Zorgverzekeringswet; wanbetalers overige kenmerken per 31 december

Zorgverzekeringswet; wanbetalers overige kenmerken per 31 december

Persoonskenmerken Perioden Wanbetalers zorgverzekering (aantal) Wanbetalers zorgverzekering (relatief) (%)
Positie: Totaal personen in huishoudens 2010 244.210 1,9
Positie: Totaal personen in huishoudens 2011 274.750 2,1
Positie: Totaal personen in huishoudens 2012 278.670 2,1
Positie: Totaal personen in huishoudens 2013 282.440 2,1
Positie: Totaal personen in huishoudens 2014 298.240 2,2
Positie: Totaal personen in huishoudens 2015 282.190 2,1
Positie: Totaal personen in huishoudens 2016 249.930 1,8
Positie: Totaal personen in huishoudens 2017 229.870 1,7
Positie: Totaal personen in huishoudens 2018 206.100 1,5
Positie: Totaal personen in huishoudens 2019* 190.250 1,4
Positie: Thuiswonend kind (meerderjarig) 2010 35.840 2,8
Positie: Thuiswonend kind (meerderjarig) 2011 41.540 3,1
Positie: Thuiswonend kind (meerderjarig) 2012 38.660 3,3
Positie: Thuiswonend kind (meerderjarig) 2013 37.290 3,1
Positie: Thuiswonend kind (meerderjarig) 2014 39.360 3,3
Positie: Thuiswonend kind (meerderjarig) 2015 36.600 3,0
Positie: Thuiswonend kind (meerderjarig) 2016 32.620 2,6
Positie: Thuiswonend kind (meerderjarig) 2017 30.480 2,4
Positie: Thuiswonend kind (meerderjarig) 2018 28.430 2,1
Positie: Thuiswonend kind (meerderjarig) 2019* 27.290 2,0
Positie: Alleenstaande 2010 62.060 2,4
Positie: Alleenstaande 2011 70.460 2,6
Positie: Alleenstaande 2012 76.240 2,7
Positie: Alleenstaande 2013 81.010 2,9
Positie: Alleenstaande 2014 87.920 3,1
Positie: Alleenstaande 2015 84.440 2,9
Positie: Alleenstaande 2016 74.530 2,5
Positie: Alleenstaande 2017 68.260 2,3
Positie: Alleenstaande 2018 60.280 2,0
Positie: Alleenstaande 2019* 55.250 1,8
Positie:partner ongehuwd paar, geen kind 2010 20.800 2,1
Positie:partner ongehuwd paar, geen kind 2011 20.600 2,1
Positie:partner ongehuwd paar, geen kind 2012 23.430 2,3
Positie:partner ongehuwd paar, geen kind 2013 25.160 2,4
Positie:partner ongehuwd paar, geen kind 2014 26.750 2,5
Positie:partner ongehuwd paar, geen kind 2015 24.430 2,2
Positie:partner ongehuwd paar, geen kind 2016 21.510 2,0
Positie:partner ongehuwd paar, geen kind 2017 19.640 1,7
Positie:partner ongehuwd paar, geen kind 2018 17.650 1,5
Positie:partner ongehuwd paar, geen kind 2019* 16.300 1,4
Positie: partner gehuwd paar, geen kind 2010 13.370 0,4
Positie: partner gehuwd paar, geen kind 2011 15.630 0,5
Positie: partner gehuwd paar, geen kind 2012 17.530 0,5
Positie: partner gehuwd paar, geen kind 2013 16.320 0,5
Positie: partner gehuwd paar, geen kind 2014 17.230 0,5
Positie: partner gehuwd paar, geen kind 2015 16.300 0,5
Positie: partner gehuwd paar, geen kind 2016 14.000 0,4
Positie: partner gehuwd paar, geen kind 2017 12.790 0,4
Positie: partner gehuwd paar, geen kind 2018 11.210 0,3
Positie: partner gehuwd paar, geen kind 2019* 10.250 0,3
Positie: partner ongehuwd paar met kind 2010 24.400 3,7
Positie: partner ongehuwd paar met kind 2011 27.550 4,0
Positie: partner ongehuwd paar met kind 2012 29.490 4,0
Positie: partner ongehuwd paar met kind 2013 30.730 4,0
Positie: partner ongehuwd paar met kind 2014 32.690 4,0
Positie: partner ongehuwd paar met kind 2015 30.660 3,7
Positie: partner ongehuwd paar met kind 2016 28.030 3,3
Positie: partner ongehuwd paar met kind 2017 26.160 3,0
Positie: partner ongehuwd paar met kind 2018 23.200 2,6
Positie: partner ongehuwd paar met kind 2019* 21.490 2,4
Positie: partner gehuwd paar met kind 2010 42.130 1,2
Positie: partner gehuwd paar met kind 2011 46.980 1,4
Positie: partner gehuwd paar met kind 2012 46.960 1,4
Positie: partner gehuwd paar met kind 2013 41.860 1,3
Positie: partner gehuwd paar met kind 2014 43.600 1,3
Positie: partner gehuwd paar met kind 2015 40.360 1,3
Positie: partner gehuwd paar met kind 2016 34.750 1,1
Positie: partner gehuwd paar met kind 2017 31.670 1,0
Positie: partner gehuwd paar met kind 2018 27.960 0,9
Positie: partner gehuwd paar met kind 2019* 25.290 0,8
Positie: ouder in eenouderhuishouden 2010 23.640 4,9
Positie: ouder in eenouderhuishouden 2011 26.770 5,4
Positie: ouder in eenouderhuishouden 2012 29.910 5,7
Positie: ouder in eenouderhuishouden 2013 32.330 6,0
Positie: ouder in eenouderhuishouden 2014 34.520 6,3
Positie: ouder in eenouderhuishouden 2015 33.330 5,9
Positie: ouder in eenouderhuishouden 2016 28.580 5,1
Positie: ouder in eenouderhuishouden 2017 26.270 4,6
Positie: ouder in eenouderhuishouden 2018 23.410 4,0
Positie: ouder in eenouderhuishouden 2019* 21.220 3,6
Positie: In institutioneel huishouden 2010 3.480 2,0
Positie: In institutioneel huishouden 2011 5.610 3,1
Positie: In institutioneel huishouden 2012 5.440 2,8
Positie: In institutioneel huishouden 2013 5.570 2,3
Positie: In institutioneel huishouden 2014 4.960 2,3
Positie: In institutioneel huishouden 2015 5.540 2,5
Positie: In institutioneel huishouden 2016 6.340 2,8
Positie: In institutioneel huishouden 2017 6.080 2,6
Positie: In institutioneel huishouden 2018 6.140 2,6
Positie: In institutioneel huishouden 2019* 5.830 2,4
Positie: Overig lid huishouden 2010 18.490 5,0
Positie: Overig lid huishouden 2011 19.620 5,7
Positie: Overig lid huishouden 2012 11.000 5,2
Positie: Overig lid huishouden 2013 12.170 5,9
Positie: Overig lid huishouden 2014 11.220 5,4
Positie: Overig lid huishouden 2015 10.530 4,9
Positie: Overig lid huishouden 2016 9.570 4,5
Positie: Overig lid huishouden 2017 8.540 4,1
Positie: Overig lid huishouden 2018 7.820 3,7
Positie: Overig lid huishouden 2019* 7.330 3,5
Student: Totaal studenten 2010 3.750 0,6
Student: Totaal studenten 2011 4.190 0,7
Student: Totaal studenten 2012 3.930 0,6
Student: Totaal studenten 2013 3.970 0,6
Student: Totaal studenten 2014 3.810 0,6
Student: Totaal studenten 2015 3.370 0,5
Student: Totaal studenten 2016 2.940 0,5
Student: Totaal studenten 2017 2.470 0,4
Student: Totaal studenten 2018 2.250 0,3
Student: Totaal studenten 2019* 2.080 0,3
Student: wetenschappelijk onderwijs (WO) 2010 600 0,3
Student: wetenschappelijk onderwijs (WO) 2011 640 0,3
Student: wetenschappelijk onderwijs (WO) 2012 580 0,3
Student: wetenschappelijk onderwijs (WO) 2013 540 0,2
Student: wetenschappelijk onderwijs (WO) 2014 530 0,2
Student: wetenschappelijk onderwijs (WO) 2015 460 0,2
Student: wetenschappelijk onderwijs (WO) 2016 430 0,2
Student: wetenschappelijk onderwijs (WO) 2017 390 0,2
Student: wetenschappelijk onderwijs (WO) 2018 370 0,1
Student: wetenschappelijk onderwijs (WO) 2019* 350 0,1
Student: hoger beroepsonderwijs (HBO) 2010 3.150 0,8
Student: hoger beroepsonderwijs (HBO) 2011 3.550 0,9
Student: hoger beroepsonderwijs (HBO) 2012 3.360 0,9
Student: hoger beroepsonderwijs (HBO) 2013 3.430 0,8
Student: hoger beroepsonderwijs (HBO) 2014 3.280 0,8
Student: hoger beroepsonderwijs (HBO) 2015 2.910 0,7
Student: hoger beroepsonderwijs (HBO) 2016 2.510 0,6
Student: hoger beroepsonderwijs (HBO) 2017 2.090 0,5
Student: hoger beroepsonderwijs (HBO) 2018 1.880 0,5
Student: hoger beroepsonderwijs (HBO) 2019* 1.730 0,4
Uitkering: Pers. minimaal één uitkering 2010 76.660 5,3
Uitkering: Pers. minimaal één uitkering 2011 90.180 6,1
Uitkering: Pers. minimaal één uitkering 2012 99.340 6,4
Uitkering: Pers. minimaal één uitkering 2013 112.750 6,8
Uitkering: Pers. minimaal één uitkering 2014 119.890 7,1
Uitkering: Pers. minimaal één uitkering 2015 112.480 6,7
Uitkering: Pers. minimaal één uitkering 2016 95.910 5,9
Uitkering: Pers. minimaal één uitkering 2017 82.740 5,3
Uitkering: Pers. minimaal één uitkering 2018 67.780 4,5
Uitkering: Pers. minimaal één uitkering 2019* 58.500 4,0
Uitkering:Pers. met arbeidsongesch.uitk. 2010 23.990 3,1
Uitkering:Pers. met arbeidsongesch.uitk. 2011 28.150 3,7
Uitkering:Pers. met arbeidsongesch.uitk. 2012 29.370 3,8
Uitkering:Pers. met arbeidsongesch.uitk. 2013 29.640 3,9
Uitkering:Pers. met arbeidsongesch.uitk. 2014 31.940 4,2
Uitkering:Pers. met arbeidsongesch.uitk. 2015 30.420 4,0
Uitkering:Pers. met arbeidsongesch.uitk. 2016 26.490 3,6
Uitkering:Pers. met arbeidsongesch.uitk. 2017 23.960 3,3
Uitkering:Pers. met arbeidsongesch.uitk. 2018 21.040 2,9
Uitkering:Pers. met arbeidsongesch.uitk. 2019* 18.750 2,6
Uitkering:Persoon met bijstandsuitkering 2010 39.000 9,2
Uitkering:Persoon met bijstandsuitkering 2011 47.030 10,8
Uitkering:Persoon met bijstandsuitkering 2012 53.480 11,9
Uitkering:Persoon met bijstandsuitkering 2013 62.350 13,0
Uitkering:Persoon met bijstandsuitkering 2014 67.890 13,6
Uitkering:Persoon met bijstandsuitkering 2015 64.210 12,4
Uitkering:Persoon met bijstandsuitkering 2016 56.290 10,5
Uitkering:Persoon met bijstandsuitkering 2017 48.130 9,1
Uitkering:Persoon met bijstandsuitkering 2018 38.170 7,5
Uitkering:Persoon met bijstandsuitkering 2019* 32.320 6,6
Uitkering:Persoon met werkloosheidsuitk. 2010 14.590 5,5
Uitkering:Persoon met werkloosheidsuitk. 2011 16.050 5,9
Uitkering:Persoon met werkloosheidsuitk. 2012 19.690 5,6
Uitkering:Persoon met werkloosheidsuitk. 2013 22.270 5,1
Uitkering:Persoon met werkloosheidsuitk. 2014 21.350 5,0
Uitkering:Persoon met werkloosheidsuitk. 2015 18.860 4,5
Uitkering:Persoon met werkloosheidsuitk. 2016 13.570 3,8
Uitkering:Persoon met werkloosheidsuitk. 2017 10.770 3,6
Uitkering:Persoon met werkloosheidsuitk. 2018 8.710 3,5
Uitkering:Persoon met werkloosheidsuitk. 2019* 7.520 3,4
Uitkering:Persoon met IOAW- of IOAZ-uitk 2010 420 2,6
Uitkering:Persoon met IOAW- of IOAZ-uitk 2011 550 3,5
Uitkering:Persoon met IOAW- of IOAZ-uitk 2012 770 4,5
Uitkering:Persoon met IOAW- of IOAZ-uitk 2013 1.050 5,1
Uitkering:Persoon met IOAW- of IOAZ-uitk 2014 1.340 5,5
Uitkering:Persoon met IOAW- of IOAZ-uitk 2015 1.490 5,3
Uitkering:Persoon met IOAW- of IOAZ-uitk 2016 1.420 4,5
Uitkering:Persoon met IOAW- of IOAZ-uitk 2017 1.320 4,1
Uitkering:Persoon met IOAW- of IOAZ-uitk 2018 1.010 3,3
Uitkering:Persoon met IOAW- of IOAZ-uitk 2019* 790 2,8
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel geeft het aantal wanbetalers in het kader van de Zorgverzekeringswet met een bestuursrechtelijke premie op 31 december, naar de kenmerken plaats in huishouden, inschrijving in hoger onderwijs (HBO of WO) en uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid, bijstand, werkloosheid of IOAZ/IOAW.
Het aantal wanbetalers vanaf ultimo 2010 is niet vergelijkbaar met de aantallen wanbetalers zoals gepubliceerd over de jaren 2006-2009 door het verschil in gehanteerde definities en de wijziging in de methode van aanlevering van de gegevens.
Met ingang van 1 juli 2016 is een wetswijziging Zorgverzekeringswet van kracht (verbetering wanbetalersregeling of 'goede betaler regeling'). Door deze wetswijziging krijgen zorgverzekeraars een ruimere bevoegdheid om personen als wanbetaler af te melden bij het CAK. Dit kan doordat wanbetalers direct een betalingsregeling met hun verzekeraar overeenkomen en door het aanwijzen van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) van bepaalde groepen, die onder voorwaarden kunnen uitstromen. Dit laatste betreft met name personen met een bijstandsuitkering. Hoewel deze regeling pas in 2016 van kracht is geworden, zijn verzekeraars hier in 2015 al op vooruitgelopen, waardoor al in 2015 de gevolgen van deze regeling in de cijfers zijn terug te zien.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2010

Status van de cijfers:
De cijfers tot en met 2018 zijn definitief.
De cijfers over 2019 zijn voorlopig.

Wijzigingen per 19 februari 2021:
De cijfers voor 2018 zijn definitief gemaakt.
De voorlopige cijfers voor 2019 zijn toegevoegd.

Wijzigingen per 20 maart 2020:
- De onderliggende coderingen van de in deze tabel gebruikte classificatie 'persoonskenmerken' zijn aangepast. Deze sluit nu aan bij de door het CBS vastgelegde standaardcoderingen. De structuur en de gegevens van de tabel zijn niet aangepast.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
In het 1e kwartaal van 2022 worden cijfers over 2020 toegevoegd.

Toelichting onderwerpen

Wanbetalers zorgverzekering
Mensen die wel verzekerd zijn volgens de Zorgverzekeringswet maar de verschuldigde premie niet voldoen, worden wanbetalers genoemd. Personen die minimaal 6 maanden geen premie voor hun basisverzekering betaald hebben, op peildatum van het verslagjaar ingeschreven staan in de BRP, aangemeld zijn bij het CAK, in het bestuursrechterlijke premieregime zitten en 18 jaar of ouder zijn worden tot de groep wanbetalers gerekend.
Wanbetalers zorgverzekering (relatief)
Het gaat hier om de verhouding van het aantal wanbetalers ten opzichte van het totale aantal personen in de Nederlandse bevolking in de betreffende groep.
Mensen die wel verzekerd zijn volgens de Zorgverzekeringswet maar de verschuldigde premie niet voldoen, worden wanbetalers genoemd.
Personen die minimaal 6 maanden geen premie voor hun basisverzekering betaald hebben, op peildatum van het verslagjaar ingeschreven staan in de BRP, aangemeld zijn bij het CAK, in het bestuursrechterlijke premieregime zitten en 18 jaar of ouder zijn worden tot de groep wanbetalers gerekend.