Solvabiliteit

De solvabiliteit van grote, niet-financiële vennootschappen kwam in het eerste kwartaal van 2016 uit op 49,7 procent.

Dit is een stijging van 3,5 procentpunt ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Het eigen vermogen steeg met 78,1 miljard meer ten opzichte van een jaar eerder dan het vreemd vermogen, dat met 4,2 miljard steeg. In het eerste kwartaal van 2016 bedroeg het vreemd vermogen 570,1 miljard euro. De toename is afkomstig van schulden met een looptijd langer dan één jaar. Langlopende schulden stegen met 8,9 miljard, het resultaat van 15,8 miljard stijging van schulden buiten de groep en 6,9 miljard daling binnen de groep.

De schulden met een looptijd korter dan één jaar daalden met 7,4 miljard. Deze daling is afkomstig van kortlopende schulden buiten de groep. Kortlopende schulden aan groepsmaatschappijen stegen met 2,7 miljard.

Vergeleken met een kwartaal eerder was de solvabiliteit van grote ondernemingen in het eerste kwartaal van 2016 0,4 procentpunt hoger dan een kwartaal eerder. Het eigen vermogen was met een daling van 0,9 miljard vrijwel stabiel, terwijl het vreemd vermogen met 8,2 miljard daalde. 

Solvabiliteit