Zorgverzekeringswet; wanbetalers overige kenmerken, 2006-2009


Deze tabel geeft het aantal wanbetalers in het kader van de Zorgverzekeringswet met een bestuursrechterlijke premie op 31 december van de jaren 2006-2009, naar de kenmerken plaats in huishouden, inschrijving in hoger onderwijs (HBO of WO) en uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid, bijstand, werkloosheid of IOAZ/IOAW.
Het aantal wanbetalers per ultimo 2010 is niet vergelijkbaar met de aantallen wanbetalers zoals gepubliceerd over de jaren 2006-2009 door het verschil in gehanteerde definities en de wijziging in de methode van aanlevering van de gegevens.

Gegevens beschikbaar van 2006-2009

Status van de cijfers:
Het betreft definitieve cijfers.

Wijzigingen per 26 april 2012:
De cijfers voor 2009 zijn gecorrigeerd en de tabel is stopgezet.
Bij de bepaling van het aantal wanbetalers per ultimo 2009 zijn de leeftijden van de betrokkenen abusievelijk niet berekend per 31 december maar per 30 september van het desbetreffende verslagjaar. Hierdoor is een deel van de mensen bij een verkeerde leeftijdscategorie ingedeeld. Het verschil in het aantal wanbetalers is het grootst bij de laagste leeftijdscategorie (18 tot 20 jaar), omdat de uitstroom naar de naasthogere leeftijdscategorie in dit geval niet wordt gecompenseerd door instroom uit een lagere klasse.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing. Gegevens over wanbetalers vanaf 2010 zijn te vinden via de link naar de map 'wanbetalers zorgverzekering' in paragraaf 3.

Zorgverzekeringswet; wanbetalers overige kenmerken, 2006-2009

Persoonskenmerken Perioden Wanbetalers zorgverzekering (aantal) Wanbetalers zorgverzekering (relatief) (%)
Totaal personen in huishoudens 2006 190.210 1,5
Totaal personen in huishoudens 2007 240.250 1,9
Totaal personen in huishoudens 2008 256.690 2,0
Totaal personen in huishoudens 2009 318.480 2,4
Thuiswonend kind (meerderjarig) 2006 27.810 2,2
Thuiswonend kind (meerderjarig) 2007 35.610 2,8
Thuiswonend kind (meerderjarig) 2008 36.660 2,9
Thuiswonend kind (meerderjarig) 2009 44.890 3,5
Alleenstaande 2006 41.300 1,7
Alleenstaande 2007 57.070 2,3
Alleenstaande 2008 62.530 2,5
Alleenstaande 2009 79.030 3,1
Partner in ongehuwd paar zonder kinderen 2006 15.460 1,6
Partner in ongehuwd paar zonder kinderen 2007 19.560 2,0
Partner in ongehuwd paar zonder kinderen 2008 20.830 2,1
Partner in ongehuwd paar zonder kinderen 2009 25.930 2,6
Partner in gehuwd paar zonder kinderen 2006 14.500 0,5
Partner in gehuwd paar zonder kinderen 2007 14.840 0,5
Partner in gehuwd paar zonder kinderen 2008 14.590 0,5
Partner in gehuwd paar zonder kinderen 2009 17.220 0,5
Partner in ongehuwd paar met kinderen 2006 15.620 3,0
Partner in ongehuwd paar met kinderen 2007 22.190 4,0
Partner in ongehuwd paar met kinderen 2008 24.790 4,2
Partner in ongehuwd paar met kinderen 2009 30.780 4,9
Partner in gehuwd paar met kinderen 2006 44.420 1,2
Partner in gehuwd paar met kinderen 2007 47.340 1,3
Partner in gehuwd paar met kinderen 2008 47.200 1,3
Partner in gehuwd paar met kinderen 2009 56.420 1,6
Ouder in éénouderhuishouden 2006 15.550 3,5
Ouder in éénouderhuishouden 2007 23.090 5,1
Ouder in éénouderhuishouden 2008 26.370 5,7
Ouder in éénouderhuishouden 2009 32.970 7,0
In institutioneel huishouden 2006 1.710 1,0
In institutioneel huishouden 2007 2.750 1,6
In institutioneel huishouden 2008 3.520 2,1
In institutioneel huishouden 2009 5.150 3,0
Overig lid huishouden 2006 13.840 4,3
Overig lid huishouden 2007 17.810 5,2
Overig lid huishouden 2008 20.220 5,5
Overig lid huishouden 2009 26.090 7,0
Totaal studenten 2006 5.120 1,0
Totaal studenten 2007 3.780 0,7
Totaal studenten 2008 3.630 0,6
Totaal studenten 2009 5.020 0,8
Student hoger beroepsonderwijs (HBO) 2006 3.750 1,1
Student hoger beroepsonderwijs (HBO) 2007 3.050 0,9
Student hoger beroepsonderwijs (HBO) 2008 2.980 0,8
Student hoger beroepsonderwijs (HBO) 2009 4.220 1,1
Student wetenschappelijk onderwijs (WO) 2006 1.380 0,7
Student wetenschappelijk onderwijs (WO) 2007 730 0,4
Student wetenschappelijk onderwijs (WO) 2008 630 0,3
Student wetenschappelijk onderwijs (WO) 2009 800 0,4
Persoon met minimaal één uitkering 2006 38.500 2,9
Persoon met minimaal één uitkering 2007 51.170 4,2
Persoon met minimaal één uitkering 2008 59.030 5,0
Persoon met minimaal één uitkering 2009 99.820 7,0
Persoon met een arbeidsongesch.uitk. 2006 14.960 1,9
Persoon met een arbeidsongesch.uitk. 2007 19.850 2,7
Persoon met een arbeidsongesch.uitk. 2008 21.210 3,0
Persoon met een arbeidsongesch.uitk. 2009 30.790 4,0
Persoon met een bijstandsuitkering 2006 17.600 4,6
Persoon met een bijstandsuitkering 2007 24.980 7,0
Persoon met een bijstandsuitkering 2008 30.440 8,6
Persoon met een bijstandsuitkering 2009 49.920 12,8
Persoon met een werkloosheidsuitkering 2006 6.820 3,4
Persoon met een werkloosheidsuitkering 2007 7.380 4,7
Persoon met een werkloosheidsuitkering 2008 8.290 5,7
Persoon met een werkloosheidsuitkering 2009 20.720 7,6
Persoon met een IOAW- of IOAZ-uitkering 2006 110 0,9
Persoon met een IOAW- of IOAZ-uitkering 2007 180 1,6
Persoon met een IOAW- of IOAZ-uitkering 2008 300 2,5
Persoon met een IOAW- of IOAZ-uitkering 2009 510 3,5
Bron: CBS.
Verklaring van tekens