Saldo en schuld; overheidssectoren

Saldo en schuld; overheidssectoren

Institutionele sectoren Perioden Saldo en schuld in mln euro Opbouw saldo Saldo (mln euro) Saldo en schuld in mln euro Opbouw saldo Inkomsten (mln euro) Saldo en schuld in mln euro Opbouw saldo Uitgaven (-) (mln euro) Saldo en schuld in mln euro Schuld (EMU) (mln euro) Saldo en schuld in mln euro Opbouw mutatie schuld (EMU) Mutatie schuld (EMU) (mln euro) Saldo en schuld in mln euro Opbouw mutatie schuld (EMU) Tekort (EMU) (mln euro) Saldo en schuld in mln euro Opbouw mutatie schuld (EMU) Transacties in financiële activa (mln euro) Saldo en schuld in mln euro Opbouw mutatie schuld (EMU) Transacties in passiva, niet EMU-schuld (mln euro) Saldo en schuld in mln euro Opbouw mutatie schuld (EMU) Waarderingsverschillen (mln euro) Saldo en schuld in mln euro Opbouw mutatie schuld (EMU) Statistisch verschil (mln euro) Saldo en schuld in mln euro Aandeel overheidsschuld (mln euro) Saldo en schuld in % bbp Saldo (in % van bbp) Saldo en schuld in % bbp Schuld (EMU) (in % van bbp) Saldo en schuld in % bbp Aandeel overheidsschuld (in % van bbp)
Overheid 2018 10.611 337.976 -327.365 405.773 -14.524 -10.611 -1.431 -1.799 -494 -189 405.773 1,4 52,4 52,4
Overheid 2019 3e kwartaal* -446 81.742 -82.188 395.094 -8.718 446 -11.297 850 1.132 151 395.094 1,3 49,3 49,3
Overheid 2019 4e kwartaal* 2.990 89.288 -86.298 394.670 -424 -2.990 1.358 2.355 -2.484 1.337 394.670 1,7 48,7 48,7
Overheid 2019* 13.927 354.351 -340.424 394.670 -11.103 -13.927 938 2.471 -627 42 394.670 1,7 48,7 48,7
Overheid 2020 1e kwartaal* 9.259 95.840 -86.581 403.141 8.471 -9.259 19.556 -3.188 1.694 -332 403.141 1,5 49,5 49,5
Overheid 2020 2e kwartaal* -24.382 81.918 -106.300 441.535 38.394 24.382 17.146 -873 -2.729 468 441.535 -1,6 55,2 55,2
Overheid 2020 3e kwartaal* -12.239 80.305 -92.544 441.174 -361 12.239 -12.147 -1.524 970 101 441.174 -3,1 55,2 55,2
Centrale overheid 2018 5.882 203.243 -197.361 383.430 -11.755 -5.882 -3.820 -1.363 -518 -172 352.768 0,8 49,5 45,6
Centrale overheid 2019 3e kwartaal* -2.905 48.745 -51.650 387.379 -9.902 2.905 -13.073 -1.008 1.205 69 357.206 0,4 48,3 44,6
Centrale overheid 2019 4e kwartaal* 2.898 55.644 -52.746 376.906 -10.473 -2.898 -7.607 1.072 -2.391 1.351 349.123 1,1 46,5 43,1
Centrale overheid 2019* 8.516 218.129 -209.613 376.906 -6.524 -8.516 1.122 1.485 -650 35 349.123 1,1 46,5 43,1
Centrale overheid 2020 1e kwartaal* 10.319 66.437 -56.118 388.866 11.960 -10.319 28.797 -7.874 1.687 -331 355.532 1,0 47,7 43,6
Centrale overheid 2020 2e kwartaal* -27.266 41.548 -68.814 432.996 44.130 27.266 22.859 -3.715 -2.754 474 393.652 -2,1 54,2 49,2
Centrale overheid 2020 3e kwartaal* -10.662 48.347 -59.009 438.682 5.686 10.662 -17.599 11.568 963 92 410.652 -3,1 54,9 51,4
Rijksoverheid 2018 5.355 194.336 -188.981 387.239 -11.484 -5.355 -4.182 -1.254 -521 -172 353.976 0,7 50,0 45,7
Rijksoverheid 2019 3e kwartaal* -2.601 46.529 -49.130 391.733 -9.904 2.601 -12.749 -985 1.205 24 358.846 0,4 48,9 44,8
Rijksoverheid 2019 4e kwartaal* 3.147 53.361 -50.214 381.040 -10.693 -3.147 -7.626 1.138 -2.391 1.333 350.689 1,0 47,0 43,3
Rijksoverheid 2019* 8.337 209.111 -200.774 381.040 -6.199 -8.337 1.152 1.603 -652 35 350.689 1,0 47,0 43,3
Rijksoverheid 2020 1e kwartaal* 9.886 64.215 -54.329 393.206 12.166 -9.886 28.588 -7.893 1.687 -330 357.307 1,0 48,3 43,9
Rijksoverheid 2020 2e kwartaal* -27.912 39.316 -67.228 438.300 45.094 27.912 22.808 -3.346 -2.754 474 396.434 -2,2 54,8 49,6
Rijksoverheid 2020 3e kwartaal* -10.409 46.100 -56.509 444.179 5.879 10.409 -17.105 11.518 963 94 413.305 -3,2 55,6 51,7
Overige centrale overheid 2018 527 26.752 -26.225 4.756 22 -527 477 55 17 0 -1.208 0,1 0,6 -0,2
Overige centrale overheid 2019 3e kwartaal* -304 6.218 -6.522 4.879 -46 304 -303 -92 0 45 -1.640 0,0 0,6 -0,2
Overige centrale overheid 2019 4e kwartaal* -249 6.897 -7.146 4.737 -142 249 -239 -170 0 18 -1.566 0,0 0,6 -0,2
Overige centrale overheid 2019* 179 27.252 -27.073 4.737 -19 -179 613 -455 2 0 -1.566 0,0 0,6 -0,2
Overige centrale overheid 2020 1e kwartaal* 433 7.066 -6.633 4.734 -3 -433 445 -14 0 -1 -1.775 0,0 0,6 -0,2
Overige centrale overheid 2020 2e kwartaal* 646 8.236 -7.590 4.691 -43 -646 1.025 -422 0 0 -2.782 0,1 0,6 -0,3
Overige centrale overheid 2020 3e kwartaal* -253 6.463 -6.716 5.049 358 253 92 15 0 -2 -2.653 0,1 0,6 -0,3
Lokale overheid 2018 -1.392 100.020 -101.412 56.186 590 1.392 -725 -93 33 -17 44.548 -0,2 7,3 5,8
Lokale overheid 2019 3e kwartaal* 611 25.782 -25.171 55.292 122 -611 -631 1.354 -65 75 40.197 -0,1 6,9 5,0
Lokale overheid 2019 4e kwartaal* -2.130 24.760 -26.890 57.553 2.261 2.130 148 76 -65 -28 44.098 -0,2 7,1 5,4
Lokale overheid 2019* -1.359 103.082 -104.441 57.553 1.367 1.359 -1.308 1.285 24 7 44.098 -0,2 7,1 5,4
Lokale overheid 2020 1e kwartaal* 879 26.876 -25.997 57.863 310 -879 1.904 -723 9 -1 40.783 -0,1 7,1 5,0
Lokale overheid 2020 2e kwartaal* -653 29.218 -29.871 56.124 -1.739 653 -2.230 -181 25 -6 36.566 -0,2 7,0 4,6
Lokale overheid 2020 3e kwartaal* -31 26.645 -26.676 55.801 -323 31 -1.760 1.389 8 9 36.696 -0,2 7,0 4,6
Gemeenten 2018 -1.305 56.333 -57.638 43.126 1.230 1.305 -229 145 26 -17 39.572 -0,2 5,6 5,1
Gemeenten 2019 3e kwartaal* 1.015 15.555 -14.540 42.179 -30 -1.015 -352 1.308 -52 81 37.551 -0,1 5,3 4,7
Gemeenten 2019 4e kwartaal* -868 14.262 -15.130 44.073 1.894 868 1.126 20 -53 -67 40.095 -0,1 5,4 4,9
Gemeenten 2019* -966 58.518 -59.484 44.073 947 966 -1.555 1.523 13 0 40.095 -0,1 5,4 4,9
Gemeenten 2020 1e kwartaal* -62 15.101 -15.163 44.234 161 62 39 52 9 -1 36.954 0,0 5,4 4,5
Gemeenten 2020 2e kwartaal* -781 16.613 -17.394 42.332 -1.902 781 -2.593 -83 -1 -6 34.068 -0,1 5,3 4,3
Gemeenten 2020 3e kwartaal* 711 16.257 -15.546 41.661 -671 -711 -942 973 0 9 34.111 -0,1 5,2 4,3
Gemeenschappelijke regelingen 2018 62 11.320 -11.258 2.951 113 -62 296 -103 -18 0 76 0,0 0,4 0,0
Gemeenschappelijke regelingen 2019 3e kwartaal* 90 2.664 -2.574 2.996 -27 -90 64 -15 -1 15 -591 0,0 0,4 -0,1
Gemeenschappelijke regelingen 2019 4e kwartaal* -55 2.916 -2.971 3.056 60 55 -50 55 0 0 99 0,0 0,4 0,0
Gemeenschappelijke regelingen 2019* 2 11.133 -11.131 3.056 105 -2 259 -158 -1 7 99 0,0 0,4 0,0
Gemeenschappelijke regelingen 2020 1e kwartaal* 53 2.841 -2.788 3.078 22 -53 888 -813 0 0 -298 0,0 0,4 0,0
Gemeenschappelijke regelingen 2020 2e kwartaal* -41 3.228 -3.269 3.120 42 41 210 -236 27 0 -453 0,0 0,4 -0,1
Gemeenschappelijke regelingen 2020 3e kwartaal* 46 2.858 -2.812 3.037 -83 -46 -312 275 0 0 -634 0,0 0,4 -0,1
Provincies 2018 -526 6.104 -6.630 654 19 526 -569 54 8 0 -7.777 -0,1 0,1 -1,0
Provincies 2019 3e kwartaal* -218 1.427 -1.645 723 79 218 -171 34 0 -2 -8.847 -0,1 0,1 -1,1
Provincies 2019 4e kwartaal* -167 1.446 -1.613 813 90 167 -97 16 1 3 -8.652 -0,1 0,1 -1,1
Provincies 2019* -733 5.730 -6.463 813 159 733 -812 237 1 0 -8.652 -0,1 0,1 -1,1
Provincies 2020 1e kwartaal* -256 1.319 -1.575 757 -56 256 -462 150 0 0 -8.392 -0,1 0,1 -1,0
Provincies 2020 2e kwartaal* -51 1.485 -1.536 928 171 51 103 17 0 0 -8.745 -0,1 0,1 -1,1
Provincies 2020 3e kwartaal* -326 1.373 -1.699 765 -163 326 -672 175 8 0 -8.228 -0,1 0,1 -1,0
Waterschappen 2018 -59 3.485 -3.544 7.623 -223 59 -327 12 33 0 7.410 0,0 1,0 1,0
Waterschappen 2019 3e kwartaal* -5 859 -864 7.591 43 5 -104 173 -12 -19 7.382 0,0 0,9 0,9
Waterschappen 2019 4e kwartaal* 51 889 -838 7.604 13 -51 56 9 -13 12 7.452 0,0 0,9 0,9
Waterschappen 2019* -120 3.441 -3.561 7.604 -19 120 -106 -44 11 0 7.452 0,0 0,9 0,9
Waterschappen 2020 1e kwartaal* -91 830 -921 7.798 194 91 139 -36 0 0 7.707 0,0 1,0 0,9
Waterschappen 2020 2e kwartaal* -21 888 -909 7.800 2 21 -67 48 0 0 7.585 0,0 1,0 0,9
Waterschappen 2020 3e kwartaal* -74 846 -920 8.239 439 74 273 92 0 0 7.634 0,0 1,0 1,0
Overige lokale overheden 2018 436 36.012 -35.576 7.451 78 -436 751 -219 -18 0 5.267 0,1 1,0 0,7
Overige lokale overheden 2019 3e kwartaal* -271 8.441 -8.712 7.632 62 271 -144 -65 0 0 4.702 0,0 1,0 0,6
Overige lokale overheden 2019 4e kwartaal* -1.091 8.707 -9.798 7.797 165 1.091 -965 15 0 24 5.104 0,1 1,0 0,6
Overige lokale overheden 2019* 458 37.144 -36.686 7.797 346 -458 862 -58 0 0 5.104 0,1 1,0 0,6
Overige lokale overheden 2020 1e kwartaal* 1.235 10.242 -9.007 7.799 2 -1.235 1.230 7 0 0 4.812 0,0 1,0 0,6
Overige lokale overheden 2020 2e kwartaal* 241 10.413 -10.172 7.797 -2 -241 227 12 0 0 4.111 0,0 1,0 0,5
Overige lokale overheden 2020 3e kwartaal* -388 8.597 -8.985 7.881 84 388 -260 -44 0 0 3.813 0,0 1,0 0,5
Socialezekerheidsfondsen 2018 6.121 129.640 -123.519 28.968 -2.842 -6.121 3.537 -258 0 0 8.457 0,8 3,7 1,1
Socialezekerheidsfondsen 2019 3e kwartaal* 1.848 33.409 -31.561 28.453 -507 -1.848 -2.750 4.084 0 7 -2.309 1,0 3,6 -0,3
Socialezekerheidsfondsen 2019 4e kwartaal* 2.222 33.704 -31.482 25.947 -2.506 -2.222 -3.993 3.695 0 14 1.449 0,8 3,2 0,2
Socialezekerheidsfondsen 2019* 6.770 136.030 -129.260 25.947 -3.021 -6.770 4.449 -700 0 0 1.449 0,8 3,2 0,2
Socialezekerheidsfondsen 2020 1e kwartaal* -1.939 30.369 -32.308 31.494 5.547 1.939 4.481 -873 0 0 6.826 0,6 3,9 0,8
Socialezekerheidsfondsen 2020 2e kwartaal* 3.537 50.749 -47.212 37.506 6.012 -3.537 12.097 -2.548 0 0 11.317 0,7 4,7 1,4
Socialezekerheidsfondsen 2020 3e kwartaal* -1.546 37.381 -38.927 26.108 -11.398 1.546 -8.275 -4.669 0 0 -6.174 0,3 3,3 -0,8
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel toont de ontwikkeling van het saldo en de schuld van de overheid (ook wel EMU-saldo respectievelijk EMU-schuld genoemd) in Nederland. EMU staat voor Economische en Monetaire Unie. In deze tabel worden jaar- en kwartaalramingen gegeven van de overheid, opgesplitst naar de bijdrage per subsector van de overheid.

In deze tabel wordt daarnaast de aansluiting tussen het saldo en de veranderingen in de schuld getoond. De schuld wordt gepresenteerd in faciale waarde (het oorspronkelijke schuldbedrag).

Het saldo en de schuld van de sector overheid zijn binnen de Europese Unie de belangrijkste indicatoren voor de gezondheid van de overheidsfinanciën. In het Verdrag van Maastricht en het daaruit voortvloeiende Stabiliteits- en Groeipact is bepaald dat een tekort niet meer dan 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) mag bedragen en de schuld niet meer dan 60 procent van het bbp. Indien de normen overschreden worden en hier geen bijzondere omstandigheden aan ten grondslag liggen, kan de Europese Commissie sancties opleggen.

De cijfers sluiten aan bij het stelsel van de Nationale Rekeningen. Er kunnen tijdelijke verschillen met de publicaties van de Nationale rekeningen optreden doordat de gepubliceerde cijfers van de overheidsrekeningen soms actueler zijn. Door het verschil in waarderingsgrondslag is de som van de schuldtitels van de overheidsschuld (faciale waarde) niet gelijk aan de som van de schuldtitels in de nationale rekeningen (marktwaarde). De schuld bestaat uit de titels: deposito's, kortlopende schuldbewijzen, langlopende schuldbewijzen, kortlopende leningen en langlopende leningen.

Gegevens beschikbaar vanaf:
Jaargegevens vanaf 1995, kwartaalgegevens vanaf 1999.

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel hebben voor de periode 1995-2017 de status definitief. De kwartalen van 2018 hebben de status voorlopig. De jaarcijfers van 2018 hebben de status definitief. De cijfers van 2019 en 2020 hebben de status voorlopig.

Wijzigingen per 24 december 2020:
Cijfers over het derde kwartaal van 2020 zijn beschikbaar.
Daarnaast zijn de cijfers over het tweede kwartaal van 2020 geactualiseerd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
De eerste cijfers van het meest recente kwartaal worden drie maanden na afloop van een kwartaal gepubliceerd. Vervolgens kunnen in september het eerste kwartaal, in december het tweede kwartaal en in maart de eerste drie kwartalen worden bijgesteld. De eerste jaarcijfers worden drie maanden na afloop van het verslagjaar gepubliceerd. Vervolgens worden de jaarcijfers twee maal bijgesteld: zes en achttien maanden na afloop van het verslagjaar. Hiernaast kunnen er tussentijdse actualisaties plaatsvinden om eind maart en eind september de meest actuele gegevens over de overheid aan de Europese Commissie te verstrekken. De gegevens over de kwartalen worden aangesloten op de bijgestelde jaarcijfers. De bijgestelde jaar- en kwartaalcijfers worden elk jaar eind juni gepubliceerd. Informatie over het revisiebeleid van Nationale rekeningen is te vinden onder paragraaf 3 'relevante artikelen'.

Toelichting onderwerpen

Saldo en schuld in mln euro
Het saldo en de geconsolideerde schuld van de overheid (gewaardeerd tegen de faciale waarde) exclusief de transitorische schuld en schuld op de titel financiële derivaten, uitgedrukt in miljoenen euro's.

Het saldo is het saldo van de uitgaven en inkomsten van de overheid. Dit is gelijk aan het vorderingensaldo van de overheid in de nationale rekeningen.

De schuld is geconsolideerd. Dit wil zeggen dat schulden en vorderingen tussen overheden uit dezelfde sector onderling niet meetellen in de schuld van deze sector.
Opbouw saldo
Het saldo van uitgaven en inkomsten van de overheid.
Saldo
Het saldo van uitgaven en inkomsten van de overheid. Een positief getal betekent een overschot en een negatief getal een tekort. Dit is gelijk aan het vorderingensaldo van de sector overheid in de nationale rekeningen.
Inkomsten
De inkomsten van de sector overheid bestaan uit belastinginkomsten, ontvangen sociale premies, inkomsten uit productieactiviteiten, overige lopende inkomsten en ontvangen kapitaaloverdrachten.

Het transactiemoment bepaalt het moment van boeken.
Uitgaven (-)
De uitgaven van de sector overheid bestaan uit intermediair verbruik, beloning van werknemers, betaalde rente, sociale uitkeringen en (aangekochte) natura overdrachten, betaalde subsidies, overige lopende uitgaven en overige kapitaaluitgaven.

Het transactiemoment bepaalt het moment van boeken.
Schuld (EMU)
De geconsolideerde schuld van de overheid, exclusief de transitorische schuld en de schuld op de titel financiële derivaten. Geconsolideerd wil zeggen dat schulden tussen overheden uit dezelfde sector onderling niet meetellen in de schuld van deze sector. De schuldtitels zijn gewaardeerd tegen faciale waarde.
Opbouw mutatie schuld (EMU)
Toe- of afname van de schuld. De mutatie bestaat uit het tekort of -overschot, de mutaties in financiële activa en passiva en het statistisch verschil.
Mutatie schuld (EMU)
Toe- of afname van de schuld. De mutatie bestaat uit het tekort of -overschot, de mutaties in financiële activa en passiva en het statistisch verschil.
Tekort (EMU)
Het negatieve saldo van inkomsten en uitgaven van de overheid. Dit is gelijk aan het saldo, echter met een tegengesteld teken. Een positief getal betekent een tekort en een negatief getal een overschot.
Transacties in financiële activa
Transacties in financiële activa zijn mutaties in chartaal geld en deposito's, schuldbewijzen, leningen, aandelen en deelnemingen, financiële derivaten en overige vorderingen die het gevolg zijn van afspraken tussen twee eenheden.
Transacties in passiva, niet EMU-schuld
Transacties in financiële passiva die niet tot de EMU-schuld definitie behoren. Transacties zijn een gevolg van afspraken tussen twee eenheden.

Transacties in passiva die niet tot de EMU-schuld definitie behoren zijn:
- Transacties in deelnemingen.
- Transacties in financiële derivaten.
- Overige schulden.
Waarderingsverschillen
Veranderingen in schulden die het gevolg zijn van veranderingen in waarde, bijvoorbeeld door valutaveranderingen.
Statistisch verschil
Het verschil tussen het saldo berekend vanuit de inkomsten en de uitgaven (+), en het saldo van de transacties op de activa en passiva (-).

In theorie zijn de saldi aan elkaar gelijk. In de praktijk kunnen echter verschillen voorkomen, bijvoorbeeld doordat er verschillende bronnen worden gebruikt.
Aandeel overheidsschuld
Aandeel van de subsector in de overheidsschuld (EMU).

Per subsector wordt het aandeel van de totale overheidsschuld weergegeven, uitgedrukt in miljoenen euro's. Het betreft de schuld van de overheid (gewaardeerd tegen de faciale waarde) exclusief de transitorische schuld en de schuld op de titel financiële derivaten. Het aandeel van een subsector in de overheidsschuld wordt berekend als de schuld van de betreffende subsector minus de vorderingen van de betreffende subsector op andere subsectoren van de overheid. Hierdoor tellen de hier gepresenteerde schuldcijfers van de subsectoren op naar de schuld van de overheid. Een negatief getal betekent dat de betreffende subsector van de overheid per saldo een vordering heeft op ander subsectoren van de overheid. De andere subsectoren van de overheid dragen dan extra bij aan de overheidsschuld.
Saldo en schuld in % bbp
Het saldo en de geconsolideerde schuld van de overheid (gewaardeerd tegen de faciale waarde) exclusief de transitorische schuld en de schuld op de titel financiële derivaten, uitgedrukt als percentage van het bruto binnenlands product (bbp).

Het saldo is het saldo van de uitgaven en inkomsten van de overheid.
Dit is gelijk aan het vorderingensaldo van de overheid in de nationale rekeningen.

De schuld is geconsolideerd. Dit wil zeggen dat schulden en vorderingen tussen overheden uit dezelfde sector niet meetellen in de schuld van deze sector.
Saldo
Het saldo van uitgaven en inkomsten van de overheid, uitgedrukt als percentage van het bruto binnenlands product (bbp). Een positief getal betekent een overschot en een negatief getal een tekort. Dit is gelijk aan het vorderingensaldo van de sector overheid in de nationale rekeningen.

Het bbp is het eindresultaat van de productieve activiteiten van de ingezeten productie-eenheden. Het is gelijk aan de toegevoegde waarde tegen basisprijzen van alle bedrijfsklassen samen, aangevuld met enkele transacties die niet naar bedrijfsklassen worden verdeeld.

Het saldo per kwartaal in procenten van het bbp is een voortschrijdend jaartotaal. Het wordt berekend als de som van het saldo in het verslagkwartaal plus de drie voorafgaande kwartalen, gedeeld door de som van het bbp in het verslagkwartaal plus de drie voorafgaande kwartalen. Het cijfer voor het vierde kwartaal is gelijk aan het jaarcijfer.
Schuld (EMU)
De geconsolideerde schuld van de overheid, exclusief de transitorische schuld en de schuld op de titel financiële derivaten, uitgedrukt als percentage van het bruto binnenlands product (bbp). Geconsolideerd wil zeggen dat schulden tussen overheden uit dezelfde sector niet meetellen in de schuld van deze sector. De schuldtitels zijn gewaardeerd tegen faciale waarde. De schuld als percentage van het bbp heet ook wel de schuldquote.

Het bbp is het eindresultaat van de productieve activiteiten van de ingezeten productie-eenheden. Het is gelijk aan de toegevoegde waarde tegen basisprijzen van alle bedrijfsklassen samen, aangevuld met enkele transacties die niet naar bedrijfsklassen worden verdeeld.

De schuld per kwartaal in procenten van het bbp is een voortschrijdend jaartotaal. Het wordt berekend als de schuld aan het eind van het verslagkwartaal, gedeeld door de het bbp in het verslagkwartaal plus de drie voorafgaande kwartalen. Het cijfer voor het vierde kwartaal is gelijk aan het jaarcijfer.
Aandeel overheidsschuld
Aandeel van de subsector in de overheidsschuld (EMU) in percentage van het bbp.

Per subsector wordt het aandeel van de totale overheidsschuld weergegeven, uitgedrukt als percentage van het bruto binnenlands product (bbp). Het betreft de schuld van de overheid (gewaardeerd tegen de faciale waarde) exclusief de transitorische schuld en de schuld op de titel financiële derivaten. Het aandeel van een subsector in de overheidsschuld wordt berekend als de schuld van de betreffende subsector minus de vorderingen van de betreffende subsector op andere subsectoren van de overheid. Hierdoor tellen de hier gepresenteerde schuldcijfers van de subsectoren op naar de schuld van de overheid. Een negatief getal betekent dat de betreffende subsector van de overheid per saldo een vordering heeft op ander subsectoren van de overheid. De andere subsectoren van de overheid dragen dan extra bij aan de overheidsschuld.

Het bruto binnenlands product is het eindresultaat van de productieve activiteiten van de ingezeten productie-eenheden. Het is gelijk aan de toegevoegde waarde tegen basisprijzen van alle bedrijfsklassen samen, aangevuld met enkele transacties die niet naar bedrijfsklassen worden verdeeld.

Het aandeel overheidsschuld per kwartaal in procenten van het bbp is een voortschrijdend jaartotaal. Het wordt berekend als het aandeel overheidsschuld aan het eind van het verslagkwartaal, gedeeld door de het bbp in het verslagkwartaal plus de drie voorafgaande kwartalen. Het cijfer voor het vierde kwartaal is gelijk aan het jaarcijfer.