Motorvoertuigenpark

Wat behelst het onderzoek

Doel

Het samenstellen van overzichten met informatie over de omvang en samenstelling van het Nederlandse motorvoertuigenpark, naar kenmerken van het voertuig en van de eigenaar. De gegevens zijn per voertuigcategorie onder meer uitgesplitst naar bouwjaar, brandstofsoort, gewichtsklasse en eigendom. Voorts is een indeling gemaakt naar kenmerken van de eigenaar (leeftijd en woonplaats).

De gedetailleerde gegevens over het motorvoertuigenpark vormen het referentiekader voor andere onderzoeken op het gebied van verkeer en vervoer, zoals steekproef- en ophoogkader bij de bepaling van personen- en goederenstromen, regionale toedeling van mobiliteitsonderzoeken, e.d.

Doelpopulatie

Alle voertuigen die met een geldig Nederlands kenteken zijn toegelaten tot deelname aan het verkeer op de openbare weg.

Statistische eenheid

Elk voertuig met een geldig Nederlands kenteken.

Aanvang onderzoek

In de StatLine-database zijn gedetailleerde gegevens over het motorvoertuigenpark beschikbaar vanaf peildatum 1 januari 2000. Tijdreeksgegevens met een beperktere en andere mate van detail zijn beschikbaar vanaf 1983 in de Historische tijdreeksen voor SVV voor Motorvoertuigen op StatLine. Verder zijn ook nog oudere tijdreeksgegevens op aanvraag verkrijgbaar bij het CBS.

Frequentie

De gegevens over het voertuigenpark worden jaarlijks geleverd door RDW Centrum voor Voertuigtechniek en Informatie.

De statistische informatie over het voertuigenpark op StatLine wordt jaarlijks geactualiseerd.

Publicatiestrategie

Detailinformatie verschijnt jaarlijks in definitieve vorm in zes afzonderlijke StatLinetabellen in de StatLinedatabank onder Vervoermiddelen-Motorvoertuigen:

Hoe wordt het uitgevoerd

Soort onderzoek

Het onderzoek is gebaseerd op integrale tellingen van gegevens uit het kentekenregister van RDW Centrum voor Voertuigtechniek en Informatie. Met behulp van deze registratie worden tellingen gemaakt van alle voertuigen met actuele, houderschapsplichtige kentekens die op 1 januari van elk verslagjaar in het kentekenbestand voorkomen.

Waarnemingsmethode

Het CBS ontvangt jaarlijks van RDW Centrum voor Voertuigtechniek en Informatie de basisgegevens uit het kentekenregister in digitale vorm.

Berichtgevers

De statistieken over het motorvoertuigenpark zijn gebaseerd op de gegevens uit het kentekenregister van RDW Centrum voor Voertuigtechniek en Informatie (de voormalige Rijksdienst voor het Wegverkeer, tot 1996). De RDW is als uitvoeringsorganisatie van de Nederlandse overheid verantwoordelijk voor de bewaking van de veiligheids- en milieu-aspecten van het Nederlandse voertuigenpark. Daarnaast registreert de RDW gegevens van voertuigen, hun eigenaren/houders en de afgegeven documenten en verstrekt informatie dienaangaande aan derden. Belangrijk onderdeel van de werkzaamheden is het scheppen van voorwaarden ter voorkoming en bestrijding van fraude en criminaliteit.

Steekproefomvang

Het betreft een integrale telling van alle voertuigen uit het kentekenregister van de RDW, die aan alle registratieverplichtingen hebben voldaan en waarvoor een geldig kenteken is afgegeven. Kentekens waarvan de houderschapsverplichting tijdelijk is opgeschort worden hierbij meegerekend.

Bij het bepalen van het actief park motorvoertuigen worden de volgende kentekens niet geteld:

• De bijzondere kentekens zoals omschreven in artikel 4 van Hoofdstuk 2 van het Kentekenreglement, met uitzondering van die welke worden genoemd in lid 5 (ZZ-kentekens).
• Kentekens die zijn afgegeven voor voertuigen in gebruik bij de Nederlandse strijdkrachten en bij in Nederland gelegerde militaire organisaties (NATO, AFNORTH e.d.).
• Kentekens in de bedrijfsvoorraad.
• Kentekens die ongeldig zijn verklaard door uitval (sloop, export, buiten registratie gesteld).
• Kentekens waarvan het voertuig gestolen of vermist is.

Controle- en correctiemethoden

Na ontvangst van de basisgegevens worden bepaalde bestaanbaarheidscontroles uitgevoerd op technische kenmerken van het voertuig (relatie tussen gewicht, laadvermogen en model) en demografische kenmerken van de eigenaar (postcode en woonplaats).

Weging

N.v.t.

Wat is de kwaliteit van de uitkomsten

Nauwkeurigheid

N.v.t.

Volgtijdelijke vergelijkbaarheid

Op 1 april 1995 is de houderschapsbelasting ingevoerd, waardoor eveneens de regels voor de afgifte van een geldig kentekenbewijs werden aangepast. Vanaf die datum is de verstrekking van een geldig kenteken rechtstreeks gekoppeld aan een aantal andere verplichtingen (wegenbelasting, wet aansprakelijkheid motorvoertuigen).
In dit verband zijn ook de regels voor het afmelden van een voertuig bij de RDW aangescherpt. Deze wijzigingen in de opzet van de kentekenregistratie zijn uiteraard ook van invloed geweest op de statistische methode voor de bepaling van de omvang van het totale motorvoertuigenpark.
Hierbij zijn met name drie aspecten van belang.

1. Onderscheid tussen administratief en actief park

Voor 1995 werd de omvang van het motorvoertuigenpark jaarlijks vastgesteld op basis van alle motorvoertuigen met een geldig Deel-III. Omdat eigenaren van gesloopte of geëxporteerde voertuigen deze wijziging niet altijd bij de RDW aanmeldden, was er jaarlijks op de peildatum 1 augustus een verschil tussen het bestand op basis van Deel-III (het administratieve park) en het aantal voertuigen dat werkelijk in gebruik was (het actieve park).
De vaststelling van dit actieve park geschiedde tot 1995 op basis van een door het CBS toegepaste correctiemethodiek. Door de stringente bepalingen van de houderschapsbelasting zijn gesloopte en geëxporteerde voertuigen thans wel op betrouwbare en volledige wijze in de kentekenregistratie verwerkt. Hiermee is het onderscheid tussen het administratief en actief park vanaf 1995 vervallen.

2. Gewijzigde peildatum

Vóór 1995 werd de omvang van het park vastgesteld op basis van alle motorvoertuigen met een geldig Deel-III. De jaarlijkse verstrekking van de Delen-III aan alle eigenaren vond plaats tijdens de maanden oktober tot en met februari. Om de administratieve lastendruk voor de RDW te verlichten, vond de statistische vaststelling van het park daarom jaarlijks plaats op de peildatum 1 augustus.
Nadat in 1995 het Deel-III werd afgeschaft, kon vanaf 1996 worden gekozen voor een nieuwe peildatum voor de statistische vaststelling van het motorvoertuigenpark. Vanwege aansluiting bij andere (internationale) statistieken is gekozen voor een jaarlijkse peildatum op 1 januari. Voor de bepaling en ophoging van de gereden kilometers met deze voertuigen wordt daarnaast jaarlijks nog een gemiddeld actief park berekend.

3. Tijdreeksen

Door bovenstaande wijzigingen zijn bestaande tijdreeksen aangepast. Deze reeksen betreffen het actieve park op de peildatum 1 januari van elk jaar. Daarnaast wordt in andere publicaties (m.n. in combinatie met verkeersprestaties) gebruik gemaakt van een reeks op basis van het gemiddelde actieve park (deze sluit aan bij de oude reeksen met als peildatum 1 augustus). Bij de interpretatie van deze twee reeksen, zowel bij onderlinge vergelijking als met de gedetailleerde informatie uit de afzonderlijke jaarpublicaties uit het verleden, dient dus met bovenstaande aanpassingen rekening te worden gehouden.

Beschrijving kwaliteitsstrategie

n.v.t.