Gezondheid, leefstijl, zorggebruik en -aanbod, doodsoorzaken; kerncijfers

Gezondheid, leefstijl, zorggebruik en -aanbod, doodsoorzaken; kerncijfers

Perioden Geboorte, sterfte en levensverwachting Levendgeborenen, relatief (o/oo) Geboorte, sterfte en levensverwachting Levendgeborenen uit tienermoeders (aantal) Geboorte, sterfte en levensverwachting Levendgeborenen uit 40+ moeders (aantal) Geboorte, sterfte en levensverwachting Enkele doodsoorzaken Totaal doodsoorzaken (per 10 000 personen) Geboorte, sterfte en levensverwachting Enkele doodsoorzaken Kwaadaardige nieuwvormingen (per 10 000 personen) Geboorte, sterfte en levensverwachting Enkele doodsoorzaken Ziekten van hart en vaatstelsel (per 10 000 personen) Geboorte, sterfte en levensverwachting Enkele doodsoorzaken Wegverkeersongevallen (aantal) Geboorte, sterfte en levensverwachting Enkele doodsoorzaken Zelfdoding (aantal) Geboorte, sterfte en levensverwachting Perinatale sterfte Zwangerschapsduur 24 weken of meer (per 1 000 geborenen) Geboorte, sterfte en levensverwachting Levensverwachting Bij geboorte, mannen (jaren) Geboorte, sterfte en levensverwachting Levensverwachting Bij geboorte, vrouwen (jaren) Geboorte, sterfte en levensverwachting Levensverw. in als goed ervaren gezondh. Bij geboorte, mannen (jaren) Geboorte, sterfte en levensverwachting Levensverw. in als goed ervaren gezondh. Bij geboorte, vrouwen (jaren) Gezondheid en ziekte Ervaren gezondheid minder dan goed (%) Gezondheid en ziekte Ziekenhuisopnamen: enkele diagnosen Kwaadaardige nieuwvormingen (per 10 000 personen) Gezondheid en ziekte Ziekenhuisopnamen: enkele diagnosen Ziekten van hart- en vaatstelsel (per 10 000 personen) Gezondheid en ziekte Ziekteverzuim (%) Zorggebruik Gemiddelde verpleegduur klinische opname (dagen) Zorggebruik Personen met verstrekte geneesmiddelen Totaal alle middelen (%) Zorggebruik Personen met verstrekte geneesmiddelen Enkele geneesmiddelengroepen Diabetesmiddelen (%) Zorggebruik Personen met verstrekte geneesmiddelen Enkele geneesmiddelengroepen Beta-blokkers (%) Zorggebruik Personen met verstrekte geneesmiddelen Enkele geneesmiddelengroepen Antibiotica (%) Zorggebruik Contacten zorgverleners Huisarts (aantal) Zorggebruik Wlz/AWBZ/Wmo-gefinancierde zorg Personen van 80 jaar of ouder (aantal) Zorggebruik Wlz/AWBZ/Wmo-gefinancierde zorg Personen met Wlz/AWBZ-zorg met verblijf Totaal zorg met verblijf (x 1 000) Zorggebruik Wlz/AWBZ/Wmo-gefinancierde zorg Personen met Wlz/AWBZ-zorg met verblijf Verpleging en verzorging (x 1 000) Zorggebruik Wlz/AWBZ/Wmo-gefinancierde zorg Personen met Wlz/AWBZ-zorg met verblijf Gehandicaptenzorg (x 1 000) Zorggebruik Wlz/AWBZ/Wmo-gefinancierde zorg Personen met Wlz/AWBZ-zorg met verblijf Geestelijke gezondheidszorg (x 1 000) Determinanten van gezondheid Rookgedrag (12 jaar of ouder) Rokers (%) Determinanten van gezondheid Rookgedrag (12 jaar of ouder) Zware rokers (%) Determinanten van gezondheid Zwaar alcoholgebruik (12 jaar of ouder) (%) Determinanten van gezondheid Overgewicht Ernstig overgewicht (20 jaar of ouder) (%) Determinanten van gezondheid Overgewicht Ernstig overgewicht (4 tot 20 jaar) (%) Opleiding en arbeidsmarkt in de zorg Afgestudeerden verpleegkunde (hbo) (aantal) Opleiding en arbeidsmarkt in de zorg Afgestudeerden geneeskunde (wo) (aantal) Zorguitgaven Zorguitgaven, naar type zorg Totaal uitgaven aanbieders zorg (miljard euro) Zorguitgaven Zorguitgaven, naar type zorg Ziekenhuizen, specialistenpraktijken (miljard euro) Zorguitgaven Zorguitgaven, naar type zorg Ouderenzorg (miljard euro) Zorguitgaven Zorguitgaven, naar type zorg Gehandicaptenzorg (miljard euro) Zorguitgaven Zorguitgaven, naar type zorg Praktijken eerstelijn (miljard euro) Zorguitgaven Zorguitgaven, naar type zorg Geestelijke gezondheidszorg (miljard euro) Zorguitgaven Zorguitgaven, naar type zorg Overige aanbieders zorg (miljard euro) Zorguitgaven Uitgaven per hoofd van de bevolking (euro) Zorguitgaven Uitgaven als percentage van het bbp (%) Zorgaanbod Gemiddelde afstand tot voorzieningen Ziekenhuis (incl. buitenpolikliniek) (km) Zorgaanbod Zorginstellingen met rentabiliteit < 0% Ziekenhuizen (%) Zorgaanbod Opbrengsten per arbeidsjaar Ziekenhuizen (1 000 euro)
2001 12,6 3.569 4.344 87,5 23,5 29,7 996 1.473 9,2 75,8 80,7 61,8 61,6 19,2 113 168 5,5 8,2 . . . . 4,0 516.637 . . . . 33,3 9,8 13,6 9,6 2,5 2.512 2.996 50,8 12,2 9,8 4,6 4,2 3,1 16,8 3.164 10,5 . . .
2010 11,1 2.536 6.088 81,9 25,5 23,5 597 1.600 5,7 78,8 82,7 63,9 63,0 19,7 209 234 4,2 5,6 70,1 4,4 9,7 23,2 4,2 647.994 254 . . . 25,6 4,9 9,4 11,4 3,1 2.622 3.699 85,8 22,5 15,4 8,6 7,4 6,1 25,8 5.163 13,4 4,8 7 107,5
2017 9,9 1.410 5.866 87,7 26,2 22,3 573 1.917 4,8 80,1 83,3 65,0 63,8 20,7 245 203 4,0 5,2 65,7 4,7 9,2 19,8 5,1 764.275 211 130 75 6 21,7 3,3 8,6 14,2 2,8 4.052 2.733 97,0 26,9 17,9 10,3 8,9 6,5 26,4 5.660 13,1 4,7 14 130,5
2018 9,8 1.323 5.984 89,0 26,0 21,9 628 1.829 4,9 80,2 83,3 64,2 62,7 21,7 248 196 4,3 5,2 65,9 4,7 9,1 19,8 5,3 778.914 212 132 75 5 21,0 3,1 8,5 15,4 2,6 4.449 2.717 100,9 28,0 18,9 10,8 9,3 6,8 27,2 5.857 13,0 4,7 12 133,6
2019 9,8 . . 87,1 25,8 21,5 617 1.811 . 80,5 83,6 64,8 63,2 21,3 . . 4,4 . . . . . 5,2 798.820 . . . . 20,4 2,8 8,1 15,0 2,2 4.495 2.666 106,2 29,1 20,2 11,4 9,7 7,1 28,7 6.120 13,1 4,8 . .
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel biedt een actueel overzicht van de belangrijkste cijfers die op StatLine beschikbaar zijn op het brede gebied van gezondheid en zorg. Alle cijfers zijn rechtstreeks afkomstig uit andere tabellen op StatLine of via een eenvoudige omrekening verkregen. De oorspronkelijke tabellen waaruit de cijfers afkomstig zijn bieden mogelijkheden voor uitsplitsing naar kenmerken van personen of andere eenheden.
Het moment waarop nieuwe cijfers beschikbaar komen is niet voor alle cijferreeksen hetzelfde.
Bij de cijferreeksen over het aantal geslaagden/afgestudeerden staat bij verslagjaar t het aantal personen dat in school- of studiejaar t-1 tot t een diploma heeft behaald.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2001

Status van de cijfers:
De meeste cijfers zijn definitief.
Het laatst toegevoegde jaar is voorlopig voor:
- doodsoorzaken;
- perinatale sterfte bij zwangerschapsduur 22 weken of meer;
- huisartspatiënten naar diagnose;
- ziekenhuisopnamen naar diagnose;
- gemiddelde verpleegduur klinische opname ziekenhuis;
- verstrekte geneesmiddelen;
- AWBZ/Wlz/Wmo-gefinancierde zorg met en zonder verblijf;
- artsen en verpleegkundigen werkzaam in de zorg;
- geslaagden mbo;
- afgestudeerde artsen en verpleegkundigen;
- instellingen: rentabiliteit en opbrengst per arbeidsjaar.
De laatste twee jaar zijn voorlopig voor:
- personen werkzaam in de gezondheids- en welzijnszorg.
Voor uitgaven aan zorg zijn cijfers over 2019 voorlopig en voor 2018 en 2017 nader voorlopig.

Wijzigingen per 15 juli 2020:
Nieuwe cijfers zijn toegevoegd voor:
- levendgeborenen, relatief;
- doodsoorzaken;
- levensverwachting;
- levensverwachting bij 65 jaar of ouder;
- gezonde levensverwachting;
- ervaren gezondheid;
- huisartspatiënten naar diagnose;
- ziekenhuisopnamen naar diagnose;
- ziekteverzuim;
- gemiddelde verpleegduur klinische opname ziekenhuis;
- contacten zorgverleners;
- roken, alcoholgebruik, lichaamsbeweging;
- overgewicht;
- hoge bloeddruk;
- artsen en verpleegkundigen werkzaam in de zorg;
- personen werkzaam in de gezondheids- en welzijnszorg;
- personen werkzaam in de gezondheidszorg;
- afgestudeerde artsen en verpleegkundigen;
- uitgaven aan zorg;
- gemiddelde afstand tot voorzieningen.
Voor de reeks 'verpleegkundigen werkzaam in de zorg' wijkt de reeks vanaf 2013 iets af van eerder gepubliceerde cijfers in verband met een herontwerp.

Wijzigingen per 20 december 2019:
De reeks 'Voldoet aan Nederlandse Norm Gezond Bewegen' is vervangen door 'Voldoet aan de beweegrichtlijn'. De beweegrichtlijn is eind 2017 opgesteld door de Gezondheidsraad en vervangt eerdere normen.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
In december 2020 verschijnen de op dat moment beschikbare meest recente cijfers.

Toelichting onderwerpen

Geboorte, sterfte en levensverwachting
Bruto geboortecijfer, het aantal levendgeborenen uit tienermoeders en oudere moeders, enkele doodsoorzaken, perinatale sterfte, levensverwachting en levensverwachting in als goed ervaren gezondheid.
Levendgeborenen, relatief
Het aantal levendgeborenen per duizend van de gemiddelde bevolking.
Levendgeborenen uit tienermoeders
Levendgeborenen waarvan de moeder bij hun geboorte jonger is dan 20 jaar.

Leeftijd van de moeder (exact):
Het aantal gehele jaren dat op de laatste verjaardag van de moeder is
verstreken sinds haar geboortedatum.

Levendgeborene:
Kind dat na de geboorte enig teken van leven heeft vertoond, ongeacht de zwangerschapsduur.
Levendgeborenen uit 40+ moeders
Levendgeborenen waarvan de moeder bij hun geboorte 40 jaar is of ouder.

Leeftijd van de moeder (exact):
Het aantal gehele jaren dat op de laatste verjaardag van de moeder is
verstreken sinds haar geboortedatum.

Levendgeborene:
Kind dat na de geboorte enig teken van leven heeft vertoond, ongeacht de zwangerschapsduur.
Enkele doodsoorzaken
Overledenen naar enkele doodsoorzaken, per 10 duizend van de gemiddelde bevolking. Naast relatieve cijfers zijn voor wegverkeersongevallen en zelfdoding ook aantallen gegeven.

Doodsoorzaken zijn gecodeerd aan de hand van ICD-codes afkomstig uit de internationaal toegepaste International Statistical Classification of Diseases, 10e revisie.

De gemiddelde bevolking van leeftijd L in jaar t is als volgt berekend: ((Leeftijd (L) op 1 januari jaar t)+(leeftijd (L) op 1 januari jaar t+1))/2.
Het gemiddeld aantal 0-jarigen in jaar t is als volgt berekend: ((levendgeborenen in jaar t)+(0-jarigen op 1 januari jaar t+1))/2.
Totaal doodsoorzaken
Alle doodsoorzaken tezamen.
Bijbehorende ICD-codes:
ICD-10: A00-Y89;
ICD-9: 001-E999;
ICD-8: 000-E999.
Kwaadaardige nieuwvormingen
Kwaadaardige nieuwvormingen.
Bijbehorende ICD-codes:
ICD-10: C00-C97;
ICD-9: 140-208;
ICD-8: 140-209.
Ziekten van hart en vaatstelsel
Ziekten van hart en vaatstelsel.
Bijbehorende ICD-codes:
ICD-10: I00-I99;
ICD-9: 390-459;
ICD-8: 390-458.
Wegverkeersongevallen
Wegverkeersongevallen.
Bijbehorende ICD-codes:
ICD-10: Zie de tabeltoelichting voor een link naar de betreffende lijst
van 4-tekencodes;
ICD-9: E810-E819, E826-E829;
ICD-8: E810-E819, E825-E827, E940-E941.
Zelfdoding
Zelfdoding.
Bijbehorende ICD-codes:
ICD-10: X60-X84;
ICD-9: E950-E959;
ICD-8: E950-E959.
Perinatale sterfte
Doodgeborenen plus overleden baby's binnen een week na de geboorte.

Doodgeborene:
Kind dat na de geboorte geen enkel teken van leven heeft vertoond
(ademhaling, hartactie, spieractie).
Zwangerschapsduur 24 weken of meer
Sterfte rondom de geboorte. Dit bevat alle doodgeboren kinderen geboren na een zwangerschapsduur van 24 weken of meer en alle levendgeboren kinderen die in de eerste levensweek zijn overleden ongeacht zwangerschapsduur.
Levensverwachting
Het aantal jaren dat iemand van een geselecteerde leeftijd naar verwachting nog te leven heeft onder de veronderstelling dat de sterftekansen vanaf het kalenderjaar in de toekomst niet meer zullen veranderen.
Bij geboorte, mannen
Bij geboorte, vrouwen
Levensverw. in als goed ervaren gezondh.
Het aantal jaren dat een persoon van een bepaalde leeftijd naar verwachting (nog) in een als goed ervaren gezondheid zal leven.

Daarbij wordt verondersteld dat de sterftekansen en de kansen op (on)gezondheid vanaf het kalenderjaar in de toekomst niet meer zullen wijzigen.

Een persoon ervaart een 'goede' gezondheid als in de CBS-gezondheidsenquête op de vraag 'Hoe is over het algemeen uw gezondheidstoestand?' wordt geantwoord met 'goed' of 'zeer goed'.
Bij geboorte, mannen
Bij geboorte, vrouwen
Gezondheid en ziekte
Ervaren gezondheid, contacten met de huisarts en ziekenhuisopnamen voor enkele diagnosen, ziekteverzuim
Ervaren gezondheid minder dan goed
Personen die het antwoord 'gaat wel', 'slecht' of 'zeer slecht' geven op de enquêtevraag 'Hoe is over het algemeen uw gezondheidstoestand?'. Andere antwoordcategorieën waren 'goed' of 'zeer goed'.
Ziekenhuisopnamen: enkele diagnosen
Het totaal aan klinische opnamen, dagopnamen en langdurige observaties zonder overnachting (vanaf 2015) in algemene, academische en twee categorale ziekenhuizen.

De diagnosen zijn tot 2013 geregistreerd volgens de 'International Classification of Diseases' versie 9 (ICD9-CM). Vanaf 2013 wordt de ICD-10 gebruikt.

De indeling van de diagnosen volgt de afbakening zoals gedefinieerd in de ISHMT (International Shortlist for Hospital Morbidity Tabulation), Er zijn kleine verschillen in de afbakening volgens ICD-9 (tot 2013) en ICD-10 (vanaf 2013).

De cijfers naar diagnose zijn gebaseerd op de hoofddiagnose die geregistreerd is bij elke ziekenhuisopname. De hoofddiagnose is de diagnose die bij ontslag wordt beschouwd als de voornaamste reden van opname in het ziekenhuis.

De aantallen opgenomen personen worden gepresenteerd per 10 000 personen in de bevolking in het betreffende kalenderjaar.

Kwaadaardige nieuwvormingen
Kwaadaardige nieuwvormingen, kanker.
Bijbehorende ICD-codes:
ICD-9: 140-208
ICD-10: C00-C97.
Ziekten van hart- en vaatstelsel
Ziekten van het hart- en vaatstelsel.
Bijbehorende ICD-codes:
ICD-9: 390-434, 436-445, 447-459
ICD-10: I00-I99.
Ziekteverzuim
Ziekteverzuimpercentage.
Het totaal aantal ziektedagen van de werknemers, in procenten van het totaal aantal beschikbare (werk-/kalender-)dagen van de werknemers in de verslagperiode. Het ziekteverzuimpercentage is inclusief het verzuim langer dan een jaar en exclusief zwangerschaps- en bevallingsverlof.
Zorggebruik
Verpleegduur bij klinische opname, verstrekte geneesmiddelen, aantal contacten met zorgverleners, AWBZ/Wmo-gefinancierde zorg inclusief aantal 80-plussers
Gemiddelde verpleegduur klinische opname
Gemiddelde verpleegduur per klinische opname.

De gemiddelde verpleegduur is berekend als de som van het aantal klinische verpleegdagen gedeeld door het aantal klinische ziekenhuisopnamen.
Personen met verstrekte geneesmiddelen
Het aantal personen aan wie in het verslagjaar geneesmiddelen zijn verstrekt die vergoed worden door de verplichte basisverzekering voor geneeskundige zorg, uitgedrukt als percentage van de totale bevolking die op enig moment in verslagjaar ingeschreven staan in de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA).

De geneesmiddelen zijn op basis van de artikelcodes ingedeeld naar ATC-klasse. ATC staat voor 'Anatomisch Therapeutisch Chemisch'. In dit classificatiesysteem van de WHO (World Health Organization) worden geneesmiddelen eerst ingedeeld in groepen naar het orgaan of systeem waarop ze werkzaam zijn en daarna op therapeutische en chemische eigenschappen.
Totaal alle middelen
Het percentage personen dat in het verslagjaar één of meer geneesmiddelen verstrekt heeft gekregen.
Enkele geneesmiddelengroepen
Diabetesmiddelen
ATC-klasse: A10.
Beta-blokkers
Geneesmiddelen met een gunstig effect op doorbloeding, hartritmestoornissen en hoge bloeddruk.
ATC-klasse: C07.
Antibiotica
Antibacteriële middelen voor systemisch gebruik, antibiotica.
ATC-klasse: J01.
Contacten zorgverleners
Contacten met huisarts en fysio- of oefentherapeut in de 12 maanden voorafgaand aan de datum waarop de CBS-gezondheidsenquête is afgenomen.

Als gevolg van een nieuwe waarnemingsmethodiek en vragenlijst bij de Gezondheidsenquête hebben er in 2010 en 2014 trendbreuken plaatsgevonden.
Huisarts
Contacten met de huisarts in Nederland:
- bezoeken op het spreekuur,
- visites van de huisarts,
- telefonische consulten,
- of anders contacten.
Contacten met een vervangende huisarts of met de huisartsenpost tellen hierbij ook mee. Contacten met de praktijkondersteuner en de praktijkverpleegkundige tellen niet mee.

In 2014 heeft als gevolg van een nieuwe waarnemingsmethodiek en vragenlijst bij de Gezondheidsenquête in deze variabele een trendbreuk plaatsgevonden.
Wlz/AWBZ/Wmo-gefinancierde zorg
Wlz/AWBZ-gefinancierde zorg met verblijf en Wmo/AWBZ-gefinancierde zorg zonder verblijf (tot 2015)
Personen van 80 jaar of ouder
Het aantal inwoners met een leeftijd van 80 jaar of ouder op 1 januari van het verslagjaar, die ingeschreven staan in de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA).
Personen met Wlz/AWBZ-zorg met verblijf
Het aantal personen van 18 jaar of ouder dat ultimo verslagjaar (tweede vrijdag van november) zorg met verblijf heeft ontvangen waarvan de kosten ten laste van de Wlz (Wet langduige zorg) of AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten) komen en waarvoor een eigen bijdrage betaald moet worden.

Zorg met verblijf omvat alle zorg in natura die ontvangen is in een instelling, waarvoor een eigen bijdrage betaald moet worden en waarvan de kosten voor rekening van Wlz/AWBZ komen. Ook logeeropvang in een instelling met de indicatie kort verblijf is opgenomen onder het gebruik van zorg met verblijf.

Personen onder de 18 jaar hoeven geen eigen bijdrage te betalen.

Zorg met verblijf wordt vanaf 2011 ingedeeld naar het type zorg dat men heeft ontvangen, uitgedrukt in zorgzwaartepakketten (zzp's).

Er zijn zzp's voor de sectoren Verpleging en Verzorging (VV), Gehandicaptenzorg (GHZ) en de langdurige Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ).
Totaal zorg met verblijf
Het totaal van personen met een zorgzwaartepakket (zzp) voor verpleging en verzorging, gehandicaptenzorg of geestelijke gezondheidszorg of waarvoor geen zzp bekend is.

Zorg waarvoor geen zzp bekend is, komt onder andere voor in de volgende situaties:
- Bij oude indicaties voor AWBZ-zorg is niet altijd een zzp bekend. Oude indicaties voor verblijf blijven rechtgevend voor de duur van de indicatie. Het ontbreken van het zzp bij de indicatie betekent dat het zzp ook ontbreekt bij gegevens over gebruik van zorg.
- Bij gebruik van bijdrageplichtige Wlz-zorg in de vorm van kortdurend verblijf is geen zzp bekend.
- Bij gebruik van zorg in de vorm van pgb voor Wlz-indiceerbaren.
Verpleging en verzorging
Personen met een zorgzwaartepakket (zzp) Verpleging en verzorging.

Zorg voor ouderen en chronisch zieken door bijvoorbeeld de thuiszorg of verzorgingshuizen en verpleeghuizen.

Gehandicaptenzorg
Personen met een zorgzwaartepakket (zzp) Gehandicaptenzorg.

Zorg voor personen met een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap.
Geestelijke gezondheidszorg
Personen met een zorgzwaartepakket (zzp) Geestelijke gezondheidszorg.

Zorg aan mensen met psychische en/of psychiatrische problemen, voor zover die gefinancierd wordt vanuit de Wlz/AWBZ (ook wel langdurige GGZ).
Determinanten van gezondheid
Determinanten van de gezondheid: alle factoren die de volksgezondheid beïnvloeden.

Informatie over rookgedrag, alcoholgebruik, lichamelijke activiteit, overgewicht en hoge bloeddruk, afkomstig van de CBS-Gezondheidsenquête.
Rookgedrag (12 jaar of ouder)
De vragen over rookgedrag worden aan alle personen van 12 jaar of ouder gesteld.
Rokers
% personen van 12 jaar of ouder in de bevolking dat het antwoord 'ja' gaf op de vraag: 'rookt u wel eens?'.
Zware rokers
% personen in de bevolking van 12 jaar of ouder dat per dag 20 of meer sigaretten rookt.
Zwaar alcoholgebruik (12 jaar of ouder)
% personen in de bevolking van 12 jaar of ouder dat zware drinker is. Voor de jaren tot en met 2011 geldt dat een zware drinker iemand is die minstens 1 keer per week 6 of meer glazen alcohol op één dag drinkt. Voor de jaren vanaf 2012 is de definitie voor vrouwen veranderd: een vrouw wordt als zware drinker geclassificeerd als zij minstens 1 keer per week 4 of meer glazen alcohol op 1 dag drinkt. Door deze wijziging in de definitie kunnen de cijfers tot en met 2011 niet zonder meer vergeleken worden met de cijfers vanaf 2012.
Overgewicht
De Body Mass Index (BMI) is een veelgebruikte maat voor het bepalen van onder- of overgewicht. De BMI wordt berekend door het lichaamsgewicht (in kilogram) te delen door de lengte (in meters) in het kwadraat, gebaseerd op zelfgerapporteerde waarden. Voor kinderen jongen dan 12 jaar rapporteert de ouder/verzorger het gewicht en de lengte van het kind. Bij volwassenen met een BMI groter dan of gelijk aan 25 kg/m² is er sprake van overgewicht, bij een BMI groter dan of gelijk aan 30 kg/m² van ernstig overgewicht. Voor kinderen gelden leeftijdsspecifieke afkappunten.

Respondenten met onbekende lengte en / of gewicht of met een onwaarschijnlijk gewicht in relatie tot de opgegeven lengte zijn niet meegenomen. Tot en met 2013 zijn personen van 20 jaar of ouder met een BMI van kleiner dan 14 kg/m² of groter dan 45 kg/m² en personen jonger dan 20 jaar met een BMI van kleiner dan 10 kg/m² of groter dan 45 kg/m² buiten beschouwing gelaten. Vanaf 2014 is de bovengrens van de BMI voor personen van alle leeftijden verhoogd naar 50 kg/m². De ondergrens voor de BMI is gelijk gebleven.

In 2014 heeft als gevolg van een nieuwe waarnemingsmethodiek en vragenlijst bij de Gezondheidsenquête in deze variabele een trendbreuk plaatsgevonden.
Ernstig overgewicht (20 jaar of ouder)
% personen van 20 jaar of ouder met een BMI vanaf 30,0 kg/m².
Ernstig overgewicht (4 tot 20 jaar)
% personen tussen 4 en 20 jaar met een BMI vanaf 30,0 kg/m² (18 en 19 jarigen) of vanaf het corresponderende leeftijdsspecifieke afkappunt voor personen onder 18 jaar.
Opleiding en arbeidsmarkt in de zorg
Afgestudeerden verpleegkunde (hbo)
Personen die een studie in het hoger beroepsonderwijs in de richting verpleeg- en verloskunde hebben afgerond met een bachelordiploma.
Afgestudeerden geneeskunde (wo)
Personen die een universitaire studie geneeskunde hebben afgerond met een masterdiploma.
Zorguitgaven
Zorguitgaven, naar type zorg
Uitgaven aan geneeskundige zorg, langdurige zorg, welzijn en maatschappelijke dienstverlening, jeugdzorg en kinderopvang. Zorg omvat levering van diensten en goederen. De uitgaven zijn inclusief de geleverde zorg aan buitenlanders door Nederlandse zorgaanbieders. Uitgaven aan onderlinge leveringen tussen zorgaanbieders tellen niet mee, het gaat om de uiteindelijke (finale) uitgaven.
Het gaat om uitgaven aan zorggoederen en -diensten door alle instellingen, praktijken en organisaties die die goederen en diensten leveren; ook aanbieders voor wie het niet hun belangrijkste werk is, tellen mee.
Totaal uitgaven aanbieders zorg
Totaal uitgaven aan alle aanbieders van geneeskundige zorg, langdurige zorg, welzijn en maatschappelijke dienstverlening, jeugdzorg en kinderopvang.

Aanbieders van zorg:
De organisaties en actoren die als primaire activiteit gezondheids- en welzijnszorg (goederen en diensten) leveren, alsmede de organisaties en actoren waarvoor zorgverlening slechts een van meerdere activiteiten is.
Ziekenhuizen, specialistenpraktijken
Uitgaven aan ziekenhuizen en specialistenpraktijken
Aanbieders van medisch- specialistische zorg. Instellingen en praktijken, waarin gedurende dag en/of nacht alle vormen van medisch- specialistische hulp kunnen plaatsvinden.
Ouderenzorg
Uitgaven aan verstrekkers van ouderenzorg
Gehandicaptenzorg
Uitgaven aan verstrekkers van gehandicaptenzorg
Praktijken eerstelijn
Uitgaven aan huisartsenpraktijken, tandartspraktijken en paramedische praktijken

Huisartsenpraktijken
De huisarts is verantwoordelijk voor de algemene medische zorg. Hij/zij geeft persoonlijke en continue zorg aan een vaste praktijkpopulatie.

Tandartsenpraktijken
Praktijken voor tandheelkundige hulp, inclusief tandtechnische hulp. De tandheelkundige zorg verleend door de tandarts algemeen practicus omvat: preventie; diagnostiek; restauratieve hulp (voorkomen van functieverlies); prothetische hulp (herstel van functieverlies);
orthodontische hulp (in de eerste lijn); chirurgische hulp (in de eerste lijn).

Paramedische praktijken
Praktijken van fysiotherapeuten en andere paramedici zoals ergotherapeuten, logopedisten, diëtisten, oefentherapeuten-Cesar, oefentherapeuten-Mensendieck, mondhygiënisten, podotherapeuten en verloskundigen. Omvat onder meer zorg gericht op problemen met betrekking tot het bewegingsapparaat, de spraak en voedingspatronen. De verloskundige biedt verloskundige zorg, inclusief pré- en postnatale zorg.
Geestelijke gezondheidszorg
Uitgaven aan aanbieders van geestelijke gezondheidszorg
Psychiatrische ziekenhuizen, vrijgevestigde psychiaters, psychologen en ambulante geestelijke gezondheidszorg. Deze instellingen bieden behandeling en begeleiding van mensen met psychiatrische stoornissen en psychische problemen.
Overige aanbieders zorg
Uitgaven aan overige aanbieders geneeskundige zorg, langdurige zorg, welzijn en maatschappelijke dienstverlening, jeugdzorg en kinderopvang.
Uitgaven per hoofd van de bevolking
Totale uitgaven aan zorg berekend per hoofd van de bevolking.
Uitgaven als percentage van het bbp
Totale uitgaven aan zorg uitgedrukt als percentage van het bruto binnenlands product.
Zorgaanbod
Kwantitatieve gegevens over aanbieders van zorg: afstand tot zorgverlener, instellingen met kleine rentabiliteit, aandeel overhead in instellingen.
Gemiddelde afstand tot voorzieningen
De gemiddelde afstand van alle inwoners van Nederland op hun woonadres tot een aantal dichtstbijzijnde voorzieningen.
Ziekenhuis (incl. buitenpolikliniek)
De gemiddelde afstand van alle inwoners van Nederland tot het dichtstbijzijnde ziekenhuis (inclusief buitenpolikliniek), berekend over de weg.

Ziekenhuis
Instelling voor onderzoek, behandeling en verpleging van zieken. In een ziekenhuis kunnen patiënten voor meer dan 24 uur opgenomen worden en er kunnen grote operaties worden uitgevoerd.

Buitenpolikliniek
Locatie van een ziekenhuis waar niet bedlegerige patiënten worden behandeld of gecontroleerd. Patiënten worden er niet voor meer dan 24 uur opgenomen en er worden geen grote operaties uitgevoerd.
Zorginstellingen met rentabiliteit < 0%
Percentage ondernemingen in een bepaalde SBI-klasse met een rentabiliteit kleiner dan 0%.

Rentabiliteit
Rentabiliteit is de som van het bedrijfsresultaat, financieel resultaat en buitengewoon resultaat, gedeeld door de totale bedrijfsopbrengsten. De rentabiliteit zegt iets over de winstgevendheid van de onderneming.

---

Standaard Bedrijfsindeling 2008 (SBI 2008):
De Nederlandse hiërarchische indeling van economische activiteiten die door het CBS wordt gebruikt om bedrijfseenheden in te delen naar hun hoofdactiviteit. De SBI 2008 is de versie die vanaf 2008 gebruikt wordt. "Bedrijfstak" of "branche" zijn gangbare termen voor groepen van bedrijven met dezelfde hoofdactiviteit. Het CBS hanteert voor de indeling van bedrijven naar hoofdactiviteit de zogenoemde Standaard Bedrijfsindeling (SBI). Bedrijven in een bedrijfstak of branche kunnen naast deze activiteit ook andere activiteiten (nevenactiviteiten) uitoefenen. De SBI 2008 kent meerdere niveaus die aangegeven worden door maximaal vijf cijfers. Het niveau van vier cijfers komt vrijwel overeen met de indeling van de Europese Unie (NACE). De eerste twee cijfers komen overeen met die van de indeling van Verenigde Naties (ISIC).
Ziekenhuizen
Totaal ziekenhuizen
Deze categorie is een samentelling van SBI-klassen:
86101 Universitair medisch centra;
86102 Algemene ziekenhuizen;
86103 Categorale ziekenhuizen.

De SBI-klasse 86101 omvat:
- medisch-specialistische centra voor behandeling en verpleging met overnachting, met nadruk op zeer gespecialiseerde zorg voor patiënten met zeldzame of complexe ziektebeelden, wetenschappelijk onderzoek en opleiding.

De SBI-klasse 86102 omvat:
- medisch-specialistische centra voor behandeling en verpleging met overnachting, niet gericht op een specifieke bevolkingsgroep en/of specifieke fysieke ziekten of ziektebeelden van psychische aard.

De SBI-klasse 86103 omvat:
- medisch-specialistische centra voor behandeling en verpleging met overnachting, gericht op het herstellen van een lichamelijke aandoening of het verbeteren van de lichamelijke functionaliteit bij tijdelijk of blijvend gehandicapten (revalidatiecentra);
- medisch-specialistische centra voor behandeling en verpleging met overnachting, gericht op een specifieke bevolkingsgroep en/of specifieke fysieke ziekten:
w.o. astmaklinieken;
w.o. epilepsiecentra;
w.o. longklinieken;
w.o. oogziekenhuizen;
w.o. transplantatiecentra;
w.o. privéklinieken met tot 24-uursverblijf.

Tot en met 2014 betrof het alleen instellingen die geheel of gedeeltelijk gefinancierd werden via de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).
Opbrengsten per arbeidsjaar
Totale bedrijfsopbrengsten gedeeld door totaal aantal arbeidsjaren werknemers.
Arbeidsjaren is een maat voor het arbeidsvolume die wordt berekend door alle banen (voltijd en deeltijd) in een jaar om te rekenen naar voltijdequivalenten (vte).
Werknemers zijn personen die in een bepaalde periode arbeid verrichten voor loon of salaris, in geld of in natura.

---

Standaard Bedrijfsindeling 2008 (SBI 2008):
De Nederlandse hiërarchische indeling van economische activiteiten die door het CBS wordt gebruikt om bedrijfseenheden in te delen naar hun hoofdactiviteit. De SBI 2008 is de versie die vanaf 2008 gebruikt wordt. "Bedrijfstak" of "branche" zijn gangbare termen voor groepen van bedrijven met dezelfde hoofdactiviteit. Het CBS hanteert voor de indeling van bedrijven naar hoofdactiviteit de zogenoemde Standaard Bedrijfsindeling (SBI). Bedrijven in een bedrijfstak of branche kunnen naast deze activiteit ook andere activiteiten (nevenactiviteiten) uitoefenen. De SBI 2008 kent meerdere niveaus die aangegeven worden door maximaal vijf cijfers. Het niveau van vier cijfers komt vrijwel overeen met de indeling van de Europese Unie (NACE). De eerste twee cijfers komen overeen met die van de indeling van Verenigde Naties (ISIC).
Ziekenhuizen
Totaal ziekenhuizen
Deze categorie is een samentelling van SBI-klassen:
86101 Universitair medisch centra;
86102 Algemene ziekenhuizen;
86103 Categorale ziekenhuizen.

De SBI-klasse 86101 omvat:
- medisch-specialistische centra voor behandeling en verpleging met overnachting, met nadruk op zeer gespecialiseerde zorg voor patiënten met zeldzame of complexe ziektebeelden, wetenschappelijk onderzoek en opleiding.

De SBI-klasse 86102 omvat:
- medisch-specialistische centra voor behandeling en verpleging met overnachting, niet gericht op een specifieke bevolkingsgroep en/of specifieke fysieke ziekten of ziektebeelden van psychische aard.

De SBI-klasse 86103 omvat:
- medisch-specialistische centra voor behandeling en verpleging met overnachting, gericht op het herstellen van een lichamelijke aandoening of het verbeteren van de lichamelijke functionaliteit bij tijdelijk of blijvend gehandicapten (revalidatiecentra);
- medisch-specialistische centra voor behandeling en verpleging met overnachting, gericht op een specifieke bevolkingsgroep en/of specifieke fysieke ziekten:
w.o. astmaklinieken;
w.o. epilepsiecentra;
w.o. longklinieken;
w.o. oogziekenhuizen;
w.o. transplantatiecentra;
w.o. privéklinieken met tot 24-uursverblijf.

Tot en met 2014 betrof het alleen instellingen die geheel of gedeeltelijk gefinancierd werden via de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).