Historische reeks van de lange vakanties van Nederlanders, 1969-2016

Historische reeks van de lange vakanties van Nederlanders, 1969-2016

Perioden Vakanties in Nederland (mln) Vakanties in het buitenland (mln) Vakanties in Europa Zwitserland Totaal Zwitserland (x 1 000) Vakanties in Europa Zwitserland Winterperiode (x 1 000) Vakanties in Europa Zwitserland Zomerperiode (x 1 000) Vakanties in Europa Noorwegen, Zweden en Finland Totaal Noorwegen, Zweden, Finland (x 1 000) Vakanties in Europa Noorwegen, Zweden en Finland Winterperiode (x 1 000) Vakanties in Europa Noorwegen, Zweden en Finland Zomerperiode (x 1 000) Vakanties in Europa Bondsrepubliek Duitsland Totaal Bondsrepubliek Duitsland (x 1 000) Vakanties in Europa Bondsrepubliek Duitsland Winterperiode (x 1 000) Vakanties in Europa Bondsrepubliek Duitsland Zomerperiode (x 1 000) Vakanties in Europa Griekenland Totaal Griekenland (x 1 000) Vakanties in Europa Griekenland Winterperiode (x 1 000) Vakanties in Europa Griekenland Zomerperiode (x 1 000) Vakanties in Europa Overige landen in Europa Totaal Overige landen in Europa (x 1 000) Vakanties in Europa Overige landen in Europa Winterperiode (x 1 000) Vakanties in Europa Overige landen in Europa Zomerperiode (x 1 000) Vakanties buiten Europa Overige landen buiten Europa Totaal Overige landen buiten Europa (x 1 000) Vakanties buiten Europa Overige landen buiten Europa Winterperiode (x 1 000) Vakanties buiten Europa Overige landen buiten Europa Zomerperiode (x 1 000) Uitgaven voor vakantie Uitgaven aan binnenlandse vakanties (mld euro) Uitgaven voor vakantie Uitgaven aan buitenlandse vakanties (mld euro)
2016 8,1 14,3 211 116 95 288 82 206 2.075 743 1.333 507 66 441 366 130 235 1.243 744 499 1,9 11,7
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


In deze publicatie zijn het aantal lange (4 of meer overnachtingen) vakanties naar bestemming, seizoen en de uitgaven voor lange vakanties opgenomen.

Gegevens beschikbaar van 1969 tot en met 2016.

Status van de cijfers:
De cijfers zijn definitief.

Wijzigingen per 23 juli 2019:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Vakanties in Nederland
Vakanties in het buitenland
Vakanties in Europa
Zwitserland
Totaal Zwitserland
Winterperiode
De winterperiode omvat 30 weken in de maanden oktober-april. De zomerperiode omvat 22 weken in de maanden mei-september.
In de periode 1969-1986 liep het vakantiejaar van 1 oktober van het jaar x-1 tot en met 30 september van het jaar x. De winterperiode omvatte toen de maanden oktober-april aan het begin van het vakantiejaar.
In de periode 1987-2001 liep het vakantiejaar van 1 december van het jaar x-1 tot en met 30 november van het jaar x. De winterperiode omvatte toen de maanden december-april aan het begin en oktober en november aan het eind van het vakantiejaar.
Vanaf 2002 is de begindatum van het vakantiejaar twee maanden vervroegd en omvat de winterperiode, evenals in het verleden, het aaneengesloten tijdvak van de maanden oktober-april aan het begin van het vakantiejaar.
De dag waarop een vakantie begint, is bepalend voor de toedeling aan een bepaald seizoen.
Zomerperiode
De zomerperiode omvat 22 weken in de maanden mei-september.
De winterperiode omvat 30 weken in de maanden oktober-april.
In de periode 1969-1986 liep het vakantiejaar van 1 oktober van het jaar x-1 tot en met 30 september van het jaar x. De zomerperiode omvatte toen de maanden mei-september aan het eind van het vakantiejaar.
In de periode 1987-2001 liep het vakantiejaar van 1 december van het jaar x-1 tot en met 30 november van het jaar x. De zomerperiode omvatte toen de maanden mei-september.
Vanaf 2002 is de begindatum van het vakantiejaar twee maanden vervroegd en omvat de zomerperiode, evenals in het verleden, het tijdvak van de maanden mei-september aan het eind van het vakantiejaar.
De dag waarop een vakantie begint, is bepalend voor de toedeling aan een bepaald seizoen.
Noorwegen, Zweden en Finland
Totaal Noorwegen, Zweden, Finland
Winterperiode
De winterperiode omvat 30 weken in de maanden oktober-april. De zomerperiode omvat 22 weken in de maanden mei-september.
In de periode 1969-1986 liep het vakantiejaar van 1 oktober van het jaar x-1 tot en met 30 september van het jaar x. De winterperiode omvatte toen de maanden oktober-april aan het begin van het vakantiejaar.
In de periode 1987-2001 liep het vakantiejaar van 1 december van het jaar x-1 tot en met 30 november van het jaar x. De winterperiode omvatte toen de maanden december-april aan het begin en oktober en november aan het eind van het vakantiejaar.
Vanaf 2002 is de begindatum van het vakantiejaar twee maanden vervroegd en omvat de winterperiode, evenals in het verleden, het aaneengesloten tijdvak van de maanden oktober-april aan het begin van het vakantiejaar.
De dag waarop een vakantie begint, is bepalend voor de toedeling aan een bepaald seizoen.
Zomerperiode
De zomerperiode omvat 22 weken in de maanden mei-september.
De winterperiode omvat 30 weken in de maanden oktober-april.
In de periode 1969-1986 liep het vakantiejaar van 1 oktober van het jaar x-1 tot en met 30 september van het jaar x. De zomerperiode omvatte toen de maanden mei-september aan het eind van het vakantiejaar.
In de periode 1987-2001 liep het vakantiejaar van 1 december van het jaar x-1 tot en met 30 november van het jaar x. De zomerperiode omvatte toen de maanden mei-september.
Vanaf 2002 is de begindatum van het vakantiejaar twee maanden vervroegd en omvat de zomerperiode, evenals in het verleden, het tijdvak van de maanden mei-september aan het eind van het vakantiejaar.
De dag waarop een vakantie begint, is bepalend voor de toedeling aan een bepaald seizoen.
Bondsrepubliek Duitsland
Totaal Bondsrepubliek Duitsland
Winterperiode
De winterperiode omvat 30 weken in de maanden oktober-april. De zomerperiode omvat 22 weken in de maanden mei-september.
In de periode 1969-1986 liep het vakantiejaar van 1 oktober van het jaar x-1 tot en met 30 september van het jaar x. De winterperiode omvatte toen de maanden oktober-april aan het begin van het vakantiejaar.
In de periode 1987-2001 liep het vakantiejaar van 1 december van het jaar x-1 tot en met 30 november van het jaar x. De winterperiode omvatte toen de maanden december-april aan het begin en oktober en november aan het eind van het vakantiejaar.
Vanaf 2002 is de begindatum van het vakantiejaar twee maanden vervroegd en omvat de winterperiode, evenals in het verleden, het aaneengesloten tijdvak van de maanden oktober-april aan het begin van het vakantiejaar.
De dag waarop een vakantie begint, is bepalend voor de toedeling aan een bepaald seizoen.
Zomerperiode
De zomerperiode omvat 22 weken in de maanden mei-september.
De winterperiode omvat 30 weken in de maanden oktober-april.
In de periode 1969-1986 liep het vakantiejaar van 1 oktober van het jaar x-1 tot en met 30 september van het jaar x. De zomerperiode omvatte toen de maanden mei-september aan het eind van het vakantiejaar.
In de periode 1987-2001 liep het vakantiejaar van 1 december van het jaar x-1 tot en met 30 november van het jaar x. De zomerperiode omvatte toen de maanden mei-september.
Vanaf 2002 is de begindatum van het vakantiejaar twee maanden vervroegd en omvat de zomerperiode, evenals in het verleden, het tijdvak van de maanden mei-september aan het eind van het vakantiejaar.
De dag waarop een vakantie begint, is bepalend voor de toedeling aan een bepaald seizoen.
Griekenland
Totaal Griekenland
Winterperiode
De winterperiode omvat 30 weken in de maanden oktober-april. De zomerperiode omvat 22 weken in de maanden mei-september.
In de periode 1969-1986 liep het vakantiejaar van 1 oktober van het jaar x-1 tot en met 30 september van het jaar x. De winterperiode omvatte toen de maanden oktober-april aan het begin van het vakantiejaar.
In de periode 1987-2001 liep het vakantiejaar van 1 december van het jaar x-1 tot en met 30 november van het jaar x. De winterperiode omvatte toen de maanden december-april aan het begin en oktober en november aan het eind van het vakantiejaar.
Vanaf 2002 is de begindatum van het vakantiejaar twee maanden vervroegd en omvat de winterperiode, evenals in het verleden, het aaneengesloten tijdvak van de maanden oktober-april aan het begin van het vakantiejaar.
De dag waarop een vakantie begint, is bepalend voor de toedeling aan een bepaald seizoen.
Zomerperiode
De zomerperiode omvat 22 weken in de maanden mei-september.
De winterperiode omvat 30 weken in de maanden oktober-april.
In de periode 1969-1986 liep het vakantiejaar van 1 oktober van het jaar x-1 tot en met 30 september van het jaar x. De zomerperiode omvatte toen de maanden mei-september aan het eind van het vakantiejaar.
In de periode 1987-2001 liep het vakantiejaar van 1 december van het jaar x-1 tot en met 30 november van het jaar x. De zomerperiode omvatte toen de maanden mei-september.
Vanaf 2002 is de begindatum van het vakantiejaar twee maanden vervroegd en omvat de zomerperiode, evenals in het verleden, het tijdvak van de maanden mei-september aan het eind van het vakantiejaar.
De dag waarop een vakantie begint, is bepalend voor de toedeling aan een bepaald seizoen.
Overige landen in Europa
Totaal Overige landen in Europa
Winterperiode
De winterperiode omvat 30 weken in de maanden oktober-april. De zomerperiode omvat 22 weken in de maanden mei-september.
In de periode 1969-1986 liep het vakantiejaar van 1 oktober van het jaar x-1 tot en met 30 september van het jaar x. De winterperiode omvatte toen de maanden oktober-april aan het begin van het vakantiejaar.
In de periode 1987-2001 liep het vakantiejaar van 1 december van het jaar x-1 tot en met 30 november van het jaar x. De winterperiode omvatte toen de maanden december-april aan het begin en oktober en november aan het eind van het vakantiejaar.
Vanaf 2002 is de begindatum van het vakantiejaar twee maanden vervroegd en omvat de winterperiode, evenals in het verleden, het aaneengesloten tijdvak van de maanden oktober-april aan het begin van het vakantiejaar.
De dag waarop een vakantie begint, is bepalend voor de toedeling aan een bepaald seizoen.
Zomerperiode
De zomerperiode omvat 22 weken in de maanden mei-september.
De winterperiode omvat 30 weken in de maanden oktober-april.
In de periode 1969-1986 liep het vakantiejaar van 1 oktober van het jaar x-1 tot en met 30 september van het jaar x. De zomerperiode omvatte toen de maanden mei-september aan het eind van het vakantiejaar.
In de periode 1987-2001 liep het vakantiejaar van 1 december van het jaar x-1 tot en met 30 november van het jaar x. De zomerperiode omvatte toen de maanden mei-september.
Vanaf 2002 is de begindatum van het vakantiejaar twee maanden vervroegd en omvat de zomerperiode, evenals in het verleden, het tijdvak van de maanden mei-september aan het eind van het vakantiejaar.
De dag waarop een vakantie begint, is bepalend voor de toedeling aan een bepaald seizoen.
Vakanties buiten Europa
Exclusief Aziatisch deel van Turkije.
Overige landen buiten Europa
Totaal Overige landen buiten Europa
Winterperiode
De winterperiode omvat 30 weken in de maanden oktober-april. De zomerperiode omvat 22 weken in de maanden mei-september.
In de periode 1969-1986 liep het vakantiejaar van 1 oktober van het jaar x-1 tot en met 30 september van het jaar x. De winterperiode omvatte toen de maanden oktober-april aan het begin van het vakantiejaar.
In de periode 1987-2001 liep het vakantiejaar van 1 december van het jaar x-1 tot en met 30 november van het jaar x. De winterperiode omvatte toen de maanden december-april aan het begin en oktober en november aan het eind van het vakantiejaar.
Vanaf 2002 is de begindatum van het vakantiejaar twee maanden vervroegd en omvat de winterperiode, evenals in het verleden, het aaneengesloten tijdvak van de maanden oktober-april aan hetbegin van het vakantiejaar.
De dag waarop een vakantie begint, is bepalend voor de toedeling aan een bepaald seizoen.
Zomerperiode
De zomerperiode omvat 22 weken in de maanden mei-september.
De winterperiode omvat 30 weken in de maanden oktober-april.
In de periode 1969-1986 liep het vakantiejaar van 1 oktober van het jaar x-1 tot en met 30 september van het jaar x. De zomerperiode omvatte toen de maanden mei-september aan het eind van het vakantiejaar.
In de periode 1987-2001 liep het vakantiejaar van 1 december van het jaar x-1 tot en met 30 november van het jaar x. De zomerperiode omvatte toen de maanden mei-september.
Vanaf 2002 is de begindatum van het vakantiejaar twee maanden vervroegd en omvat de zomerperiode, evenals in het verleden, het tijdvak van de maanden mei-september aan het eind van het vakantiejaar.
De dag waarop een vakantie begint, is bepalend voor de toedeling aan een bepaald seizoen.
Uitgaven voor vakantie
Cijfers beschikbaar over 1969, 1970, 1973, 1977, 1980 en volgende jaren.
Dit zijn de specifieke kosten die gemaakt zijn voor de vakantie zelf, dat wil zeggen reiskosten, verblijfkosten, uitgaven aan voeding en overige kosten die rechtstreeks verband houden met de vakantie, zoals verzekeringen, entrees, souvenirs, foto- en filmmateriaal.
De uitgaven aan duurzame recreatiegoederen, zoals caravan, tent, boot, kampeeruitrusting en dergelijke zijn buiten beschouwing gelaten, omdat ze niet aan één vakantie kunnen worden toegerekend. Dit geldt ook voor de huur van een vaste stand- of ligplaats, die eveneens voor een onbekend aantal vakanties wordt benut.

Met ingang van 2012 is respondenten gevraagd de kosten van de vakantie nader uit te splitsen naar vervoerskosten, verblijfskosten, bestedingen in horecagelegenheden, boodschappen, etc. Vóór 2012 werd alleen naar het totale bedrag aan vakantie-uitgaven gevraagd. Hierdoor zijn de cijfers vanaf 2012 niet goed vergelijkbaar met die van vóór 2012.
Uitgaven aan binnenlandse vakanties
Uitgaven aan buitenlandse vakanties