Akkerbouwgewassen; voorlopige en definitieve oogstraming

Akkerbouwgewassen; voorlopige en definitieve oogstraming

Gewassen Perioden Beteelde oppervlakte Voorlopige oogstraming (ha) Geoogste oppervlakte Definitieve oogstraming (ha) Geoogste oppervlakte Verschil geoogst t.o.v. beteeld (%) Bruto opbrengst per ha Voorlopige oogstraming (1 000 kg) Bruto opbrengst per ha Definitieve oogstraming (1 000 kg) Bruto opbrengst per ha Verschil (%) Totale bruto opbrengst Voorlopige oogstraming (1 000 kg) Totale bruto opbrengst Definitieve oogstraming (1 000 kg) Totale bruto opbrengst Verschil (%)
Tarwe (totaal) 2017 116.448 115.923 -0,4 9,5 9,1 -4,2 1.111.215 1.054.151 -5,1
Tarwe (totaal) 2018 112.898 111.660 -0,3 9,3 8,8 -5,4 1.044.561 984.874 -5,7
Tarwe (totaal) 2019 121.869 120.546 -0,4 9,9 9,6 -3,0 1.207.172 1.157.429 -4,1
Tarwe (totaal) 2020 109.621 9,4 1.030.620
Tarwe, winter 2017 108.037 107.574 -0,4 9,7 9,3 -4,1 1.046.183 996.379 -4,8
Tarwe, winter 2018 97.062 95.971 -0,3 9,5 9,1 -4,2 924.767 874.353 -5,5
Tarwe, winter 2019 112.894 111.756 -0,4 10,1 9,8 -3,0 1.138.043 1.095.086 -3,8
Tarwe, winter 2020 92.824 9,8 909.734
Tarwe, zomer 2017 8.411 8.349 -0,8 7,7 6,9 -10,4 65.032 57.772 -11,2
Tarwe, zomer 2018 15.835 15.689 -0,5 7,6 7,0 -7,9 119.794 110.522 -7,7
Tarwe, zomer 2019 8.974 8.790 -0,8 7,7 7,1 -7,8 69.129 62.343 -9,8
Tarwe, zomer 2020 16.797 7,2 120.879
Gerst, winter 2017 9.296 9.284 -0,2 8,6 8,6 0,0 79.670 79.843 0,2
Gerst, winter 2018 8.322 8.199 -0,5 8,4 8,1 -3,6 70.223 66.043 -6,0
Gerst, winter 2019 11.165 11.092 -0,4 9,1 9,1 0,0 101.089 100.389 -0,7
Gerst, winter 2020 9.711 8,8 85.095
Gerst, zomer 2017 20.895 20.436 -2,2 6,2 6,1 -1,6 130.314 124.473 -4,5
Gerst, zomer 2018 28.103 27.775 -0,5 6,4 6,7 4,7 179.325 187.361 4,5
Gerst, zomer 2019 22.734 22.297 -1,2 6,3 6,6 4,8 142.667 147.797 3,6
Gerst, zomer 2020 28.965 6,3 183.729
Rogge 2017 1.496 1.365 -8,8 5,5 3,2 -41,8 8.290 4.385 -47,1
Rogge 2018 1.596 1.557 -2,6 4,7 2,9 -38,3 7.534 4.457 -40,8
Rogge 2019 1.876 1.491 -20,5 3,7 3,6 -2,7 6.952 5.428 -21,9
Rogge 2020 1.903 3,5 6.690
Haver 2017 1.495 1.455 -2,7 6,5 4,6 -29,2 9.715 6.728 -30,7
Haver 2018 1.461 1.411 -2,5 5,8 5,0 -13,8 8.513 7.011 -17,6
Haver 2019 1.535 1.430 -6,8 5,7 6,0 5,3 8.798 8.558 -2,7
Haver 2020 1.568 5,6 8.826
Triticale 2017 1.227 1.225 -0,2 6,3 5,2 -17,5 7.783 6.395 -17,8
Triticale 2018 1.157 1.098 -4,9 5,7 5,0 -12,3 6.649 5.450 -18,0
Triticale 2019 1.333 1.326 -0,6 6,0 5,4 -10,0 8.042 7.208 -10,4
Triticale 2020 1.183 5,8 6.847
Maïs, korrelmaïs 2017 8.687 8.671 -0,2 8,8 13,5 53,4 76.667 116.711 52,2
Maïs, korrelmaïs 2018 9.819 9.415 -3,3 7,0 9,0 28,6 68.820 84.788 23,2
Maïs, korrelmaïs 2019 12.902 12.424 -1,9 7,3 10,3 41,1 94.716 127.395 34,5
Maïs, korrelmaïs 2020 12.835 7,6 97.134
Maïs, snijmaïs 2017 205.171 203.511 -0,8 43,4 48,9 12,7 8.903.903 9.955.458 11,8
Maïs, snijmaïs 2018 206.753 203.220 -1,1 33,2 39,9 20,2 6.858.252 8.103.000 18,1
Maïs, snijmaïs 2019 188.053 186.226 -0,6 35,7 43,0 20,4 6.704.128 8.014.566 19,5
Maïs, snijmaïs 2020 195.756 36,2 7.078.299
Maïs, corn cob mix 2017 3.585 3.575 -0,4 10,3 13,4 30,1 37.102 47.956 29,3
Maïs, corn cob mix 2018 4.552 4.345 -3,7 7,7 7,7 0,0 34.980 33.501 -4,2
Maïs, corn cob mix 2019 6.682 6.585 -0,7 8,0 10,3 28,8 53.446 67.773 26,8
Maïs, corn cob mix 2020 6.732 8,7 58.342
Bruine bonen 2017 1.347 1.347 0,0 3,2 3,5 9,4 4.244 4.648 9,5
Bruine bonen 2018 1.046 1.016 -1,9 1,8 1,8 0,0 1.882 1.829 -2,8
Bruine bonen 2019 1.414 1.413 0,0 2,5 2,5 0,0 3.506 3.505 0,0
Bruine bonen 2020 2.127 2,7 5.637
Koolzaad (totaal) 2017 1.947 1.940 -0,4 4,1 4,1 0,0 8.047 7.894 -1,9
Koolzaad (totaal) 2018 2.056 2.015 -1,6 3,9 2,9 -25,6 7.925 5.836 -26,4
Koolzaad (totaal) 2019 1.841 1.775 -1,1 3,7 3,4 -8,1 6.739 6.038 -10,4
Koolzaad (totaal) 2020 1.695 3,6 6.116
Vlas 2017 2.572 2.494 -2,7 4,1 4,1 0,0 10.455 10.224 -2,2
Vlas 2018 2.232 2.218 -0,6 4,0 4,0 0,0 8.841 8.783 -0,7
Vlas 2019 2.291 2.291 0,0 5,8 5,8 0,0 13.356 13.356 0,0
Vlas 2020 2.377 3,8 9.081
Lijnzaad 2017 2.572 2.494 -2,7 0,6 0,6 0,0 1.623 1.496 -7,8
Lijnzaad 2018 2.232 2.218 -0,6 0,7 0,7 0,0 1.518 1.508 -0,7
Lijnzaad 2019 2.291 2.291 0,0 0,9 0,9 0,0 2.149 2.149 0,0
Lijnzaad 2020 2.377 0,7 1.771
Cichorei 2017 3.235 3.142 -2,9 48,1 48,6 1,0 155.647 152.640 -1,9
Cichorei 2018 3.151 3.142 -0,3 38,3 43,4 13,3 120.631 136.451 13,1
Cichorei 2019 4.041 3.975 -1,6 42,1 43,2 2,6 170.216 171.888 1,0
Cichorei 2020 3.853 39,7 152.909
Hennep 2017 2.272 1.272 -44,0 8,0 7,5 -6,3 18.175 9.539 -47,5
Hennep 2018 2.122 1.990 -6,2 7,7 7,7 0,0 16.337 15.323 -6,2
Hennep 2019 1.877 1.877 0,0 7,5 7,5 0,0 14.074 14.074 0,0
Hennep 2020 1.827 7,1 12.895
Aardappelen (totaal) 2017 162.610 160.791 -1,2 45,7 46,0 0,7 7.436.237 7.391.881 -0,6
Aardappelen (totaal) 2018 165.012 164.597 -0,2 35,0 36,6 4,6 5.782.554 6.025.365 4,2
Aardappelen (totaal) 2019 167.611 165.733 -1,1 42,4 42,0 -0,9 7.100.162 6.961.230 -2,0
Aardappelen (totaal) 2020 165.614 42,8 7.089.712
Consumptieaardappelen (totaal) 2017 76.243 74.775 -2,0 52,6 52,8 0,4 4.012.154 3.950.307 -1,5
Consumptieaardappelen (totaal) 2018 76.452 76.060 -0,4 40,0 41,2 3,0 3.055.817 3.132.639 2,5
Consumptieaardappelen (totaal) 2019 78.899 77.544 -1,7 49,3 47,9 -2,8 3.887.397 3.716.187 -4,4
Consumptieaardappelen (totaal) 2020 76.706 48,5 3.719.252
Pootaardappelen (totaal) 2017 42.323 41.978 -0,8 . 36,9 . 1.547.843
Pootaardappelen (totaal) 2018 43.791 43.460 -0,2 . 31,0 . 1.346.578
Pootaardappelen (totaal) 2019 43.700 43.240 -1,0 . 35,8 . 1.545.981
Pootaardappelen (totaal) 2020 43.803 .
Zetmeelaardappelen 2017 44.044 44.041 0,0 . 43,0 . 1.893.758
Zetmeelaardappelen 2018 45.418 45.077 0,0 . 34,3 . 1.546.148
Zetmeelaardappelen 2019 45.012 44.949 0,0 . 37,8 . 1.699.063
Zetmeelaardappelen 2020 45.106 .
Suikerbieten 2017 85.347 85.352 0,0 88,7 93,3 5,2 7.567.635 7.959.266 5,2
Suikerbieten 2018 85.218 85.196 0,0 81,1 76,4 -5,8 6.908.805 6.506.309 -5,8
Suikerbieten 2019 79.205 79.176 0,0 82,4 83,9 1,8 6.526.517 6.644.707 1,8
Suikerbieten 2020 81.450 82,9 6.749.731
Zaai-uien 2017 26.679 26.123 -2,1 56,7 55,7 -1,8 1.513.686 1.453.789 -4,0
Zaai-uien 2018 25.376 24.979 -1,5 32,0 35,5 10,9 811.392 887.052 9,3
Zaai-uien 2019 27.596 27.206 -1,4 53,1 50,3 -5,3 1.464.973 1.369.020 -6,5
Zaai-uien 2020 27.280 49,5 1.350.338
Zaai-uien na uitval 2017 26.679 26.123 -2,1 . 50,6 . 1.322.482
Zaai-uien na uitval 2018 25.376 24.979 -1,5 . 33,1 . 827.334
Zaai-uien na uitval 2019 27.596 27.206 -1,4 . 46,9 . 1.276.784
Zaai-uien na uitval 2020 .
Poot- en plantuien (2e jaars) 2017
Poot- en plantuien (2e jaars) 2018
Poot- en plantuien (2e jaars) 2019
Poot- en plantuien (2e jaars) 2020 6.487 53,9 349.617
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat cijfers over de beteelde en de geoogste oppervlakte, de opbrengst per hectare en de totale opbrengst in een oogstjaar, per akkerbouwgewas. Zowel de resultaten van de voorlopige oogstraming als de resultaten van de definitieve oogstraming worden in deze tabel weergegeven, evenals het percentage verschil.

Om tot het cijfer voor de opbrengst te komen wordt eerst een voorlopige oogstraming gemaakt. Dat gebeurt in de maanden augustus tot en met oktober.
Na deze raming worden de cijfers van de definitieve oogstraming in de maanden december tot en met maart van het jaar na het oogstjaar gemaakt.
Deze cijfers zijn nog voorlopig tot eind september in het jaar na het oogstjaar.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2010.

Status van de cijfers:
De cijfers van de definitieve oogstraming 2019 zijn voorlopig.

Wijziging per 30 oktober 2020:
De voorlopige cijfers van 2020 voor de bruto opbrengst per hectare en voor de totale bruto opbrengst zijn toegevoegd voor de gewassen: maïs, bruine bonen, vlas, lijnzaad, cichorei, hennep, aardappelen, suikerbieten en uien.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
De voorlopige ramingen voor de granen worden eind september van het oogstjaar gepubliceerd. De voorlopige ramingen voor de overige gewassen worden eind oktober van het oogstjaar gepubliceerd. De voorlopige ramingen worden in deze tabel na publicatie niet meer aangepast. De cijfers van de definitieve oogstraming worden deels gepubliceerd eind januari en deels eind maart van het jaar na het oogstjaar. Deze cijfers zijn nog voorlopig tot eind september in het jaar na het oogstjaar.

Toelichting onderwerpen

Beteelde oppervlakte
Aantal hectares landbouwgrond waarop het gewas verbouwd wordt.
Voorlopige oogstraming
De voorlopige oogstraming is gebaseerd op gegevens over de oppervlaktes beteelde grond (in hectares) zoals waargenomen in de Landbouwtelling en schattingen van de opbrengst per hectare afkomstig van een inventarisatie van Delphy.
Geoogste oppervlakte
Bij de voorlopige raming is dit in principe gelijk aan de beteelde oppervlakte. Bij de definitieve oogstraming is dit de oppervlakte waarvan al geoogst is of naar verwachting nog geoogst zal worden. Dat is dus de oppervlakte waarop daadwerkelijk productie heeft plaatsgevonden. Dit kan door omstandigheden (bijvoorbeeld wateroverlast) minder zijn dan de oorspronkelijk beteelde oppervlakte.
Definitieve oogstraming
De bruto opbrengst van de definitieve oogstraming is gebaseerd op een steekproefenquête onder bedrijven met akkerbouwgewassen. Deze bedrijven geven anders dan in de voorlopige raming, niet de beteelde oppervlakte op, maar de oppervlakte die al geoogst is of naar verwachting nog geoogst zal worden. Door omstandigheden kan de oppervlakte grond waarvan geoogst is kleiner zijn dan de oorspronkelijk beteelde oppervlakte. Ook wordt gevraagd naar de niet-geoogste oppervlakte. De beteelde oppervlakte bij de definitieve oogstraming is gebaseerd op gegevens over de oppervlaktes beteelde grond (in hectares) zoals waargenomen in de Landbouwtelling.
Verschil geoogst t.o.v. beteeld
Procentuele aanpassing van de daadwerkelijk geoogste oppervlakte van een gewas ten opzichte van de definitieve teeltoppervlakte van de Landbouwtelling.
Bruto opbrengst per ha
Bij de bepaling van de opbrengst per hectare (de gemiddelde opbrengst) wordt alleen gerekend met de hectares die daadwerkelijk geoogst zijn of nog geoogst zullen worden. Hectares die beteeld waren maar waarvan de opbrengst verloren is gegaan (bijvoorbeeld door wateroverlast) tellen dus niet mee.
De opbrengsten van korrelmaïs en corn cob mix zijn berekend in de situatie waarin deze geoogste gewassen 35 procent vocht zouden bevatten. Bij snijmaïs is dit gewicht berekend bij een vochtgehalte van 65 procent. De opbrengst van graan (tarwe, gerst, haver, rogge en triticale) wordt in de voorlopige raming bepaald als het bruto gewicht van de geoogste korrels. In de definitieve raming is dit het gewicht in de situatie waarin elke korrel 16 procent vocht zou bevatten.
Toelichting:
Graan met 16 procent vocht (of minder) is zodanig droog dat het zonder problemen bewaard kan worden. Meer vocht zou betekenen dat het graan eerst gedroogd moet worden voordat het opgeslagen kan worden. Dat drogen kost geld en de bedrijven zullen dus bij voorkeur oogsten bij 16 procent vochtgehalte. Maar dat lukt niet altijd; in werkelijkheid kan het graan meer vocht bevatten. Om toch tot een goede schatting te komen van de daadwerkelijke 'droge' opbrengst worden alle individuele opgaven van de opbrengsten per hectare (waarvan ook het werkelijke vochtgehalte bekend is) omgerekend naar de situatie met 16 procent vocht in de korrels.
Voorlopige oogstraming
De voorlopige oogstraming is gebaseerd op gegevens over de oppervlaktes beteelde grond (in hectares) zoals waargenomen in de Landbouwtelling en schattingen van de opbrengst per hectare afkomstig van een inventarisatie van Delphy.
Definitieve oogstraming
De bruto opbrengst van de definitieve oogstraming is gebaseerd op een steekproefenquête onder bedrijven met akkerbouwgewassen. Deze bedrijven geven anders dan in de voorlopige raming, niet de beteelde oppervlakte op, maar de oppervlakte die al geoogst is of naar verwachting nog geoogst zal worden. Door omstandigheden kan de oppervlakte grond waarvan geoogst is kleiner zijn dan de oorspronkelijk beteelde oppervlakte. Ook wordt gevraagd naar de niet-geoogste oppervlakte. De beteelde oppervlakte bij de definitieve oogstraming is gebaseerd op gegevens over de oppervlaktes beteelde grond (in hectares) zoals waargenomen in de Landbouwtelling.
  
Verschil
Procentuele aanpassing van de definitieve bruto opbrengst per hectare ten opzichte van de voorlopige bruto opbrengst per hectare.
Totale bruto opbrengst
Tot de totale opbrengst (totale bruto productie) behoort alles wat geoogst is of (vermoedelijk) geoogst gaat worden. Tot de totale opbrengst behoort ook dat deel van de productie dat om bijzondere redenen niet geschikt is voor zijn oorspronkelijke bestemming. Dit geldt echter alleen als het nog wel voor andere normale bedrijfsdoeleinden kan worden aangewend (bijv. aardappelen, die alleen nog voor veevoeder te gebruiken zijn). Hierdoor is de totale bruto opbrengst niet gelijk aan de handelsproductie.
De opbrengsten van korrelmaïs en corn cob mix zijn berekend in de situatie waarin deze geoogste gewassen 35 procent vocht zouden bevatten. Bij snijmaïs is dit gewicht berekend bij een vochtgehalte van 65 procent.De opbrengst van graan (tarwe, gerst, haver, rogge en triticale) wordt in de voorlopige raming bepaald als het bruto gewicht van de geoogste korrels. In de definitieve raming is dit het gewicht in de situatie waarin elke korrel 16 procent vocht zou bevatten.
Toelichting:
Graan met 16 procent vocht (of minder) is zodanig droog dat het zonder problemen bewaard kan worden. Meer vocht zou betekenen dat het graan eerst gedroogd moet worden voordat het opgeslagen kan worden. Dat drogen kost geld en de bedrijven zullen dus bij voorkeur oogsten bij 16 procent vochtgehalte. Maar dat lukt niet altijd; in werkelijkheid kan het graanmeer vocht bevatten. Om toch tot een goede schatting te komen van de daadwerkelijke 'droge' opbrengst worden alle individuele opgaven van de opbrengsten per hectare (waarvan ook het werkelijke vochtgehalte bekend is) omgerekend naar de situatie met 16 procent vocht in de korrels.
Voorlopige oogstraming
De voorlopige oogstraming is gebaseerd op gegevens over de oppervlaktes beteelde grond (in hectares) zoals waargenomen in de Landbouwtelling en schattingen van de opbrengst per hectare afkomstig van een inventarisatie van Delphy.
  
Definitieve oogstraming
De bruto opbrengst van de definitieve oogstraming is gebaseerd op een steekproefenquête onder bedrijven met akkerbouwgewassen. Deze bedrijven geven anders dan in de voorlopige raming, niet de beteelde oppervlakte op, maar de oppervlakte die al geoogst is of naar verwachting nog geoogst zal worden. Door omstandigheden kan de oppervlakte grond waarvan geoogst is kleiner zijn dan de oorspronkelijk beteelde oppervlakte. Ook wordt gevraagd naar de niet-geoogste oppervlakte. De beteelde oppervlakte bij de definitieve oogstraming is gebaseerd op gegevens over de oppervlaktes beteelde grond (in hectares) zoals waargenomen in de Landbouwtelling.
Verschil
Procentuele aanpassing van de definitieve bruto totale opbrengst ten opzichte van de voorlopige bruto totale opbrengst. Dit verschil toont dus de combinatie van het verschil in de voorlopige en definitieve bruto hectare opbrengst en het verschil tussen de geoogste oppervlakte en de voorlopige teeltoppervlakte.