Gezondheid, leefstijl, zorggebruik en -aanbod, doodsoorzaken; kerncijfers

Gezondheid, leefstijl, zorggebruik en -aanbod, doodsoorzaken; kerncijfers

Perioden Geboorte, sterfte en levensverwachting Levendgeborenen, relatief (o/oo) Geboorte, sterfte en levensverwachting Levendgeborenen uit tienermoeders (aantal) Geboorte, sterfte en levensverwachting Levendgeborenen uit 40+ moeders (aantal) Geboorte, sterfte en levensverwachting Enkele doodsoorzaken Totaal doodsoorzaken (per 10 000 personen) Geboorte, sterfte en levensverwachting Enkele doodsoorzaken Kwaadaardige nieuwvormingen (per 10 000 personen) Geboorte, sterfte en levensverwachting Enkele doodsoorzaken Ziekten van hart en vaatstelsel (per 10 000 personen) Geboorte, sterfte en levensverwachting Enkele doodsoorzaken Wegverkeersongevallen (aantal) Geboorte, sterfte en levensverwachting Enkele doodsoorzaken Zelfdoding (aantal) Geboorte, sterfte en levensverwachting Perinatale sterfte Zwangerschapsduur 24 weken of meer (per 1 000 geborenen) Geboorte, sterfte en levensverwachting Levensverwachting Bij geboorte, mannen (jaren) Geboorte, sterfte en levensverwachting Levensverwachting Bij geboorte, vrouwen (jaren) Geboorte, sterfte en levensverwachting Levensverw. in als goed ervaren gezondh. Bij geboorte, mannen (jaren) Geboorte, sterfte en levensverwachting Levensverw. in als goed ervaren gezondh. Bij geboorte, vrouwen (jaren) Gezondheid en ziekte Ervaren gezondheid minder dan goed (%) Gezondheid en ziekte Ziekenhuisopnamen: enkele diagnosen Kwaadaardige nieuwvormingen (per 10 000 personen) Gezondheid en ziekte Ziekenhuisopnamen: enkele diagnosen Ziekten van hart- en vaatstelsel (per 10 000 personen) Gezondheid en ziekte Ziekteverzuim (%) Zorggebruik Gemiddelde verpleegduur klinische opname (dagen) Zorggebruik Personen met verstrekte geneesmiddelen Totaal alle middelen (%) Zorggebruik Personen met verstrekte geneesmiddelen Enkele geneesmiddelengroepen Diabetesmiddelen (%) Zorggebruik Personen met verstrekte geneesmiddelen Enkele geneesmiddelengroepen Beta-blokkers (%) Zorggebruik Personen met verstrekte geneesmiddelen Enkele geneesmiddelengroepen Antibiotica (%) Zorggebruik Contacten zorgverleners Huisarts (aantal) Zorggebruik Wlz/AWBZ-gefinancierde zorg Personen van 80 jaar of ouder (aantal) Zorggebruik Wlz/AWBZ-gefinancierde zorg Personen met Wlz/AWBZ-zorg met verblijf Totaal zorg met verblijf (x 1 000) Zorggebruik Wlz/AWBZ-gefinancierde zorg Personen met Wlz/AWBZ-zorg met verblijf zzp Verpleging en verzorging (x 1 000) Zorggebruik Wlz/AWBZ-gefinancierde zorg Personen met indicatie zorg met verblijf Totaal indicatie zorg met verblijf (x 1 000) Zorggebruik Wlz/AWBZ-gefinancierde zorg Personen met indicatie zorg met verblijf Psychogeriatrische aandoening (x 1 000) Zorggebruik Jongeren met jeugdzorg Totaal jeugdzorg (0 tot 23 jaar) (%) Zorggebruik Jongeren met jeugdzorg Jeugdhulp (0 tot 23 jaar) (%) Zorggebruik Jongeren met jeugdzorg Jeugdbescherming (0 tot 18 jaar) (%) Zorggebruik Jongeren met jeugdzorg Jeugdreclassering (12 tot 23 jaar) (%) Determinanten van gezondheid Rookgedrag (12 jaar of ouder) Rokers (%) Determinanten van gezondheid Rookgedrag (12 jaar of ouder) Zware rokers (%) Determinanten van gezondheid Zwaar alcoholgebruik (12 jaar of ouder) (%) Determinanten van gezondheid Overgewicht Ernstig overgewicht (20 jaar of ouder) (%) Determinanten van gezondheid Overgewicht Ernstig overgewicht (4 tot 20 jaar) (%) Opleiding en arbeidsmarkt in de zorg Gediplomeerden verpleegkunde (mbo) (aantal) Opleiding en arbeidsmarkt in de zorg Afgestudeerden verpleegkunde (hbo) (aantal) Opleiding en arbeidsmarkt in de zorg Afgestudeerden geneeskunde (wo) (aantal) Zorguitgaven Zorguitgaven, naar type zorg Totaal uitgaven aanbieders zorg (miljard euro)
2001 12,6 3.569 4.344 87,5 23,5 29,7 996 1.473 9,2 75,8 80,7 61,8 61,6 19,2 113 168 5,5 8,2 . . . . 4,0 516.637 . . . . . . . . 33,3 9,8 13,6 9,6 2,5 . 2.512 2.996 50,8
2010 11,1 2.536 6.088 81,9 25,5 23,5 597 1.600 5,7 78,8 82,7 63,9 63,0 19,7 209 234 4,2 5,6 70,1 4,4 9,7 23,2 4,2 647.994 254 . 325 74 . . . . 25,6 4,9 9,4 11,4 3,1 . 2.622 3.699 85,8
2018 9,8 1.323 5.984 89,0 26,0 21,9 628 1.829 4,9 80,2 83,3 64,2 62,7 21,7 248 196 4,3 5,2 65,9 4,7 9,1 19,8 5,3 778.914 212 132 297 92 9,7 9,4 1,2 0,4 21,0 3,1 8,5 15,4 2,6 5.720 4.449 2.729 100,9
2019 9,8 1.259 6.184 87,1 25,9 21,5 617 1.811 5,1 80,5 83,6 64,8 63,2 21,3 262 198 4,4 5,2 65,4 4,7 9,0 19,2 5,2 798.820 214 134 307 99 10,0 9,7 1,2 0,4 20,4 2,8 8,1 15,0 2,2 5.870 4.495 2.675 106,2
2020 . . . . . . . . . . . . . 18,5 . . 4,7 . . . . . 5,1 822.088 . . . . 9,7 9,4 1,2 0,4 18,9 3,0 7,4 14,2 2,5 5.970 4.667 2.560 .
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel biedt een actueel overzicht van de belangrijkste cijfers die op StatLine beschikbaar zijn op het brede gebied van gezondheid en zorg. Alle cijfers zijn rechtstreeks afkomstig uit andere tabellen op StatLine of via een eenvoudige omrekening verkregen. De oorspronkelijke tabellen waaruit de cijfers afkomstig zijn bieden mogelijkheden voor uitsplitsing naar kenmerken van personen of andere eenheden.
Het moment waarop nieuwe cijfers beschikbaar komen is niet voor alle cijferreeksen hetzelfde.
Bij de cijferreeksen over het aantal gediplomeerden/afgestudeerden staat bij verslagjaar t het aantal personen dat in school- of studiejaar t-1 tot t een diploma heeft behaald.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2001

Status van de cijfers:
De meeste cijfers zijn definitief.
Het laatst toegevoegde jaar is voorlopig voor:
- doodsoorzaken;
- perinatale sterfte bij zwangerschapsduur 22 weken of meer;
- huisartspatiënten naar diagnose;
- ziekenhuisopnamen naar diagnose;
- ziekteverzuim;
- gemiddelde verpleegduur klinische opname ziekenhuis;
- verstrekte geneesmiddelen;
- AWBZ/Wlz-gefinancierde zorg met verblijf;
- jeugdzorg;
- artsen en verpleegkundigen werkzaam in de zorg;
- gediplomeerden mbo;
- afgestudeerde artsen en verpleegkundigen;
- instellingen: rentabiliteit en opbrengst per arbeidsjaar.
De laatste twee jaar zijn voorlopig voor:
- personen werkzaam in de gezondheidszorg.
De laatste drie jaar zijn voorlopig voor:
- personen werkzaam in de gezondheids- en welzijnszorg.
Voor uitgaven aan zorg zijn cijfers over 2019 voorlopig en voor 2018 en 2017 nader voorlopig.

Wijzigingen per 9 juni 2021:
Nieuwe cijfers zijn toegevoegd aan bestaande reeksen voor:
- ervaren gezondheid;
- ziekenhuisopnamen naar diagnose;
- ziekteverzuim;
- gemiddelde verpleegduur klinische opname ziekenhuis;
- contacten zorgverleners;
- roken, alcoholgebruik, lichaamsbeweging;
- overgewicht;
- hoge bloeddruk;
- artsen en verpleegkundigen werkzaam in de zorg;
- personen werkzaam in de gezondheids- en welzijnszorg;
- afgestudeerde artsen en verpleegkundigen;
- instellingen: rentabiliteit en opbrengst per arbeidsjaar.
De cijfers over 'gediplomeerden mbo gezondheidszorg' zijn vervangen door nieuwe reeksen over mbo-gediplomeerden verzorging en verpleegkunde.
Nieuwe reeksen zijn toegevoegd over jeugdzorg en indicaties langdurige zorg.
Reeksen over AWBZ/WMo-gefinancierde zorg zonder verblijf zijn verwijderd.
De verwijderde reeksen over mbo-gediplomeerden en zorg zonder verblijf zijn nog beschikbaar op StatLine, namelijk in de tabellen MBO; gediplomeerden, opleidingsrichting in detail, sector 1990/'91-2015/'16 en Personen met indicatie/gebruik ZZV; grondslag, persoonskenm., 2009-2014.
Zie paragraaf 3 voor de links naar deze tabellen.


Wijzigingen per 15 juli 2020:
Voor de reeks 'verpleegkundigen werkzaam in de zorg' wijkt de reeks vanaf 2013 iets af van eerder gepubliceerde cijfers in verband met een herontwerp.


Wanneer komen er nieuwe cijfers?
In december 2021 verschijnen de op dat moment beschikbare meest recente cijfers.

Toelichting onderwerpen

Geboorte, sterfte en levensverwachting
Bruto geboortecijfer, het aantal levendgeborenen uit tienermoeders en oudere moeders, enkele doodsoorzaken, perinatale sterfte, levensverwachting en levensverwachting in als goed ervaren gezondheid.
Levendgeborenen, relatief
Het aantal levendgeborenen per duizend van de gemiddelde bevolking.
Levendgeborenen uit tienermoeders
Levendgeborenen waarvan de moeder bij hun geboorte jonger is dan 20 jaar.

Leeftijd van de moeder (exact):
Het aantal gehele jaren dat op de laatste verjaardag van de moeder is
verstreken sinds haar geboortedatum.

Levendgeborene:
Kind dat na de geboorte enig teken van leven heeft vertoond, ongeacht de zwangerschapsduur.
Levendgeborenen uit 40+ moeders
Levendgeborenen waarvan de moeder bij hun geboorte 40 jaar is of ouder.

Leeftijd van de moeder (exact):
Het aantal gehele jaren dat op de laatste verjaardag van de moeder is
verstreken sinds haar geboortedatum.

Levendgeborene:
Kind dat na de geboorte enig teken van leven heeft vertoond, ongeacht de zwangerschapsduur.
Enkele doodsoorzaken
Overledenen naar enkele doodsoorzaken, per 10 duizend van de gemiddelde bevolking. Naast relatieve cijfers zijn voor wegverkeersongevallen en zelfdoding ook aantallen gegeven.

Doodsoorzaken zijn gecodeerd aan de hand van ICD-codes afkomstig uit de internationaal toegepaste International Statistical Classification of Diseases, 10e revisie.

De gemiddelde bevolking van leeftijd L in jaar t is als volgt berekend: ((Leeftijd (L) op 1 januari jaar t)+(leeftijd (L) op 1 januari jaar t+1))/2.
Het gemiddeld aantal 0-jarigen in jaar t is als volgt berekend: ((levendgeborenen in jaar t)+(0-jarigen op 1 januari jaar t+1))/2.
Totaal doodsoorzaken
Alle doodsoorzaken tezamen.
Bijbehorende ICD-codes:
ICD-10: A00-Y89;
ICD-9: 001-E999;
ICD-8: 000-E999.
Kwaadaardige nieuwvormingen
Kwaadaardige nieuwvormingen.
Bijbehorende ICD-codes:
ICD-10: C00-C97;
ICD-9: 140-208;
ICD-8: 140-209.
Ziekten van hart en vaatstelsel
Ziekten van hart en vaatstelsel.
Bijbehorende ICD-codes:
ICD-10: I00-I99;
ICD-9: 390-459;
ICD-8: 390-458.
Wegverkeersongevallen
Wegverkeersongevallen.
Bijbehorende ICD-codes:
ICD-10: Zie de tabeltoelichting voor een link naar de betreffende lijst
van 4-tekencodes;
ICD-9: E810-E819, E826-E829;
ICD-8: E810-E819, E825-E827, E940-E941.
Zelfdoding
Zelfdoding.
Bijbehorende ICD-codes:
ICD-10: X60-X84;
ICD-9: E950-E959;
ICD-8: E950-E959.
Perinatale sterfte
Doodgeborenen plus overleden baby's binnen een week na de geboorte.

Doodgeborene:
Kind dat na de geboorte geen enkel teken van leven heeft vertoond
(ademhaling, hartactie, spieractie).
Zwangerschapsduur 24 weken of meer
Sterfte rondom de geboorte. Dit bevat alle doodgeboren kinderen geboren na een zwangerschapsduur van 24 weken of meer en alle levendgeboren kinderen die in de eerste levensweek zijn overleden ongeacht zwangerschapsduur.
Levensverwachting
Het aantal jaren dat iemand van een geselecteerde leeftijd naar verwachting nog te leven heeft onder de veronderstelling dat de sterftekansen vanaf het kalenderjaar in de toekomst niet meer zullen veranderen.
Bij geboorte, mannen
Bij geboorte, vrouwen
Levensverw. in als goed ervaren gezondh.
Het aantal jaren dat een persoon van een bepaalde leeftijd naar verwachting (nog) in een als goed ervaren gezondheid zal leven.

Daarbij wordt verondersteld dat de sterftekansen en de kansen op (on)gezondheid vanaf het kalenderjaar in de toekomst niet meer zullen wijzigen.

Een persoon ervaart een 'goede' gezondheid als in de CBS-gezondheidsenquête op de vraag 'Hoe is over het algemeen uw gezondheidstoestand?' wordt geantwoord met 'goed' of 'zeer goed'.
Bij geboorte, mannen
Bij geboorte, vrouwen
Gezondheid en ziekte
Ervaren gezondheid, contacten met de huisarts en ziekenhuisopnamen voor enkele diagnosen, ziekteverzuim
Ervaren gezondheid minder dan goed
Personen die het antwoord 'gaat wel', 'slecht' of 'zeer slecht' geven op de enquêtevraag 'Hoe is over het algemeen uw gezondheidstoestand?'. Andere antwoordcategorieën waren 'goed' of 'zeer goed'.
Ziekenhuisopnamen: enkele diagnosen
Het totaal aan klinische opnamen, dagopnamen en langdurige observaties zonder overnachting (vanaf 2015) in algemene, academische en twee categorale ziekenhuizen.

De diagnosen zijn tot 2013 geregistreerd volgens de 'International Classification of Diseases' versie 9 (ICD9-CM). Vanaf 2013 wordt de ICD-10 gebruikt.

De indeling van de diagnosen volgt de afbakening zoals gedefinieerd in de ISHMT (International Shortlist for Hospital Morbidity Tabulation), Er zijn kleine verschillen in de afbakening volgens ICD-9 (tot 2013) en ICD-10 (vanaf 2013).

De cijfers naar diagnose zijn gebaseerd op de hoofddiagnose die geregistreerd is bij elke ziekenhuisopname. De hoofddiagnose is de diagnose die bij ontslag wordt beschouwd als de voornaamste reden van opname in het ziekenhuis.

De aantallen opgenomen personen worden gepresenteerd per 10 000 personen in de bevolking in het betreffende kalenderjaar.

Kwaadaardige nieuwvormingen
Kwaadaardige nieuwvormingen, kanker.
Bijbehorende ICD-codes:
ICD-9: 140-208
ICD-10: C00-C97.
Ziekten van hart- en vaatstelsel
Ziekten van het hart- en vaatstelsel.
Bijbehorende ICD-codes:
ICD-9: 390-434, 436-445, 447-459
ICD-10: I00-I99.
Ziekteverzuim
Ziekteverzuimpercentage.
Het totaal aantal ziektedagen van de werknemers, in procenten van het totaal aantal beschikbare (werk-/kalender-)dagen van de werknemers in de verslagperiode. Het ziekteverzuimpercentage is inclusief het verzuim langer dan een jaar en exclusief zwangerschaps- en bevallingsverlof.
Zorggebruik
Verpleegduur bij klinische opname, verstrekte geneesmiddelen, aantal contacten met zorgverleners, AWBZ/Wlz-gefinancierde zorg inclusief aantal 80-plussers, jongeren met jeugdzorg
Gemiddelde verpleegduur klinische opname
Gemiddelde verpleegduur per klinische opname.

De gemiddelde verpleegduur is berekend als de som van het aantal klinische verpleegdagen gedeeld door het aantal klinische ziekenhuisopnamen.
Personen met verstrekte geneesmiddelen
Het aantal personen aan wie in het verslagjaar geneesmiddelen zijn verstrekt die vergoed worden door de verplichte basisverzekering voor geneeskundige zorg, uitgedrukt als percentage van de totale bevolking die op enig moment in verslagjaar ingeschreven staan in de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA).

De geneesmiddelen zijn op basis van de artikelcodes ingedeeld naar ATC-klasse. ATC staat voor 'Anatomisch Therapeutisch Chemisch'. In dit classificatiesysteem van de WHO (World Health Organization) worden geneesmiddelen eerst ingedeeld in groepen naar het orgaan of systeem waarop ze werkzaam zijn en daarna op therapeutische en chemische eigenschappen.
Totaal alle middelen
Het percentage personen dat in het verslagjaar één of meer geneesmiddelen verstrekt heeft gekregen.
Enkele geneesmiddelengroepen
Diabetesmiddelen
ATC-klasse: A10.
Beta-blokkers
Geneesmiddelen met een gunstig effect op doorbloeding, hartritmestoornissen en hoge bloeddruk.
ATC-klasse: C07.
Antibiotica
Antibacteriële middelen voor systemisch gebruik, antibiotica.
ATC-klasse: J01.
Contacten zorgverleners
Contacten met huisarts en fysio- of oefentherapeut in de 12 maanden voorafgaand aan de datum waarop de CBS-gezondheidsenquête is afgenomen.

Als gevolg van een nieuwe waarnemingsmethodiek en vragenlijst bij de Gezondheidsenquête hebben er in 2010 en 2014 trendbreuken plaatsgevonden.
Huisarts
Contacten met de huisarts in Nederland:
- bezoeken op het spreekuur,
- visites van de huisarts,
- telefonische consulten,
- of anders contacten.
Contacten met een vervangende huisarts of met de huisartsenpost tellen hierbij ook mee. Contacten met de praktijkondersteuner en de praktijkverpleegkundige tellen niet mee.

In 2014 heeft als gevolg van een nieuwe waarnemingsmethodiek en vragenlijst bij de Gezondheidsenquête in deze variabele een trendbreuk plaatsgevonden.
Wlz/AWBZ-gefinancierde zorg
Wlz/AWBZ-gefinancierde zorg met verblijf
Personen van 80 jaar of ouder
Het aantal inwoners met een leeftijd van 80 jaar of ouder op 1 januari van het verslagjaar, die ingeschreven staan in de Basisregistratie Personen (BRP).
Personen met Wlz/AWBZ-zorg met verblijf
Het aantal personen van 18 jaar of ouder dat ultimo verslagjaar (tweede vrijdag van november) zorg met verblijf heeft ontvangen waarvan de kosten ten laste van de Wlz (Wet langduige zorg) of AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten) komen en waarvoor een eigen bijdrage betaald moet worden.

Zorg met verblijf omvat alle zorg in natura die ontvangen is in een instelling, waarvoor een eigen bijdrage betaald moet worden en waarvan de kosten voor rekening van Wlz/AWBZ komen. Ook logeeropvang in een instelling met de indicatie kort verblijf is opgenomen onder het gebruik van zorg met verblijf.

Personen onder de 18 jaar hoeven geen eigen bijdrage te betalen.

Zorg met verblijf wordt vanaf 2011 ingedeeld naar het type zorg dat men heeft ontvangen, uitgedrukt in zorgzwaartepakketten (zzp's).

Er zijn zzp's voor de sectoren Verpleging en Verzorging (VV), Gehandicaptenzorg (GHZ) en de langdurige Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ).
Totaal zorg met verblijf
Het totaal van personen met een zorgzwaartepakket (zzp) voor verpleging en verzorging, gehandicaptenzorg of geestelijke gezondheidszorg of waarvoor geen zzp bekend is.
Een zzp bevat een bepaalde soort en hoeveelheid zorg die een persoon kan ontvangen. De zorg betreft het hele pakket zorg, wonen en diensten dat nodig is omdat een persoon niet alles zelf kan.

Zorg waarvoor geen zzp bekend is, komt onder andere voor in de volgende situaties:
- Bij oude indicaties voor AWBZ-zorg is niet altijd een zzp bekend. Oude indicaties voor verblijf blijven rechtgevend voor de duur van de indicatie. Het ontbreken van het zzp bij de indicatie betekent dat het zzp ook ontbreekt bij gegevens over gebruik van zorg.
- Bij gebruik van bijdrageplichtige Wlz-zorg in de vorm van kortdurend verblijf is geen zzp bekend.
- Bij gebruik van zorg in de vorm van pgb voor Wlz-indiceerbaren.
- Bij gebruik van zorg in de vorm van modulair pakket thuis (mpt). Personen met mpt die een geregistreerd zzp hebben, worden meegeteld bij 'Geen zorgzwaartepakket (zzp)' ten behoeve van de vergelijkbaarheid van de cijfers. Dit komt in 2017 voor het eerst voor.
zzp Verpleging en verzorging
Personen met een zorgzwaartepakket (zzp) Verpleging en verzorging.

Zorg voor ouderen en chronisch zieken op basis van een zorgzwaartepakket/zorgprofiel (zzp) in de sector Verpleging en Verzorging (VV).

Personen met indicatie zorg met verblijf
Het aantal personen dat op de peildatum een indicatie heeft voor zorg met verblijf (AWBZ/Wlz-gefinancierd).

Het betreft uitsluitend personen die op de peildatum in de BRP staan ingeschreven.
De peildatum is de tweede vrijdag van november.

Indicatie
Recht op een bepaalde soort en hoeveelheid zorg zoals dat vastgesteld wordt door het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ).
Totaal indicatie zorg met verblijf
Totaal personen waarbij een grondslag is geregistreerd.

Grondslag
Reden waardoor iemand bepaalde activiteiten niet zelfstandig kan verrichten maar hierbij hulp nodig heeft. Er moet een grondslag aanwezig zijn om in aanmerking te komen voor zorg gefinancierd door de AWBZ/Wlz. De AWBZ/Wlz-grondslag wordt onafhankelijk door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) vastgesteld.
Psychogeriatrische aandoening
Personen met een indicatie voor zorg met verblijf met als grondslag psychogeriatrische aandoening

Psychogeriatrische aandoening
Ziekte, aandoening of stoornis in of van de hersenen (mede) als gevolg van ouderdom. Deze aandoening gaat vaak gepaard met aantasting van het denkvermogen, gevoelsleven, intellect en het geheugen. Soms is er ook sprake van een afname van motorische functies en een vermindering van de sociale redzaamheid.
Jongeren met jeugdzorg
Personen tot 18 jaar die op enig moment in de verslagperiode gebruik gemaakt hebben van jeugdhulp, jeugdbescherming of jeugdreclassering. In uitzonderlijke gevallen wordt de hulp of zorg voortgezet tot de leeftijd van 23 jaar.
Totaal jeugdzorg (0 tot 23 jaar)
Het geheel van jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering dat onder verantwoordelijkheid van de gemeente wordt uitgevoerd volgens de Jeugdwet (2014).
Jeugdhulp (0 tot 23 jaar)
Hulp en zorg zoals deze bedoeld en beschreven is in de Jeugdwet (2014). Het betreft hulp en zorg aan jongeren en hun ouders bij psychische, psychosociale en of gedragsproblemen, een verstandelijke beperking van de jongere, of opvoedingsproblemen van de ouders.
Jeugdbescherming (0 tot 18 jaar)
Jeugdbescherming is een maatregel die de rechter dwingend oplegt. Het doel van de kinderbeschermingsmaatregelen is het opheffen van de bedreiging voor de veiligheid en ontwikkeling van het kind. Een kind of jongere wordt dan 'onder toezicht gesteld' of 'onder voogdij geplaatst'.
Jeugdreclassering (12 tot 23 jaar)
Jeugdreclassering is een combinatie van begeleiding en controle voor jongeren vanaf 12 jaar, die voor hun 18e verjaardag met de politie of leerplichtambtenaar in aanraking zijn geweest en een proces-verbaal hebben gekregen. Indien de persoonlijkheid van de dader of de omstandigheden waaronder de overtreding of het misdrijf is begaan daartoe aanleiding geven, bijvoorbeeld bij jongvolwassenen met een verstandelijke beperking, kan het jeugdstrafrecht eveneens worden toegepast op jongvolwassenen in de leeftijd 18 tot en met 22 jaar. De jongere krijgt op maat gesneden begeleiding van een jeugdreclasseringswerker om te voorkomen dat hij of zij opnieuw de fout ingaat. Jeugdreclassering kan worden opgelegd door de kinderrechter of de officier van Justitie. Jeugdreclassering kan ook op initiatief van de Raad voor de Kinderbescherming in het vrijwillige kader worden opgestart.
Determinanten van gezondheid
Determinanten van de gezondheid: alle factoren die de volksgezondheid beïnvloeden.

Informatie over rookgedrag, alcoholgebruik, lichamelijke activiteit, overgewicht en hoge bloeddruk, afkomstig van de CBS-Gezondheidsenquête.
Rookgedrag (12 jaar of ouder)
De vragen over rookgedrag worden aan alle personen van 12 jaar of ouder gesteld.
Rokers
% personen van 12 jaar of ouder in de bevolking dat het antwoord 'ja' gaf op de vraag: 'rookt u wel eens?'.
Zware rokers
% personen in de bevolking van 12 jaar of ouder dat per dag 20 of meer sigaretten rookt.
Zwaar alcoholgebruik (12 jaar of ouder)
% personen in de bevolking van 12 jaar of ouder dat zware drinker is. Voor de jaren tot en met 2011 geldt dat een zware drinker iemand is die minstens 1 keer per week 6 of meer glazen alcohol op één dag drinkt. Voor de jaren vanaf 2012 is de definitie voor vrouwen veranderd: een vrouw wordt als zware drinker geclassificeerd als zij minstens 1 keer per week 4 of meer glazen alcohol op 1 dag drinkt. Door deze wijziging in de definitie kunnen de cijfers tot en met 2011 niet zonder meer vergeleken worden met de cijfers vanaf 2012.
Overgewicht
De Body Mass Index (BMI) is een veelgebruikte maat voor het bepalen van onder- of overgewicht. De BMI wordt berekend door het lichaamsgewicht (in kilogram) te delen door de lengte (in meters) in het kwadraat, gebaseerd op zelfgerapporteerde waarden. Voor kinderen jongen dan 12 jaar rapporteert de ouder/verzorger het gewicht en de lengte van het kind. Bij volwassenen met een BMI groter dan of gelijk aan 25 kg/m² is er sprake van overgewicht, bij een BMI groter dan of gelijk aan 30 kg/m² van ernstig overgewicht. Voor kinderen gelden leeftijdsspecifieke afkappunten.

Respondenten met onbekende lengte en / of gewicht of met een onwaarschijnlijk gewicht in relatie tot de opgegeven lengte zijn niet meegenomen. Tot en met 2013 zijn personen van 20 jaar of ouder met een BMI van kleiner dan 14 kg/m² of groter dan 45 kg/m² en personen jonger dan 20 jaar met een BMI van kleiner dan 10 kg/m² of groter dan 45 kg/m² buiten beschouwing gelaten. Vanaf 2014 is de bovengrens van de BMI voor personen van alle leeftijden verhoogd naar 50 kg/m². De ondergrens voor de BMI is gelijk gebleven.

In 2014 heeft als gevolg van een nieuwe waarnemingsmethodiek en vragenlijst bij de Gezondheidsenquête in deze variabele een trendbreuk plaatsgevonden.
Ernstig overgewicht (20 jaar of ouder)
% personen van 20 jaar of ouder met een BMI vanaf 30,0 kg/m².
Ernstig overgewicht (4 tot 20 jaar)
% personen tussen 4 en 20 jaar met een BMI vanaf 30,0 kg/m² (18 en 19 jarigen) of vanaf het corresponderende leeftijdsspecifieke afkappunt voor personen onder 18 jaar.
Opleiding en arbeidsmarkt in de zorg
Gediplomeerden verpleegkunde (mbo)
Gediplomeerden mbo met kwalificatie mbo-vepleegkundige
Afgestudeerden verpleegkunde (hbo)
Personen die een studie in het hoger beroepsonderwijs in de richting verpleeg- en verloskunde hebben afgerond met een bachelordiploma.
Vanaf schooljaar 2015-2016 wordt een ander indeling van de studierichting gehanteerd:
- tot en met 2015 (schooljaar 2014-2015): studierichting 723 Verpleegkunde algemeen.
- vanaf 2016 (schooljaar 2015-2016): studierichting 0913 Verpleeg- en verloskunde

Afgestudeerden geneeskunde (wo)
Personen die een universitaire studie geneeskunde hebben afgerond.
Vanaf schooljaar 2015-2016 is de indeling van diploma's en studierichtingen enigszins gewijzigd.

Tot en met 2015 (schooljaar 2014-2015): het totaal van afgestudeerden doctoraaldiploma, Wo-master of diploma van een vervolgopleiding, studierichting '721 Geneeskunde algemeen',
Vanaf 2016 (schooljaar 2015-2016): afgestudeerden met een master-diploma, studierichting '0912 Geneeskunde'.
Zorguitgaven
Zorguitgaven, naar type zorg
Uitgaven aan geneeskundige zorg, langdurige zorg, welzijn en maatschappelijke dienstverlening, jeugdzorg en kinderopvang. Zorg omvat levering van diensten en goederen. De uitgaven zijn inclusief de geleverde zorg aan buitenlanders door Nederlandse zorgaanbieders. Uitgaven aan onderlinge leveringen tussen zorgaanbieders tellen niet mee, het gaat om de uiteindelijke (finale) uitgaven.
Het gaat om uitgaven aan zorggoederen en -diensten door alle instellingen, praktijken en organisaties die die goederen en diensten leveren; ook aanbieders voor wie het niet hun belangrijkste werk is, tellen mee.
Totaal uitgaven aanbieders zorg
Totaal uitgaven aan alle aanbieders van geneeskundige zorg, langdurige zorg, welzijn en maatschappelijke dienstverlening, jeugdzorg en kinderopvang.

Aanbieders van zorg:
De organisaties en actoren die als primaire activiteit gezondheids- en welzijnszorg (goederen en diensten) leveren, alsmede de organisaties en actoren waarvoor zorgverlening slechts een van meerdere activiteiten is.