Landbouw; vanaf 1851

Landbouw; vanaf 1851

Perioden Bedrijven Alle bedrijven (x 1 000) Bedrijven Bedrijven met akkerbouw (x 1 000) Bedrijven Bedrijven met tuinbouw open grond (x 1 000) Bedrijven Bedrijven met tuinbouw onder glas (x 1 000) Bedrijven Bedrijven met grasland (x 1 000) Bedrijven Bedrijven met vee Bedrijven met rundvee (x 1 000) Bedrijven Bedrijven met vee Bedrijven met varkens (x 1 000) Arbeidskrachten Totaal arbeidskrachten Arbeidskrachten, totaal (x 1 000) Arbeidskrachten Gezinsarbeidskrachten Totaal gezinsarbeidskrachten Gezinsarbeidskrachten, totaal (x 1 000) Arbeidskrachten Niet-gezinsarbeidskrachten Niet-gezinsarbeidskrachten, totaal (x 1 000) Dieren Geiten (x 1 000) Dieren Kalkoenen (x 1 000) Dieren Kippen Slachtkuikens (x 1 000) Dieren Runderen Melk- en fokvee Overig melk- en fokvee (x 1 000) Gewassen / grondgebruik Bloemkwekerijgewassen open grond (100 ha) Gewassen / grondgebruik Bloemkwekerijgewassen onder glas Chrysanten (100 ha) Gewassen / grondgebruik Bloemkwekerijgewassen onder glas Lelies (100 ha) Gewassen / grondgebruik Bloemkwekerijgewassen onder glas Orchideeën (100 ha) Gewassen / grondgebruik Bloemkwekerijgewassen onder glas Potplanten (100 ha) Gewassen / grondgebruik Boomkwekerijgewassen open grond Laan- en parkbomen (100 ha) Gewassen / grondgebruik Boomkwekerijgewassen open grond Vruchtbomen (100 ha) Gewassen / grondgebruik Boomkwekerijgewassen onder glas (100 ha) Gewassen / grondgebruik Braakland (1 000 ha) Gewassen / grondgebruik Fruit open grond Kersen en Morellen (100 ha) Gewassen / grondgebruik Fruit open grond Kleinfruit (100 ha) Gewassen / grondgebruik Granen Haver (1 000 ha) Gewassen / grondgebruik Granen Tarwe, winter (1 000 ha) Gewassen / grondgebruik Grasland Grasland totaal (1 000 ha) Gewassen / grondgebruik Groenten open grond Augurken (100 ha) Gewassen / grondgebruik Groenten open grond Erwten (100 ha) Gewassen / grondgebruik Groenten open grond Peen (100 ha) Gewassen / grondgebruik Groenten open grond Spinazie (100 ha) Gewassen / grondgebruik Groenten open grond Stok- en stamslabonen (100 ha) Gewassen / grondgebruik Groenten open grond Witlofwortel (100 ha) Gewassen / grondgebruik Handelsgewassen Koolzaad (1 000 ha) Gewassen / grondgebruik Handelsgewassen Vlas (1 000 ha) Gewassen / grondgebruik Peulvruchten Erwten (droog geoogst) (1 000 ha) Gewassen / grondgebruik Peulvruchten Bruine bonen (1 000 ha) Gewassen / grondgebruik Peulvruchten Veldbonen (1 000 ha) Gewassen / grondgebruik Voederbieten (1 000 ha) Gewassen / grondgebruik Zaaiuien (1 000 ha) Gewassen / grondgebruik Zaden Tuinbouwzaden (100 ha) Productie Opbrengst gewassen Aardappelen Consumptieaardappelen (mln kg) Productie Opbrengst gewassen Aardappelen Zetmeelaardappelen (mln kg) Productie Opbrengst gewassen Fruit Appelen (mln kg) Productie Opbrengst gewassen Fruit Peren (mln kg) Productie Opbrengst gewassen Granen Rogge (mln kg) Productie Opbrengst gewassen Granen Tarwe, winter (mln kg) Productie Opbrengst gewassen Granen Tarwe, zomer (mln kg) Productie Opbrengst gewassen Handelsgewassen Koolzaad (mln kg) Productie Opbrengst gewassen Peulvruchten Bruine bonen (mln kg) Productie Opbrengst gewassen Suikerbieten (mln kg) Productie Opbrengst gewassen Zaaiuien (mln kg) Productie Dierlijke productie Melk Melk afgeleverd aan fabrieken (mln kg) Productie Dierlijke productie Vlees Rundvlees (mln kg) Productie Dierlijke productie Vlees Varkensvlees (mln kg) Productie Dierlijke productie Zuivelproducten Gecondenseerde melk (mln kg)
1851 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 84 . . . . . . . . 42 17 10 3 34 . . . 736 55 . . 248 . . 60 5 . . . . . .
1900 . . . . . . . . . . 203 . . . . . . . . . . . . . . 131 . . . . . . . . 2 11 28 5 31 14 4 7 1.478 426 . . 339 . . 2 10 1.509 . 851 . . .
1950 410 . . . 242 216 271 . . . . . . 1.117 9 . . . 1 3 9 0 . 52 50 141 82 1.317 . . . . . 26 32 18 26 5 5 56 6 52 2.846 1.205 251 111 421 273 21 45 15 2.718 208 4.766 140 236 172
1960 301 193 . . 215 200 146 . . . . . 4.525 1.495 10 . . . 1 4 5 0 . 34 47 115 88 1.327 12 . . . . 25 3 24 35 4 1 39 5 39 2.705 1.269 326 128 460 434 156 8 9 4.676 155 6.068 236 413 386
1970 185 96 53 20 141 131 76 . . . 13 987 30.060 1.650 9 . . . 2 4 5 0 . 19 12 55 105 1.334 . 68 . . . . 7 5 13 4 0 9 8 17 3.234 2.370 450 160 168 509 131 22 11 4.711 331 7.748 250 700 495
1980 145 69 33 16 107 87 42 305 265 40 . 880 38.609 1.908 12 5 1 . 6 . . 1 5 10 5 18 128 1.198 6 54 27 12 42 32 8 4 4 3 1 2 11 16 3.950 2.317 434 106 39 815 67 29 6 5.931 415 11.510 288 1.125 534
1990 125 64 26 14 88 65 28 . . . 61 1.052 41.172 1.686 21 7 2 2 10 18 13 1 6 . 5 3 135 1.096 3 77 60 12 39 59 8 6 12 4 3 3 9 13 4.658 2.378 382 85 36 1.040 34 26 . 8.623 455 10.766 355 1.662 402
2000 97 36 17 11 68 46 15 281 194 86 179 1.544 50.937 1.299 29 8 3 2 13 32 13 4 24 . 10 2 120 1.010 . 59 77 12 36 42 0 4 1 1 1 1 14 13 5.961 2.166 461 203 29 1.032 110 3 3 6.727 821 10.734 272 1.623 274
2014 66 19 10 4 49 30 5 190 132 58 431 794 47.020 1.292 27 5 2 2 13 46 17 5 8 3 15 2 122 942 . 37 88 17 21 30 3 2 0 2 0 0 22 19 5.346 1.754 353 349 7 1.162 142 10 6 6.822 1.220 12.473 159 1.371 382
2015 64 19 10 4 49 29 5 186 130 55 470 863 49.107 1.324 28 4 2 2 13 47 17 5 7 3 16 2 127 956 . 35 87 17 22 30 2 2 0 2 0 0 24 28 4.842 1.809 336 349 6 1.195 105 9 6 4.868 1.371 13.331 158 1.456 408
2016 56 18 10 4 42 27 5 173 118 54 500 762 49.188 1.304 28 4 1 2 13 45 16 5 7 3 16 1 117 936 . 33 97 17 24 29 2 2 0 1 0 1 25 29 4.804 1.899 317 374 7 950 71 6 3 5.489 1.289 14.324 178 1.453 372
2017 55 18 10 3 42 26 4 170 116 54 533 670 48.237 1.190 31 3 1 1 13 46 16 4 7 3 17 1 108 928 . 30 93 21 24 32 2 3 0 1 1 2 27 30 5.498 1.894 227 330 4 996 58 8 5 7.959 1.454 14.296 203 1.456 367
2018 54 18 10 3 41 25 4 176 118 58 588 556 48.971 1.024 34 4 1 1 13 47 16 4 8 2 19 1 96 907 . 31 91 22 26 31 2 2 1 1 1 2 25 32 4.479 1.546 269 402 4 874 111 6 2 6.506 887 13.881 197 1.535 343
2019* 53 19 10 3 40 25 4 180 118 62 615 532 48.684 915 33 4 2 1 14 47 16 5 8 3 19 2 112 907 0 38 100 23 28 31 2 2 1 1 1 2 28 30 5.262 1.699 273 373 5 1.095 62 6 4 6.645 1.369 13.788 161 1.628 382
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens over agrarische bedrijven vanaf 1851.

Het gaat daarbij om gegevens over:
- het aantal agrarische bedrijven
- het aantal regelmatig werkzame arbeidskrachten in de landbouw
- de oppervlakte van gewassen (inclusief totale cultuurgrond, braakland en grasland)
- de omvang van de veestapel
- de opbrengst van gewassen
- de productie van de veehouderij.

De gegevens zijn voornamelijk gebaseerd op de landbouwtellingen, die al in de negentiende eeuw startten.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1851.

Status van de cijfers: de dierlijke en plantaardige productie van 2019 zijn nog voorlopig, de overige cijfers zijn definitief.

Wijzigingen per 17 april 2020: de cijfers van 2019 zijn toegevoegd.

Wijzigingen per 1 november 2019: bij de gegevens van arbeidskrachten is in verslagjaar 1983 een verkeerd symbool gebruikt; dit is gecorrigeeerd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
In april worden de gegevens over het afgelopen jaar toegevoegd.

Toelichting onderwerpen

Bedrijven
Het gaat hier om het aantal bedrijven dat telplichtig is voor de landbouwtelling.
De voorwaarden voor de telplicht voor de landbouwtelling zijn door de jaren heen vaak gewijzigd:
_
Tussen 1951 en 1954 waren bedrijven telplichtig die 1 of meer runderen of fokzeugen, 2 of meerdere mestvarkens of schapen, dan wel 20 of meer stuks pluimvee houden en/of ten minste 50 are cultuurgrond exploiteren of, ongeacht de oppervlakte, tuinbouwgewassen voor de handel verbouwen.
_
In 1955 waren bedrijven telplichtig met 1 hectare of meer cultuurgrond en bedrijven met minder dan 1 hectare tuinbouwgrond bestemd voor handel of minder dan 1 hectare, maar met beroepsmatige uitoefening van veehouderij.
_
Vanaf 1955 werden landbouwbedrijven met minder dan 1 ha cultuurgrond van de landbouwtelling uitgesloten.
_
Vanaf 1961 waren bedrijven telplichtig met 1 hectare of meer cultuurgrond en bedrijven met minder dan 1 hectare tuinbouwgrond bestemd voor handel, of alle bedrijven waarop ten minste 1 rund, 1 fokvarken, 3 mestvarkens, 3 schapen of ten minste 51 kippen of eenden worden gehouden.
_
In 1970 werd de sbe-norm geïntroduceerd. Dit is een norm voor de economische omvang van een bedrijf. Vanaf 1970 werden bedrijven kleiner dan 10 sbe zijn uitgesloten van de landbouwtelling.
_
In 1986 werd de sbe-norm vervangen door de nge-norm. Ook deze is gebaseerd op de economische omvang van het bedrijf. Vanaf 1986 werden bedrijven kleiner dan 3 nge uitgesloten van de landbouwtelling.
_
Met ingang van 2010 wordt de economische omvang van agrarische
bedrijven uitgedrukt in euro SO (Standaard Opbrengst). De ondergrens voor opname van bedrijven in de publicatie van de
Landbouwtelling wijzigt hierdoor van 3 nge in 3000 euro SO.
_
Met ingang van 2016 wordt voor de afbakening van de Landbouwtelling gebruik gemaakt van informatie uit het Handelsregister. Inschrijving in het Handelsregister met een agrarische SBI (Standaard BedrijfsIndeling) is leidend bij de bepaling of er sprake is van een landbouwbedrijf. Met deze afbakening wordt zo nauw mogelijk aangesloten bij de statistische verordeningen van Eurostat en de (Nederlandse) implementatie van het begrip 'actieve landbouwer' uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). De afbakening van de Landbouwtelling op basis van informatie uit het Handelsregister heeft vooral invloed op het aantal bedrijven, hier treedt een duidelijke trendbreuk op. De invloed op arealen (behalve bij niet-cultuurgrond en natuurlijk grasland) en de dieraantallen (behalve bij schapen, en paarden en pony's) zijn beperkt. Dit heeft met name te maken met het soort bedrijven dat bij de nieuwe afbakening wordt uitgesloten (zoals maneges, kinderboerderijen en natuurbeheer organisaties).
_
Tevens heeft de toedeling van gewassen tot akkerbouw of tuinbouw open grond in de loop der jaren een aantal keren wijzigingen ondergaan. Zie hiervoor de toelichting bij bedrijven met akkerbouw en bedrijven met tuinbouw open grond.
Alle bedrijven
Bedrijven met akkerbouw
Akkerbouw is teelt in de volle grond, veelal voor industriële verwerking.
_
Tot de akkerbouw wordt onder andere gerekend granen, aardappelen,
peulvruchten, akkerbouwgroenten en braakland.
_
Hierbij gaat het uitsluitend om de oppervlakte hoofdgewassen (eerste
teelt) dus exclusief de oppervlakte van gewassen onder dekvrucht (gewassen
die tegelijk met het hoofdgewas, het dekvruchtgewas, worden gezaaid maar
langzamer groeien dan het dekvruchtgewas waardoor ze bescherming krijgen
van het dekvruchtgewas tegen bijvoorbeeld onkruid of droogte) en
stoppelgewassen (gewassen die als tweede gewas worden gezaaid en in het
najaar als groenvoeder of groenbemestingsgewas benut kunnen worden).
_
In de loop der jaren zijn een aantal keren wijzigingen doorgevoerd in de
gewassen die tot de akkerbouw worden gerekend. Enkele gewassen die
tijdelijk tot tuinbouw open grond zijn gerekend:
_
- sperziebonen, groen geoogste bonen, stambonen: van 1947 tot 2000;
- zaai-, poot-, plant- en zilveruien: van 1950 tot 1986;
- groen geoogste erwten: van 1962 tot 1986;
- vroege aardappelen en leegstaand bollenland: tot 1967.
_
In 2000 is een wijziging in de indeling in akkerbouw- en tuinbouwgroenten
doorgevoerd. Een aantal groenten die voorheen tot de tuinbouw werden
gerekend worden vanaf 2000 tot de akkerbouw gerekend (bijvoorbeeld
tuinbonen, winterpeen en spinazie).
Bedrijven met tuinbouw open grond
Tuinbouw open grond is teelt in de volle grond, veelal direct voor de
markt.
_
Tuinbouw open grond omvat: tuinbouwgroenten, bloemen en sierplanten en
blijvende teelt (gewassen die ten minste 5 jaar de grond in beslag nemen
en geregeld een oogst opleveren).
_
In de loop der jaren zijn een aantal keren wijzigingen doorgevoerd in de
gewassen die tot de tuinbouw open grond worden gerekend. Enkele gewassen
die tijdelijk tot tuinbouw open grond zijn gerekend:
_
- sperziebonen, groen geoogste bonen, stambonen: van 1947 tot 2000;
- zaai-, poot-, plant- en zilveruien: van 1950 tot 1986;
- groen geoogste erwten: van 1962 tot 1986;
- vroege aardappelen en leegstaand bollenland: tot 1967.
_
In 2000 is een wijziging in de indeling in akkerbouw- en tuinbouwgroenten
doorgevoerd. Een aantal groenten die voorheen tot de tuinbouw werden
gerekend worden vanaf 2000 tot de akkerbouw gerekend (bijvoorbeeld
tuinbonen, winterpeen en spinazie).
Bedrijven met tuinbouw onder glas
Tuinbouw onder glas is teelt in kassen, bedekt met glas of plastic, of in
betreedbare plastic tunnels.
Bedrijven met grasland
Grasland omvat:
- blijvend grasland: grasland dat voor ten minste 5 jaar niet in de
vruchtwisseling is meegenomen
- tijdelijk grasland: grasland dat binnen de normale vruchtwisseling is
opgenomen
_
Tot 2000 inclusief boomgaarden waarvan ondergrond als grasland worden
beweid of gehooid en gras van uiterwaarden dijken en bermen voor zover
dit deel uitmaakt van een landbouwbedrijf en beweid of gehooid wordt.
Bedrijven met vee
Bedrijven met rundvee
Bedrijven met varkens
Arbeidskrachten
Het gaat hierbij om regelmatig werkzame arbeidskrachten in de landbouw.
_
Vanaf 1997 geldt als criterium dat de arbeidskracht werkzaam is op het
agrarisch bedrijf op basis van een vast contract of contract voor
onbepaalde tijd.
_
Tot 1997 gold als criterium dat de arbeidskracht gedurende het jaar
iedere week op het agrarisch bedrijf heeft gewerkt.
Totaal arbeidskrachten
Regelmatig werkzame gezins- en niet-arbeidskrachten.
Arbeidskrachten, totaal
Gezinsarbeidskrachten
Regelmatig werkzame gezinsarbeidskrachten.
_
Tot gezinsarbeidskrachten worden gerekend:
- het bedrijfshoofd;
- meewerkende echtgeno(o)t(e) van het bedrijfshoofd;
- meewerkende kinderen van het bedrijfshoofd;
- meewerkende overige familieleden van het bedrijfshoofd.
Totaal gezinsarbeidskrachten
Gezinsarbeidskrachten, totaal
Niet-gezinsarbeidskrachten
Regelmatig werkzame arbeidskrachten die niet tot de gezinsarbeidskrachten
worden gerekend.
Niet-gezinsarbeidskrachten, totaal
Dieren
Vóór 1910 telling in december, vanaf 1910 in april/mei.
Geiten
Kalkoenen
Kippen
Slachtkuikens
Runderen
Melk- en fokvee
Runderen voor melkproductie en de fokkerij.
Overig melk- en fokvee
- Jongvee, jonger dan 1 jaar, voor toekomstige melkproductie;
- Pinken (vrouwelijk jongvee van 1 tot 2 jaar);
- Vaarzen (vrouwelijk vee van 2 jaar en ouder dat nog nooit gekalfd heeft).

Gewassen / grondgebruik
Het gaat hier om de oppervlakte van gewassen, inclusief totale
cultuurgrond, braakland en grasland, zoals gemeten in de landbouwtelling.
_
Oppervlakten in gemeten maat (de netto beteelbare oppervlakte inclusief paden die voor de teelt noodzakelijk zijn).
Bloemkwekerijgewassen open grond
Bloemkwekerijgewassen zijn onder andere snijbloemen, pot- en perkplanten.
Bloemkwekerijgewassen onder glas
Bloemkwekerijgewassen zijn onder andere snijbloemen, pot- en perkplanten.
Chrysanten
Lelies
Orchideeën
Potplanten
In pot gekweekte planten.
Boomkwekerijgewassen open grond
Boomkwekerijgewassen inclusief vaste planten in de open grond.
Laan- en parkbomen
Bomen voor lanen en parken.
Voorbeelden zijn: kastanje, els, berk, meidoorn, populier en
Japanse sierkers.
Vruchtbomen
Inclusief onderstammen.
Boomkwekerijgewassen onder glas
Boomkwekerijgewassen inclusief vaste planten onder glas.
Braakland
Inclusief oppervlakte met groenbemestingsgewassen.
_
Vanaf 1967 inclusief leegstaand bollenland (vóór 1967 bij tuinbouw
gerekend).
_
Vanaf 2002 inclusief natuurbraak en groenbraak.
Natuurbraak is het braak laten liggen van landbouwgronden zonder dat
er ingreep door de mens plaatsvindt (agrarisch natuurbeheer).
Bij groenbraak wordt na de oogst een gewas ingezaaid dat later wordt
omgeploegd om als groenbemester te dienen.
_
Als gevolg van de oorlog is er in de bezettingsjaren een toename van
braakliggend land.
_
Vanaf 1993 is er een toename in de oppervlakte braak en groenbemesting
te zien als gevolg van het in werking treden van de Mac Sharry regeling.
Deze regeling bevorderde dat akkerland uit productie werd genomen, met
als doel de landbouwoverschotten in de Europese landbouw terug te
dringen.
Fruit open grond
Kersen en Morellen
Kleinfruit
Hiertoe worden gerekend: rode bessen, blauwe bessen, frambozen,
bramen en overig kleinfruit (bijvoorbeeld druiven voor wijnproductie,
kiwi's en kruisbessen).
Granen
Onder granen worden de graanteelten verstaan welke bestemd zijn voor de
oogst van de korrel inclusief de zaadwinning. Hieronder vallen onder
andere tarwe, gerst, rogge, haver en boekweit.
Haver
Voor 1950 inclusief evene.
Evene is een haversoort dat vroeger als voedingsgewas werd geteeld.
Tarwe, winter
Grasland
Grasland totaal
Groenten open grond
Augurken
Erwten
Doperwten, groen geoogst.
Peen
Winterpeen, was- en bospeen.
Spinazie
Stok- en stamslabonen
Stoksnijbonen, stokslabonen en stamslabonen (= stamsperziebonen).
Groen geoogst.
Witlofwortel
Handelsgewassen
Handelsgewassen zijn planten die gewoonlijk niet direct voor consumptie
worden verkocht omdat ze voor hun eindgebruik industrieel moeten
worden verwerkt.
_
Tot de handelsgewassen worden onder andere gerekend: koolzaad, bruin en
geel mosterdzaad, karwijzaad, oliezaden, vlas, hennep, tabak, hop,
kanariezaad, blauwmaanzaad, teunisbloem en landbouwzaden.
Koolzaad
1851-1880: winterkoolzaad en aveelzaad.
1881-1950: winterkoolzaad en raapzaad.
1950 en verder: koolzaad en raapzaad.
_
In 1943 was er een teeltplicht voor koolzaad, dit verklaart de enorme
toename van de teelt in de jaren veertig van de vorige eeuw.
Vlas
Vezelvlas voor vezel en lijnzaad.
Peulvruchten
Peulvruchten zijn planten waaraan de eetbare zaden in peulen groeien.
_
Tot de peulvruchten worden onder andere gerekend:
droog geoogste veld-, witte, groene, gele en grauwe erwten, schokkers,
kapucijners, bruine bonen en veldbonen.
Erwten (droog geoogst)
Droog geoogste veld-, witte, groene, gele, grauwe erwten, schokkers ,
kapucijners (inclusief zaadwinning).
_
Tot 1962 inclusief groen geoogste erwten.
Bruine bonen
Droog te oogsten bruine bonen (Phaseolus vulgaris).
_
Tot 1950 ook bonte en gele bonen.
Tot 1980 ook witte bonen.
Veldbonen
Droog te oogsten paarden-, duiven-, wier- en schapenbonen en walsche
bonen (Vicia Faba).
Voederbieten
Zaaiuien
Inclusief uitval.
Zaden
Tuinbouwzaden
Hiertoe worden onder andere groentezaden en bloemzaden gerekend.
_
Tot 1950 oppervlakte in kadastrale maat, dat wil zeggen inclusief
wegen, sloten en houtwallen van maximaal 4 meter breed die de oppervlakte
doorsnijden of begrenzen.
_
Vanaf 1950 oppervlakte in gemeten maat (de netto beteelbare oppervlakte
inclusief voren en paden die voor de teelt noodzakelijk zijn).
_
Vanaf 2010 inclusief opkweekmateriaal voor groenten.
Productie
Opbrengst gewassen
Aardappelen
Consumptieaardappelen
Aardappelen bestemd voor consumptie, inclusief pootaardappelen
bestemd voor consumptieaardappelen, voeraardappelen en uitval.
_
Vanaf 1967 inclusief vroege aardappelen.
_
Vanaf 1983 inclusief pootaardappelen bestemd voor zetmeelaardappelen.
Zetmeelaardappelen
Aardappelen bestemd voor zetmeelverwerking in de fabriek,
inclusief uitval.
_
Tot 1983 inclusief pootaardappelen voor zetmeelaardappelen.
Fruit
Appelen
Peren
Granen
Rogge
Tarwe, winter
Tarwe, zomer
Handelsgewassen
Handelsgewassen zijn planten die gewoonlijk niet direct voor consumptie
worden verkocht omdat ze voor hun eindgebruik industrieel moeten
worden verwerkt.
_
Tot de handelsgewassen worden onder andere gerekend: koolzaad, bruin en
geel mosterdzaad, karwijzaad, oliezaden, vlas, hennep, tabak, hop,
kanariezaad, blauwmaanzaad, teunisbloem en landbouwzaden.
Koolzaad
1851-1880: winterkoolzaad en aveelzaad
1881-1950: winterkoolzaad en raapzaad.
1950 en verder: koolzaad en raapzaad.
_
In 1943 was er een teeltplicht voor koolzaad, dit verklaart de enorme
toename van de teelt in de jaren veertig van de vorige eeuw.
Peulvruchten
Peulvruchten zijn planten waaraan de eetbare zaden in peulen groeien.
_
Tot de peulvruchten worden onder andere gerekend:
droog geoogste veld-, witte, groene, gele en grauwe erwten, schokkers,
kapucijners, bruine bonen, veldbonen.
Bruine bonen
Droog te oogsten bruine bonen (Phaseolus vulgaris).
_
Tot 1950 ook bonte en gele bonen.
Tot 1980 ook witte bonen.
Suikerbieten
Zaaiuien
Inclusief uitval.
Dierlijke productie
Melk
Melk afgeleverd aan fabrieken
Totale hoeveelheid melk aan de fabrieken geleverd.
Vlees
Rundvlees
Productie van vlees uit slachtingen in Nederland.
_
Vlees met been, inclusief afsnijvet.
_
Tot 1970 inclusief kalfsvlees.
Varkensvlees
Productie van vlees uit slachtingen in Nederland.
_
Vlees met been, inclusief afsnijvet.
Zuivelproducten
Gecondenseerde melk
In 1940 is er een verbod op fabricage van volle melkpoeder en volle
gecondenseerde melk.