Particuliere huish. met laag inkomen / rond soc. minimum, na revisie, 2002


Sinds 1946 houdt het Centraal Bureau voor de Statistiek regelmatig
onderzoek naar de regionale inkomensverdeling. Deze onderzoeken zijn
voornamelijk gebaseerd op registers afkomstig van het Ministerie van
Financiën (de fiscale registers) en de Nederlandse gemeenten
(de bevolkingsregisters = GBA).
De uiteindelijke RIO resultaten zijn gebaseerd op een steekproef
van 1,9 miljoen huishoudens.

De cijfers in deze tabel wijken af van de eerder gepubliceerde
cijfers over 2002 omdat het besteedbaar inkomen en de ophoging
gebruikt is conform de methodiek 2003 (zie ook 4.5 en 4.7.4).
In het verdere verloop van deze toelichting spreken we
over 'nárevisie 2003'.

Inkomensverdelingen van personen en huishoudens, per landsdeel,
provincie, corop-gebied, grootstedelijke agglomeratie, stadsgewest
en gemeente.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2002

Frequentie: eenmalig
Omdat de gemeentelijke indeling jaarlijks verandert worden de
uitkomsten uit het RIO voor elk afzonderlijk onderzoeksjaar
gepubliceerd; samenvoeging of splitsing van gemeenten heeft tot
gevolg dat alle informatie gerelateerd aan het inkomen in een
nieuw gevormde of gesplitste gemeente aanzienlijk kan wijzigen
waardoor vergelijkbaarheid in de tijd niet mogelijk is.

Particuliere huish. met laag inkomen / rond soc. minimum, na revisie, 2002

Regio's Samenstelling van het huishouden Aantal huishoudens (x 1 000) Aantal h.h. behorende tot doelpopulatie (x 1 000) Aantal huishoudens met een laag inkomen (%) Aantal h.h. onder of rond het soc. min. (%)
Nederland Totaal particulier huishouden 6.705,2 6.450,4 8 8
Groningen Totaal particulier huishouden 77,6 73,7 13 13
Leeuwarden Totaal particulier huishouden 40,3 38,3 11 11
Assen Totaal particulier huishouden 25,4 24,6 9 8
Zwolle Totaal particulier huishouden 46,3 44,7 8 8
Arnhem Totaal particulier huishouden 64,0 56,5 9 8
Utrecht Totaal particulier huishouden 117,3 111,2 10 10
Amsterdam Totaal particulier huishouden 371,5 347,1 15 16
Haarlem Totaal particulier huishouden 67,8 65,3 8 9
's-Gravenhage Totaal particulier huishouden 217,5 205,0 13 13
Middelburg Totaal particulier huishouden 19,8 19,1 8 8
's-Hertogenbosch Totaal particulier huishouden 56,9 54,8 9 9
Maastricht Totaal particulier huishouden 52,0 49,6 11 11
Lelystad Totaal particulier huishouden 28,1 26,9 10 10
Bron: CBS.
Verklaring van tekens