Bijna een derde van de werknemers werkt bij een familiebedrijf
Een familiebedrijf is een bedrijf waarbij één familie direct of indirect een meerderheid van zeggenschap heeft (bij beursgenoteerde bedrijven 25 procent). De familie moet formeel betrokken zijn bij het bestuur en het bedrijf moet ook juridisch overdraagbaar zijn. Bedrijven van ondernemingengroepen met 1 werkzaam persoon rekent het CBS tot een aparte groep. Dit zijn vooral zzp’ers.
Veel in detailhandel en landbouw, bosbouw en visserij
De meeste familiebedrijven zijn te vinden in de detailhandel (ruim 36 duizend) en in de landbouw, bosbouw en visserij (bijna 36 duizend). In de landbouw, bosbouw en visserij is het aandeel familiebedrijven met bijna 45 procent ook het hoogst van alle bedrijfstakken.
Binnen de landbouw, bosbouw en visserij zit drie kwart van de werknemersbanen bij een familiebedrijf. In de autohandel en reparatie, de horeca en de bouwnijverheid zit ook een relatief groot deel van de werknemersbanen bij familiebedrijven. In de detailhandel komt iets meer dan de helft van de werknemersbanen van familiebedrijven. In de andere bedrijfstakken is het aandeel van familiebedrijven in de werknemersbanen minder groot.
| Bedrijfstak | Familiebedrijf (%) | Niet-familiebedrijf (%) | Bedrijven van ondernemingengroepen met 1 werkzaam persoon (%) | Geen bedrijf (%) |
|---|---|---|---|---|
| Alle economische activiteiten | 31,0 | 50,2 | 2,0 | 16,8 |
| Landbouw, bosbouw en visserij | 73,3 | 23,6 | 2,9 | 0,2 |
| Autohandel en -reparatie | 68,6 | 29,3 | 1,9 | 0,2 |
| Horeca | 63,1 | 35,8 | 0,6 | 0,5 |
| Bouwnijverheid | 57,8 | 39,2 | 2,9 | 0,0 |
| Detailhandel (niet in auto's) | 50,9 | 48,3 | 0,7 | 0,0 |
| Groothandel en handelsbemiddeling | 42,6 | 55,5 | 1,9 | 0,0 |
| Zakelijke dienstverlening | 37,8 | 55,0 | 5,0 | 2,2 |
| Vervoer en opslag | 35,1 | 61,3 | 0,7 | 3,0 |
| Industrie | 34,7 | 56,8 | 0,7 | 7,9 |
| Verhuur en handel van onroerend goed | 31,2 | 45,4 | 9,0 | 14,6 |
| Cultuur, sport en overige dienstverlening | 28,9 | 27,4 | 1,5 | 42,3 |
| Delfstoffenwinning | 25,6 | 69,5 | 0,0 | 2,4 |
| Informatie en communicatie | 24,3 | 69,4 | 4,1 | 2,3 |
| Financiële dienstverlening | 14,3 | 76,3 | 7,4 | 2,0 |
| Energie, water en afvalbeheer | 14,1 | 73,4 | 1,1 | 11,3 |
| Overheid en zorg | 8,2 | 46,8 | 0,5 | 44,6 |
Relatief meer jonge werknemers
Werknemers bij familiebedrijven zijn relatief jong: 31 procent van de werknemers is jonger dan 25 jaar. Bij niet-familiebedrijven is dat 22 procent. Het grotere belang van de detailhandel en de horeca (waar relatief veel jongeren werken) in het totaal aan werknemers bij familiebedrijven verklaart deels dit verschil.Meeste familiebedrijven zijn microbedrijven
Van alle familiebedrijven in 2024 was 85 procent een microbedrijf (2 tot 10 werkzame personen), ruim 252 duizend in totaal. Bij de niet-familiebedrijven is 52 procent een microbedrijf.
Van de bedrijven en instellingen in het grootbedrijf (250 of meer werkzame personen) was 17 procent (630 bedrijven) een familiebedrijf. Van de instellingen zonder winstoogmerk (geen bedrijf) is het merendeel zzp (1 werkzaam persoon). Daarnaast zijn er nog bijna 1,8 miljoen bedrijven van ondernemingengroepen met 1 werkzaam persoon (zzp’ers).
| Type | 1 werkzaam persoon1) (%) | 2 tot 10 werkzame personen (%) | 10 tot 50 werkzame personen (%) | 50 tot 250 werkzame personen (%) | 250 of meer werkzame personen (%) |
|---|---|---|---|---|---|
| Bedrijven van ondernemingengroepen met 1 werkzaam persoon | 100,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Familiebedrijven | 1,6 | 85,3 | 11,3 | 1,5 | 0,2 |
| Niet-familiebedrijven | 32,2 | 52,4 | 11,0 | 3,4 | 1,1 |
| Geen bedrijf | 78,1 | 11,2 | 5,5 | 3,2 | 2,1 |
| 1)De ondernemingengroep is het identificatieniveau. Onderliggende bedrijven kunnen kleiner zijn. Zodoende zijn er familiebedrijven, niet-familiebedrijven en geen bedrijven met 1 werkzaam persoon. | |||||
Familiebedrijven vaker ouder
Vergeleken met niet-familiebedrijven bestaan familiebedrijven langer. Van de familiebedrijven was bijna 19 procent dertig jaar of ouder. Bij niet-familiebedrijven gold dit voor bijna 9 procent. Het grootste deel van de familiebedrijven (46 procent) was tien tot dertig jaar oud. Iets meer dan 29 procent van de niet-familiebedrijven was in deze leeftijdsklasse te vinden.
| Type | Jonger dan 3 jaar (%) | 3 tot 5 jaar (%) | 5 tot 10 jaar (%) | 10 tot 30 jaar (%) | 30 jaar of ouder (%) |
|---|---|---|---|---|---|
| Bedrijven van ondernemingengroepen met 1 werkzaam persoon | 32,8 | 14,8 | 22,2 | 27,6 | 2,7 |
| Familiebedrijven | 11,0 | 7,4 | 16,6 | 46,2 | 18,9 |
| Niet-familiebedrijven | 27,9 | 12,7 | 21,4 | 29,3 | 8,7 |
| Geen bedrijf | 24,1 | 9,2 | 20,8 | 31,7 | 14,2 |
Bronnen
- Longread - Familiebedrijven in Nederland, 2024
- Tabellenset – Familiebedrijven in Nederland, 2024-2025