Industriebeeld: vertrouwen ondernemers neemt verder toe

27-4-2010 09:30

Ondernemers in de industrie waren in april minder somber gestemd dan in maart 2010. Het producentenvertrouwen steeg van -3,1 naar -1,4, de hoogste waarde in anderhalf jaar tijd. April was de vierde maand op rij waarin het vertrouwen van de ondernemers in de industrie toenam.

De ondernemers in de industrie behaalden in februari 11 procent meer omzet dan een jaar eerder. In januari was de omzet 7 procent hoger dan in dezelfde maand van 2009. De gemiddelde dagproductie van de Nederlandse industrie was in februari 4 procent hoger dan in februari 2009. In januari was de productie nog 5 procent hoger dan een jaar eerder.

De Nederlandse economie is in het vierde kwartaal van 2009 met 2,2 procent gekrompen ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Deze krimp is aanzienlijk kleiner dan in de voorgaande drie kwartalen.

Productiegroei en producentenvertrouwen

Productiegroei en producentenvertrouwen

Ondernemers veel optimistischer over de verwachte productie

Het producentenvertrouwen is samengesteld uit drie deelindicatoren: de verwachte productie in de komende drie maanden, het oordeel over de orderpositie en het oordeel over de voorraden gereed product.

Over de verwachte productie in de komende drie maanden waren de ondernemers veel optimistischer dan in maart. Ook het oordeel over de voorraden gereed product verbeterde, maar in veel mindere mate. Het oordeel over de orderpositie veranderde nauwelijks.

In april rapporteerden de ondernemers een flinke toename van de waarde van de orderontvangst. De index orderpositie (orders uitgedrukt in maanden werk) steeg van 99,5 naar 100,0.

Over de toekomstige ontwikkeling van de werkgelegenheid in hun branche waren de ondernemers iets minder pessimistisch dan in maart. Wel was het aantal ondernemers dat verwacht dat de personeelssterkte in de komende drie maanden zal afnemen nog steeds veel groter dan het aantal dat een toename voorziet.

Onvoldoende vraag werd door veel minder ondernemers genoemd als een productiebelemmering dan een kwartaal eerder. In april was 30 procent van mening dat de productie door een tekortschietende vraag werd belemmerd, tegen 41 procent in januari.

De ondernemers waren in april veel optimistischer over de toekomstige afzet in het buitenland dan een kwartaal eerder. Het aantal ondernemers dat verwacht dat de buitenlandse afzet in de komende drie maanden zal toenemen was veel groter dan het aantal dat een afname voorziet.

De bezettingsgraad steeg van 77,3 procent in januari naar 78,7 procent in april. Desondanks was de bezettingsgraad nog steeds buitengewoon laag. Van 1989 tot en met 2008 benutte de industrie steeds tussen de 80 en 87 procent van haar productiecapaciteit.

Voorraden slinken verder

De ondernemers in de industrie hielden in februari ruim 16 procent minder voorraad gereed product aan dan een jaar eerder. De afname in februari was nog wat groter dan die in de zes voorgaande maanden. De index van de voorraden gereed product (2005=100) kwam uit op 97,6. De afname van de voorraden viel samen met een sterke toename van de omzet in de industrie in februari.

Fors meer omzet in aardolie en chemie

Bij de hogere februariomzet moet in ogenschouw worden genomen dat in november 2008 de grote terugval in de omzet begon. Daarna was de industriële omzet in de eerste negen maanden van 2009 zo’n 20 à 30 procent lager dan een jaar eerder. Sindsdien is de afname steeds kleiner geworden. In december was er voor het eerst weer een hogere omzet.

Februari had in 2010 evenveel werkdagen als in 2009. De door de industrie verkochte producten waren 6 procent duurder dan in februari 2009.

Binnen de industrie was het beeld wisselend. De aardolie-, chemische, rubber- en kunststofproductenindustrie realiseerde evenals voorgaande maand 34 procent meer omzet. De  elektrotechnische- en machine-industrie zette 22 procent meer om dan een jaar eerder. De voedings- en genotmiddelenindustrie zette nagenoeg evenveel om als in februari 2009. De overige branches hadden minder omzet.

Op de exportmarkt was de omzet 16 procent hoger, op de binnenlandse markt 6 procent.

Productie hoger

De gemiddelde dagproductie van de Nederlandse industrie was in februari 4 procent hoger dan in februari 2009. In januari was de productie 5 procent hoger dan een jaar eerder. Bij deze cijfers moet in ogenschouw worden genomen dat in november 2008 de grote terugval in de productie begon. De industriële productie lag in december 2008 en vervolgens in het eerste half jaar van 2009 circa 13 procent lager dan een jaar eerder. Sindsdien is de afname steeds kleiner geworden. In december was er voor het eerst weer een hogere productie.

In de aardolie-, chemische en rubber- en kunststofproductenindustrie was de productie 13 procent hoger dan een jaar eerder. Ook de elektrotechnische en machine-industrie en de basismetaal- en metaalproductenindustrie deden het met een plus van 11 respectievelijk 7 procent erg goed. De voedings- en genotmiddelenindustrie produceerde iets meer dan in februari 2009. In de transportmiddelenindustrie was de productie 3 procent lager.

Krimp bruto toegevoegde waarde industrie kleiner

De Nederlandse economie is in het vierde kwartaal van 2009 met 2,2 procent gekrompen in vergelijking met een jaar eerder. Het jaar 2009 als geheel laat een krimp van de economie met 4 procent zien. Een dergelijke krimp heeft het CBS niet eerder gemeten.

Ten opzichte van een kwartaal eerder groeide de Nederlandse economie in het vierde kwartaal van 2009 met 0,2 procent. Hierbij is rekening gehouden met werkdag- en seizoeneffecten. Het vierde kwartaal van 2009 telde één werkdag meer dan het vierde kwartaal van 2008. Dit is het tweede kwartaal op rij met een positieve kwartaal-op-kwartaalgroei na vier kwartalen met een negatieve groei. De kwartaal-op-kwartaalgroei is wel minder dan in het derde kwartaal, toen Nederland volgens de gangbare definitie uit de recessie raakte.

De goederenproductie lag in het vierde kwartaal 2,2 procent lager dan een jaar eerder. In het derde kwartaal bedroeg de krimp nog 5 procent. De krimp van de industriële productie is teruggelopen van zo’n 13 procent in de eerste helft van 2009 naar respectievelijk 6 en 1 procent in het derde en vierde kwartaal. De productie in de aardolie-, chemische, rubber- en kunststofproductenindustrie was met een groei van 13,5 procent zelfs fors hoger dan een jaar eerder, toen de daling groot was. Ook in de voedings- en genotmiddelenindustrie was het volume van de bruto toegevoegde waarde groter.