Bouwnijverheid; productieve uren in de burgerlijke en utiliteitsbouw

Bouwnijverheid; productieve uren in de burgerlijke en utiliteitsbouw

Perioden Theoretisch beschikbare uren (uren) Niet-productieve uren Totaal niet-productieve uren (uren) Niet-productieve uren Vorst- en neerslagverlet (uren) Niet-productieve uren Overig (uren) Productieve uren (uren)
2021 1e kwartaal 510 140 45 95 370
2021 2e kwartaal 520 140 15 125 380
2021 3e kwartaal 530 220 10 210 310
2021 4e kwartaal 530 140 20 120 385
2021 2.090 645 90 555 1.445
2022 1e kwartaal 510 140 15 125 375
2022 2e kwartaal 520 120 10 110 400
2022 3e kwartaal 530 210 10 200 315
2022 4e kwartaal 520 155 35 120 365
2022 2.080 630 75 555 1.455
2023 1e kwartaal* 520 155 40 115 370
2023 2e kwartaal* 520 130 10 120 390
2023 3e kwartaal* 520 215 15 200 305
2023 4e kwartaal* 520 155 35 120 365
2023* 2.080 650 100 550 1.430
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel geeft per kwartaal inzicht in de ontwikkeling van het aantal productieve uren per fulltime werknemer in de burgerlijke en utiliteitsbouw (B&U): SBI 412. Het aantal productieve uren wordt hierbij berekend door het aantal theoretisch beschikbare uren te verminderen met het aantal niet-productieve uren als gevolg van vakantie, feestdagen, ziekteverzuim, staking, vorst- en neerslagverlet e.d. Alle cijfers worden afgerond op 5.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1e kwartaal 1990.

Status van de cijfers:
De cijfers over de vier meest recente kwartalen zijn voorlopig, de overige definitief.

Wijzigingen per 31 januari 2024:
De cijfers van het vierde kwartaal 2023 zijn toegevoegd. De cijfers van de voorgaande vier kwartalen kunnen zijn gewijzigd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
De eerste voorlopige uitkomsten publiceert het CBS als regel binnen vijf weken na afloop van het verslagkwartaal. Na publicatie van definitieve uitkomsten past het CBS de uitkomsten alleen aan als er grote bijstellingen en/of correcties noodzakelijk zijn.

Toelichting onderwerpen

Theoretisch beschikbare uren
Aantal uren in een kwartaal dat een fulltime werknemer in de burgerlijke
en utiliteitsbouw theoretisch voor arbeid beschikbaar is.
Per week wordt uitgegaan van 40 beschikbare uren. Alle cijfers worden
afgerond op 5.
Niet-productieve uren
Het gemiddeld aantal uren dat een fulltime werknemer in een kwartaal
niet gewerkt heeft als gevolg van o.a. vakantie, feestdagen,
ziekteverzuim, staking, vorst- en neerslagverlet. Alle cijfers worden
afgerond op 5.
Totaal niet-productieve uren
Vorst- en neerslagverlet
Overig
Niet-productieve uren als gevolg van o.a. vakantie, feestdagen,
ziekteverzuim en staking.
Productieve uren
Het verschil tussen het aantal theoretisch beschikbare uren en het aantal
niet-productieve uren. Alle cijfers worden
afgerond op 5.