Aardgasbalans; aanbod en verbruik

Tabeltoelichting


Deze tabel geeft het aanbod en verbruik van aardgas weer in balansvorm. De berekening van het aanbod is als volgt: winning uit de bodem plus productie uit andere bronnen plus invoer minus uitvoer plus voorraadmutatie. Dit is gelijk aan de hoeveelheid aardgas die in Nederland is verbruikt in dezelfde periode. Dit verbruik wordt nader uitgesplitst naar de wijze van aflevering via het gasnet. Dit bestaat uit een hoofdtransportnet met daaraan gekoppeld de regionale netten. De grootverbruikers krijgen gas direct uit het hoofdtransportnet. Dit zijn de elektriciteitscentrales en grote bedrijven. De kleinverbruikers, waaronder de huishoudens, krijgen het aardgas via de regionale netten. Daarnaast is er een post van aardgasverbruik bij de winning. Tot slot is er een kleine post van het afgefakkelde of afgeblazen aardgas.

Gegevens beschikbaar:
Vanaf 1946 per jaar en vanaf 1982 per jaar, per kwartaal en per maand.

Status van de cijfers:
Alle cijfers tot en met verslagjaar 2015 zijn definitief.
Gegevens van 2016 zijn nader voorlopig.
Gegevens vanaf 2017 zijn voorlopig.

Wijzigingen per 2 september 2020
Cijfers van juli 2020 zijn toegevoegd.

Wijzigingen per 20 september 2019
Vanwege een methodiekwijziging zijn de cijfers van LNG veranderd. Voorheen werden de maandcijfers voor LNG gemaakt met een schatting die was gebaseerd op het resultaat van het jaar ervoor. Wegens het toenemende belang van LNG is besloten om deze methode te wijzigen. Daarom worden de in en uitvoer van LNG nu per maand bij berichtgevers uitgevraagd, daarom geven de nieuwe cijfers een accurater beeld van de werkelijkheid. De nieuwe methode is toegepast op alle cijfers vanaf januari 2018.


Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Voorlopige cijfers: de derde maand na afloop van de verslagperiode.
Nader voorlopige cijfers: uiterlijk in december van het jaar volgend op het verslagjaar.
Definitieve cijfers: uiterlijk in december van het tweede jaar volgend op het verslagjaar.

Toelichting onderwerpen

Aanbod van aardgas
De hoeveelheid aardgas die primair beschikbaar is gekomen voor verbruik in Nederland. De volgende posten tellen hierbij mee: winning uit de bodem plus productie uit andere bronnen plus invoer minus uitvoer plus voorraadmutatie. Het aldus berekende aanbod is gelijk aan het verbruik in de betreffende periode.
Totaal aanbod
De hoeveelheid aardgas die primair beschikbaar is gekomen voor verbruik in Nederland.
Winning uit de bodem
Het onttrekken van aardgas aan de bodem. Dit kan zowel onder het vaste land zijn als uit het Nederlandse deel van de Noordzee.

Cijfers over fakkels zijn hierin op mindering gebracht.
Productie uit andere bronnen
Aardgas verkregen door omzetting van andere energiedragers. Een voorbeeld is de productie van aardgas uit raffinaderijgas. Een ander voorbeeld is de productie van aardgas uit biogas. Dit wordt ook wel groen gas genoemd.
Invoer van gasvormig aardgas
Invoer van gasvormige aardgas via pijpleidingen vanuit het buitenland.
Invoer van vloeibaar aardgas (Lng)
Invoer van liquefied natural gas (Lng). Aardgas in vloeibare vorm.
Zo is het gemakkelijker te vervoeren over lange afstanden in schepen. Het gas wordt vloeibaar gemaakt door koeling tot circa min 160 graden Celsius.
Uitvoer van gasvormig aardgas
Uitvoer van gasvormig aardgas door pijpleidingen naar het buitenland.
Uitvoer van vloeibaar aardgas (Lng)
Uitvoer van liquefied natural gas (Lng). Aardgas in vloeibare vorm.
Zo is het gemakkelijker te vervoeren over lange afstanden in schepen. Het gas wordt vloeibaar gemaakt door koeling tot circa min 160 graden Celsius.
Voorraadmutatie
Voorraadveranderingen van aardgas in aardgasbergingen en opslagtanks voor vloeibaar aardgas (LNG). Tevens zijn kleine veranderingen in de noodvoorraad aardgas en in de aardgasleidingen hierbij inbegrepen. Bij extreem koud weer wordt de noodvoorraad gebruikt om de aardgasvoorziening op peil te houden. Bij warm weer wordt deze noodvoorraad weer aangevuld. Bij energiestatistieken is dit de beginvoorraad minus de eindvoorraad, conform de internationale richtlijnen voor energiestatistieken. Een positief getal betekent dus dat de voorraad is afgenomen en dat het aanbod in Nederland is toegenomen. Voor een negatief getal geldt het omgekeerde (toename van de voorraad en afname van het aanbod).
Verbruik van aardgas
De hoeveelheid aardgas die is afgeleverd aan verbruikers in Nederland.
Totaal verbruik
De hoeveelheid aardgas die is gebruikt door bedrijven, huishoudens en vervoer in Nederland.
Via het hoofdtransportnet
Aardgas wordt getransporteerd via een netwerk van verbindingen. Dit gasnet bestaat uit een hoofdtransportnet met daaraan aftakkingen naar regionale netten. Grootverbruikers van aardgas nemen aardgas rechtstreeks van het hoofdtransportnet af. Dit zijn de elektriciteitscentrales en grote bedrijven. De kleinverbruikers, waaronder huishoudens, zijn aangesloten op de regionale netten.
Totaal via het hoofdtransportnet
Totale afzet van aardgas via het hoofdtransportnet.
Elektriciteitscentrales
Levering voornamelijk direct uit het hoofdtransportnet van aardgas aan elektriciteitscentrales.
Overige verbruikers
Leveringen van aardgas direct uit het hoofdtransportnet aan eindverbruikers, behalve de elektriciteitscentrales.
Via regionale netten
Levering van aardgas door gasdistributiebedrijven direct aan de eindverbruikers. Dit zijn de kleinverbruikers waaronder de huishoudens.
Verbruik bij winning en transport
Het verbruik van aardgas door winningsbedrijven op de gaswinningslocaties.
Fakkels
Overtollig aardgas dat tijdens de winning wordt verbrand of afgeblazen. Gaswinningsbedrijven moeten om productietechnische redenen soms gedurende een korte periode aardgas afvoeren. Bij het affakkelen wordt het aardgas verbrand. Afblazen is het onverbrand vrijlaten.

Cijfers over de fakkels zijn in mindering gebracht op de winning van aardgas.