Vestigingen van bedrijven; opheffingen, bedrijfstak, regio

Vestigingen van bedrijven; opheffingen, bedrijfstak, regio

Bedrijfstakken/branches (SBI 2008) Perioden Regio's Opheffingen van vestigingen (aantal)
I Horeca 2007 Nederland 4.255
I Horeca 2008 Nederland 4.360
I Horeca 2009 Nederland 4.550
I Horeca 2010 Nederland 4.015
I Horeca 2011 Nederland 4.120
I Horeca 2012 Nederland 4.425
I Horeca 2013 Nederland 3.930
I Horeca 2014 Nederland 3.305
I Horeca 2015 Nederland 3.480
I Horeca 2016 Nederland 3.910
I Horeca 2017 Nederland 3.395
I Horeca 2018 Nederland 3.855
I Horeca 2019** Nederland 4.355
I Horeca 2020* Nederland 5.015
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


In deze tabel vindt u gegevens over het aantal opheffingen van vestigingen van bedrijven. Bedrijven die definitief hun werkzaamheden staken kunnen meerdere locaties hebben waar de bedrijfsactiviteiten worden uitgevoerd. Al deze gesloten bedrijfsvestigingen worden hier afzonderlijk geteld.

De gegevens zijn beschikbaar naar economische activiteit, gebaseerd op de Standaard Bedrijfsindeling 2008 (SBI 2008). De gegevens zijn daarnaast beschikbaar naar regio gebaseerd op de regionale indeling per 1 januari van het verslagjaar.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2007

Status van de cijfers:
De cijfers tot en met 2018 zijn definitief, de cijfers over 2019 zijn nader voorlopig en de cijfers over 2020 zijn voorlopig.

Wijzigingen per 7 april 2021:
De voorlopige cijfers over 2020 zijn toegevoegd, de cijfers over 2019 bijgesteld en zijn nu nader voorlopig en de cijfers over 2018 zijn nu definitief.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
De nieuwe cijfers komen doorgaans 3 maanden na afloop van het verslagjaar beschikbaar.

Toelichting onderwerpen

Opheffingen van vestigingen
Een opheffing van een vestiging betreft alle vestigingen die op dat moment behoren bij een opgeheven bedrijf. Er is geen sprake van opheffing bij voortzetting van een belangrijk deel van de activiteiten door een ander bedrijf. Hierbij is de identiteit van het bedrijf van grote betekenis. Als bijvoorbeeld na een verhuizing van een winkel de klantenkring opnieuw moet worden opgebouwd, dan wordt dit beschouwd als opheffing van het oorspronkelijke bedrijf en de oprichting van een nieuw bedrijf.
Er is geen sprake van een opheffing als de activiteiten worden voortgezet. Het bedrijf (met bijbehorende werkgelegenheid) behoort niet meer tot de populatie. Het bekendste voorbeeld is het faillissement.

Niet als opheffing worden beschouwd:
- beëindiging als gevolg van fusie, overname of opsplitsing;
- naamswijziging;
- rechtsvormwijziging;
- eigenaarwisseling;
- geleidelijke activiteitenwijziging;
- reactivering.