Luchtverontreiniging, emissies door stationaire bronnen

Wat behelst het onderzoek

Doel

Het vaststellen van de landelijke emissies (= uitstoot) naar lucht door stationaire bronnen.

Doelpopulatie

In Nederland gevestigde bedrijven en huishoudens met stationaire emissiebronnen. Stationaire bronnen zijn installaties voor het verbranden van brandstoffen (opwekken van warmte, kracht of energie), installaties voor industriële processen en andere niet-mobiele activiteiten (bijvoorbeeld op- en overslag). Het onderzoek betreft de emissies van negen stoffen, te weten CO2, CH4, N2O, CO, VOS, NH3, NOx, SO2 en PM10.

Statistische eenheid 

Bedrijven (volgens de Standaard Bedrijfseenheid, SBI) en huishoudens.

Aanvang onderzoek 

1990.

Frequentie

Jaarlijks.

Publicatiestrategie

Voorlopige cijfers worden circa negen maanden en definitieve cijfers circa veertien maanden na het verslagjaar gepubliceerd. Door het toepassen van verbeterde berekeningsmethoden en het gebruik van nieuwe gegevensbronnen kunnen definitieve cijfers herzien worden. Met zo’n revisie wordt de volgtijdelijke vergelijkbaarheid gewaarborgd. De door het CBS gepubliceerde cijfers op de website zijn consistent met die uit de landelijke Emissieregistratie en in het Compendium voor de Leefomgeving.

Hoe wordt het uitgevoerd

Soort onderzoek

In het onderzoek wordt gebruik gemaakt van milieujaarverslagen, CBS-energiegegevens en emissiefactoren. Het onderzoek vindt plaats binnen het samenwerkingsverband van de Emissieregistratie.  De deelnemende instituten zijn: het CBS, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), het Landbouw Economisch Instituut (LEI), Alterra, de Waterdienst van Rijkswaterstaat, Deltares, TNO en RVO (voorheen AgentschapNL).

Waarnemingsmethode

• De emissies van broeikasgassen (CO2, CH4, N2O) uit stationaire bronnen worden berekend op basis van het brandstofverbruik volgens de Energiestatistieken van het CBS. De omvang van de emissies wordt bepaald door vermenigvuldiging van het brandstofverbruik met emissiefactoren. Voor de emissiefactoren wordt voor CO2 gebruik gemaakt van de nationale brandstoffenlijst of van bedrijfsspecifieke data afkomstig uit de milieujaarverslagen. De emissiefactoren per brandstofsoort voor methaan en distikstofoxide zijn ontleend aan het Nationaal Systeem voor monitoring en rapportage van broeikasgasemissies.
• De emissies van de overige stoffen (CO, VOS, NH3, NOx, SO2 en PM10) zijn gebaseerd op gegevens uit de milieujaarverslagen. Ophoging naar nationale totalen gebeurt met behulp van energiegegevens (van het CBS) en emissiefactoren. Deze emissiefactoren zijn afgeleid uit de milieujaarverslagen of afkomstig uit literatuur (w.o. het European Monitoring and Evaluation Programme en TNO).

Berichtgevers 

Niet van toepassing.

Steekproefomvang

De registratie van de milieujaarverslagen omvat een bestand van circa 800 bedrijven. Deze bedrijven zijn op grond van aard en omvang van hun emissies wettelijk verplicht een milieujaarverslag in te dienen bij het bevoegde gezag. De waarneming op grond van milieujaarverslagen is daardoor geen aselecte steekproef uit de populatie van alle bedrijven.

Controle- en correctiemethoden 

Controle vindt plaats door een trendanalyse op de basisgegevens (brandstofverbruik en emissies) van de individuele bedrijven uit de milieujaarverslagen.

  
Weging 

Het brandstofverbruik van de Energiestatistieken van het CBS omvat de gehele Nederlandse economie. Voor de berekening van de emissies van broeikasgassen is derhalve geen ophoging of weging nodig.
Voor de berekening van de totale emissies van niet-broeikasgassen wordt op SBI-niveau opgehoogd op basis van energiegegevens van het CBS.

Wat is de kwaliteit van de uitkomsten

Nauwkeurigheid

• De emissies van CO2 worden berekend uit bronnen met een grote nauwkeurigheid, te weten energiegegevens van de Nederlandse Energiehuishouding (van zowel bedrijven als huishoudens) en emissiefactoren van de IPCC. Hierdoor is de kwaliteit van deze gegevens hoog.
• Bij de overige stoffen wordt uitgegaan van de gegevens die de bedrijven opgeven in hun milieujaarverslagen. Indien een milieujaarverslag niet voldoet aan de kwaliteitscriteria van de Emissieregistratie worden de gegevens daaruit niet meegenomen. Op deze manier blijft de kwaliteit gewaarborgd.

Volgtijdelijke vergelijkbaarheid

• De methode van berekening van alle emissies is gewijzigd vanaf het verslagjaar 1999 door de invoering van het milieujaarverslag als basis voor de gegevensverzameling. Deze wijziging heeft geen invloed gehad op de emissieniveaus.
• Voor de berekening van de emissies van broeikasgassen is vanaf  het verslagjaar 2004 een nieuwe methodiek gebruikt. Deze berekening is grotendeelsgebaseerd op de energiestatistieken van het CBS en voor een klein deel op de milieujaarverslagen. Om CO2-emissies te kunnen berekenen op basis van de energiestatistieken is in 2004 onderzoek gedaan naar de bruikbaarheid en consistentie van deze cijfers. Er heeft een herberekening plaatsgevonden van alle verslagjaren vanaf 1990, waardoor er geen methodebreuk bestaat.

Beschrijving kwaliteitsstrategie

Er vindt in het kader van de Emissieregistratie een trendanalyse plaats waarbij de emissies per stof door de verschillende partijen in de Emissieregistratie worden beoordeeld op plausibiliteit en consistentie. De uiteindelijke vaststelling van de emissies, inclusief het doorvoeren van nieuwe berekeningsmethoden, gebeurt eveneens binnen het samenwerkingsverband van de Emissieregistratie.
Meer informatie geeft de publicatie Berekening van emissies stationaire bronnen door brandstofverbruik.