610 duizend banen betaald tegen het minimumloon

In 2025 hadden gemiddeld 610 duizend banen van werknemers een uurloon dat maximaal 5 procent afwijkt van het minimumuurloon. Dit worden de minimumloonbanen genoemd. Dat betekent dat 6,7 procent van de werknemersbanen wordt betaald tegen het minimumloon. In vergelijking met 2024 daalde het aantal minimumloonbanen met 6 duizend. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in de vandaag verschenen publicatie De arbeidsmarkt in cijfers 2025.
Er zijn iets meer vrouwen dan mannen met een minimumloonbaan: 311 duizend vrouwen tegen 300 duizend mannen. In 2025 verdiende van alle vrouwelijke werknemers 7,0 procent het minimumloon, bij de mannelijke werknemers was dat 6,3 procent.
Een kwart van de minimumloonbanen is voor jongeren van 20 tot 25 jaar. In deze leeftijdsgroep wordt 16 procent van de banen tegen het minimumloon betaald. Dat is meer dan bij de werknemers tot 20 jaar (4 procent). Bij de werknemers van 30 tot 65 jaar is 5 procent een minimumloonbaan.
| Leeftijd | Mannen (x 1 000) | Vrouwen (x 1 000) |
|---|---|---|
| 15 tot 20 jaar | 16,9 | 14,0 |
| 20 tot 25 jaar | 82,7 | 75,8 |
| 25 tot 30 jaar | 48,6 | 40,8 |
| 30 tot 35 jaar | 29,2 | 25,7 |
| 35 tot 40 jaar | 23,6 | 24,1 |
| 40 tot 45 jaar | 20,0 | 24,5 |
| 45 tot 50 jaar | 17,7 | 24,4 |
| 50 tot 55 jaar | 16,6 | 25,6 |
| 55 tot 60 jaar | 15,6 | 24,8 |
| 60 tot 65 jaar | 13,6 | 19,6 |
| 65 tot 70 jaar | 7,7 | 7,4 |
| 70 tot 75 jaar | 3,6 | 1,7 |
In deeltijdbanen wordt vaker het minimumloon betaald dan in voltijdbanen. Van de deeltijders heeft 8 procent een minimumloonbaan, bij voltijders is dat 4 procent. Daarmee zijn 7 op 10 minimumloonbanen voor deeltijders. Werknemers met een flexibel dienstverband hebben vaker een minimumloonbaan (13 procent) dan werknemers met een vast dienstverband (3 procent).
Bij uitzendbureaus vaakst minimumloon
Bij de uitkomsten naar bedrijfstak is het aandeel minimumloonbanen het hoogst bij de uitzendbureaus (20 procent) en de horeca (16 procent). Absoluut gezien werken de meeste minimumloners in de bedrijfstakken handel (159 duizend) en uitzendbureaus (139 duizend). Deze twee bedrijfstakken zijn samen goed voor de helft van alle minimumloonbanen.
| Bedrijfstak | Banen met minimumuurloon (% van het aantal werknemersbanen per bedrijfstak) |
|---|---|
| Uitzendbureaus | 20,3 |
| Horeca | 15,6 |
| Landbouw en visserij | 12,6 |
| Handel | 10,9 |
| Cultuur, recreatie, overige diensten | 9,6 |
| Vervoer en opslag | 7,4 |
| Totaal alle bedrijfstakken | 6,7 |
| Industrie | 6,0 |
| Zakelijke dienstverlening (excl. uitzendbureaus) | 5,1 |
| Verhuur/handel onroerend goed | 4,1 |
| Informatie en communicatie | 2,7 |
| Bouwnijverheid | 2,4 |
| Zorg | 1,5 |
| Onderwijs | 1,4 |
| Financiële dienstverlening | 1,3 |
| Openbaar bestuur | 1,1 |
Minimumloon stijgt sneller dan cao-lonen en inflatie
In de eerste helft van 2025 bedroeg het bruto minimumloon voor werknemers van 21 jaar en ouder 14,06 euro per uur, in de tweede helft van het jaar 14,40 euro. Hiermee lag het minimumloon op jaarbasis 33,2 procent hoger dan in 2020.
De laatste vijf jaar zijn de minimumlonen meer gestegen dan de cao-lonen en de inflatie. Het verschil zit vooral in 2023, toen in januari de minimumlonen met 10,15 procent werden verhoogd, waarvan 8,05 procent als een bijzondere verhoging. Eerder was in het regeerakkoord uit 2021 afgesproken om de minimumlonen stapsgewijs te verhogen, om werken lonender te maken. Vanwege de uitzonderlijk hoge inflatie en de gevolgen daarvan op het besteedbaar inkomen, werd besloten om het minimumloon in één keer te verhogen.
| Jaar | Minimumloon (2020=100) | Cao-lonen per uur incl. bijzondere beloningen (2020=100) | Inflatie (CPI) (2020=100) |
|---|---|---|---|
| 2020 | 100,0 | 100,0 | 100,0 |
| 2021 | 101,6 | 102,1 | 102,7 |
| 2022 | 104,4 | 105,4 | 112,9 |
| 2023 | 117,9 | 111,8 | 117,3 |
| 2024 | 126,1 | 119,1 | 121,2 |
| 2025 | 133,2 | 125,1 | 125,2 |
Minimumloon bedraagt ruim de helft van het gemiddelde loon
Gemiddeld over 2025 was het wettelijk minimumloon per uur 14,23 euro voor werknemers van 21 jaar en ouder. Het vergelijkbare gemiddelde verdiend uurloon van alle werknemers is 26,59 euro, het mediane uurloon (middelste uurloon) 23,51 euro. Dit betekent dat het minimumloon in 2025 gelijk was aan 53,5 procent van het gemiddeld verdiend loon en 60,5 procent van het mediane loon.
Nederlands minimumloon 3e in de EU
In de Europese Unie hebben 22 van de 27 landen een algemeen minimumloon. In 2025 hadden alleen Luxemburg en Ierland een hoger minimumloon dan Nederland, waarbij voor Nederland het minimumuurloon is omgerekend naar een maandbedrag op basis van een 36-urige werkweek.
De laatste jaren is het Nederlandse minimumloon fors verhoogd. Begin 2025 waren de minimumlonen in Nederland 33 procent hoger dan vijf jaar eerder. Nederland is hiermee echter geen koploper: in veertien EU-landen zijn de minimumlonen sterker toegenomen.
| Land | Minimumloon (euro) |
|---|---|
| Luxemburg | 2638 |
| Ierland | 2282 |
| Nederland | 2193 |
| Duitsland | 2161 |
| België | 2070 |
| Frankrijk | 1802 |
| Spanje | 1381 |
| Slovenië | 1278 |
| Polen | 1091 |
| Litouwen | 1038 |
| Portugal | 1015 |
| Cyprus | 1000 |
| Kroatië | 970 |
| Griekenland | 968 |
| Malta | 961 |
| Estland | 886 |
| Tsjechië | 826 |
| Slowakije | 816 |
| Roemenië | 814 |
| Letland | 740 |
| Hongarije | 707 |
| Bulgarije | 551 |
| 1)Vijf EU-landen hebben geen algemeen minimumloon: Denemarken, Finland, Italië, Oostenrijk en Zweden. | |
Bronnen
- Link Publicatie – De arbeidsmarkt in cijfers 2025
- Link StatLine – Aantal minimumloonbanen
- Externe link StatLine – Cao-lonen
- Externe link StatLine – Consumentenprijzen
- Externe link Eurostat – Minimumloon EU
- Link Methode – Methodebeschrijving minimumloonbanen (vanaf 2024)