . .
Zelfstandig ondernemer 853 Voortgezet onderwijs 2020* 0,3 . . 179,8
Zelfstandig ondernemer 8531 Algemeen voortgezet onderwijs 2020* 0,0 . . .
Zelfstandig ondernemer 854 Hoger onderwijs 2020* 0,0 . . .
Zelfstandig ondernemer 8541 Niet-universitair hoger onderwijs 2020* 0,0 . . .
Zelfstandig ondernemer 8542 Universitair hoger onderwijs 2020* 0,0 . . .
Zelfstandig ondernemer 855 Overig onderwijs 2020* 39,6 . . 143,6
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens over het inkomen en vermogen van zelfstandigen per bedrijfstak. Het gaat hier om personen voor wie werk als zelfstandige de belangrijkste inkomensbron vormt. Er wordt onderscheid gemaakt naar type zelfstandige en naar economische activiteit. De gegevens zijn uitgesplitst naar diverse detailniveaus van de standaard bedrijfsindeling (SBI).

Peildatum van doelpopulatie en vermogen is 1 januari van het verslagjaar.

Alle cijfers in deze tabel zijn op persoonsniveau, ook de vermogens; (bedrijfs)vermogens zijn bepaald per huishouden, en worden toegekend aan alle personen in het huishouden als een maat voor de welvaart. Peildatum van doelpopulatie en vermogen is 1 januari van het verslagjaar.

Voor het bepalen van de SBI van zelfstandigen wordt gebruik gemaakt van het Algemeen Bedrijvenregister (ABR). Overige zelfstandigen worden tot en met 2-digit SBI niveau geclassificeerd. Op basis van beschikbare gegevens is een gedetailleerdere indeling niet mogelijk. Hierdoor kan het voorkomen dat opgetelde aantallen zelfstandigen op 3-digit niveau of dieper lager uitvallen dan het overkoepelende 2-digit totaal.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2011.

Status van de cijfers:
De cijfers over 2006 tot en met 2019 zijn definitief. De cijfers over 2020 zijn voorlopig.

Wijzigingen per 10 maart 2022:
De cijfers over vermogen van zelfstandigen in 2010 waren niet correct en zijn uit de tabel verwijderd. Voor dit jaar kan worden uitgegaan van de vermogens van 2011, omdat sinds 2011 de peildatum is verschoven van 31 december naar 1 januari.

Wijzigingen per 26 juli 2021:
Gereviseerde cijfers over 2006 tot en met 2019 zijn toegevoegd. Door het beschikbaar komen van nieuwe bronnen ten aanzien van schulden en opgebouwd tegoed bij spaar- en beleggingshypotheken, en een vernieuwde methodiek in de berekening van het aanmerkelijk belang en diverse andere vermogensposten, zijn de vermogenscijfers gewijzigd. Ook is de typering van zelfstandigen zodanig aangepast dat alle zelfstandigen met personeel in dienst als zmp'er worden aangemerkt (voorheen werd hierbij enkel naar de voornaamste inkomensbron gekeken).

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Nieuwe cijfers over 2021 komen in december 2022 beschikbaar.

Toelichting onderwerpen

Zelfstandige, voornaamste inkomen
Alle personen waarbij het inkomen uit werkzaamheden als zelfstandige de voornaamste inkomensbron is.
Zelfstandigen
Alle personen waarbij het inkomen uit werkzaamheden als zelfstandige de voornaamste inkomensbron is.
Inkomen van zelfstandigen
Drie inkomensbegrippen worden gerapporteerd voor zelfstandigen; het inkomen als zelfstandige, het persoonlijke inkomen, en het gestandaardiseerde huishoudensinkomen. Het gestandaardiseerde inkomen is toegekend aan alle personen in het huishouden als maat van de welvaart.
Mediaan inkomen als zelfstandige
Het inkomen als zelfstandige omvat inkomen uit eigen onderneming, loon directeuren en overige inkomsten uit arbeid. Het mediane inkomen is gelijk aan het middelste inkomen indien de inkomens van alle personen van laag naar hoog worden gerangschikt.
Mediaan gestandaardiseerd inkomen
Het gestandaardiseerd inkomen is het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Deze correctie vindt plaats met behulp van zogenoemde equivalentiefactoren. In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Met behulp van de equivalentiefactoren worden alle inkomens herleid tot het inkomen van een eenpersoonshuishouden. Op deze wijze zijn de welvaartsniveaus van huishoudens onderling vergelijkbaar gemaakt. Omdat welvaart door individuen ervaren wordt, wordt het gestandaardiseerde inkomen aan elk van de leden van het huishouden toegekend.
Vermogen van zelfstandigen
Het vermogen van het huishouden waartoe de zelfstandige behoort, toegekend aan alle personen in het huishouden als maat van de welvaart.
Mediaan vermogen
Vermogen is het saldo van bezittingen en schulden. De bezittingen bestaan vooral uit banktegoeden, effecten, onroerend goed (waaronder de eigen woning) en bedrijfsvermogen. De schulden omvatten onder meer de schuld ten behoeve van een eigen woning en consumptief krediet. Het mediane vermogen is het bedrag waarvoor geldt dat 50% van de populatie een lager of even groot vermogen heeft. Vermogens zijn bepaald per huishouden, en worden toegekend aan alle personen in het huishouden als een maat voor de welvaart.