Parade van Pen: de inkomensverdeling in 2017

© CBS / Nikki van Toorn
De parade van dwergen en enkele reuzen, in 1971 bedacht door de Nederlandse econoom Jan Pen, is een manier om de vermogens- (of inkomens-)verdeling in beeld te brengen.
In een optocht komen alle huishoudens van Nederland in één uur tijd voorbij, in volgorde van de hoogte van hun inkomen. In de stoet wordt ieder huishouden vertegenwoordigd door een van de gezinsleden. De lengte van deze vertegenwoordiger is evenredig gemaakt aan het inkomen van het huishouden. Is dit gelijk aan het gemiddeld inkomen dan krijgt het deelnemend gezinslid de lengte van de doorsnee Nederlander: 1,74 meter. Deze uitbeelding van de ongelijkheid in inkomen (of vermogen) is door de Nederlandse econoom Jan Pen in 1971 geïntroduceerd.

Parade van PenParade van Pen: gestandaardiseerd besteedbaar inkomen, 2017*-300306090120150Inkomen (linkeras), lengte (rechteras)Gemiddeld inkomen (28 800 euro = gemiddelde lengte van 1,74 m)5e10e15e25e35e45e55e20e30e40e50e60e9,077,255,443,631,810–1,81MinuutLengte (m)Inkomen (1 000 euro)* Voorlopige cijfers.

De dwergen lopen voorop

Als de stoet van 7,7 miljoen huishoudens zich in beweging zet, lijkt er in de eerste minuut aanvankelijk niets te zien. De (vertegenwoordigers van de) huishoudens die in de parade voorop lopen, hebben een negatief inkomen en daardoor ook een negatieve lengte. Ze steken dus niet eens boven de grond uit. In 2017 trof dit 40 duizend huishoudens. Het zijn relatief vaak ondernemershuishouden die in dat jaar verlies leden. Vervolgens lopen langere tijd dwergen voorbij: huishoudens met een laag inkomen, dikwijls bestaande uit een uitkering of pensioen. Zo komt een alleenstaande bijstandsontvanger die geen huurtoeslag ontvangt, in de vierde minuut voorbij. AOW-ontvangers zonder aanvullende inkomsten zijn in de zevende minuut te zien. Daarna passeren de gepensioneerden die naast hun AOW wel extra inkomsten als huurtoeslag en een aanvullend pensioen hebben.

Het gemiddeld Nederlands gezin passeert in de 36ste minuut

Als de helft van de huishoudens na een half uur voorbijgekomen zijn, is het gemiddelde Nederlandse huishouden nog niet te zien geweest. Dit verschijnt pas in de 36ste minuut op het toneel. In 2017 bedroeg dit gemiddeld inkomen 28,8 duizend euro. De meeste huishoudens die nu langskomen zijn overwegend werknemers- of ondernemershuishoudens.

Parade van Pen: voornaamste inkomensbron, 2017* (% huishoudens)
MinuutInkomen uit arbeidInkomen uit eigen ondernemingUitkering (bijstand, werkloosheid, arbeidsongeschiktheid)Pensioen
Totaal52,38,911,227,7
143,414,529,512,6
243,212,829,614,4
343,714,526,215,5
430,010,244,715,1
522,36,357,414,1
620,24,654,620,6
719,13,761,415,9
819,13,558,918,5
920,23,452,124,3
1023,93,836,935,3
1126,03,926,543,6
1227,93,919,848,4
1330,03,915,450,6
1431,73,912,551,9
1533,13,610,352,9
1634,73,68,753,0
1736,73,57,652,1
1838,53,77,350,4
1941,63,97,047,6
2044,44,16,844,8
2146,94,46,442,3
2249,04,66,340,1
2350,04,95,939,1
2451,85,05,637,6
2552,75,35,336,8
2654,25,44,935,5
2755,55,54,434,6
2856,95,74,233,2
2958,15,83,932,2
3059,56,03,730,8
3160,46,23,430,0
3261,06,23,229,6
3362,46,63,128,0
3463,87,12,926,2
3565,07,12,825,1
3665,57,22,624,8
3765,97,52,424,2
3866,37,82,323,6
3966,57,82,123,6
4066,78,21,923,2
4166,68,21,923,3
4267,08,61,722,8
4367,38,81,622,3
4467,89,11,621,5
4568,59,61,420,5
4669,49,81,419,4
4769,910,31,218,5
4870,610,71,217,5
4970,611,21,117,1
5070,911,61,016,5
5170,912,50,915,8
5271,013,00,815,2
5370,713,80,714,8
5469,915,00,614,5
5569,116,30,614,0
5667,618,00,513,9
5764,920,60,414,1
5860,724,40,314,5
5954,229,90,315,6
6042,331,60,225,8
*voorlopige cijfers

Reuzen met gemiddeld een lengte van 8 meter

In de staart van de optocht neemt de lengte van de deelnemers reusachtig snel toe. Bijna 515 duizend huishoudens hebben een inkomen van meer dan 50 duizend euro. Zij komen in de laatste vier minuten van de optocht voorbij en zijn meer dan 3 meter lang. In de laatste minuut passeren ware reuzen met in doorsnee een lengte van bijna 8 meter: hun inkomen bedraagt gemiddeld 1,3 ton. Het zijn naar verhouding vaak ondernemersgezinnen en pensioenontvangers met hoge inkomsten uit vermogen naast hun pensioen.

Ongelijkheid piekte in 2014

Iemand die de stoet van ongelijke inkomens elk jaar voorbij ziet komen, zal zich afvragen hoe deze ongelijkheid van jaar tot jaar verandert. Om daarover iets te kunnen zeggen, moet de ongelijkheid in één getal uitgedrukt worden. Hiervoor zijn verschillende maatstaven ontwikkeld; de internationaal meest gebruikte is de zogenaamde Gini-coëfficiënt. De waarde hiervan varieert tussen 0 (iedereen heeft een gelijk inkomen) en 1 (een huishouden beschikt over het volledige inkomen, de rest heeft niets). Voor de optocht van huishoudens in 2017 bedroeg de Gini-coëfficiënt 0,29. In de laatste zes jaar is alleen in 2014 de ongelijkheid toegenomen. Dit was het gevolg van een fiscale maatregel die het voor directeuren-grootaandeelhouders aantrekkelijk maakte zich in dat jaar veel dividend uit te keren.

Inkomensongelijkheid huishoudens (Gini-coëfficiënt)
PeriodenGinicoëfficiënt
20110,288
20120,289
20130,289
20140,303
20150,29
20160,29
2017*0,291
*voorlopig cijfer