Inkomensrekening sector huishoudens naar regio; nationale rekeningen

Inkomensrekening sector huishoudens naar regio; nationale rekeningen

Regio's Perioden Transacties in mln euro Inkomensverdeling (primaire verdeling) Middelen Gemengd inkomen (netto) (mln euro) Transacties in mln euro Inkomensverdeling (primaire verdeling) Middelen Beloning van werknemers (mln euro) Transacties in mln euro Inkomensverdeling (primaire verdeling) Middelen Inkomen uit vermogen (ontvangsten) (mln euro) Transacties in mln euro Inkomensverdeling (primaire verdeling) Bestedingen Inkomen uit vermogen (betaald) (mln euro) Transacties in mln euro Inkomensverdeling (primaire verdeling) Bestedingen Primair inkomen (netto) (mln euro) Transacties in mln euro Inkomensverdeling (secundaire verdeling) Middelen Primair inkomen (netto) (mln euro) Transacties in mln euro Inkomensverdeling (secundaire verdeling) Middelen Sociale uitkeringen (in geld) (mln euro) Transacties in mln euro Inkomensverdeling (secundaire verdeling) Middelen Overige inkomensoverdrachten (ontvangen) (mln euro) Transacties in mln euro Inkomensverdeling (secundaire verdeling) Bestedingen Belastingen op inkomen en vermogen (mln euro) Transacties in mln euro Inkomensverdeling (secundaire verdeling) Bestedingen Sociale premies (mln euro) Transacties in mln euro Inkomensverdeling (secundaire verdeling) Bestedingen Overige inkomensoverdrachten (betaald) (mln euro) Transacties in mln euro Inkomensverdeling (secundaire verdeling) Bestedingen Beschikbaar inkomen (netto) (mln euro)
Nederland 2019* 67.051 378.807 62.416 6.874 501.400 501.400 135.681 16.602 75.389 190.377 21.963 365.954
Noord-Nederland (LD) 2019* 7.180 31.501 5.194 564 43.311 43.311 14.030 1.692 5.563 17.100 2.029 34.341
Oost-Nederland (LD) 2019* 14.050 74.799 12.129 1.413 99.565 99.565 27.922 3.370 13.446 38.372 4.459 74.581
West-Nederland (LD) 2019* 32.081 194.211 32.197 3.453 255.037 255.037 63.936 8.007 41.404 94.772 10.760 180.044
Zuid-Nederland (LD) 2019* 13.740 78.296 12.896 1.445 103.487 103.487 29.793 3.533 14.977 40.133 4.715 76.987
Groningen (PV) 2019* 2.232 10.763 1.605 179 14.421 14.421 4.649 685 1.865 5.757 679 11.454
Fryslân (PV) 2019* 2.953 11.507 1.950 208 16.202 16.202 5.141 575 2.006 6.243 759 12.909
Drenthe (PV) 2019* 1.996 9.231 1.638 177 12.688 12.688 4.240 432 1.691 5.101 590 9.978
Overijssel (PV) 2019* 4.165 22.907 3.589 429 30.232 30.232 8.747 1.060 3.868 11.773 1.379 23.020
Flevoland (PV) 2019* 1.675 9.065 1.141 168 11.714 11.714 2.849 372 1.501 4.448 492 8.494
Gelderland (PV) 2019* 8.209 42.827 7.399 816 57.619 57.619 16.326 1.938 8.076 22.151 2.588 43.067
Utrecht (PV) 2019* 5.386 33.403 5.485 609 43.665 43.665 10.098 1.308 7.099 16.146 1.794 30.032
Noord-Holland (PV) 2019* 11.711 70.059 11.985 1.279 92.475 92.475 22.359 2.813 15.936 33.354 3.825 64.532
Zuid-Holland (PV) 2019* 13.270 83.446 13.417 1.423 108.710 108.710 28.307 3.553 16.936 41.277 4.669 77.688
Zeeland (PV) 2019* 1.714 7.304 1.310 141 10.187 10.187 3.172 333 1.433 3.996 471 7.792
Noord-Brabant (PV) 2019* 9.701 56.602 9.278 1.049 74.530 74.530 19.976 2.410 10.936 28.344 3.335 54.301
Limburg (PV) 2019* 4.039 21.694 3.619 396 28.956 28.956 9.817 1.123 4.041 11.788 1.381 22.686
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


De regionale rekeningen voor huishoudens in deze tabel beschrijven de primaire en de secundaire verdeling van de inkomensrekening van de sector huishoudens.
Deze rekeningen kunnen worden gebruikt voor het maken van interregionale vergelijkingen van de belangrijkste transacties waarbij huishoudens betrokken zijn.
De sector huishoudens bevat alle natuurlijke personen die langer dan een jaar in Nederland verblijven, ongeacht hun nationaliteit. Naast de op zichzelf of in gezinsverband wonende personen, worden ook personen in verpleeginrichtingen, bejaardentehuizen, gevangenissen, internaten e.d. tot de huishoudens gerekend. Indien de tot de huishoudens gerekende personen een eigen bedrijf hebben, wordt dit bedrijf ook tot de huishoudens gerekend. Dit is het geval bij de zelfstandigen en de eigenwoningbezitters.

Gegevens beschikbaar vanaf 2015.

Status van de cijfers:
De gegevens van de jaren 2015 tot en met 2019 zijn voorlopig.

Wijzigingen per 15 december 2021.
De voorlopige verslagjaren 2015 tot en met 2018 zijn aangepast en het voorlopig verslagjaar 2019 is toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
In december 2022 komt het voorlopig jaar 2020 beschikbaar.

Toelichting onderwerpen

Transacties in mln euro
Veranderingen in vermogenscomponenten (bezittingen en schulden) van Nederlandse huishoudens. Bedragen in miljoen euro.
Inkomensverdeling (primaire verdeling)
De primaire inkomensverdelingsrekening beschrijft de verdeling van de toegevoegde waarde over de deelnemers (d.w.z. de leveranciers van de productiefactoren arbeid en kapitaal) aan het productieproces.
Middelen
Middelen bestaan uit transacties die de economische waarde van sectoren verhogen (oftewel de inkomsten door sectoren).
Gemengd inkomen (netto)
Het netto gemengd inkomen is het exploitatieoverschot (exclusief de afschrijvingen) dat resteert nadat de toegevoegde waarde tegen basisprijzen is verminderd met de beloning van werknemers en het saldo van niet-productgebonden belastingen op productie en niet-productgebonden subsidies op productie. Bij zelfstandigen wordt dit exploitatieoverschot gemengd inkomen genoemd, omdat het ook de beloning voor de door hen geleverde arbeid bevat.
Binnen de sector huishoudens bestaat het gemengd inkomen ook nog uit de geproduceerde woondiensten voor eigen gebruik van huiseigenaren.
Beloning van werknemers
De beloning van werknemers heeft betrekking op de beloning voor geleverde arbeid. Als werknemer zijn aangemerkt alle ingezeten en niet-ingezeten personen die in dienstbetrekking werkzaam zijn. Ook directeuren van nv's en bv's behoren tot de werknemers, dus hun salarissen zijn ook in de beloning van werknemers begrepen. Hetzelfde geldt voor medewerkers van sociale werkplaatsen.
De beloning van werknemers heeft twee componenten: lonen enerzijds en sociale premies t.l.v. werkgevers anderzijds.
Inkomen uit vermogen (ontvangsten)
Inkomen uit vermogen bestaat uit:
Rente + dividenden + inkomen onttrokken aan quasi-vennootschappen + ingehouden winst op directe buitenlandse investeringen + inkomen uit grond en minerale reserves.
Bestedingen
Bestedingen bestaan uit transacties die de economische waarde van sectoren verminderen (oftewel de uitgaven door sectoren).

Inkomen uit vermogen (betaald)
Rente + Inkomen onttrokken aan quasi-vennootschappen + Inkomen uit grond en minerale reserves.
Primair inkomen (netto)
Het inkomen dat ingezetenen ontvangen voor hun directe deelname aan het productieproces, alsmede het inkomen dat zij ontvangen in ruil voor het beschikbaar stellen van financiële middelen, grond en dergelijke.

Het primaire inkomen wordt als volgt berekend:
+ Gemengd Inkomen (netto)
+ Beloning van werknemers
+ Inkomen uit vermogen (netto)
Inkomensverdeling (secundaire verdeling)
Herverdeling van het primair inkomen over deelnemers aan het economisch proces door inkomensoverdrachten.

Middelen
Middelen bestaan uit transacties die de economische waarde van sectoren verhogen (oftewel de inkomsten door sectoren).
Primair inkomen (netto)
Het inkomen dat ingezetenen ontvangen voor hun directe deelname aan het productieproces, alsmede het inkomen dat zij ontvangen in ruil voor het beschikbaar stellen van financiële middelen, grond en dergelijke.
---
Het primaire inkomen wordt als volgt berekend
+ Gemengd Inkomen (netto)
+ Beloning van werknemers
+ Inkomen uit vermogen (netto)


Sociale uitkeringen (in geld)
Deze uitkeringen worden aan huishoudens toegekend teneinde de financiële lasten te verlichten die voor die huishoudens voortvloeien uit een aantal risico's en behoeften (zoals ziekte, invaliditeit, arbeidsongeschiktheid, ouderdom, nabestaanden, werkloosheid). Sociale uitkeringen omvatten uitkeringen wettelijke sociale verzekering, uitkeringen sociale voorziening, pensioenuitkeringen, overige particuliere sociale premies en uitkeringen rechtstreeks door werkgevers.
Overige inkomensoverdrachten (ontvangen)
Totaal overige inkomensoverdrachten (middelen) omvatten:
Toegerekende sociale premies, Schadeverzekeringsuitkeringen en Overige inkomensoverdrachten niet eerder genoemd. Toegerekende sociale premies (zelfstandigen).
In deze transactie wordt de tegenwaarde geregistreerd van de rechtstreekse sociale uitkeringen door werkgevers (zelfstandigen) aan hun (voormalige) werknemers.
Schadeverzekeringsuitkeringen
Schadeverzekeringsuitkeringen zijn uitkeringen die betaald worden ter compensatie van schade als gevolg van ongeval, ziekte, diefstal, aanrijding etc. Zij worden betaald door ingezeten en niet-ingezeten
verzekeringsinstellingen aan ingezeten en niet-ingezeten polishouders.
Overige inkomensoverdrachten
Onder deze transactie worden alle nog niet eerder genoemde transacties geboekt, die niet het karakter hebben van een kapitaaloverdracht. Hiertoe behoren voornamelijk de onderlinge overdrachten tussen huishoudens.
Bestedingen
Bestedingen bestaan uit transacties die de economische waarde van sectoren verminderen (oftewel de uitgaven door sectoren).

Belastingen op inkomen en vermogen
Alle verplichte betalingen om niet, in geld of in natura, die regelmatig door de overheid en door het buitenland over het inkomen en het vermogen van institutionele eenheden worden geheven.
Bij vennootschappen omvatten de belastingen op inkomen en vermogen met name de vennootschapsbelasting en de dividendbelasting. Deze belastingen hebben als grondslag de winst van vennootschappen.
Bij huishoudens worden als belastingen op inkomen en vermogen alle belastingen beschouwd, die periodiek worden geheven op het inkomen of het vermogen, zoals inkomstenbelasting, loonbelasting en vermogensbelasting. Niet-periodieke heffingen, zoals de successierechten, zijn als kapitaaloverdrachten aangemerkt.
Enkele belastingsoorten die bij producenten gerekend worden tot belastingen op productie en invoer worden bij huishoudens, in hun hoedanigheid van consument, beschouwd als belastingen op inkomen en vermogen. Zo is de motorrijtuigenbelasting op auto's die privé worden gebruikt, gerekend tot de belastingen op inkomen en vermogen.
De behandeling van de dividendbelasting vloeit voort uit de bruto registratie van dividend, dat wil zeggen inclusief dividendbelasting. Dit betekent dat de dividendbelasting geboekt dient te worden bij de sector die het dividend ontvangt. Dit heeft tot gevolg dat er ook dividendbelasting aan het buitenland wordt betaald en uit het buitenland wordt ontvangen..
Sociale premies
Sociale premies omvatten premies wettelijke sociale verzekering, pensioenpremies, overige particuliere sociale premies en toegerekende sociale premies. Deze premies komen ten laste van werkgevers, werknemers, zelfstandigen en niet-werkenden.
In de praktijk wordt het werkgeversdeel van deze premies rechtstreeks door de werkgevers aan de verzekeraars betaald. Omdat de werkgeverspremies ook deel uit maken van de loonkosten zijn zij in eerste aanleg behandeld als beloning van werknemers aan huishoudens. Vanuit de huishoudens vloeien ze daarna, samen met de premies die niet ten laste komen van werkgevers, naar de verzekeraars.
Overige inkomensoverdrachten (betaald)
Totaal overige inkomensoverdrachten (bestedingen)

De totaal overige inkomensoverdrachten omvatten:
Uitkeringen rechtstreeks door werkgevers, Schadeverzekeringspremies en Overige inkomensoverdrachten niet eerder genoemd.
Uitkeringen rechtstreeks door werkgevers
Deze uitkeringen worden door werkgevers (zelfstandigen) rechtstreeks aan hun (voormalige) werknemers verstrekt zonder dat hierbij een sociaal verzekeringsfonds is betrokken. Hiertoe behoren onder meer de doorbetalingen bij ziekte.

Schadeverzekeringspremies
Schadeverzekeringspremies zijn premies die betaald worden om de schade te verzekeren als gevolg van ongeval, ziekte, diefstal, aanrijding etc. Zij worden betaald door ingezeten en niet-ingezeten polishouders aan ingezeten en niet-ingezeten verzekeringsinstellingen.
Omdat de vergoeding voor verzekeringsdiensten bij schadeverzekeringsmaatschappijen wordt berekend als het verschil tussen de bruto premies (in rekening gebrachte premies en de aanvulling uit het beleggingsinkomen) en de uitkeringen, zijn de schadeverzekeringspremies gelijk aan de uitkeringen.
Overige inkomensoverdrachten.
Onder deze transactie worden alle nog niet eerder genoemde transacties geboekt, die niet het karakter hebben van een kapitaaloverdracht. Hiertoe behoren voornamelijk de onderlinge overdrachten tussen huishoudens.
Beschikbaar inkomen (netto)
Het inkomen na herverdeling van het primair inkomen door al dan niet verplichte inkomensoverdrachten zoals belastingen op inkomen en vermogen, sociale premies en uitkeringen, en overige inkomensoverdrachten. Netto wil hier zeggen dat de afschrijvingen (voor machines en andere kapitaalgoederen) zijn afgetrokken van de inkomsten. In praktijk beïnvloed dit met name de inkomsten van zelfstandigen.

Huishoudens kunnen het beschikbaar inkomen gebruiken voor consumptieve bestedingen en besparingen.

Secundair inkomen/ beschikbaar inkomen.
+ Primair inkomen
+ Sociale uitkeringen
+ overige inkomstenoverdrachten (netto)
- Belastingen op inkomen en vermogen
- Sociale premies