Ondernemingsklimaat; infrastructuur internationaal vergeleken 1990-2012


Deze tabel geeft een internationale vergelijking van de kwaliteit van de infrastructuur. Specifiek gaat het daarbij om de uitgaven aan de ICT- en de kennisinfrastructuur (waaronder de publieke uitgaven aan R&D) en de efficiëntie van de distributie-infrastructuur.

Let op: Om een internationale vergelijking mogelijk te maken is bij de bepaling van de hier gepresenteerde cijfers gebruikgemaakt van internationaal vergelijkbare definities, die soms afwijken van de normaal door het CBS gehanteerde definities. Hierdoor kunnen verschillen optreden tussen deze cijfers en elders op de CBS-website gepubliceerde nationale cijfers.

Gegevens beschikbaar vanaf 1990.

Status van de cijfers:
De externe bronnen van deze cijfers leveren regelmatig bijgestelde gegevens over voorgaande perioden. Deze bijgestelde gegevens worden in de tabel niet als zodanig aangemerkt.

Wijzigingen per 20 december 2017:
Geen, deze tabel is stop gezet

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet.

Ondernemingsklimaat; infrastructuur internationaal vergeleken 1990-2012

Landen Perioden Efficiëntie distributie-infrastructuur (schaal (1-10)) Uitgaven aan ICT-infrastructuurICT-bestedingen (% van bbp) Uitgaven aan ICT-infrastructuurIT-bestedingen (% van bbp) Uitgaven aan ICT-infrastructuurCommunicatiebestedingen (% van bbp) Uitgaven aan kennisinfrastructuurPublieke uitgaven aan R&D (% van bbp) Onderwijsuitgaven per leerlingBasis- t/m hoger onderwijsTotaal (US-dollar, gecorrigeerd voor koopkracht) Onderwijsuitgaven per leerlingBasis- t/m hoger onderwijsPercentage publiek gefinancierd (%) Onderwijsuitgaven per leerlingBasis- t/m hoger onderwijsPercentage privaat gefinancierd (%) Onderwijsuitgaven per leerlingBasis- t/m hoger onderwijsIn % van bbp per hoofd van de bevolking (%) Uitgaven aan kennisinfrastructuurOnderwijsuitgaven per leerlingBasisonderwijs (US-dollar, gecorrigeerd voor koopkracht) Uitgaven aan kennisinfrastructuurOnderwijsuitgaven per leerlingVoortgezet onderwijs (US-dollar, gecorrigeerd voor koopkracht) Onderwijsuitgaven per leerlingHoger onderwijsTotaal (US-dollar, gecorrigeerd voor koopkracht) Onderwijsuitgaven per leerlingHoger onderwijsPercentage publiek gefinancierd (%) Onderwijsuitgaven per leerlingHoger onderwijsPercentage privaat gefinancierd (%)
Denemarken 2000 8,8 7,0 . . . 8.302 96,0 4,0 29 7.074 7.726 11.981 97,6 2,4
Denemarken 2005 9,0 6,2 3,3 2,9 0,68 10.108 92,3 7,7 30 8.513 9.407 14.959 96,7 3,3
Denemarken 2010 9,0 5,2 2,9 2,3 0,85 . . . . . . . . .
Denemarken 2011 9,4 . . . . . . . . . . . . .
Denemarken 2012 9,3 . . . . . . . . . . . . .
Duitsland 2000 8,7 6,4 . . 0,77 6.849 81,1 18,9 26 4.198 6.826 10.898 91,8 8,2
Duitsland 2005 9,0 5,8 2,9 2,9 0,71 7.872 82,0 18,0 26 5.014 7.636 12.446 85,3 14,7
Duitsland 2010 9,0 5,2 2,6 2,6 . . . . . . . . . .
Duitsland 2011 9,2 . . . . . . . . . . . . .
Duitsland 2012 9,2 . . . . . . . . . . . . .
Finland 2000 8,8 6,9 . . 0,88 6.003 98,0 2,0 24 4.317 6.094 8.244 97,2 2,8
Finland 2005 8,6 6,3 3,3 3,0 0,89 7.711 97,8 2,2 25 5.557 7.324 12.285 96,1 3,9
Finland 2010 9,0 5,5 3,3 2,2 1,00 . . . . . . . . .
Finland 2011 9,0 . . . . . . . . . . . . .
Finland 2012 8,9 . . . . . . . . . . . . .
Japan 2000 7,6 5,2 . . 0,60 6.744 75,2 24,8 26 5.507 6.266 10.914 44,9 55,1
Japan 2005 7,2 7,7 3,5 4,2 0,55 8.378 68,6 31,4 28 6.744 7.908 12.326 33,7 66,3
Japan 2010 8,7 . . . 0,56 . . . . . . . . .
Japan 2011 8,8 . . . . . . . . . . . . .
Japan 2012 8,4 . . . . . . . . . . . . .
Nederland 2000 7,0 7,6 . . 0,62 6.125 90,3 9,7 22 4.325 5.912 11.934 77,4 22,6
Nederland 2005 7,8 6,4 3,3 3,1 0,74 8.147 91,4 8,6 23 6.266 7.741 13.883 77,6 22,4
Nederland 2010 8,5 5,3 2,8 2,5 . . . . . . . . . .
Nederland 2011 8,7 . . . . . . . . . . . . .
Nederland 2012 8,9 . . . . . . . . . . . . .
Verenigd Koninkrijk 2000 5,4 7,6 . . 0,56 5.592 85,2 14,8 21 3.877 5.991 9.657 67,7 32,3
Verenigd Koninkrijk 2005 6,6 6,7 3,6 3,1 0,57 7.741 80,0 20,0 25 6.361 7.167 13.506 66,9 33,1
Verenigd Koninkrijk 2010 8,3 6,9 3,8 3,1 0,57 . . . . . . . . .
Verenigd Koninkrijk 2011 8,1 . . . . . . . . . . . . .
Verenigd Koninkrijk 2012 8,1 . . . . . . . . . . . . .
Verenigde Staten 2000 8,0 6,7 . . 0,71 10.240 68,2 31,8 30 6.995 8.855 20.358 33,9 66,1
Verenigde Staten 2005 8,3 5,5 3,3 2,2 0,77 12.788 67,3 32,7 31 9.156 10.390 24.370 34,7 65,3
Verenigde Staten 2010 8,6 . . . . . . . . . . . . .
Verenigde Staten 2011 8,7 . . . . . . . . . . . . .
Verenigde Staten 2012 8,7 . . . . . . . . . . . . .
Zweden 2000 7,7 8,5 . . . 7.524 97,0 3,0 29 6.336 6.339 15.097 88,1 11,9
Zweden 2005 7,6 7,4 3,8 3,6 0,87 9.156 97,0 3,0 28 7.532 8.198 15.946 88,2 11,8
Zweden 2010 8,8 4,8 2,9 1,9 . . . . . . . . . .
Zweden 2011 8,6 . . . . . . . . . . . . .
Zweden 2012 8,8 . . . . . . . . . . . . .
Bron: CBS.
Verklaring van tekens