Grasland; oppervlakte en opbrengst

Grasland; oppervlakte en opbrengst

Regio's Perioden Oppervlakte grasland Totale oppervlakte grasland (1 000 ha) Oppervlakte grasland Totale gemaaide oppervlakte grasland (1 000 ha) Verwerking gemaaid gras tot Kuilgras (%) Verwerking gemaaid gras tot Hooi (%) Verwerking gemaaid gras tot Zomerstalvoedering (%) Verwerking gemaaid gras tot Overig (%) Oogst Kuilgras Totale oogst kuilgras (mln kg droge stof) Oogst Kuilgras Met droge stofgehalte < 35 procent (%) Oogst Kuilgras Met droge stofgehalte >= 35 procent (%) Oogst Totale oogst hooi (mln kg droge stof) Voorraad Voorraad kuilgras (mln kg droge stof) Voorraad Voorraad hooi (mln kg droge stof)
Nederland 2000 905 1.943 88 5 6 1 4.252 17 83 299 4.124 241
Nederland 2005 980 1.965 86 6 6 2 4.323 17 83 392 4.075 408
Nederland 2010 951 2.423 90 3 4 3 5.139 . . 183 3.406 98
Nederland 2011 939 2.617 88 3 6 3 5.346 . . 179 3.584 100
Nederland 2014 941 2.760 87 5 4 4 6.405 . . 170 4.378 102
Nederland 2015 956 2.714 90 3 4 3 6.397 . . 204 4.287 113
Nederland 2016 936 2.671 89 3 4 4 6.587 . . 225 4.392 140
Nederland 2017 928 2.645 89 3 4 4 6.407 . . 146 4.380 102
Nederland 2018 907 2.499 87 5 4 4 5.362 . . 143 4.468 98
Nederland 2019* 907 . . . . . 6.270 . . 168 4.413 100
Noordelijk weidegebied 2000 255 590 87 3 8 2 1.286 15 85 54 1.215 40
Noordelijk weidegebied 2005 273 588 84 4 10 2 1.231 16 84 79 1.144 106
Noordelijk weidegebied 2010 253 679 86 3 8 3 1.449 . . 48 941 25
Noordelijk weidegebied 2011 249 738 84 2 12 2 1.532 . . 33 1.006 19
Noordelijk weidegebied 2014 253 793 84 3 9 4 1.697 . . 37 1.114 23
Noordelijk weidegebied 2015 254 740 89 3 6 2 1.739 . . 42 1.172 24
Noordelijk weidegebied 2016 250 738 88 3 5 4 1.920 . . 49 1.304 24
Noordelijk weidegebied 2017 247 730 88 3 5 4 1.762 . . 29 1.231 17
Noordelijk weidegebied 2018 244 698 86 5 5 4 1.428 . . 22 1.225 19
Noordelijk weidegebied 2019* 237 . . . . . 1.721 . . 32 1.205 19
Oostelijk en centraal veehouderijgebied 2000 218 507 88 5 6 1 1.069 14 86 79 1.103 42
Oostelijk en centraal veehouderijgebied 2005 235 491 89 7 3 1 1.058 15 85 109 1.066 102
Oostelijk en centraal veehouderijgebied 2010 236 609 91 3 3 3 1.290 . . 42 865 24
Oostelijk en centraal veehouderijgebied 2011 234 675 90 3 4 3 1.350 . . 41 949 21
Oostelijk en centraal veehouderijgebied 2014 234 725 87 3 4 6 1.812 . . 31 1.302 21
Oostelijk en centraal veehouderijgebied 2015 240 716 90 3 3 4 1.716 . . 37 1.254 20
Oostelijk en centraal veehouderijgebied 2016 236 744 89 3 4 4 1.815 . . 44 1.227 37
Oostelijk en centraal veehouderijgebied 2017 234 738 89 3 4 4 1.701 . . 26 1.200 19
Oostelijk en centraal veehouderijgebied 2018 229 663 88 4 5 3 1.362 . . 48 1.282 23
Oostelijk en centraal veehouderijgebied 2019* 230 . . . . . 1.519 . . 29 1.127 18
Westelijk weidegebied 2000 155 275 89 6 4 1 610 17 83 52 625 42
Westelijk weidegebied 2005 176 279 88 7 4 1 715 17 83 68 658 65
Westelijk weidegebied 2010 167 356 92 5 1 2 893 . . 39 563 22
Westelijk weidegebied 2011 164 366 89 5 2 4 910 . . 48 600 27
Westelijk weidegebied 2014 160 344 90 6 2 2 990 . . 50 670 27
Westelijk weidegebied 2015 161 348 88 7 3 2 896 . . 55 566 32
Westelijk weidegebied 2016 155 360 89 6 2 3 1.036 . . 53 659 32
Westelijk weidegebied 2017 153 354 89 6 2 3 1.052 . . 51 694 37
Westelijk weidegebied 2018 149 319 86 7 2 5 834 . . 33 623 26
Westelijk weidegebied 2019* 149 . . . . . 1.051 . . 46 692 27
Zuidelijk weidegebied 2000 96 225 90 5 4 0 525 24 76 34 517 43
Zuidelijk weidegebied 2005 107 220 88 7 5 1 490 21 79 52 449 53
Zuidelijk weidegebied 2010 106 276 92 3 3 2 533 . . 19 376 13
Zuidelijk weidegebied 2011 105 314 93 4 1 2 594 . . 24 404 14
Zuidelijk weidegebied 2014 100 332 91 2 2 5 726 . . 17 483 7
Zuidelijk weidegebied 2015 100 333 91 4 2 3 698 . . 26 449 14
Zuidelijk weidegebied 2016 99 276 91 3 3 3 588 . . 23 388 11
Zuidelijk weidegebied 2017 98 274 91 3 3 3 694 . . 10 430 7
Zuidelijk weidegebied 2018 95 276 90 5 1 4 584 . . 15 533 13
Zuidelijk weidegebied 2019* 93 . . . . . 656 . . 25 487 15
Overig Nederland 2000 181 345 87 6 7 0 763 18 82 81 666 76
Overig Nederland 2005 189 387 85 7 7 1 829 20 80 84 758 82
Overig Nederland 2010 189 502 92 3 3 2 974 . . 35 662 15
Overig Nederland 2011 186 523 88 3 5 4 961 . . 33 625 19
Overig Nederland 2014 195 566 86 5 4 5 1.180 . . 36 809 23
Overig Nederland 2015 201 576 92 3 3 2 1.348 . . 44 847 23
Overig Nederland 2016 197 553 88 4 3 5 1.228 . . 56 814 36
Overig Nederland 2017 197 550 88 4 3 5 1.198 . . 31 825 22
Overig Nederland 2018 190 543 87 5 5 3 1.154 . . 24 805 17
Overig Nederland 2019* 198 . . . . . 1.323 . . 36 902 21
Bron: © CBS, Eurofins-Agro, ZuivelNL
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel geeft informatie over de oppervlakte grasland bij agrarische bedrijven en de opbrengst aan gemaaid gras. Het merendeel van het gemaaide gras wordt, in de vorm van kuilgras en hooi, gebruikt als wintervoedering voor de koeien, een klein deel is bestemd voor zomerstalvoedering en voor andere doeleinden. Verder wordt ook de voorraad kuilgras en hooi aan het einde van het jaar (het begin van de stalperiode voor de koeien) vermeld.

Gegevens zijn vanaf 1985 beschikbaar voor Nederland totaal en vanaf 1993 ook voor vijf landbouwregio's.

Tot en met 2017 werden de cijfers jaarlijks (overwegend) vastgesteld uit de resultaten van de enquête Graslandgebruik.
Per 2018 worden de cijfers van melkveehouders vastgesteld op basis van informatie uit de database van de KringloopWijzer. Deze database is in beheer van ZuivelNL. De cijfers van niet-melkveehouders worden vastgesteld uit de resultaten van de enquête Graslandgebruik.

Status van de cijfers: de cijfers over 2019 zijn voorlopig; alle overige cijfers zijn definitief.

Wijzigingen per 15 juli 2020:
De voorlopige cijfers over 2019 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Uiterlijk in het derde kwartaal verschijnen de voorlopige cijfers van het voorafgaande jaar en krijgen de cijfers van een jaar eerder een definitieve status.

Toelichting onderwerpen

Oppervlakte grasland
Blijvend en tijdelijk grasland bij Nederlandse agrarische bedrijven. Bron: Landbouwtelling.
Totale oppervlakte grasland
Totale gemaaide oppervlakte grasland
Oppervlakte van het beschikbare grasland dat is gebruikt voor het maaien van gras. Eén hectare grasland dat twee of meer keer is gemaaid, is geteld als twee of meer hectare gemaaide oppervlakte grasland. Gemaaide oppervlakte grasland waarvan het niet de bedoeling is het gras in te zamelen, is niet in de telling opgenomen. In 2007 heeft de vraagstelling over de gemaaide oppervlakte niet geleid tot betrouwbare uitkomsten. De uitkomsten over 2007 zijn daarom niet gepubliceerd.
Verwerking gemaaid gras tot
Verdeling van het gemaaide gras naar bestemming.
Kuilgras
Kuilgras is gras dat in het voorjaar of in de zomer is gemaaid en is ingekuild. Dit wil zeggen dat het gras op een grote hoop is verzameld en met plastic is afgedekt. Tegenwoordig komt het steeds vaker voor dat het gras meteen op het land in plastic (balen) wordt verpakt.
Hooi
Als het gemaaide gras langere tijd wordt gedroogd krijgt het een gele kleur. Dit gedroogde gras heet hooi.
Zomerstalvoedering
Vers gemaaid gras dat in de zomermaanden gevoerd wordt aan het vee dat op stal staat.
Overig
Bijvoorbeeld: gras dat naar een grasdrogerij gaat en na verwerking opgeslagen wordt als grasbrok, of bestemd is voor de verkoop. In 2007 is de verwerking van gras in grasbrok of -baal als aparte bestemming in de enquête opgenomen. De uitkomsten van deze bestemming zijn echter net als in het verleden geteld bij 'overige doeleinden'. De verandering heeft geleid tot iets hogere uitkomsten.
Oogst
Hoeveelheid gemaaid gras dat als kuilgras en hooi door de agrarische bedrijven als stalvoedering is geconserveerd. Deze hoeveelheden zijn uitgedrukt in tonnen droge stof. Dat wil zeggen dat de door de bedrijven gemelde volumes van de oogst en de voorraden ruw product met daarin een deel vocht zijn omgerekend (gestandaardiseerd) tot gewichten met nul procent vocht.
Kuilgras
Kuilgras is gras dat in het voorjaar of in de zomer is gemaaid en is ingekuild. Dit wil zeggen dat het gras op een grote hoop is verzameld en met plastic is afgedekt. Tegenwoordig komt het steeds vaker voor dat het gras meteen op het land in plastic (balen) wordt verpakt.
Totale oogst kuilgras
Totaal van het ingezamelde gemaaide gras dat als bestemming kuilgras heeft gekregen.
Met droge stofgehalte < 35 procent
Gras dat bij het inkuilen, of bij het verpakken, een droge stofgehalte had van minder dan 35 procent. Vanaf 2007 wordt in de enquête niet meer gevraagd naar het droge stofgehalte.
Met droge stofgehalte >= 35 procent
Gras dat bij het inkuilen, of verpakken, een droge stofgehalte had van meer of gelijk aan 35 procent. Vanaf 2007 wordt in de enquête niet meer gevraagd naar het droge stofgehalte.
Totale oogst hooi
Totaal van het ingezamelde gemaaide gras dat als bestemming hooi heeft gekregen.
Voorraad
Hoeveelheid gemaaid gras dat als kuilgras en hooi door de agrarische bedrijven als stalvoedering is geconserveerd. Deze hoeveelheden zijn uitgedrukt in tonnen droge stof. Dat wil zeggen dat de door de bedrijven gemelde volumes van de oogst en de voorraden ruw product met daarin een deel vocht zijn omgerekend (gestandaardiseerd) tot gewichten met nul procent vocht.
Voorraad kuilgras
Kuilgras is gras dat in het voorjaar of in de zomer is gemaaid en is ingekuild. Dit wil zeggen dat het gras op een grote hoop is verzameld en met plastic is afgedekt. Tegenwoordig komt het steeds vaker voor dat het gras meteen op het land in plastic (balen) wordt verpakt. In 2007 is in de enquête gevraagd de voorraad op 1 december op te geven. In 2008 en in de jaren daarna is gevraagd naar de voorraad op 31 december. In de jaren voor 2007 was het meetmoment: 'begin stalperiode'. In die voorgaande jaren kon het meetmoment per bedrijf verschillen omdat niet voor ieder bedrijf de stalperiode op hetzelfde moment begint. NB. De voorraad is meestal kleiner dan de opbrengst van de oogst, omdat ook vóór het begin van de stalperiode al kuilgras aan de koeien wordt gevoederd. Bijvoorbeeld aan de koeien die permanent op stal staan. In de jaren na 2007 zal dit verschil, door de verandering van het meetmoment
van de voorraden, groter zijn dan daarvoor.
Voorraad hooi
Als het gemaaide gras langere tijd wordt gedroogd krijgt het een gele kleur. Dit gedroogde gras heet hooi. In 2007 is in de enquête gevraagd de voorraad op 1 december op te geven. In 2008 en in de jaren daarna is gevraagd naar de voorraad op 31 december. In de jaren voor 2007 was het meetmoment: 'begin stalperiode'. In die voorgaande jaren kon het meetmoment per bedrijf verschillen omdat niet voor ieder bedrijf de stalperiode op hetzelfde moment begint. NB. De voorraad is meestal kleiner dan de opbrengst van de oogst, omdat ook vóór het begin van de stalperiode al hooi aan de koeien wordt
gevoederd. Bijvoorbeeld aan de koeien die permanent op stal staan. In de jaren na 2007 zal dit verschil, door de verandering van het meetmoment van de voorraden, groter zijn dan daarvoor.