Verdeling: Subjectief welzijn
Subjectief welzijn gaat over hoe mensen hun leven waarderen. Het gaat om tevredenheid met het leven als geheel en met specifieke aspecten van het leven. Het gaat ook om positieve en negatieve gevoelens die mensen ervaren en de mate waarin ze het gevoel hebben dat hun leven doel en betekenis heeft. Subjectief welzijn wordt sterk bepaald door de mate waarin mensen regie over hun leven ervaren. De verschillen tussen bevolkingsgroepen worden gemeten met de tevredenheid met het eigen leven.
Subjectief welzijn – of het welbevinden van de bevolking – is een belangrijk aspect van brede welvaart, omdat het sterk verweven is met de kwaliteit van leven. Het welbevinden van mensen geeft inzicht in hoe zij hun eigen leven in het algemeen waarderen, dus relatief los van objectieve maatstaven zoals inkomen of positie op de arbeidsmarkt.
- 18- tot 35-jarigen, mensen met basisonderwijs of een vmbo-diploma en migranten zijn minder vaak dan gemiddeld tevreden met hun leven.
- Volwassenen van 65 jaar of ouder, hbo’ers en universitair geschoolden en mensen met een Nederlandse herkomst zijn vaker dan gemiddeld tevreden met het leven.
- Het totale aandeel mensen dat aangeeft tevreden te zijn met het leven, was in 2025 2,4 procentpunt lager dan in 2019. Bij de jongste leeftijdsgroep (18 tot 25 jaar) was de daling, met bijna 7 procentpunt, aanmerkelijk sterker dan gemiddeld.
Tevredenheid met het leven
In 2025 zei 84,9 procent van de volwassenen in Nederland tevreden te zijn met hun leven op dat moment. Dit is 2,4 procentpunten lager dan in 2019. Verder was in 2025 12,2 procent niet tevreden en niet ontevreden en een relatief kleine groep van 3,0 procent zei ontevreden met het leven te zijn.
Onder de 18- tot 25-jarigen geeft 79,5 procent aan tevreden te zijn met het leven, onder de 25- tot 35-jarigen is dat 81,1 procent. Bij de 18-tot 25-jarigen is de tevredenheid bovendien sterker dan gemiddeld afgenomen ten opzichte van 2019 (6,6 procentpunt lager). Volwassenen van 65 jaar of ouder zijn daarentegen vaker tevreden met het leven dan gemiddeld. Onder de 65- tot 75-jarigen geeft 90,9 procent aan tevreden te zijn met het leven, onder de 75-plussers is dat 88,7 procent. Ook heeft de tevredenheid bij deze groepen zich gunstiger dan gemiddeld ontwikkeld vergeleken met 2019. Ten opzichte van dat jaar was er bij hen geen sprake van een daling in het aandeel dat tevreden was met het leven.
Mensen met basisonderwijs of een vmbo-diploma zijn minder vaak dan gemiddeld tevreden met het leven. Hbo’ers en universitair geschoolden zijn juist bovengemiddeld vaak tevreden met het leven.
Mensen die in Nederland zijn geboren en hun ouders ook, zijn met 86,8 procent bovengemiddeld vaak tevreden over het leven. Migranten zijn minder vaak dan gemiddeld tevreden met het leven.