Ondernemingsklimaat; menselijk kapitaal, arbeidsaanbod en -kosten 1990-2011


Deze tabel geeft een internationale vergelijking van het huidige en het potentiële arbeidsaanbod en van de arbeidskosten. De samenstelling van het huidige arbeidsaanbod wordt weergegeven aan de hand van een uitsplitsing naar opleidingsniveau (lager, middelbaar en hoger onderwijs) onder werkzame personen. Van het opleidingsniveau van het potentiële arbeidsaanbod wordt een indicatie gegeven door de leerprestaties van scholieren en het percentage werklozen. Het opleidingsniveau is een maat voor het menselijk kapitaal dat bij de productie wordt ingezet. De arbeidskosten worden uitgedrukt in de kosten per uur en de kosten per eenheid product.

Let op: Om een internationale vergelijking mogelijk te maken is bij de bepaling van de hier gepresenteerde cijfers gebruikgemaakt van internationaal vergelijkbare definities, die soms afwijken van de normaal door het CBS gehanteerde definities. Hierdoor kunnen verschillen optreden tussen deze cijfers en elders op de CBS-website gepubliceerde nationale cijfers.

Gegevens beschikbaar vanaf 1990 tot en met 2011.

Status van de cijfers:
De externe bronnen leveren regelmatig bijgestelde gegevens over voorgaande perioden. Deze bijgestelde gegevens worden in de tabel niet als zodanig aangemerkt.

Wijzigingen per 22 december 2017:
Geen, tabel is stop gezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet.

Ondernemingsklimaat; menselijk kapitaal, arbeidsaanbod en -kosten 1990-2011

Landen Perioden Hoogopgeleiden (% van bevolking van 25-65 jaar) Afgestudeerden in een bètarichting (% van totaal aantal afgestudeerden) Leerprestaties 15-jarige scholierenWiskundeTotaal mannen en vrouwen (gemiddelde score) Leerprestaties 15-jarige scholierenNatuurwetenschappenTotaal mannen en vrouwen (gemiddelde score) Leerprestaties 15-jarige scholierenLezenTotaal mannen en vrouwen (gemiddelde score) ArbeidskostenArbeidskosten per eenheid product (APEP) (index (2005=100)) ArbeidskostenPer uurTotaal (euro (1999); ecu (tot 1999)) ArbeidskostenPer uurIn de industrie (euro (1999); ecu (tot 1999)) ArbeidskostenPer uurIn de dienstensector (euro (1999); ecu (tot 1999))
Denemarken 2000 26,2 18,2 514 481 497 87,9 26,5 25,6 27,3
Denemarken 2003 31,9 12,5 514 475 492 97,0 30,3 29,5 31,0
Denemarken 2006 34,7 12,7 513 496 494 102,3 33,1 32,3 33,7
Denemarken 2009 32,5 . 503 499 495 120,3 . . .
Denemarken 2010 33,3 13,0 . . . 119,0 . . .
Denemarken 2011 . . . . . 119,4 . . .
Duitsland 2000 23,5 23,7 490 487 484 100,5 25,0 27,6 23,2
Duitsland 2003 24,0 22,5 503 502 491 102,0 26,8 29,8 24,9
Duitsland 2006 23,9 22,9 504 516 495 97,7 27,6 31,6 25,3
Duitsland 2009 26,4 24,5 513 520 497 105,1 . . .
Duitsland 2010 26,6 25,6 . . . 104,0 . . .
Duitsland 2011 . . . . . 105,4 . . .
Finland 2000 32,0 26,5 536 538 546 92,1 22,1 22,0 22,3
Finland 2003 33,2 25,1 544 548 543 97,8 24,8 26,3 23,9
Finland 2006 35,1 25,7 548 563 547 100,1 27,2 31,3 28,2
Finland 2009 37,3 23,4 541 554 536 116,0 . . .
Finland 2010 38,1 26,1 . . . 114,2 . . .
Finland 2011 . . . . . 115,5 . . .
Japan 2000 33,6 4,4 557 550 522 112,5 . . .
Japan 2003 37,4 4,7 534 548 498 104,1 . . .
Japan 2006 40,5 4,8 523 531 498 99,0 . . .
Japan 2009 43,8 4,6 529 539 520 98,9 . . .
Japan 2010 44,8 4,6 . . . 94,9 . . .
Japan 2011 . . . . . 95,8 . . .
Nederland 2000 23,4 11,1 564 529 . 88,8 22,3 23,4 21,6
Nederland 2003 27,5 11,8 538 524 513 100,6 26,5 27,2 26,0
Nederland 2006 30,2 11,0 531 525 507 100,6 . . .
Nederland 2009 32,8 10,0 526 522 508 111,1 . . .
Nederland 2010 32,4 9,9 . . . 110,0 . . .
Nederland 2011 . . . . . 110,9 . . .
Verenigd Koninkrijk 2000 25,7 22,9 529 532 . 90,5 23,7 23,3 23,8
Verenigd Koninkrijk 2003 28,0 23,8 . . . 95,6 23,6 23,3 23,5
Verenigd Koninkrijk 2006 34,2 19,3 495 515 495 102,6 25,5 . .
Verenigd Koninkrijk 2009 37,0 18,1 492 514 494 114,2 . . .
Verenigd Koninkrijk 2010 38,2 18,2 . . . 115,5 . . .
Verenigd Koninkrijk 2011 . . . . . 117,2 . . .
Verenigde Staten 2000 36,5 15,1 493 499 504 92,3 . . .
Verenigde Staten 2003 38,4 15,6 483 491 495 96,2 . . .
Verenigde Staten 2006 39,5 13,3 474 489 . 103,1 . . .
Verenigde Staten 2009 41,2 12,8 487 502 500 109,8 . . .
Verenigde Staten 2010 41,7 12,9 . . . 108,9 . . .
Verenigde Staten 2011 . . . . . 111,4 . . .
Zweden 2000 24,8 24,8 510 512 516 94,1 28,6 28,3 29,1
Zweden 2003 27,3 26,4 509 506 514 100,4 30,4 29,6 30,9
Zweden 2006 29,7 23,2 502 503 507 99,2 32,2 32,8 32,2
Zweden 2009 31,9 20,7 494 495 497 111,4 . . .
Zweden 2010 34,2 22,0 . . . 109,5 . . .
Zweden 2011 . . . . . 108,8 . . .
Bron: CBS.
Verklaring van tekens