Koopkrachtontwikkeling personen; huishoudenskenmerken

Koopkrachtontwikkeling personen; huishoudenskenmerken

Huishoudenskenmerken Perioden Mediane koopkrachtontwikkeling (%) Personen met koopkrachtdaling (%) Personen met koopkrachtstijging (%) Koopkrachtontwikkeling (percentielen) 20e percentiel (%) Koopkrachtontwikkeling (percentielen) 40e percentiel (%) Koopkrachtontwikkeling (percentielen) 60e percentiel (%) Koopkrachtontwikkeling (percentielen) 80e percentiel (%)
Totaal personen 2017 0,7 43,9 56,1 -6,4 -0,5 2,6 11,5
Totaal personen 2018 0,6 45,6 54,4 -6,3 -0,5 2,7 11,6
Totaal personen 2019* 1,3 37,8 62,2 -5,8 0,2 3,2 11,4
Type: Eenpersoonshuishouden 2017 0,3 44,3 55,7 -3,7 -0,3 0,8 5,7
Type: Eenpersoonshuishouden 2018 -0,1 51,9 48,1 -3,3 -0,4 0,4 5,8
Type: Eenpersoonshuishouden 2019* 0,7 33,4 66,6 -2,3 0,3 1,3 6,4
Type: Eenoudergezin 2017 1,5 38,5 61,5 -6,3 0,2 3,7 12,8
Type: Eenoudergezin 2018 1,1 42,3 57,7 -6,6 -0,3 3,5 12,8
Type: Eenoudergezin 2019* 1,7 38,2 61,8 -6,3 0,2 4,0 13,0
Type: Paar, zonder kind 2017 -0,1 51,3 48,7 -4,5 -0,8 0,7 6,1
Type: Paar, zonder kind 2018 -0,3 54,1 45,9 -4,3 -0,8 0,6 6,2
Type: Paar, zonder kind 2019* 0,6 37,6 62,4 -3,2 0,1 1,5 6,6
Type: Paar, met kind(eren) 2017 2,2 38,5 61,5 -5,3 0,3 4,5 12,9
Type: Paar, met kind(eren) 2018 2,5 37,5 62,5 -5,2 0,5 4,9 13,1
Type: Paar, met kind(eren) 2019* 2,8 35,7 64,3 -5,1 0,9 5,1 12,7
Bron: Inkomen als werknemer 2017 1,5 41,1 58,9 -5,6 -0,2 3,6 11,3
Bron: Inkomen als werknemer 2018 1,9 39,5 60,5 -5,3 0,1 4,0 11,9
Bron: Inkomen als werknemer 2019* 2,5 35,5 64,5 -4,9 0,8 4,7 12,2
Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) 2017 3,0 42,6 57,4 -12,1 -1,0 7,8 24,5
Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) 2018 2,2 44,4 55,6 -13,5 -1,6 6,8 22,0
Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) 2019* 0,7 47,8 52,2 -13,6 -2,3 4,5 17,3
Bron: Inkomen als zelfstandig ondernemer 2017 3,1 43,1 56,9 -12,7 -1,4 8,0 23,7
Bron: Inkomen als zelfstandig ondernemer 2018 2,9 43,4 56,6 -12,9 -1,5 7,6 22,3
Bron: Inkomen als zelfstandig ondernemer 2019* 0,9 47,9 52,1 -16,5 -3,7 5,6 19,2
Bron: Uitkering pensioen 2017 -0,2 53,6 46,4 -3,2 -0,7 0,3 2,3
Bron: Uitkering pensioen 2018 -0,4 61,4 38,6 -2,7 -0,7 0,0 2,3
Bron: Uitkering pensioen 2019* 0,5 34,2 65,8 -1,5 0,2 0,8 3,1
Bron: Uitkering bijstand 2017 0,8 30,1 69,9 -2,4 0,4 1,8 7,5
Bron: Uitkering bijstand 2018 0,0 50,1 49,9 -3,2 -0,4 0,9 6,6
Bron: Uitkering bijstand 2019* 0,6 36,1 63,9 -2,5 0,1 1,4 7,1
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


De tabel bevat gegevens over de dynamische koopkrachtontwikkeling van personen bij gelijke overgangen. Dit betekent dat de koopkrachtontwikkeling alleen getoond wordt voor een bepaalde categorie personen, waarbij een kenmerk in beide jaren hetzelfde is. Bijvoorbeeld in beide jaren voornaamste inkomen werknemer. Personen worden onderscheiden naar kenmerken van het huishouden als samenstelling huishouden, leeftijd, voornaamste inkomensbron, woningbezit en inkomensgroepen.
De gegevens hebben betrekking op alle personen in particuliere huishoudens met inkomen, per 1 januari van het verslagjaar.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2012.

Status van de cijfers:
De cijfers over de jaren 2012 - 2018 zijn definitief.
De cijfers over 2019 zijn voorlopig.

Wijzigingen per 8 september 2020:
De cijfers over 2018 zijn definitief gemaakt. De voorlopige cijfers over 2019 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
De nieuwe cijfers komen in september 2021 beschikbaar.

Toelichting onderwerpen

Mediane koopkrachtontwikkeling
Het gestandaardiseerd besteedbaar huishoudensinkomen gedefleerd met behulp van de consumentenprijsindex, waardoor inkomens in de tijd vergelijkbaar worden. Indien het gestandaardiseerde inkomen sterker stijgt dan de prijzen, neemt de koopkracht toe. De koopkracht wordt gebruikt om de (reële) ontwikkeling van het inkomen vast te stellen, maar kan ook worden gebruikt voor het vaststellen van (ontwikkelingen in) welvaartsverschillen tussen huishoudens.

De koopkrachtontwikkeling is de verandering in koopkracht in twee opeenvolgende jaren.
De mediane koopkrachtontwikkeling is de middelste van de naar grootte gerangschikte veranderingen in koopkracht van personen. Dit betekent dat precies de helft van de populatie een lagere of even grote verandering in koopkracht ondervindt.
Personen met koopkrachtdaling
Percentage van de geselecteerde (sub)populatie dat er in koopkracht op achteruit gaat.
Personen met koopkrachtstijging
Percentage van de geselecteerde (sub)populatie dat er in koopkracht op vooruit gaat.
Koopkrachtontwikkeling (percentielen)
De koopkrachtontwikkelingen zijn gerangschikt van laag naar hoog. Percentielen geven de koopkrachtontwikkeling aan waar beneden een bepaald percentage van de bevolking zich bevindt.
20e percentiel
De koopkrachtontwikkeling waarvoor geldt dat 20 procent van de populatie een lagere of even grote koopkrachtontwikkeling ondervindt.
40e percentiel
De koopkrachtontwikkeling waarvoor geldt dat 40 procent van de populatie een lagere of even grote koopkrachtontwikkeling ondervindt.
60e percentiel
De koopkrachtontwikkeling waarvoor geldt dat 60 procent van de populatie een lagere of even grote koopkrachtontwikkeling ondervindt.
80e percentiel
De koopkrachtontwikkeling waarvoor geldt dat 80 procent van de populatie een lagere of even grote koopkrachtontwikkeling ondervindt.