Bbp, productie en bestedingen; kwartalen, waarden, nationale rekeningen

Bbp, productie en bestedingen; kwartalen, waarden, nationale rekeningen

Soort gegevens Perioden Opbouw bbp vanuit de finale bestedingen Finale bestedingen Nationale finale bestedingen Consumptieve bestedingen Totaal (mln euro) Opbouw bbp vanuit de finale bestedingen Finale bestedingen Nationale finale bestedingen Consumptieve bestedingen Huishoudens (mln euro) Opbouw bbp vanuit de finale bestedingen Finale bestedingen Nationale finale bestedingen Consumptieve bestedingen Overheid (mln euro) Opbouw nationaal vorderingensaldo Nationaal inkomensoverschot benadering Consumptieve bestedingen (-) (mln euro) Aanvullende detailgegevens Consumptieve bestedingen Bestedingsindeling consumptie Totaal (mln euro) Aanvullende detailgegevens Consumptieve bestedingen Bestedingsindeling consumptie Consumptie huishoudens incl. IZWh Totaal (mln euro) Aanvullende detailgegevens Consumptieve bestedingen Bestedingsindeling consumptie Consumptie huishoudens incl. IZWh Binnenlands consumptie huishoudens (mln euro) Aanvullende detailgegevens Consumptieve bestedingen Bestedingsindeling consumptie Consumptie huishoudens incl. IZWh Consumptie ingezetenen in het buitenland (mln euro) Aanvullende detailgegevens Consumptieve bestedingen Bestedingsindeling consumptie Consumptie huishoudens incl. IZWh Consumptie niet-ingezetenen in Nederland (mln euro) Aanvullende detailgegevens Consumptieve bestedingen Bestedingsindeling consumptie Consumptie huishoudens incl. IZWh Consumptie goederen huishoudens Totaal (mln euro) Aanvullende detailgegevens Consumptieve bestedingen Bestedingsindeling consumptie Consumptie huishoudens incl. IZWh Consumptie goederen huishoudens Duurzame consumptiegoederen Totaal (mln euro) Aanvullende detailgegevens Consumptieve bestedingen Bestedingsindeling consumptie Consumptie huishoudens incl. IZWh Consumptie goederen huishoudens Duurzame consumptiegoederen Kleding en textiel (mln euro) Aanvullende detailgegevens Consumptieve bestedingen Bestedingsindeling consumptie Consumptie huishoudens incl. IZWh Consumptie goederen huishoudens Duurzame consumptiegoederen Schoenen en lederwaren (mln euro) Aanvullende detailgegevens Consumptieve bestedingen Bestedingsindeling consumptie Consumptie huishoudens incl. IZWh Consumptie goederen huishoudens Duurzame consumptiegoederen Woninginrichting en woningdecoratie (mln euro) Aanvullende detailgegevens Consumptieve bestedingen Bestedingsindeling consumptie Consumptie huishoudens incl. IZWh Consumptie goederen huishoudens Duurzame consumptiegoederen Elektrische apparatuur (mln euro) Aanvullende detailgegevens Consumptieve bestedingen Bestedingsindeling consumptie Consumptie huishoudens incl. IZWh Consumptie goederen huishoudens Duurzame consumptiegoederen Vervoermiddelen en onderdelen (mln euro) Aanvullende detailgegevens Consumptieve bestedingen Bestedingsindeling consumptie Consumptie huishoudens incl. IZWh Consumptie goederen huishoudens Duurzame consumptiegoederen Overige duurzame goederen (mln euro) Aanvullende detailgegevens Consumptieve bestedingen Bestedingsindeling consumptie Consumptie huishoudens incl. IZWh Consumptie diensten huishoudens Totaal (mln euro) Aanvullende detailgegevens Consumptieve bestedingen Bestedingsindeling consumptie Consumptie huishoudens incl. IZWh Consumptie diensten huishoudens Huisvesting (mln euro) Aanvullende detailgegevens Consumptieve bestedingen Bestedingsindeling consumptie Consumptie huishoudens incl. IZWh Consumptie diensten huishoudens Horecadiensten (mln euro) Aanvullende detailgegevens Consumptieve bestedingen Bestedingsindeling consumptie Consumptie huishoudens incl. IZWh Consumptie diensten huishoudens Recreatie en cultuurdiensten (mln euro) Aanvullende detailgegevens Consumptieve bestedingen Bestedingsindeling consumptie Consumptie huishoudens incl. IZWh Consumptie diensten huishoudens Vervoer en communicatie diensten (mln euro) Aanvullende detailgegevens Consumptieve bestedingen Bestedingsindeling consumptie Consumptie huishoudens incl. IZWh Consumptie diensten huishoudens Medische diensten en welzijnszorg (mln euro) Aanvullende detailgegevens Consumptieve bestedingen Bestedingsindeling consumptie Consumptie huishoudens incl. IZWh Consumptie diensten huishoudens Financiële en zakelijke diensten (mln euro) Aanvullende detailgegevens Consumptieve bestedingen Bestedingsindeling consumptie Consumptie huishoudens incl. IZWh Consumptie diensten huishoudens Overige diensten (mln euro) Aanvullende detailgegevens Consumptieve bestedingen Bestedingsindeling consumptie Consumptie overheid Totaal (mln euro) Aanvullende detailgegevens Consumptieve bestedingen Bestedingsindeling consumptie Consumptie overheid Individuele consumptie overheid (mln euro) Aanvullende detailgegevens Consumptieve bestedingen Bestedingsindeling consumptie Consumptie overheid Collectieve consumptie overheid (mln euro) Aanvullende detailgegevens Consumptieve bestedingen Verwervingsindeling consumptie Totaal (mln euro) Aanvullende detailgegevens Consumptieve bestedingen Verwervingsindeling consumptie Werkelijke individuele consumptie (mln euro) Aanvullende detailgegevens Consumptieve bestedingen Verwervingsindeling consumptie Werkelijke collectieve consumptie (mln euro) Aanvullende detailgegevens Uitvoer naar productgroepen Consumptie niet-ingezetenen in Nederland (mln euro) Aanvullende detailgegevens Uitvoer naar productgroepen Uitvoer diensten Consumptie niet-ingezetenen in Nederland (mln euro) Aanvullende detailgegevens Invoer naar productgroep Consumptie ingezetenen in het buitenland (mln euro)
Prijsniveau 2015 2021 3e kwartaal* 132.102 84.135 47.942 132.102 132.102 84.135 83.127 3.233 2.200 36.828 16.973 4.056 1.091 4.130 2.915 2.542 2.275 46.335 17.925 6.794 2.471 3.218 3.377 6.308 6.164 47.942 33.193 14.746 132.102 117.346 14.746 2.200 2.200 3.233
Prijsniveau 2015, seizoengecorrigeerd 2021 3e kwartaal* 132.212 82.937 49.270 132.212 132.212 82.937 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 49.270 33.568 15.679 132.212 116.517 15.679 . . .
Werkelijke prijzen 2021 3e kwartaal* 149.065 93.612 55.453 149.065 149.065 93.612 92.395 3.775 2.558 39.917 17.526 4.224 1.073 4.438 2.576 2.788 2.427 52.478 20.669 8.470 2.813 3.203 3.689 6.949 6.685 55.453 38.776 16.677 149.065 132.388 16.677 2.558 2.558 3.775
Werkelijke prijzen, seizoengecorrigeerd 2021 3e kwartaal* 149.817 92.346 57.410 149.817 149.817 92.346 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 57.410 39.617 17.703 149.817 132.025 17.703 . . .
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat kwartaal- en jaargegevens over de productiecomponenten, de bestedingencategorieën en de inkomensbestanddelen van het bruto binnenlands product van Nederland. De volumeontwikkeling van het bruto binnenlands product is de maatstaf voor de economische groei van een land. Het is in de nationale rekeningen en dus ook in de kwartaalrekeningen gebruikelijk om het bruto binnenlands product vanuit drie gezichtspunten te benaderen, vanuit de productie, vanuit de bestedingen en vanuit het inkomen.

Daarnaast wordt in deze tabel ook de opbouw van het nationaal vorderingensaldo vanuit het bbp weergegeven en zijn er detailgegevens van variabelen uit de eerste vier onderwerpen beschikbaar. Deze zijn te vinden onder Aanvullende detailgegevens.

Gegevens beschikbaar vanaf 1995.

Status van de cijfers:
De jaargegevens in de periode 1995-2019 zijn definitief. Kwartaalgegevens van 2019, 2020 en 2021 hebben de status voorlopig.

Wijzigingen per 24 december 2021:
De gegevens van de tweede raming van het derde kwartaal 2021 zijn toegevoegd aan deze tabel.

Correctie per 17 augustus 2021:
In deze versie zijn de volgende correcties doorgevoerd:
- Bij een zevental tijdreeksen in de groep ’nationaal vorderingensaldo’ is bij de laatste revisie in 2018 de basisverlegging van de kettingvolumes basisjaar 2010 naar 2015 niet uitgevoerd. De aanpassing daarvan leidt tot wijzigingen in waarden en in volume- en prijsmutaties van deze reeksen.
- Bij de tijdreeksen ‘totale bestedingen’ en ‘voorraadmutaties’ in prijzen 2015 zijn kleine afrondingswijzigingen aangebracht.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
De resultaten van de eerste berekening, de zogenoemde flashraming, worden binnen 45 dagen na afloop van een verslagkwartaal bekend gemaakt. Vervolgens wordt 85 dagen na afloop van het kwartaal de reguliere raming gepubliceerd. Bij de tweede raming van het vierde kwartaal worden de gegevens van de voorgaande drie kwartalen van dat jaar herzien. Als in juni (nieuwe) jaarcijfers beschikbaar komen, dan worden de kwartaalcijfers opnieuw herzien zodat ze aansluiten op die jaarcijfers.

Toelichting onderwerpen

Opbouw bbp vanuit de finale bestedingen
De opbouw van het bruto binnenlands product vanuit de productie. Dit is gelijk aan de som van de toegevoegde waarde van alle bedrijfstakken (inclusief niet-commerciële). De toegevoegde waarde wordt geregistreerd tegen basisprijzen. Om uit te komen op het bbp tegen marktprijzen moet het saldo van productgebonden belastingen en subsidies en verschil tussen toegerekende en afgedragen btw erbij worden opgeteld. De belastingen en subsidies hebben betrekking op zowel geproduceerde als ingevoerde goederen en diensten. Voorbeelden hiervan zijn btw en invoerheffingen.
Finale bestedingen
Het totaal van consumptieve bestedingen, investeringen in vaste activa (bruto), veranderingen in voorraden en uitvoer.
Nationale finale bestedingen
Binnenlandse finale bestedingen die bestaan uit de consumptieve bestedingen van huishoudens en de overheid, de bruto investeringen in vaste activa (bruto) en de voorraadvorming.
Consumptieve bestedingen
Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele of collectieve behoeften. De consumptieve bestedingen kunnen zowel op het eigen grondgebied als in het buitenland worden gedaan, maar het gaat altijd om uitgaven door ingezeten institutionele eenheden, dat wil zeggen in Nederland gevestigde huishoudens, izw's t.b.v. huishoudens en overheidsinstanties. Consumptieve bestedingen worden gedaan door huishoudens, izw's t.b.v. huishoudens en de overheid. Ondernemingen consumeren niet: kosten aan goederen en diensten die ondernemingen maken ten behoeve van hun productie vallen hier niet onder, maar onder intermediair verbruik of investeringen. De overheid is een speciaal geval. Ook de overheid kent intermediair verbruik, naar analogie van ondernemingen. Maar de productie die de overheid levert en waar niet rechtstreeks voor wordt betaald, niet-markt-output (veiligheid bijvoorbeeld), valt onder de (overheids-)consumptie. Het heet dat de overheid 'haar eigen productie consumeert'. Binnen de nationale rekeningen moet alles wat wordt geproduceerd namelijk ook worden afgenomen. Dat de consumptie van de overheidsproductie bij de overheid zelf is neergelegd, is een conventie. Daarnaast bevat de overheidsconsumptie ook door de overheid verstrekte sociale uitkeringen in natura zoals basiszorg (gefinancierd uit AWBZ en de Zorgverzekeringswet) en huurtoeslag.
Totaal
Huishoudens
Uitgaven aan goederen en diensten die door de sector huishoudens en de sector instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens (IZWh's) worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van hun behoeften.
Tot de consumptieve bestedingen door huishoudens behoren de volgende grensgevallen:
- inkomen in natura zoals huisvesting, voeding en kleding en de auto van de zaak
- diensten van woningen die door de eigenaar zelf worden bewoond en waarbij dus geen sprake is van werkelijk betaalde huur. Deze diensten zijn gewaardeerd met behulp van de huurprijzen voor vergelijkbare woningen
- producten die voor eigen gebruik zijn geproduceerd, bijvoorbeeld in de landbouw. De waarde ervan is gelijk aan de marktprijs voor deze of vergelijkbare producten
- duurzame consumptiegoederen, zoals personenauto's, huishoudelijke apparaten, meubilair en kleding. De aankoop door particulieren van woningen wordt echter gerekend tot de investeringen in vaste activa van huishoudens.

Niet alle bestedingen door huishoudens worden als consumptie gezien, huishoudens kunnen ook investeren. Dit betreft met name de aanschaf van een eigen woning en grote werkzaamheden hieraan, zoals verbouwingen en buitenschilderwerk. Kleine reparaties, schilderwerk binnen en de aanschaf van meubelen vallen wel onder consumptie. Ook de aanschaf van een auto en auto-reparaties worden als consumptie gezien.

De consumptieve bestedingen door instellingen zonder winstoogmerk (izw's) ten behoeve van huishoudens omvatten de niet-marktproductie van deze sector met uitzondering van de investeringen in eigen beheer.

De detailgegevens over de consumptieve bestedingen betreffen de binnenlandse particuliere consumptieve bestedingen. Hieronder vallen de consumptieve bestedingen in Nederland, ongeacht het ingezetenschap van de consument. Hieruit kunnen de consumptieve bestedingen door huishoudens worden afgeleid door de consumptie door niet-ingezetenen in Nederland in mindering te brengen en te registreren als uitvoer en de consumptie door ingezetenen in het buitenland erbij te tellen en te registreren als invoer.
Overheid
Consumptieve bestedingen door de sector overheid. De productie die de overheid levert en waar niet rechtstreeks voor wordt betaald, niet-markt-output (veiligheid bijvoorbeeld), valt onder de overheidsconsumptie. Het heet dat de overheid 'haar eigen productie consumeert'. Binnen de nationale rekeningen moet alles wat wordt geproduceerd namelijk ook worden afgenomen. Dat de consumptie van de overheidsproductie bij de overheid zelf is neergelegd, is een conventie. Naast de consumptie van eigen productie bevat de consumptie door de overheid ook bij marktproducenten aangekochte goederen en diensten die door de overheid, direct of indirect, in het kader van sociaal beleid gratis aan gezinnen worden verstrekt ('sociale uitkeringen in natura'). Voorbeelden hiervan zijn de basiszorg (gefinancierd uit AWBZ en de Zorgverzekeringswet) en de huurtoeslag.

De consumptie van eigen productie is op te splitsen in collectieve overheidsconsumptie en individualiseerbare overheidsconsumptie. De collectieve overheidsconsumptie betreft de uitgaven door de overheid voor collectief gebruikte diensten die worden verleend aan alle leden van de samenleving, bijvoorbeeld uitgaven voor defensie, milieubescherming of openbaar bestuur.
De individualiseerbare overheidsconsumptie betreft uitgaven die zijn toe te rekenen aan specifieke delen van de samenleving. Hierbij gaat het voornamelijk om uitgaven aan onderwijs.
Opbouw nationaal vorderingensaldo
De opbouw nationaal vorderingensaldo laat twee benaderingen zien die, gestart met het gevormde bruto binnenlands product (bbp), beiden uitkomen op het begrip nationaal vorderingen saldo.
Nationaal inkomensoverschot benadering
Deze benadering loopt via de inkomens en de bestedingen in Nederland en komt via het nationaal inkomensoverschot en het saldo ontvangen kapitaaltransacties uit op het nationaal vorderingensaldo.
Consumptieve bestedingen (-)
Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele of collectieve behoeften. De consumptieve bestedingen kunnen zowel op het eigen grondgebied als in het buitenland worden gedaan, maar het gaat altijd om uitgaven door ingezeten institutionele eenheden, dat wil zeggen in Nederland gevestigde huishoudens, izw's t.b.v. huishoudens en overheidsinstanties. Consumptieve bestedingen worden gedaan door huishoudens, izw's t.b.v. huishoudens en de overheid. Ondernemingen consumeren niet: kosten aan goederen en diensten die ondernemingen maken ten behoeve van hun productie vallen hier niet onder, maar onder intermediair verbruik of investeringen. De overheid is een speciaal geval. Ook de overheid kent intermediair verbruik, naar analogie van ondernemingen. Maar de productie die de overheid levert en waar niet rechtstreeks voor wordt betaald, niet-markt-output (veiligheid bijvoorbeeld), valt onder de (overheids-)consumptie. Het heet dat de overheid 'haar eigen productie consumeert'. Binnen de nationale rekeningen moet alles wat wordt geproduceerd namelijk ook worden afgenomen. Dat de consumptie van de overheidsproductie bij de overheid zelf is neergelegd, is een conventie. Daarnaast bevat de overheidsconsumptie ook door de overheid verstrekte sociale uitkeringen in natura zoals basiszorg (gefinancierd uit AWBZ en de Zorgverzekeringswet) en huurtoeslag.
Aanvullende detailgegevens
De detailgegevens hebben betrekking op variabelen waarvoor elders in deze tabel alleen het totaal is opgenomen. Er zijn detailgegevens over verschillende bestedingsvariabelen. De totale consumptieve bestedingen worden gespecificeerd naar twee verschillende indelingen: de
bestedingsindeling en de verwervingsindeling. De bruto investeringen in vaste activa zijn nader gespecificeerd naar bedrijfsklasse van bestemming en naar type van activa. Verder zijn de gegevens over de uitvoer en invoer van goederen en diensten naar productgroepen afzonderlijk opgenomen.
Consumptieve bestedingen
Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele of collectieve behoeften. De consumptieve bestedingen kunnen zowel op het eigen grondgebied als in het buitenland worden gedaan, maar het gaat altijd om uitgaven door ingezeten institutionele eenheden, dat wil zeggen in Nederland gevestigde huishoudens, izw's t.b.v. huishoudens en overheidsinstanties. Consumptieve bestedingen worden gedaan door huishoudens, izw's t.b.v. huishoudens en de overheid. Ondernemingen consumeren niet: kosten aan goederen en diensten die ondernemingen maken ten behoeve van hun productie vallen hier niet onder, maar onder intermediair verbruik of investeringen. De overheid is een speciaal geval. Ook de overheid kent intermediair verbruik, naar analogie van ondernemingen. Maar de productie die de overheid levert en waar niet rechtstreeks voor wordt betaald, niet-markt-output (veiligheid bijvoorbeeld), valt onder de (overheids-)consumptie. Het heet dat de overheid 'haar eigen productie consumeert'. Binnen de nationale rekeningen moet alles wat wordt geproduceerd namelijk ook worden afgenomen. Dat de consumptie van de overheidsproductie bij de overheid zelf is neergelegd, is een conventie. Daarnaast bevat de overheidsconsumptie ook door de overheid verstrekte sociale uitkeringen in natura zoals basiszorg (gefinancierd uit AWBZ en de Zorgverzekeringswet) en huurtoeslag.
Bestedingsindeling consumptie
Hierbij staan de uitgaven voor consumptiegoederen en -diensten centraal.
De totale consumptieve bestedingen worden ingedeeld naar de sectoren die de consumptieve uitgaven financieren.
Indeling schema:
Totaal consumptieve bestedingen =
Consumptieve bestedingen door huishoudens en instellingen zonder winstoogmerk (IZW) ten behoeve van huishoudens, waarvan:
Consumptieve bestedingen door huishoudens;
Consumptieve bestedingen door IZW ten behoeve van huishoudens.
Consumptieve bestedingen door de overheid, waarvan:
Collectieve consumptie door de overheid;
Individuele consumptie door de overheid.
Totaal
Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele of collectieve behoeften. De consumptieve bestedingen kunnen zowel op het eigen grondgebied als in het buitenland worden gedaan, maar het gaat altijd om uitgaven door ingezeten institutionele eenheden, dat wil zeggen in Nederland gevestigde huishoudens, izw's t.b.v. huishoudens en overheidsinstanties. Consumptieve bestedingen worden gedaan door huishoudens, izw's t.b.v. huishoudens en de overheid. Ondernemingen consumeren niet: kosten aan goederen en diensten die ondernemingen maken ten behoeve van hun productie vallen hier niet onder, maar onder intermediair verbruik of investeringen. De overheid is een speciaal geval. Ook de overheid kent intermediair verbruik, naar analogie van ondernemingen. Maar de productie die de overheid levert en waar niet rechtstreeks voor wordt betaald, niet-markt-output (veiligheid bijvoorbeeld), valt onder de (overheids-)consumptie. Het heet dat de overheid 'haar eigen productie consumeert'. Binnen de nationale rekeningen moet alles wat wordt geproduceerd namelijk ook worden afgenomen. Dat de consumptie van de overheidsproductie bij de overheid zelf is neergelegd, is een conventie. Daarnaast bevat de overheidsconsumptie ook door de overheid verstrekte sociale uitkeringen in natura zoals basiszorg (gefinancierd uit AWBZ en de Zorgverzekeringswet) en huurtoeslag.
Consumptie huishoudens incl. IZWh
Uitgaven aan goederen en diensten die door de sector huishoudens en de sector instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens (IZWh's) worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van hun behoeften.
Tot de consumptieve bestedingen door huishoudens behoren de volgende grensgevallen:
- inkomen in natura zoals huisvesting, voeding en kleding en de auto van de zaak
- diensten van woningen die door de eigenaar zelf worden bewoond en waarbij dus geen sprake is van werkelijk betaalde huur. Deze diensten zijn gewaardeerd met behulp van de huurprijzen voor vergelijkbare woningen
- producten die voor eigen gebruik zijn geproduceerd, bijvoorbeeld in de landbouw. De waarde ervan is gelijk aan de marktprijs voor deze of vergelijkbare producten
- duurzame consumptiegoederen, zoals personenauto's, huishoudelijke apparaten, meubilair en kleding. De aankoop door particulieren van woningen wordt echter gerekend tot de investeringen in vaste activa van huishoudens.

Niet alle bestedingen door huishoudens worden als consumptie gezien, huishoudens kunnen ook investeren. Dit betreft met name de aanschaf van een eigen woning en grote werkzaamheden hieraan, zoals verbouwingen en buitenschilderwerk. Kleine reparaties, schilderwerk binnen en de aanschaf van meubelen vallen wel onder consumptie. Ook de aanschaf van een auto en auto-reparaties worden als consumptie gezien.

De consumptieve bestedingen door instellingen zonder winstoogmerk (izw's) ten behoeve van huishoudens omvatten de niet-marktproductie van deze sector met uitzondering van de investeringen in eigen beheer.

De detailgegevens over de consumptieve bestedingen betreffen de binnenlandse particuliere consumptieve bestedingen. Hieronder vallen de consumptieve bestedingen in Nederland, ongeacht het ingezetenschap van de consument. Hieruit kunnen de consumptieve bestedingen door huishoudens worden afgeleid door de consumptie door niet-ingezetenen in Nederland in mindering te brengen en te registreren als uitvoer en de consumptie door ingezetenen in het buitenland erbij te tellen en te registreren als invoer.
Totaal
Consumptie goederen huishoudens
Consumptie van goederen door huishoudens en instellingen zonder winstoogmerk huishoudens.
Totaal
Duurzame consumptiegoederen
Deze categorie bevat textiel en kleding; lederwaren en schoeisel; woninginrichting; huishoudelijke apparaten; huishoudelijke artikelen; voertuigen; overige duurzame goederen
Totaal
Kleding en textiel
Heren, dames- en kinderkleding; reiniging, reparatie en verhuur van kleding.
Schoenen en lederwaren
Schoeisel, reparatie van schoenen, leder en lederwaren.
Woninginrichting en woningdecoratie
Woninginrichting en woningdecoratie
Elektrische apparatuur
Elektrische apparatuur.
Vervoermiddelen en onderdelen
Motorvoertuigen, aanhangwagens en opleggers en andere vervoermiddelen.
Overige duurzame goederen
Niet eerder genoemd duurzame consumptiegoederen.
Consumptie diensten huishoudens
Consumptie van diensten.
Totaal
Huisvesting
De overkoepelende term voor verschillende typen onderkomens waarin men tijdelijk of permanent onderdak heeft om in te wonen en te slapen. Alle typen woningen zijn een vorm van huisvesting.
Horecadiensten
Maaltijdverstrekking en catering, drankverstrekking, logiesverstrekking.
Recreatie en cultuurdiensten
Consumptie in diensten met betrekking tot recreatie en cultuur.
Vervoer en communicatie diensten
Consumptie in diensten m.b.t. vervoer en communicatie.
Medische diensten en welzijnszorg
Consumptie in medische diensten en welzijnszorg.
Financiële en zakelijke diensten
Consumptie in financiële en zakelijke diensten.
Overige diensten
Consumptie van niet elders ingedeelde diensten door huishoudens en
instellingen zonder winstoogmerk huishoudens.
Binnenlands consumptie huishoudens
Alle consumptie die in Nederland plaatsvindt. Consumptie door Nederlandse huishoudens in het buitenland valt hier dus niet onder, consumptie door buitenlandse huishoudens in Nederland wel.
Consumptie ingezetenen in het buitenland
De consumptie door Nederlandse ingezetenen in het buitenland, zoals uitgaven tijdens vakantie.
Consumptie niet-ingezetenen in Nederland
De consumptie door niet-ingezetenen in Nederland, zoals uitgaven tijdens vakantie.
Consumptie overheid
Consumptieve bestedingen door de sector overheid. De productie die de overheid levert en waar niet rechtstreeks voor wordt betaald, niet-markt-output (veiligheid bijvoorbeeld), valt onder de overheidsconsumptie. Het heet dat de overheid 'haar eigen productie consumeert'. Binnen de nationale rekeningen moet alles wat wordt geproduceerd namelijk ook worden afgenomen. Dat de consumptie van de overheidsproductie bij de overheid zelf is neergelegd, is een conventie. Naast de consumptie van eigen productie bevat de consumptie door de overheid ook bij marktproducenten aangekochte goederen en diensten die door de overheid, direct of indirect, in het kader van sociaal beleid gratis aan gezinnen worden verstrekt ('sociale uitkeringen in natura'). Voorbeelden hiervan zijn de basiszorg (gefinancierd uit AWBZ en de Zorgverzekeringswet) en de huurtoeslag.

De consumptie van eigen productie is op te splitsen in collectieve overheidsconsumptie en individualiseerbare overheidsconsumptie. De collectieve overheidsconsumptie betreft de uitgaven door de overheid voor collectief gebruikte diensten die worden verleend aan alle leden van de samenleving, bijvoorbeeld uitgaven voor defensie, milieubescherming of openbaar bestuur.
De individualiseerbare overheidsconsumptie betreft uitgaven die zijn toe te rekenen aan specifieke delen van de samenleving. Hierbij gaat het voornamelijk om uitgaven aan onderwijs.
Totaal
Individuele consumptie overheid
De verwerving van consumptiegoederen en -diensten die door de overheid worden gefinancierd en vervolgens als sociale overdrachten in natura aan de huishoudens worden geleverd. Hieronder valt het merendeel van de uitgaven van de overheid op het gebied van gezondheid, onderwijs en
sociale bescherming.
Collectieve consumptie overheid
Collectieve consumptieve bestedingen zijn uitgaven van ingezeten institutionele eenheden voor goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van de collectieve behoeften van leden van de samenleving.
Collectieve consumptie vindt uitsluitend plaats bij de overheid en betreft met name uitgaven voor diensten op het gebied van:
- openbaar bestuur, beveiliging en defensie;
- ordehandhaving, wet- en regelgeving;
- milieubescherming;
- speur- en ontwikkelingswerk;
- infrastructuur en economische ontwikkeling.
De werkelijke collectieve consumptie wordt berekend door de individuele consumptie van de totale consumptieve bestedingen door de overheid af te trekken.
Verwervingsindeling consumptie
De verwervingsindeling van de totale consumptie.
Hierbij staat centraal de vraag wie de consumptiegoederen en -diensten verwerft: individuen of het collectief.
Indeling schema:
Totale consumptieve bestedingen =
Werkelijke individuele consumptie, waarvan:
Consumptieve bestedingen door huishoudens
Consumptieve bestedingen door instellingen zonder winstoogmerk (IZW) ten behoeve van huishoudens
Individuele consumptie van de overheid
Werkelijke collectieve consumptie
Totaal
Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele of collectieve behoeften. De consumptieve bestedingen kunnen zowel op het eigen grondgebied als in het buitenland worden gedaan, maar het gaat altijd om uitgaven door ingezeten institutionele eenheden, dat wil zeggen in Nederland gevestigde huishoudens, izw's t.b.v. huishoudens en overheidsinstanties. Consumptieve bestedingen worden gedaan door huishoudens, izw's t.b.v. huishoudens en de overheid. Ondernemingen consumeren niet: kosten aan goederen en diensten die ondernemingen maken ten behoeve van hun productie vallen hier niet onder, maar onder intermediair verbruik of investeringen. De overheid is een speciaal geval. Ook de overheid kent intermediair verbruik, naar analogie van ondernemingen. Maar de productie die de overheid levert en waar niet rechtstreeks voor wordt betaald, niet-markt-output (veiligheid bijvoorbeeld), valt onder de (overheids-)consumptie. Het heet dat de overheid 'haar eigen productie consumeert'. Binnen de nationale rekeningen moet alles wat wordt geproduceerd namelijk ook worden afgenomen. Dat de consumptie van de overheidsproductie bij de overheid zelf is neergelegd, is een conventie. Daarnaast bevat de overheidsconsumptie ook door de overheid verstrekte sociale uitkeringen in natura zoals basiszorg (gefinancierd uit AWBZ en de Zorgverzekeringswet) en huurtoeslag.
Werkelijke individuele consumptie
Consumptieve bestedingen hebben betrekking op de uitgaven voor consumptiegoederen en -diensten. De werkelijke individuele consumptie daarentegen betreft de verwerving van consumptiegoederen en -diensten. Het verschil tussen deze begrippen is gelegen in de behandeling van bepaalde goederen en diensten die door de overheid of izw's t.b.v. huishoudens worden gefinancierd, en vervolgens als sociale overdrachten in natura aan de huishoudens worden geleverd. Hieronder valt het merendeel van de uitgaven van de overheid op het gebied van gezondheid, onderwijs en sociale bescherming. Per conventie wordt de consumptie door izw's t.b.v. huishoudens geheel tot de individuele consumptie gerekend.

De werkelijke individuele consumptie door huishoudens wordt als volgt berekend:
  consumptieve bestedingen door huishoudens
plus:  consumptieve bestedingen door izw's t.b.v. huishoudens
plus:  individuele consumptie door de overheid
=  werkelijke individuele consumptie

Werkelijke collectieve consumptie
Uitgaven voor goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van collectieve behoeften of wensten van leden van de gemeenschap. Collectieve consumptieve bestedingen vinden plaats bij de overheid en betreft met name uitgaven voor diensten op het gebied van:
- openbaar bestuur, beveiliging en defensie
- ordehandhaving, wet- en regelgeving
- milieubescherming
- speur- en ontwikkelingswerk
- infrastructuur en economische ontwikkeling.

De werkelijke collectieve consumptie wordt berekend door de individuele consumptie van de totale consumptieve bestedingen door de overheid af te trekken.
Uitvoer naar productgroepen
Uitvoer van goederen en diensten, gespecificeerd naar productgroepen conform de standaard goederen- en dienstenindeling CPA 2008.
Consumptie niet-ingezetenen in Nederland
De consumptie door niet-ingezetenen in Nederland, zoals uitgaven tijdens vakantie.
Uitvoer diensten
De dienstenstromen (verkoop, ruil en giften) van ingezetenen (in Nederland) naar niet-ingezetenen. De uitvoer van diensten omvat onder meer de diensten van Nederlandse vervoerbedrijven in het buitenland, aan het buitenland bewezen havendiensten, scheepsreparatie en de uitvoering van werken in het buitenland door Nederlandse aannemers. Onder de uitvoer van diensten vallen eveneens de bestedingen door niet-ingezetenen in Nederland.
Consumptie niet-ingezetenen in Nederland
De consumptie door niet-ingezetenen in Nederland, zoals uitgaven tijdens vakantie.
Invoer naar productgroep
Invoer van goederen en diensten, gespecificeerd naar productgroepen conform de standaard goederen- en dienstenindeling CPA 2008.
Consumptie ingezetenen in het buitenland
De consumptie door Nederlandse ingezetenen in het buitenland, zoals uitgaven tijdens vakantie.