Bijna kwart meer gebruik Wmo dan in 2017, vooral door 75- tot 85-jarigen

Vrouw lapt de ramen
© ANP / Patricia Rehe

In 2025 maakten bijna 1,3 miljoen mensen gebruik van maatwerkvoorzieningen vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), 23 procent meer dan in 2017. Met deze wet helpen gemeenten inwoners om zo lang mogelijk zelfstandig thuis te kunnen blijven wonen. Het aantal cliënten is het meest toegenomen onder 75- tot 85-jarigen. Dit blijkt uit de Landelijke Monitor Wmo van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), op basis van cijfers uit de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein (GMSD).

Wmo-cliënten¹⁾
JaarJonger dan 30 jaar (x 1 000)30 tot 45 jaar (x 1 000)45 tot 60 jaar (x 1 000)60 tot 75 jaar (x 1 000)75 tot 85 jaar (x 1 000)85 jaar of ouder (x 1 000)
201797,52091,850152,935226,710273,590203,425
2018108,09596,770159,925239,980279,575208,630
2019112,980103,205167,670261,615299,495216,895
2020118,675109,465173,085277,485313,335224,710
2021
2022116,470110,985167,960286,165332,110226,255
2023115,790111,125164,505285,745343,630226,960
2024118,815114,335165,480292,990358,555233,680
2025*119,040115,700162,355294,770363,670238,810
*voorlopige cijfers ¹⁾het totaal aantal Wmo-cliënten in 2021 is niet bekend, omdat niet alle gemeenten gegevens over verblijf en opvang aanleverden

Het aantal 75- tot 85-jarigen dat in 2025 gebruik maakte van Wmo-maatwerkvoorzieningen lag 33 procent hoger dan in 2017, het eerste jaar waarover het CBS heeft gepubliceerd. Een maatwerkvoorziening is bedoeld voor persoonlijke hulp, om zelfstandig te kunnen blijven wonen en mee te blijven doen in de samenleving. Hieronder vallen bijvoorbeeld een scootmobiel, hulp bij het huishouden of een aanpassing aan het huis.

Een cliënt krijgt alleen een maatwerkvoorziening na een onderzoek van de woongemeente. Deze vorm van Wmo-ondersteuning wordt het vaakst ingezet door gemeenten. Naast maatwerkvoorzieningen kunnen ze ook een Wmo-ondersteuning aanbieden in de vorm van algemene voorzieningen of een combinatie.

‘Dubbele vergrijzing’

De toename van het aantal mensen dat gebruikmaakt van Wmo-maatwerkvoorzieningen hangt samen met het verschijnsel ‘dubbele vergrijzing’: niet alleen neemt het aandeel ouderen in de bevolking toe, ook binnen de groep ouderen groeit het aantal 80-plussers.

Tegelijkertijd blijven ouderen steeds langer zelfstandig thuis wonen, waardoor de behoefte aan ondersteuning op hogere leeftijd toeneemt. Dat is ook zichtbaar in de stijging van het aantal mensen dat hulp bij het huishouden ontvangt of gebruik maakt van hulpmiddelen en diensten.

Wmo-cliënten¹⁾, type maatwerk
JaarOndersteuning thuis (x 1 000)Hulp bij het huishouden (x 1 000)Verblijf en opvang (x 1 000)Hulpmiddelen en diensten (x 1 000)
2017237,705393,68534,815690,490
2018251,585389,74043,270719,695
2019253,535437,59545,050753,415
2020261,490495,15547,295767,750
2021256,735508,460770,275
2022253,340527,66533,805772,515
2023250,975535,31033,560774,025
2024252,480555,93534,635795,340
2025*249,625565,92534,310799,210
*voorlopige cijfers ¹⁾het totaal aantal Wmo-cliënten in 2021 is niet bekend, omdat niet alle gemeenten gegevens over Verblijf en opvang aanleverden

Wmo-uitgaven blijven toenemen

Gemeenten geven steeds meer uit aan Wmo-maatwerkvoorzieningen. In 2025 bereikten de uitgaven een nieuwe piek van ruim 6,3 miljard euro, 38 procent meer dan in 2017. De stijging komt niet alleen door meer cliënten, maar ook door hogere gemiddelde kosten per cliënt (gemiddeld 12 procent), onder andere door een zwaardere zorgvraag en hogere tarieven.

Vooral de uitgaven aan hulp bij het huishouden zijn toegenomen; deze zijn verdubbeld. De invoering van het zogenoemde Abonnementstarief in 2019 speelde hierbij een rol: de lagere en vaste eigen bijdrage verlaagde de drempel voor Wmo-ondersteuning, waardoor het gebruik toenam en daarmee ook de gemeentelijke uitgaven.

Uitgaven Wmo-maatwerkvoorzieningen
JaarOndersteuning thuis (mld euro)Hulp bij het huishouden (mld euro)Verblijf en opvang (mld euro)Hulpmiddelen en diensten (mld euro)
20171,3890,9381,7280,542
20181,5260,9911,8200,590
20191,6201,1461,8510,672
20201,6591,3151,9250,677
20211,6901,3991,3320,662
20221,6661,4561,2790,694
20231,6981,6211,3960,787
20241,8401,7691,5500,832
2025*1,9091,8751,6600,847
*voorlopige cijfers

Meer inzicht in lokaal Wmo-beleid

Het dashboard van de Landelijke Wmo-monitor biedt meer inzicht in het lokale Wmo-beleid van gemeenten. De meeste gemeenten (86 procent) boden bijvoorbeeld in 2024 hulp bij het huishouden uitsluitend als maatwerkvoorziening aan, maar er zijn grote regionale verschillen in de manier waarop gemeenten de ondersteuning organiseren.

11 procent van de gemeenten biedt hulp bij het huishouden aan als algemene voorziening. Hieronder valt laagdrempelige en eenvoudige hulp die voor alle inwoners beschikbaar is, bijvoorbeeld een maaltijdservice (tafeltje-dek-je), koffie-ochtenden in het wijkcentrum of digitale hulp die wordt verleend aan burgers in de bibliotheek.

Aantal gemeenten die een vorm van hulp bij het huishouden aanbieden
PeriodeMaatwerkvoorzieningAlgemene voorzieningCombinatie van maatwerk- en algemene voorzieningGeen aanbod
201728538812
201829632712
201928533113
202027423125
202127726145
202228328162
20232873783
20242933674

Sterke daling persoonsgebonden budget

Het dashboard van de Landelijke Wmo-monitor is uitgebreid met informatie over het persoonsgebonden budget (pgb). Een pgb is een manier waarop een Wmo-maatwerkvoorziening gefinancierd kan worden. Steeds minder mensen maken hier gebruik van. In 2017 hadden ruim 58 duizend mensen een pgb. In 2024 zijn dat er nog ruim 31 duizend, bijna een halvering.

Wmo-cliënten met persoonsgebondenbudget (PGB)
JaarCliënten (x 1 000)
201758,175
201854,235
201951,015
202047,870
202141,515
202236,695
202333,695
2024*31,335
*voorlopige cijfers