Inkomens- en vermogensrekeningen; sectorgegevens, 1988-2011

Inkomens- en vermogensrekeningen; sectorgegevens, 1988-2011

Sectoren Perioden Macro-economische saldi Productierekening Toegevoegde waarde (bruto, basisprijzen) (mln euro) Macro-economische saldi Inkomensrekening Primair inkomen (netto) (mln euro) Macro-economische saldi Inkomensrekening Besparingen (netto) (mln euro) Macro-economische saldi Kapitaalrekening Vorderingensaldo (mln euro) Kerncijfers Productie Toegevoegde waarde (% van het bbp) (%)
Niet-financiële vennootschappen 2009 322.929 49.747 40.541 40.643 56,3
Niet-financiële vennootschappen 2010 330.473 60.873 49.707 47.481 56,1
Niet-financiële vennootschappen 2011* 341.368 76.406 65.503 61.596 56,7
Financiële instellingen 2009 36.676 2.845 -580 5.477 6,4
Financiële instellingen 2010 42.341 10.039 7.003 11.924 7,2
Financiële instellingen 2011* 41.227 13.992 11.037 10.355 6,8
Overheid (niet geconsolideerd) 2009 73.284 64.577 -20.030 -31.994 12,8
Overheid (niet geconsolideerd) 2010 75.249 66.867 -19.527 -29.544 12,8
Overheid (niet geconsolideerd) 2011* 75.373 65.011 -20.731 -26.610 12,5
Huishoudens 2009 75.229 353.614 16.624 1.839 13,1
Huishoudens 2010 75.262 351.932 10.691 -2.494 12,8
Huishoudens 2011* 78.416 362.610 16.104 3.712 13,0
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat de gegevens van het rekeningenstelsel in de vorm van sectortabellen. Deze gegevens zijn bedoeld om voor (sub) sectoren een gedetailleerd en overzichtelijk beeld te geven van de totale beschikbare middelen en bestedingen (inclusief de financiële middelen en bestedingen). De saldi zijn terug te vinden in de rubriek macro-
economische saldi.

Bij de overheid zijn ook gegevens opgenomen waarin de onderlinge transacties zijn geconsolideerd, waardoor de werkelijke inkomsten en uitgaven van de overheid tot uitdrukking komen.

Bovendien geeft deze serie een overzicht van alle economische deelprocessen zoals productie, inkomensverdeling en financiering. Op deze wijze krijgt men een beschrijving van de rol die elke sector speelt, bijvoorbeeld de overheid bij inkomensverdeling en kredietinstellingen bij financiering. Vervolgens ziet men de omvang en samenhang van de
verschillende economische activiteiten en hun relatie met de rest van de economie en het buitenland.

In 2005 zijn de nationale rekeningen herzien aan de hand van conceptuele wijzigingen op de internationale richtlijnen van de Europese Unie (ESR 1995). Bovendien zijn nieuwe statistische inzichten en nieuwe bronnen in deze revisie 2001 verwerkt.

De hierboven genoemde macro-economische variabelen worden voornamelijk in waarde in werkelijke prijzen weergegeven, uitgedrukt in miljoenen euro.

Frequentie: Stopgezet

Gegevens beschikbaar vanaf: 1988

Status van de cijfers:
De cijfers vanaf 1988 zijn definitief. De twee meest recente jaren hebben
nog een (nader) voorlopig karakter.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Deze tabel is stopgezet per 09-10-2012 en vervangen door de tabel Lopende transacties naar sectoren.

Toelichting onderwerpen

Macro-economische saldi
Deze rubriek bevat een aantal veel voorkomende macro-saldi zoals
binnenlands product, nationaal inkomen, nationale besparingen en
vorderingensaldo. Het zijn kernbegrippen in de macro-economie.
Productierekening
Deze rekening toont de transacties die betrekking hebben op het
productieproces. De productie wordt geregistreerd als baat, het
intermediair verbruik als last. Het saldo van de rekening is per sector de
bruto toegevoegde waarde tegen basisprijzen.
De productierekening voor de totale economie is de som van de
productierekeningen van de sectoren aangevuld met enkele transacties die
niet naar sectoren worden verdeeld. Deze laatste betreffen het saldo van
productgebonden belastingen en subsidies en het verbruik van toegerekende
bankdiensten. Het saldo van de productierekening voor de totale economie
is het bruto binnenlands product (bbp) tegen marktprijzen.
Toegevoegde waarde (bruto, basisprijzen)
De toegevoegde waarde tegen basisprijzen per bedrijfsklasse is gelijk aan
het verschil tussen de productie (basisprijzen) en het intermediair
verbruik (aankoopprijzen).
Inkomensrekening
Deze rekening beschrijft de sectorale verdeling van de gevormde
toegevoegde waarde tegen basisprijzen over de beloning van werknemers, het
saldo van niet-productgebonden belastingen en subsidies en het bruto
exploitatieoverschot. Het bruto exploitatieoverschot is het resultaat
voordat rekening is gehouden met afschrijvingen, rente, dividend, enz.
Bij de sector huishoudens wordt het saldo van deze rekening gemengd
inkomen genoemd omdat het naast het exploitatieoverschot ook de beloning
voor geleverde arbeid van zelfstandigen en hun medewerkende gezinsleden
bevat.
Primair inkomen (netto)
Het inkomen dat de sectoren (zoals huishoudens, niet-financiële
vennootschappen en de overheid) ontvangen voor hun directe deelname aan
het productieproces. Daarnaast ook het inkomen dat de eigenaar van een
vordering of grond en andere niet-geproduceerde activa ontvangt voor het
verstrekken van die middelen, of voor het ter beschikking stellen van die
middelen aan een andere institutionele eenheid. De som van de primaire
inkomens van alle sectoren samen is gelijk aan het nationaal inkomen.
Het primair inkomen (netto) is gelijk aan het primair inkomen (bruto)
verminderd met de afschrijvingen.
Besparingen (netto)
Het verschil tussen het beschikbare inkomen en de consumptieve
bestedingen.
Van grote invloed op de omvang van de besparingen van de huishoudens en de
verzekeringsinstellingen en pensioenfondsen is de registratiewijze van de
verzekeringstransacties. De gevolgde registratiewijze leidt ertoe dat de
opbouw van de verzekeringstechnische voorzieningen als besparingen van
huishoudens wordt geregistreerd. De 'correctie pensioenvoorziening' zorgt
ervoor dat de verandering in pensioenvoorziening (niet opgenomen in het
beschikbaar inkomen) ook in de besparingen tot uitdrukking wordt gebracht.
Kapitaalrekening
Op deze rekening staan bij de middelen de nettobesparingen, de
afschrijvingen en de per saldo ontvangen kapitaaloverdrachten. Na
investeringen en de per saldo aangekochte niet geproduceerde
niet-financiële activa (met name grond) blijft het vorderingensaldo over.
Dit saldo geeft aan hoeveel een sector kan uitlenen en beleggen of moet
lenen gegeven de lopende en kapitaaltransacties in het rekeningenstelsel.
Vorderingensaldo
Geeft aan hoeveel een sector per saldo kan uitlenen dan wel moet lenen
gegeven de lopende en de kapitaaltransacties.
Dit saldo wordt in de financiële rekeningen gespecificeerd naar
veranderingen in de verschillende typen van vorderingen en schulden.
Kerncijfers
Cijfers die de belangrijkste ontwikkelingen uit de nationale rekeningen
weergeven.
Productie
De waarde van alle voor de verkoop bestemde goederen (ook de nog niet
verkochte) en de ontvangsten voor bewezen diensten. Verder omvat de
productie producten met een marktequivalent die voor eigen gebruik zijn
geproduceerd zoals investeringen in eigen beheer, eigen woningdiensten en
landbouwproducten voor eigen consumptie door landbouwers. De
productiewaarde hiervan wordt berekend door de geproduceerde hoeveelheid
te waarderen tegen de prijs die de producent bij verkoop zou hebben
ontvangen. De productie is gewaardeerd tegen basisprijzen. De basisprijs
is de prijs die de producent daadwerkelijk overhoudt, dus exclusief de
handels- en vervoersmarges van derden en exclusief het saldo van
productgebonden belastingen (waaronder belasting over de toegevoegde
waarde (btw)) en productgebonden subsidies.
Toegevoegde waarde (% van het bbp)
De toegevoegde waarde is het verschil tussen de productie en het
intermediair verbruik. De toegevoegde waarde tegen basisprijzen is gelijk
aan het verschil tussen de productie (basisprijzen)en het intermediair
verbruik (aankoopprijzen). Bruto toegevoegde waarde is inclusief
afschrijvingen en netto toegevoegde waarde is exclusief afschrijvingen.
% van het bbp: Variabele uitgedrukt als percentage van het bruto
binnenlands product.