Bedrijven; bedrijfstak

Bedrijven; bedrijfstak

Bedrijfstakken/branches SBI 2008 Perioden Totaal bedrijven (aantal) Bedrijfsgrootte 1 werkzaam persoon (aantal) Bedrijfsgrootte 2 werkzame personen (aantal) Bedrijfsgrootte 3 tot 5 werkzame personen (aantal) Bedrijfsgrootte 5 tot 10 werkzame personen (aantal) Bedrijfsgrootte 10 tot 20 werkzame personen (aantal) Bedrijfsgrootte 20 tot 50 werkzame personen (aantal) Bedrijfsgrootte 50 tot 100 werkzame personen (aantal) Rechtsvorm Natuurlijke personen (aantal) Rechtsvorm Rechtspersonen (aantal)
C Industrie 2021 3e kwartaal* 73.840 49.140 7.290 4.435 4.490 3.415 2.615 1.150 51.400 22.440
10 Voedingsmiddelenindustrie 2021 3e kwartaal* 6.625 3.405 725 535 700 515 360 165 4.605 2.020
11 Drankenindustrie 2021 3e kwartaal* 1.045 605 245 110 40 15 10 10 720 325
12 Tabaksindustrie 2021 3e kwartaal* 20 5 0 0 0 0 0 0 5 15
13 Textielindustrie 2021 3e kwartaal* 2.640 1.920 330 125 110 65 55 20 2.200 440
14 Kledingindustrie 2021 3e kwartaal* 2.495 2.155 200 70 45 25 10 0 2.225 270
15 Leer- en schoenenindustrie 2021 3e kwartaal* 670 530 50 35 25 15 5 5 555 115
16 Houtindustrie 2021 3e kwartaal* 3.045 1.960 360 210 220 140 105 35 2.180 865
17 Papierindustrie 2021 3e kwartaal* 355 120 30 15 25 40 45 35 65 290
18 Grafische industrie 2021 3e kwartaal* 3.235 1.945 515 265 215 155 90 30 2.245 990
19 Aardolie-industrie 2021 3e kwartaal* 45 25 0 5 0 0 5 0 5 40
20 Chemische industrie 2021 3e kwartaal* 1.100 550 100 65 60 70 90 70 310 795
21 Farmaceutische industrie 2021 3e kwartaal* 235 110 15 15 20 20 10 15 15 220
22 Rubber- en kunststofproductindustrie 2021 3e kwartaal* 1.360 515 125 125 150 135 145 85 405 950
23 Bouwmaterialenindustrie 2021 3e kwartaal* 2.065 1.280 225 145 160 85 80 40 1.340 725
24 Basismetaalindustrie 2021 3e kwartaal* 385 195 30 20 30 25 35 15 155 235
25 Metaalproductenindustrie 2021 3e kwartaal* 13.510 9.030 1.035 815 890 790 600 210 9.415 4.100
26 Elektrotechnische industrie 2021 3e kwartaal* 1.580 955 140 100 120 90 90 45 570 1.010
27 Elektrische apparatenindustrie 2021 3e kwartaal* 1.150 640 120 80 85 85 70 35 470 680
28 Machine-industrie 2021 3e kwartaal* 3.285 1.455 285 225 300 340 330 155 880 2.405
29 Auto- en aanhangwagenindustrie 2021 3e kwartaal* 770 355 105 65 70 55 65 25 365 400
30 Overige transportmiddelenindustrie 2021 3e kwartaal* 1.375 895 140 80 105 55 45 25 770 605
31 Meubelindustrie 2021 3e kwartaal* 9.730 7.620 905 430 380 235 115 30 8.530 1.200
32 Overige industrie 2021 3e kwartaal* 6.475 4.695 760 380 265 155 70 35 5.015 1.460
33 Reparatie en installatie van machines 2021 3e kwartaal* 10.650 8.170 850 525 475 320 185 70 8.360 2.290
D Energievoorziening 2021 3e kwartaal* 2.075 1.685 160 85 55 20 20 15 745 1.330
35 Energiebedrijven 2021 3e kwartaal* 2.075 1.685 160 85 55 20 20 15 745 1.330
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens over het aantal bedrijven en instellingen naar economische hoofdactiviteit, gebaseerd op de Standaard Bedrijfsindeling 2008 (SBI 2008). De SBI is in deze tabel uitgesplitst tot en met het laagste niveau. De bedrijven zijn verder ingedeeld naar bedrijfsgrootte op basis van het aantal werkzame personen en naar rechtsvorm. Dit is de bedrijvenpopulatie van Nederland. De bedrijvenpopulatie is een momentopname op de eerste dag van elk kwartaal.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1e kwartaal 2007.

Status van de cijfers:
De cijfers tot en met 2019 zijn definitief, de cijfers over 2020 zijn nader voorlopig en de cijfers over 2021 zijn voorlopig.

Wijzigingen per 15 oktober 2021:
De gegevens voor het 4e kwartaal van 2021 zijn toegevoegd. Gegevens over 2020 en 2021 kunnen zijn aangepast op basis van nagekomen informatie.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
De cijfers van elk kwartaal worden in de eerste maand van elk kwartaal gepubliceerd.

Toelichting onderwerpen

Totaal bedrijven
Bedrijf:
De feitelijke transactor in het productieproces gekenmerkt door zelfstandigheid ten aanzien van de beslissingen over dat proces en door het aanbieden van zijn producten aan derden.

Uit deze definitie en met name uit het element zelfstandigheid volgt dat een bedrijf meer dan één vestiging kan omvatten, maar ook meer dan één juridische eenheid. (Onder juridische eenheden worden zowel natuurlijke als rechtspersonen verstaan). Dit is het geval wanneer de afzonderlijke vestigingen of juridische eenheden niet zelfstandig opereren. Andersom komt het voor dat binnen een juridische eenheid verschillende onderdelen te onderscheiden zijn die wat betreft de productie zelfstandig opereren. Deze vormen dan op grond van de definitie evenzovele bedrijven. Dit laatste doet zich vooral voor bij grotere concerns met uiteenlopende
activiteiten. Wanneer een aldus gedefinieerde eenheid zich uitstrekt over verschillende landen wordt ter wille van de nationale statistiek het Nederlandse deel als een geheel bedrijf beschouwd.

In de officiële CBS-terminologie wordt het bedrijf zoals hier gedefinieerd bedrijfseenheid (BE) genoemd, zodat geen verwarring kan ontstaan met de term bedrijf uit het - in dit opzicht weinig precieze - spraakgebruik.

De statistische eenheid bedrijf is een operationalisering van de kind-of-activity unit, zoals gedefinieerd door Eurostat. Deze definitie combineert twee eisen die strijdig kunnen zijn: bijdragen aan één activiteit versus het overeenkomen met één of meer operationele eenheden. Nederland geeft bij het operationaliseren naar de statistische eenheid bedrijf prioriteit aan de tweede eis.
Het aantal bedrijven is afgerond op een veelvoud van vijf.
Bedrijfsgrootte
De indeling van bedrijven naar het aantal werkzame personen. Het aantal werkzame personen wordt vastgesteld op basis van de werknemers op de loonlijst inclusief meewerkende firmanten, eigenaren en familieleden.

Het aantal werknemers per bedrijf wordt berekend uit loonbelastinggegevens van de Belastingdienst. Voor bedrijven met een bepaalde rechtsvorm, bijvoorbeeld eenmanszaak en vennootschap onder firma, worden afhankelijk van de rechtsvorm één of twee werkzame personen opgeteld bij het loonlijst personeel om het aantal werkzame personen te bepalen.

1 werkzaam persoon
Werkzame persoon:
Persoon die een baan heeft bij een in Nederland gevestigd bedrijf of bij een particulier huishouden in Nederland.

Werkzame personen kunnen worden onderscheiden in werknemers en zelfstandigen. Ze kunnen woonachtig zijn in Nederland, maar ook in het buitenland.
2 werkzame personen
Werkzame persoon:
Persoon die een baan heeft bij een in Nederland gevestigd bedrijf of bij een particulier huishouden in Nederland.

Werkzame personen kunnen worden onderscheiden in werknemers en zelfstandigen. Ze kunnen woonachtig zijn in Nederland, maar ook in het buitenland.
3 tot 5 werkzame personen
Werkzame persoon:
Persoon die een baan heeft bij een in Nederland gevestigd bedrijf of bij een particulier huishouden in Nederland.

Werkzame personen kunnen worden onderscheiden in werknemers en zelfstandigen. Ze kunnen woonachtig zijn in Nederland, maar ook in het buitenland.
5 tot 10 werkzame personen
Werkzame persoon:
Persoon die een baan heeft bij een in Nederland gevestigd bedrijf of bij een particulier huishouden in Nederland.

Werkzame personen kunnen worden onderscheiden in werknemers en zelfstandigen. Ze kunnen woonachtig zijn in Nederland, maar ook in het buitenland.
10 tot 20 werkzame personen
Werkzame persoon:
Persoon die een baan heeft bij een in Nederland gevestigd bedrijf of bij een particulier huishouden in Nederland.

Werkzame personen kunnen worden onderscheiden in werknemers en zelfstandigen. Ze kunnen woonachtig zijn in Nederland, maar ook in het buitenland.
20 tot 50 werkzame personen
Werkzame persoon:
Persoon die een baan heeft bij een in Nederland gevestigd bedrijf of bij een particulier huishouden in Nederland.

Werkzame personen kunnen worden onderscheiden in werknemers en zelfstandigen. Ze kunnen woonachtig zijn in Nederland, maar ook in het buitenland.
50 tot 100 werkzame personen
Werkzame persoon:
Persoon die een baan heeft bij een in Nederland gevestigd bedrijf of bij een particulier huishouden in Nederland.

Werkzame personen kunnen worden onderscheiden in werknemers en zelfstandigen. Ze kunnen woonachtig zijn in Nederland, maar ook in het buitenland.
Rechtsvorm
Vorm van juridische eenheden die in het recht bekend is.

De navolgende rechtsvormen kunnen onder meer worden onderscheiden:
- Nederlandse rechtsvormen zonder rechtspersoonlijkheid: eenmanszaak, vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap, maatschap;
- Nederlandse rechtsvormen met rechtspersoonlijkheid: besloten vennootschap, naamloze vennootschap, vereniging, stichting, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij;
- Europese rechtsvormen: Europees economisch samenwerkingsverband, Europese vennootschap, Europese coöperatieve vennootschap;
- Buitenlandse rechtspersonen.

Formeel is de rechtsvorm een kenmerk van een juridische eenheid en niet van een bedrijf. De statistische eenheid 'bedrijf' kan bestaan uit een of meer juridische eenheden (natuurlijke personen en/of niet-natuurlijke personen). Als een bedrijf uit meer dan één juridische eenheid bestaat, dan heeft het in principe geen eigen rechtsvorm. In de CBS-tabellen worden dergelijke bedrijven opgenomen onder de rechtsvorm van die juridische eenheid die als kern van de combinatie kan worden beschouwd.
Natuurlijke personen
Een mens (individu) die in het recht als rechtssubject is erkend en daarmee drager is van wettelijke rechten en plichten.

Deze rechtsvorm omvat:
- Eenmanszaken
- Maatschappen
- Vennootschappen onder firma
- Commanditaire vennootschappen
- Rederijen
- Samenwerkingsovereenkomst


Rechtspersonen
Een juridische constructie waardoor een organisatie, net als een natuurlijke persoon, in het recht als rechtssubject is erkend als drager van wettelijke rechten en plichten.

Een rechtspersoon kan optreden als een persoon in het rechtsverkeer, d.w.z. bezittingen en schulden hebben, contracten sluiten, rechtszaken aanspannen of aangeklaagd worden.
De rechtspersonen zijn in drie categorieën te verdelen:
- privaatrechtelijke rechtspersonen (bijv. besloten vennootschap, naamloze vennootschap, vereniging en stichting);
- publiekrechtelijke rechtspersonen (bijv. ministerie, provincie, gemeente, waterschap, Sociaal-Economische Raad, Publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie, Zelfstandig bestuursorgaan);
- kerkgenootschappen.
Een rechtspersoon kan bestuurder zijn van een andere rechtspersoon, maar niet een commissaris.

Deze rechtsvorm omvat:
- Besloten vennootschappen
- Naamloze vennootschappen
- Verenigingen
- Stichtingen
- Coöperatieve verenigingen
- Onderlinge waarborgmaatschappijen
- Overheidsorganen (o.a. rijk, provincie, gemeente)
- Rechtsvormen van buitenlandse ondernemingen
- Europees economisch samenwerkingsverband (E.E.S.V.)
- Doelvermogen
- Fonds voor gemene rekening
- Kerkgenootschap
- Buitenlandse rechtsvormen