Emissies naar lucht op Nederlands grondgebied; stationaire bronnen

Emissies naar lucht op Nederlands grondgebied; stationaire bronnen

Bronnen Perioden CO2 (mln kg) NMVOS (mln kg) CH4 (mln kg) SO2 (mln kg) NOx (mln kg) NH3 (mln kg) PM10 (mln kg)
Stationaire bronnen, totaal 1990 136.916 400,2 1.265,0 170,6 281,9 343,6 52,59
Stationaire bronnen, totaal 2000 142.475 250,9 963,5 63,3 184,4 168,3 30,61
Stationaire bronnen, totaal 2010 157.424 229,2 771,0 32,9 134,1 128,4 24,77
Stationaire bronnen, totaal 2014 137.001 210,1 715,3 28,8 110,9 121,9 24,15
Stationaire bronnen, totaal 2015 143.273 219,1 723,0 30,0 113,7 124,8 23,94
Stationaire bronnen, totaal 2016 144.055 215,9 728,1 27,1 108,5 125,2 23,69
Stationaire bronnen, totaal 2017 141.223 216,1 715,0 25,6 103,0 127,3 23,58
Stationaire bronnen, totaal 2018 136.939 210,6 691,1 24,0 100,2 125,3 23,45
Stationaire bronnen, totaal 2019 133.548 207,2 685,9 22,0 96,1 119,4 22,75
Stationaire bronnen, totaal 2020 126.048 239,4 676,1 18,9 91,0 120,5 21,81
192 Aardolie-industrie 1990 11.043 15,9 1,1 67,2 18,9 0,0 6,47
192 Aardolie-industrie 2000 12.396 14,9 0,9 33,2 10,4 0,0 3,34
192 Aardolie-industrie 2010 10.631 7,1 1,0 12,7 5,6 0,0 0,29
192 Aardolie-industrie 2014 10.658 5,6 0,9 9,7 5,2 0,0 0,24
192 Aardolie-industrie 2015 11.041 5,5 0,9 11,1 5,2 0,0 0,27
192 Aardolie-industrie 2016 10.644 5,1 0,9 11,2 5,0 0,0 0,23
192 Aardolie-industrie 2017 10.034 5,0 0,9 11,1 4,8 0,0 0,23
192 Aardolie-industrie 2018 10.089 4,6 1,0 9,8 4,9 0,0 0,23
192 Aardolie-industrie 2019 10.994 3,9 1,1 8,7 5,2 0,0 0,22
192 Aardolie-industrie 2020 10.222 3,3 1,0 7,2 4,4 0,0 0,19
35 Energiebedrijven 1990 39.515 0,5 1,5 44,1 77,2 0,0 1,46
35 Energiebedrijven 2000 48.875 1,5 3,0 14,8 48,8 0,0 0,31
35 Energiebedrijven 2010 55.590 0,3 4,2 6,4 22,4 0,0 0,26
35 Energiebedrijven 2014 50.266 1,4 2,8 8,4 15,8 0,0 0,29
35 Energiebedrijven 2015 54.532 0,5 3,3 8,4 16,8 0,1 0,36
35 Energiebedrijven 2016 53.507 0,5 3,5 5,8 14,3 0,1 0,24
35 Energiebedrijven 2017 49.796 0,5 3,3 4,0 13,0 0,1 0,22
35 Energiebedrijven 2018 46.136 0,6 3,3 3,8 12,4 0,1 0,14
35 Energiebedrijven 2019 44.601 0,6 4,0 2,5 11,7 0,1 0,11
35 Energiebedrijven 2020 38.762 0,6 4,4 1,5 10,2 0,2 0,08
201 Basischemie 1990 21.047 23,1 12,1 19,6 36,4 3,3 4,23
201 Basischemie 2000 14.924 9,1 12,3 2,4 13,3 1,7 1,27
201 Basischemie 2010 17.107 4,0 12,8 2,1 11,7 0,7 1,10
201 Basischemie 2014 15.943 3,0 12,8 1,6 8,2 0,5 0,96
201 Basischemie 2015 15.149 2,9 12,6 1,5 7,7 0,5 0,82
201 Basischemie 2016 16.732 2,2 12,7 1,4 8,4 0,7 0,95
201 Basischemie 2017 17.548 2,4 13,0 1,5 7,9 0,6 1,05
201 Basischemie 2018 17.644 1,9 12,5 1,6 7,9 0,6 0,86
201 Basischemie 2019 16.994 2,4 13,1 1,4 7,8 0,3 0,63
201 Basischemie 2020 18.585 1,9 14,2 1,4 8,0 0,4 0,50
IJzer- en staalindustrie 1990 6.926 2,3 0,4 9,5 7,4 0,0 9,32
IJzer- en staalindustrie 2000 5.666 0,9 0,3 3,4 6,1 0,0 2,09
IJzer- en staalindustrie 2010 6.366 0,6 0,3 3,8 5,8 0,0 1,53
IJzer- en staalindustrie 2014 6.065 0,4 0,3 3,3 5,3 0,0 1,26
IJzer- en staalindustrie 2015 6.566 0,5 0,3 3,0 5,9 0,0 1,21
IJzer- en staalindustrie 2016 6.378 0,5 0,3 2,8 5,7 0,0 1,23
IJzer- en staalindustrie 2017 6.997 0,5 0,3 3,2 5,7 0,0 1,15
IJzer- en staalindustrie 2018 6.671 0,5 0,3 3,1 5,7 0,0 1,12
IJzer- en staalindustrie 2019 6.397 0,5 0,3 3,2 6,1 0,0 1,19
IJzer- en staalindustrie 2020 5.832 0,4 0,3 3,0 5,2 0,0 1,09
Particulier huishouden 1990 22.352 53,8 22,1 1,2 23,3 9,4 9,49
Particulier huishouden 2000 22.316 52,5 20,1 0,5 21,3 5,9 9,78
Particulier huishouden 2010 25.394 51,2 20,6 0,5 15,6 6,5 9,11
Particulier huishouden 2014 17.417 50,4 14,7 0,4 9,9 7,1 8,84
Particulier huishouden 2015 18.419 49,7 15,3 0,4 9,8 7,2 8,55
Particulier huishouden 2016 19.078 49,5 15,6 0,4 9,5 7,1 8,35
Particulier huishouden 2017 18.588 49,3 15,1 0,4 8,7 6,9 8,29
Particulier huishouden 2018 18.482 49,5 14,9 0,5 8,4 6,7 8,56
Particulier huishouden 2019 17.895 49,5 14,4 0,4 8,1 6,7 8,11
Particulier huishouden 2020 17.149 86,6 13,7 0,4 7,7 6,6 7,53
01 Landbouw 1990 7.965 98,2 589,6 0,0 58,0 326,7 4,89
01 Landbouw 2000 7.656 71,9 499,8 0,0 49,7 156,8 5,41
01 Landbouw 2010 10.406 87,7 514,4 0,1 45,3 117,3 6,06
01 Landbouw 2014 7.918 80,7 509,7 0,1 41,5 110,5 6,43
01 Landbouw 2015 8.350 93,2 528,1 0,1 43,7 113,3 6,29
01 Landbouw 2016 8.271 97,0 541,1 0,1 42,9 113,1 6,21
01 Landbouw 2017 8.434 96,0 540,0 0,1 41,0 115,7 6,01
01 Landbouw 2018 8.756 92,5 523,1 0,1 40,6 113,4 5,77
01 Landbouw 2019 8.761 90,6 522,2 0,1 38,6 107,9 5,61
01 Landbouw 2020 8.601 89,9 518,7 0,1 37,8 108,6 5,57
E Waterbedrijven en afvalbeheer 1990 4.991 1,9 557,7 4,6 6,3 0,0 0,90
E Waterbedrijven en afvalbeheer 2000 7.444 1,7 381,6 0,2 3,1 0,3 0,03
E Waterbedrijven en afvalbeheer 2010 8.618 0,9 178,2 0,4 3,8 0,5 0,05
E Waterbedrijven en afvalbeheer 2014 9.574 0,7 140,8 0,3 4,1 0,5 0,05
E Waterbedrijven en afvalbeheer 2015 9.602 0,6 132,5 0,3 4,3 0,5 0,08
E Waterbedrijven en afvalbeheer 2016 9.852 0,6 125,8 0,4 4,2 0,6 0,06
E Waterbedrijven en afvalbeheer 2017 9.711 0,6 117,5 0,3 4,2 0,5 0,05
E Waterbedrijven en afvalbeheer 2018 9.384 0,6 113,9 0,4 3,9 0,5 0,05
E Waterbedrijven en afvalbeheer 2019 9.257 0,5 109,5 0,4 3,9 0,5 0,06
E Waterbedrijven en afvalbeheer 2020 9.278 0,6 103,7 0,3 3,9 0,6 0,06
G-U Dienstverlening 1990 8.210 55,0 1,7 0,7 11,4 2,7 1,66
G-U Dienstverlening 2000 8.146 22,4 6,0 0,3 10,4 2,5 1,13
G-U Dienstverlening 2010 9.785 26,4 4,4 0,2 6,1 2,3 0,89
G-U Dienstverlening 2014 6.898 24,0 3,8 0,1 3,5 2,3 0,93
G-U Dienstverlening 2015 7.482 24,2 1,6 0,1 3,7 2,3 0,91
G-U Dienstverlening 2016 7.488 23,4 1,6 0,1 3,5 2,5 0,86
G-U Dienstverlening 2017 7.479 23,9 1,7 0,1 3,5 2,5 0,84
G-U Dienstverlening 2018 7.266 24,0 1,6 0,1 3,1 3,0 0,82
G-U Dienstverlening 2019 6.773 23,8 1,6 0,1 2,8 2,9 0,87
G-U Dienstverlening 2020 6.190 22,3 1,6 0,1 2,6 3,0 0,81
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat cijfers over de totale emissies naar lucht in Nederland door stationaire bronnen. Het betreft de feitelijke emissies op of boven Nederlands grondgebied. De berekening van de emissies door stationaire bronnen is gebaseerd op onder andere de emissie-opgaven in de milieujaarverslagen van individuele bedrijven en CBS-productie- en energiegegevens.
De cokesfabriek van Tata Steel (Hoogovens) behoort volgens de CBS Standaard Bedrijfsindeling (SBI) tot de energiesector. In deze tabel zijn de emissies hiervan echter opgenomen bij de Basismetaalindustrie.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1990.

Status van de cijfers:
Alle cijfers zijn definitief. Om een samenhangende en consistente tijdreeks te verkrijgen wordt ieder jaar de complete tijdreeks (her)berekend, zodat de laatste inzichten, met name ten aanzien van de emissiefactoren, in de berekeningen kunnen worden meegenomen.

Wijzigingen per 9 maart 2022:
Toevoeging definitieve cijfers 2020.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Voorlopige cijfers over 2021 worden in oktober 2022 gepubliceerd.

Toelichting onderwerpen

CO2
Kooldioxide.

CO2 ontstaat onder andere bij verbranding van de koolstof in brandstoffen. Het is een broeikasgas (veroorzaakt opwarming van de aarde).
NMVOS
Vluchtige organische stoffen, exclusief methaan.

Vluchtige organische stoffen ontstaan onder andere door onvolledige verbranding van brandstoffen en door verdamping van brandstoffen, koelmiddelen en ander chemische stoffen. Daarnaast onstaan VOS-emissies tijdens allerlei industriële processen. Vluchtige organische stoffen spelen een rol bij de vorming van smog en zijn soms kankerverwekkend.
CH4
Methaan (= aardgas).

CH4 ontstaat onder andere door onvolledige verbranding van brandstoffen, lekkage van het aardgasnet en door vergisting. Methaan is een broeikasgas (veroorzaakt opwarming van de aarde).
SO2
Zwaveldioxide.

SO2 komt vooral vrij bij de verbranding van de in brandstoffen aanwezige zwavel. Het veroorzaakt verzuring van het milieu.
NOx
Stikstofoxiden (NOx = NO en NO2, berekend als NO2).

Stikstofoxiden worden met name gevormd bij verbrandingsprocessen. Hierbij wordt stikstof uit de (verbrandings)lucht omgezet tot NOx. Stikstofoxiden veroorzaken verzuring en spelen een rol bij smogvorming. Stikstofdioxide (NO2) is schadelijk voor de gezondheid.
NH3
Ammoniak (NH3).

NH3 ontstaat vooral bij natuurlijke processen maar ook, in mindere mate, bij de verbranding van brandstoffen en bij industriële processen. De belangrijkste bron is natuurlijke mest. NH3 veroorzaakt verzuring van het milieu.
PM10
Fijn stof (= deeltjes met doorsnede kleiner dan 10 micrometer).

PM10 ontstaat onder andere bij de verbranding van dieselolie ('dieselrook') en allerlei industriële processen. Fijn stof is schadelijk voor de gezondheid. Het dringt diep door in de longen.