Institutionele beleggers; direct vastgoed, veranderingen 1999-2017


Deze tabel beschrijft de veranderingen in de beleggingen van institutionele beleggers in direct vastgoed. Het laat zien welk deel van de veranderingen ontstaat door aan- en verkopen, en welk deel door herwaarderingen. Met name voor herwaarderingen is het van belang te weten dat deze is gebaseerd op de rapportages van de beleggers.

Gegevens beschikbaar jaarcijfers van 1999 tot en met 2017, kwartaalcijfers van 2003 tot en met 2017.

Status van de cijfers:
De uitkomsten tot en met 2015 zijn definitief, de uitkomsten vanaf 2016 zijn voorlopig. Aangezien deze tabel is stopgezet, worden de gegevens niet meer definitief gemaakt.

Wijzigingen per 7 september 2018:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.
In het kader van de strategische samenwerking tussen het CBS en DNB is een nieuwe taakverdeling afgesproken. Institutionele beleggers vallen daarbij expliciet onder het werkgebied van DNB. De publicatie van tabellen door het CBS met betrekking tot institutionele beleggers wordt daarom stopgezet. DNB levert uitkomsten over institutionele beleggers op aan de OECD. Meer informatie is te vinden in paragraaf 3, inclusief links naar de uitkomsten zoals gepubliceerd door de OECD.

Institutionele beleggers; direct vastgoed, veranderingen 1999-2017

Institutionele beleggers Perioden Aankopen (mld euro) Verkopen (mld euro) Overige veranderingen (mld euro) Eindstand (mld euro)
Totaal institutionele beleggers 2010 8,1 9,0 -0,6 48,0
Totaal institutionele beleggers 2014 2,5 3,9 -0,9 41,2
Totaal institutionele beleggers 2015 2,8 2,2 0,9 42,7
Totaal institutionele beleggers 2016* 2,8 2,6 2,0 44,9
Totaal institutionele beleggers 2017 1e kwartaal* 1,1 0,3 0,4 46,1
Totaal institutionele beleggers 2017 2e kwartaal* 0,9 0,6 0,5 46,8
Totaal institutionele beleggers 2017 3e kwartaal* 0,8 0,5 0,6 47,8
Totaal institutionele beleggers 2017 4e kwartaal* 1,7 0,9 0,4 48,9
Totaal institutionele beleggers 2017* 4,5 2,3 1,9 48,9
Pensioenfondsen 2010 0,4 6,6 -0,1 9,5
Pensioenfondsen 2014 0,6 0,8 -0,6 7,7
Pensioenfondsen 2015 0,2 0,6 0,2 7,5
Pensioenfondsen 2016* 0,5 0,6 0,6 8,0
Pensioenfondsen 2017 1e kwartaal* 0,0 0,0 0,0 8,0
Pensioenfondsen 2017 2e kwartaal* 0,0 0,0 0,0 8,0
Pensioenfondsen 2017 3e kwartaal* 0,1 0,2 0,0 7,9
Pensioenfondsen 2017 4e kwartaal* 0,2 0,1 0,0 8,0
Pensioenfondsen 2017* 0,4 0,3 0,0 8,0
Verzekeringsinstellingen 2010 0,3 1,5 -0,1 7,4
Verzekeringsinstellingen 2014 0,4 0,3 -0,2 5,2
Verzekeringsinstellingen 2015 0,2 0,7 0,0 4,6
Verzekeringsinstellingen 2016* 0,3 0,1 0,1 4,9
Verzekeringsinstellingen 2017 1e kwartaal* 0,7 0,1 0,0 5,5
Verzekeringsinstellingen 2017 2e kwartaal* 0,2 0,0 0,0 5,7
Verzekeringsinstellingen 2017 3e kwartaal* 0,1 0,0 0,0 5,8
Verzekeringsinstellingen 2017 4e kwartaal* 0,1 0,3 0,0 5,6
Verzekeringsinstellingen 2017* 1,2 0,4 0,0 5,6
Beleggingsfondsen m.u.v.geldmarktfondsen 2010 7,4 0,8 -0,4 31,1
Beleggingsfondsen m.u.v.geldmarktfondsen 2014 1,5 2,7 -0,1 28,4
Beleggingsfondsen m.u.v.geldmarktfondsen 2015 2,3 0,8 0,7 30,6
Beleggingsfondsen m.u.v.geldmarktfondsen 2016* 2,0 1,9 1,3 32,0
Beleggingsfondsen m.u.v.geldmarktfondsen 2017 1e kwartaal* 0,3 0,2 0,4 32,5
Beleggingsfondsen m.u.v.geldmarktfondsen 2017 2e kwartaal* 0,6 0,6 0,5 33,1
Beleggingsfondsen m.u.v.geldmarktfondsen 2017 3e kwartaal* 0,6 0,2 0,6 34,1
Beleggingsfondsen m.u.v.geldmarktfondsen 2017 4e kwartaal* 1,3 0,6 0,4 35,2
Beleggingsfondsen m.u.v.geldmarktfondsen 2017* 2,9 1,6 1,9 35,2
Bron: CBS.
Verklaring van tekens