Zorginstellingen; kerncijfers

Zorginstellingen; kerncijfers

Bedrijfstakken/branches (SBI 2008) Perioden Middelgrote en grote ondernemingen Aantal middelgr. en grote ondernemingen (aantal) Middelgrote en grote ondernemingen Personeel Banen werknemers (aantal) Middelgrote en grote ondernemingen Personeel Arbeidsjaren werknemers (aantal) Middelgrote en grote ondernemingen Personeel Lonen (incl. bijz. beloning en overw.) (mln euro) Middelgrote en grote ondernemingen Verlies- en winstrekening Bedrijfsopbrengsten Totaal bedrijfsopbrengsten (mln euro) Middelgrote en grote ondernemingen Verlies- en winstrekening Bedrijfsopbrengsten Netto omzet (mln euro) Middelgrote en grote ondernemingen Verlies- en winstrekening Bedrijfsopbrengsten Overige bedrijfsopbrengsten Totaal overige bedrijfsopbrengsten (mln euro) Middelgrote en grote ondernemingen Verlies- en winstrekening Bedrijfsopbrengsten Overige bedrijfsopbrengsten Subsidies (mln euro) Middelgrote en grote ondernemingen Verlies- en winstrekening Bedrijfsopbrengsten Overige bedrijfsopbrengsten Niet eerder genoemde bedrijfsopbrengsten (mln euro) Middelgrote en grote ondernemingen Verlies- en winstrekening Bedrijfskosten Totaal bedrijfskosten (mln euro)
86101 Universitair medisch centra 2021* 7 88.000 70.850 5.104 10.551 6.982 3.569 2.873 696 10.380
86102 Algemene ziekenhuizen 2021* 57 201.100 147.600 8.797 20.955 19.331 1.624 967 656 20.354
86103 Categorale ziekenhuizen 2021* 17 16.900 12.900 840 1.626 1.365 262 171 90 1.597
86104 GGZ met overnachting 2021* 142 90.200 70.300 4.343 6.970 6.442 528 362 166 6.751
8720+87301 Gehandicaptenzorg 2021* 521 196.250 134.650 6.653 11.736 10.991 745 532 213 11.384
87901 Jeugdzorg met overnachting 2021* . . . . . . . . . .
87902 Maatschappelijke opvang (24-uurs) 2021* . . . . . . . . . .
88991 Ambulante jeugdzorg 2021* . . . . . . . . . .
Verpleeg-, verzorgingshuizen, thuiszorg 2021* 1.063 460.650 278.200 13.012 22.412 21.230 1.182 613 569 21.750
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat informatie over de verlies- en winstrekening, balans, investeringen en personeelsinzet van groepen ondernemingen met als hoofdactiviteit ziekenhuiszorg, geestelijke gezondheidszorg met overnachting, gehandicaptenzorg, verpleeghuiszorg, thuiszorg, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang en jeugdzorg. Dit betreft zowel publiek- als privaatgefinancierde ondernemingengroepen.

Vanaf 2015 is overgestapt op een volledige dekking van de beschouwde SBI-klassen inclusief privaatgefinancierde zorg en kleine ondernemingen. Van de kleine ondernemingen worden slechts enkele variabelen omtrent werknemers en zelfstandigen meegenomen. Verder zijn vanaf 2015 de dagbehandelcentra voor geestelijke gezondheidszorg uit de populatie verwijderd, omdat deze samen met de praktijken van psychiaters in de betreffende SBI-klasse in de tabel van de statistieken over zorgpraktijken zullen worden meegenomen.

In 2017 heeft er een stelselwijziging plaatsgevonden rondom het verwerken van (toekomstige) kosten voor groot onderhoud op de balans. Voorheen werd de egalisatie- of kostenvoorziening methodiek toegepast, ook wel voorziening groot onderhoud genoemd. Vanaf 2017 zijn een deel van de zorginstellingen geleidelijk overgestapt op de componentenbenadering. Internationaal is dit al de enige toegestane methodiek. In de cijfers over 2018 wordt dit bij verschillende sectoren, met name bij ziekenhuizen, zichtbaar aan de passivazijde. De voorzieningen nemen af en het eigen vermogen neemt toe. Met de componentenbenadering vindt nog verdere spreiding van de onderhoudskosten plaats.

In verslagjaar 2020 kregen zorgprofessionals een uitkering van 1.000 euro netto, een bonus voor 'de uitzonderlijke prestaties die zij leveren in de strijd tegen corona'. De uitkering is door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport verstrekt aan zorgaanbieders, die de zorgbonus vervolgens uitbetalen aan de eigen medewerkers en de bij de zorgaanbieders werkzame zelfstandigen en uitzendkrachten. De zorgaanbieders ontvingen tevens een opslag op het bonusbedrag, vanwege de belastingafdracht die zij moeten doen om de zorgverlener een netto bonus uit te kunnen betalen. Het totale bedrag, inclusief opslag, is opgenomen onder de 'Subsidies'. De uitbetaling van de zorgbonus evenals de belastingafdracht vanwege de zorgbonus zijn opgenomen onder de personeelskosten.
In verslagjaar 2021 is opnieuw een zorgbonus uitgekeerd. Zorgverleners aan wie de zorgbonus 2021 is toegekend kregen 385 euro netto op hun rekening bijgeschreven.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2015

Status van de cijfers:
Het laatste jaar is voorlopig, de overige jaren zijn definitief.

Wijzigingen per 1 december 2022:
De voorlopige cijfers over 2021 en de definitieve cijfers over 2020 zijn toegevoegd behalve voor 'Maatschappelijke opvang (24-uurs)', 'Jeugdzorg met overnachting' en 'Ambulante jeugdzorg'.
De cijfers van 2020 over aantal en winsten van zelfstandigen zijn echter nog onbekend en worden in het eerste kwartaal van 2023 gepubliceerd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
In het eerste kwartaal van 2023 worden de voorlopige cijfers over 2021 toegevoegd voor 'Maatschappelijke opvang (24-uurs)', 'Jeugdzorg met overnachting' en 'Ambulante jeugdzorg' en worden de cijfers van deze sectoren over 2020 definitief. De cijfers van 2020 over aantal en winsten van zelfstandigen worden dan ook gepubliceerd.
In het eerste kwartaal van 2024 worden voor alle sectoren de voorlopige cijfers over 2022 toegevoegd en worden de cijfers over 2021 definitief.

Toelichting onderwerpen

Middelgrote en grote ondernemingen
Ondernemingen die tenminste één bedrijfseenheid bevatten met meer dan 10 werknemers óf bedrijfsopbrengsten van meer dan 700.000 euro óf totaal activa van meer dan 350.000 euro. Dit ter onderscheid van de kleine ondernemingen die in de zorgsector ook veel voorkomen.
Van de grote en middelgrote ondernemingen zijn meer financiële gegevens beschikbaar dan van de kleine ondernemingen.
Aantal middelgr. en grote ondernemingen
Het aantal grote en middelgrote ondernemingen, afgebakend als de ondernemingen die tenminste één bedrijfseenheid bevatten met meer dan 10 werknemers óf bedrijfsopbrengsten van meer dan 700.000 euro óf totaal activa van meer dan 350.000 euro. Dit ter onderscheid van de kleine ondernemingen die in de zorgsector ook veel voorkomen.

De (groep van) onderneming(en) is de eenheid die feitelijk optreedt als financiële transactor.

Operationeel wordt de (groep van) onderneming(en) gedefinieerd als de meest omvattende verzameling van in Nederland gevestigde juridische eenheden waarover zeggenschap kan worden uitgeoefend. Een ondernemingengroep wordt ook wel aangeduid met concern.

Personeel
Banen werknemers
Gemiddeld aantal banen in het verslagjaar, inclusief banen van DGA's.

De gegevens zijn afkomstig van bedrijfsgegevens uit de Loonaangifteketen (Polisadministratie) van de Belastingdienst en het UWV.

De cijfers hebben betrekking op de grote en middelgrote ondernemingen.

Omdat één persoon meerdere banen kan hebben is het aantal banen gelijk aan of groter dan het aantal werkzame personen.

Een baan is een overeenkomst waarbij een persoon tegen een financiële vergoeding arbeid verricht voor een bedrijf of instelling.

Een werknemer is een persoon die in een arbeidsovereenkomst afspraken met een economische eenheid maakt om arbeid te verrichten waartegenover een financiële beloning staat.

DGA (Directeur Groot Aandeelhouder): een persoon die eigenaar is van een bedrijf en ook de functie heeft van directeur. Het inkomen van een DGA bestaat uit DGA loon en winstuitkering (dividend uit aanmerkelijk belang). Alleen het DGA loon wordt meegeteld in de loon variabele.

De cijfers zijn afgerond op vijftigtallen.
Arbeidsjaren werknemers
Het aantal arbeidsjaren van werknemers in het verslagjaar, inclusief arbeidsjaren van DGA's.

De gegevens zijn afkomstig van bedrijfsgegevens uit de Loonaangifteketen (Polisadministratie) van de Belastingdienst en het UWV.

De cijfers hebben betrekking op de grote en middelgrote ondernemingen.

Een arbeidsjaar is een maatstaf voor het arbeidsvolume, dat wordt berekend door alle banen (voltijd en deeltijd) om te rekenen naar voltijdbanen, ook wel voltijdequivalenten (vte) genoemd.

Een werknemer is een persoon die in een arbeidsovereenkomst afspraken met een economische eenheid maakt om arbeid te verrichten waartegenover een financiële beloning staat.

DGA (Directeur Groot Aandeelhouder): een persoon die eigenaar is van een bedrijf en ook de functie heeft van directeur. Het inkomen van een DGA bestaat uit DGA loon en winstuitkering (dividend uit aanmerkelijk belang). Alleen het DGA loon wordt meegeteld in de loon variabele.

Tussen 2016 en 2017 is er een eenmalige bijstelling van gemiddeld circa -1,3%. Dit komt door een verbeterde afleiding van wekelijkse voltijd arbeidsduur in de Polisadministratie.

De cijfers zijn afgerond op vijftigtallen.
Lonen (incl. bijz. beloning en overw.)
Lonen inclusief bijzondere beloning, extra salaris, incidenteel salaris, overwerkvergoeding en vakantiegeld. Ook lonen van DGA's tellen mee.

De gegevens zijn afkomstig van bedrijfsgegevens uit de Loonaangifteketen (Polisadministratie) van de Belastingdienst en het UWV.

De cijfers hebben betrekking op de grote en middelgrote ondernemingen.

DGA (Directeur Groot Aandeelhouder): een persoon die eigenaar is van een bedrijf en ook de functie heeft van directeur. Het inkomen van een DGA bestaat uit DGA loon en winstuitkering (dividend uit aanmerkelijk belang). Alleen het DGA loon wordt meegeteld in de loon variabele.

Verlies- en winstrekening
Bedrijfsopbrengsten
De opbrengsten uit de eigenlijke bedrijfsvoering, i.c. de verkopen van goederen en diensten, alsmede de waarde van voorraadmutaties, geactiveerde productie voor het eigen bedrijf, subsidies en schade-uitkeringen.
Totaal bedrijfsopbrengsten
Netto omzet
Opbrengst (exclusief btw) uit verkoop van goederen en levering van diensten aan derden. Derden zijn particulieren dan wel bedrijven buiten het eigen concernverband.
Overige bedrijfsopbrengsten
Bedrijfsopbrengsten die niet behoren tot de netto-omzet.

Het gaat hier met name om:
- de waarde van voorraadmutaties, exclusief onderhanden werk voor DiagnoseBehandelCombinaties (DBC's) en DBC-zorgproducten bij ziekenhuizen en instellingen voor geestelijke gezondheidszorg;
- vergoedingen voor uitgeleend personeel;
- geactiveerde productie voor het eigen bedrijf;
- subsidies anders dan subsidies in het kader van Zvw/ Wlz en opbrengsten Wmo, Jeugdwet en Forensische zorg;
- beschikbaarheidsbijdragen medisch specialistische zorg en opleidingen.
Totaal overige bedrijfsopbrengsten
Subsidies
Betalingen 'om niet' die door de overheid of de Instellingen van de Europese Unie worden gedaan aan ingezeten producenten, met het doel de productieniveaus, de prijzen of de beloning van de productiefactoren te beïnvloeden.

Omvat beschikbaarheidbijdragen medisch specialistische zorg, beschikbaarheidbijdragen (medische) vervolgopleidingen, subsidies van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) voor gesubsidieerd speciaal onderwijs en de rijksbijdrage 'werkplaatsfunctie' voor UMC's, overige subsidies van het Rijk (waaronder van ministerie van Justitie en Veiligheid), facultaire bijdrage UMC's vanuit universiteit, subsidies van provincies, subsidies van gemeenten en overige subsidies (o.a. loonkostensubsidies).

Exclusief subsidies in het kader van Zvw/Wlz.
Exclusief opbrengsten Wmo, Jeugdwet en Forensische zorg.

Forensische zorg is zorg aan psychiatrische cliënten, verslaafden en verstandelijke gehandicapten in strafrechtelijk kader bekostigd door het ministerie van Justitie en Veiligheid.

UMC = Universitair Medisch Centrum

In verslagjaar 2020 kregen zorgprofessionals een uitkering van 1.000 euro netto, een bonus voor 'de uitzonderlijke prestaties die zij leveren in de strijd tegen corona'. De uitkering is door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport verstrekt aan zorgaanbieders, die de zorgbonus vervolgens uitbetalen aan de eigen medewerkers en aan de bij de zorgaanbieders werkzame zelfstandigen en uitzendkrachten. De zorgaanbieders ontvingen tevens een opslag op het bonusbedrag, vanwege de belastingafdracht die zij moeten doen om de zorgverlener een netto bonus uit te kunnen betalen.
In verslagjaar 2021 is opnieuw een zorgbonus uitgekeerd. Zorgverleners aan wie de zorgbonus 2021 is toegekend kregen 385 euro netto op hun rekening bijgeschreven.

Zowel de door zorgaanbieders ontvangen netto zorgbonus als de ontvangen opslag voor de belastingafdracht zijn opgenomen onder de 'subsidies'.
De uitbetaling van de zorgbonus aan de medewerkers en de betaalde belastingafdracht vanwege de zorgbonus zijn opgenomen onder de personeelskosten.
Niet eerder genoemde bedrijfsopbrengsten
Niet eerder genoemde bedrijfsopbrengsten die niet behoren tot de netto-omzet en subsidies.

Onder andere vergoedingen voor uitgeleend personeel, verhuur onroerend goed.
Bedrijfskosten
De kosten die zijn gemaakt om de bedrijfsopbrengsten te realiseren, te weten de inkoopwaarde van de omzet, de arbeidskosten, de afschrijvingen op vaste activa en de zogenaamde overige bedrijfskosten.
Totaal bedrijfskosten