Regionale prognose 2014-2040; huishoudens, regio-indeling 2013

Regionale prognose 2014-2040; huishoudens, regio-indeling 2013

Regio's (situatie 2013) Perioden Totaal particuliere huishoudens (x 1 000) Eenpersoonshuishoudens (x 1 000) Paren (x 1 000) Eenouderhuishoudens (x 1 000) Overige huishoudens (x 1 000)
Nederland 2040 8.531,4 3.646,7 4.298,6 536,1 49,9
Noord-Nederland (LD) 2040 843,0 359,6 428,4 48,9 6,2
Oost-Nederland (LD) 2040 1.749,0 699,2 943,2 97,1 9,5
West-Nederland (LD) 2040 4.201,7 1.883,7 2.015,7 278,6 23,7
Zuid-Nederland (LD) 2040 1.737,7 704,2 911,4 111,6 10,6
Groningen (PV) 2040 309,1 151,4 135,6 19,6 2,6
Friesland (PV) 2040 304,3 118,2 167,0 16,8 2,3
Drenthe (PV) 2040 229,6 90,1 125,8 12,5 1,3
Overijssel (PV) 2040 543,2 206,1 304,9 29,4 2,7
Flevoland (PV) 2040 233,8 95,2 122,7 15,0 1,0
Gelderland (PV) 2040 971,9 397,9 515,6 52,6 5,8
Utrecht (PV) 2040 670,3 299,3 328,9 38,7 3,4
Noord-Holland (PV) 2040 1.497,5 710,1 673,5 105,4 8,4
Zuid-Holland (PV) 2040 1.861,2 804,9 921,2 124,6 10,5
Zeeland (PV) 2040 172,7 69,4 92,0 10,0 1,3
Noord-Brabant (PV) 2040 1.231,8 492,8 652,8 79,0 7,2
Limburg (PV) 2040 505,9 211,4 258,6 32,6 3,4
Oost-Groningen (CR) 2040 66,0 24,5 36,5 4,3 0,7
Delfzijl en omgeving (CR) 2040 19,6 7,4 11,0 1,0 0,2
Overig Groningen (CR) 2040 223,4 119,4 88,1 14,2 1,7
Noord-Friesland (CR) 2040 161,5 67,1 83,1 9,8 1,4
Zuidwest-Friesland (CR) 2040 46,1 15,6 27,6 2,5 0,3
Zuidoost-Friesland (CR) 2040 96,7 35,4 56,3 4,4 0,5
Noord-Drenthe (CR) 2040 92,5 36,9 49,4 5,7 0,5
Zuidoost-Drenthe (CR) 2040 76,5 30,5 42,1 3,6 0,3
Zuidwest-Drenthe (CR) 2040 60,6 22,7 34,3 3,2 0,4
Noord-Overijssel (CR) 2040 173,6 62,0 100,9 9,8 0,9
Zuidwest-Overijssel (CR) 2040 74,6 27,2 42,9 4,1 0,4
Twente (CR) 2040 295,1 116,9 161,1 15,6 1,5
Veluwe (CR) 2040 312,7 122,4 173,5 15,2 1,6
Achterhoek (CR) 2040 169,3 59,5 98,8 9,8 1,1
Arnhem/Nijmegen (CR) 2040 380,8 180,6 176,4 21,6 2,2
Zuidwest-Gelderland (CR) 2040 109,1 35,4 66,8 6,0 0,8
Utrecht (CR) 2040 670,3 299,3 328,9 38,7 3,4
Kop van Noord-Holland (CR) 2040 176,6 67,3 97,0 11,1 1,3
Alkmaar en omgeving (CR) 2040 117,3 51,7 58,8 6,2 0,6
IJmond (CR) 2040 94,6 40,1 48,8 5,3 0,5
Agglomeratie Haarlem (CR) 2040 121,6 54,8 57,9 8,3 0,6
Zaanstreek (CR) 2040 86,1 37,4 42,1 6,3 0,3
Groot-Amsterdam (CR) 2040 774,0 404,3 305,9 59,5 4,3
Het Gooi en Vechtstreek (CR) 2040 127,2 54,6 63,1 8,8 0,8
Agglomeratie Leiden en Bollenstreek (CR) 2040 220,7 95,2 110,4 13,7 1,4
Agglomeratie 's-Gravenhage (CR) 2040 471,0 225,3 205,0 38,2 2,6
Delft en Westland (CR) 2040 127,2 56,3 63,2 7,0 0,6
Oost-Zuid-Holland (CR) 2040 139,9 51,3 79,9 7,8 0,9
Groot-Rijnmond (CR) 2040 716,4 306,0 358,3 48,0 4,0
Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2040 186,0 70,8 104,3 9,8 1,1
Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2040 44,4 18,1 23,4 2,5 0,3
Overig Zeeland (CR) 2040 128,4 51,3 68,6 7,5 1,0
West-Noord-Brabant (CR) 2040 312,9 131,8 158,7 20,7 1,7
Midden-Noord-Brabant (CR) 2040 240,3 100,2 122,2 16,5 1,4
Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2040 309,4 115,5 173,3 18,7 1,9
Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2040 369,1 145,3 198,5 23,0 2,2
Noord-Limburg (CR) 2040 119,8 44,7 66,9 7,4 0,8
Midden-Limburg (CR) 2040 103,7 40,9 55,9 6,2 0,6
Zuid-Limburg (CR) 2040 282,5 125,7 135,8 19,0 2,0
Flevoland (CR) 2040 233,8 95,2 122,7 15,0 1,0
Alkmaar 2040 50,6 25,6 22,1 2,7 0,2
Almere 2040 132,3 54,6 69,1 8,2 0,5
Amersfoort 2040 78,6 30,6 43,1 4,6 0,2
Amsterdam 2040 510,6 293,9 170,2 43,6 2,9
Apeldoorn 2040 76,0 29,6 42,1 4,0 0,2
Arnhem 2040 86,6 46,0 34,8 5,5 0,3
Breda 2040 101,7 49,3 45,3 6,7 0,4
Delft 2040 66,8 37,1 25,5 3,8 0,4
Deventer 2040 50,6 19,6 28,1 2,8 0,2
Dordrecht 2040 59,5 27,6 28,5 3,2 0,2
Ede 2040 54,2 22,1 29,3 2,5 0,2
Eindhoven 2040 125,1 65,2 50,8 8,5 0,5
Emmen 2040 49,4 21,0 25,9 2,3 0,2
Enschede 2040 84,3 44,1 35,0 4,9 0,3
's-Gravenhage (gemeente) 2040 298,8 157,4 115,2 24,7 1,5
Groningen (gemeente) 2040 139,0 90,6 37,7 9,8 0,9
Haarlem 2040 85,9 40,2 39,5 6,0 0,3
Haarlemmermeer 2040 78,5 30,5 43,5 4,3 0,2
's-Hertogenbosch 2040 77,1 33,5 38,0 5,3 0,3
Leeuwarden 2040 56,0 31,2 21,2 3,5 0,3
Leiden 2040 73,5 39,7 28,8 4,7 0,4
Maastricht 2040 67,9 36,0 26,2 5,3 0,4
Nijmegen 2040 104,6 65,8 32,4 6,0 0,5
Rotterdam 2040 335,3 164,6 143,0 25,9 1,7
Tilburg 2040 122,8 60,8 52,1 9,2 0,6
Utrecht (gemeente) 2040 222,0 122,6 86,3 12,4 0,7
Venlo 2040 44,8 17,2 24,5 2,9 0,1
Westland 2040 52,3 17,3 32,0 2,8 0,2
Zaanstad 2040 78,5 35,0 37,8 5,6 0,2
Zoetermeer 2040 57,3 24,0 29,7 3,4 0,2
Zwolle 2040 69,7 29,3 35,6 4,6 0,2
Bron: CBS, PBL
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat cijfers over de verwachte toekomstige omvang en ontwikkeling van particuliere huishoudens in Nederland naar samenstelling per regio.

De basis voor de regio's voor alle in de tabel opgenomen perioden is de situatie per 1 januari 2013. Naast landsdelen, provincies en COROP-gebieden betreft het hier gemeenten die op 1 januari 2013 of op enig moment in de periode 2014-2040 (vermoedelijk) 100 000 of meer inwoners hebben.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2014

Status van de cijfers:
Alle in de tabel opgenomen cijfers zijn berekende prognosecijfers.

Wijzigingen per 1 oktober 2013:
In deze nieuwe tabel is de voorgaande prognose bijgesteld op basis van de meest recente inzichten, de prognoseperiode loopt nu van 2014 tot 2040.

Wijzigingen per 12 september 2016:
Stopgezet.
Zie paragraaf 3 voor de opvolger van deze tabel: Regionale Prognose 2016-2040.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
In 2016 worden de nieuwe prognose cijfers in een nieuwe tabel gepubliceerd.

Toelichting onderwerpen

Totaal particuliere huishoudens
Particulier huishouden
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf daar niet-bedrijfsmatig voorzien in de dagelijkse levensbehoeften
Eenpersoonshuishoudens
Eenpersoonshuishouden
Particulier huishouden bestaande uit één persoon
  
Particulier huishouden
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf daar niet-bedrijfsmatig voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.
Paren
Paar (huishouden)
Twee op basis van huwelijk, partnerschapsregistratie of samenwoonrelatie bij elkaar behorende personen.
Eenouderhuishoudens
Eenouderhuishouden
Particulier huishouden bestaande uit één ouder met thuiswonende kinderen.

Particulier huishouden
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf daar niet-bedrijfsmatig voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.

Thuiswonend kind
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouder relatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders.
Onder thuiswonende kinderen worden ook adoptie- en stiefkinderen begrepen, maar geen pleegkinderen.
Overige huishoudens
Overig huishouden
Particulier huishouden dat uitsluitend bestaat uit overige leden.

Particulier huishouden
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf daar niet-bedrijfsmatig voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.

Overig lid van een huishouden
Persoon die anders dan als partner, ouder in een eenouderhuishouden of als thuiswonend kind deel uitmaakt van een particulier huishouden.
Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan iemand die samen met broer(s) en/of zus(sen) een huishouden vormt, een pleegkind, of een kostganger die bij een gezin inwoont.