Beschikbaar inkomen huishoudens 2,1 procent hoger in eerste kwartaal

Dit zijn de nieuwste cijfers over dit onderwerp. Bekijk eerdere cijfers.
424833435557727a6e525466545034423479624b73413d3d
© CBS

Het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens was in het eerste kwartaal van dit jaar 2,1 procent hoger dan een jaar eerder. De toename is vooral toe te schrijven aan een stijging van de beloning van werknemers, door hogere cao-lonen en een groei van het aantal banen, en een stijging van sociale uitkeringen. De hypotheekschuld groeide met bijna 11,8 miljard euro ten opzichte van een kwartaal eerder, naar 947 miljard euro. Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek op basis van nieuwe cijfers over de financiën van huishoudens.

Netto reëel beschikbaar inkomen huishoudens
JaarPeriodeRBI (%-verandering t.o.v. een jaar eerder, voortschrijdend jaargemiddelde)
20221e kwartaal1,5
20222e kwartaal0,4
20223e kwartaal0,3
20224e kwartaal0,8
20231e kwartaal1,4
20232e kwartaal1,8
20233e kwartaal1,9
20234e kwartaal2
20241e kwartaal1,9
20242e kwartaal1,8
20243e kwartaal1,1
20244e kwartaal2
20251e kwartaal1,8
20252e kwartaal3,1
20253e kwartaal3,4
20254e kwartaal2,5
20261e kwartaal2,1

Beloning werknemers draagt meest bij aan stijging huishoudinkomen

Het inkomen van werknemers lag hoger dan in het eerste kwartaal van 2025. De totale beloning van werknemers groeide met 5,4 procent. Het aantal banen van werknemers groeide met 1,4 procent, en de cao-lonen waren 4,5 procent hoger. Het gemengd inkomen lag 4,5 procent lager dan hetzelfde kwartaal vorig jaar.

De stijging van het totaal aan ontvangen uitkeringen bedroeg 6,4 procent. De uitkeringen stijgen verder doordat uitkeringen vaak zijn gekoppeld aan het minimumloon, dat ten opzichte van een jaar eerder met 4,6 procent toenam. Daarnaast ontvingen huishoudens hogere pensioenuitkeringen. Dat komt deels doordat pensioenfondsen die per 1 januari 2026 zijn ingevaren in het nieuwe pensioenstelsel de uitkeringen met relatief hoge percentages hebben verhoogd. Huishoudens betaalden 5 procent meer belastingen en sociale premies.

Om tot het reëel beschikbaar inkomen te komen, wordt het netto beschikbaar inkomen gecorrigeerd voor prijsstijgingen.

Bijdrage van verschillende componenten aan de opbouw van het beschikbaar inkomen, 1e kwartaal
Jaar2026 (mld euro)2025 (mld euro)
Beloning van werknemers134,566127,635
Sociale uitkeringen50,0247,017
Gemengd inkomen24,56925,738
Saldo inkomen uit vermogen en overige inkomensoverdrachten14,3714,753
Exploitatieoverschot11,81211,695
Belastingen en sociale premies-93,874-89,418
 

Hypotheekschuld neemt toe, schuldquote neemt toe

In het eerste kwartaal van 2026 nam de woninghypotheekschuld toe met 11,8 miljard euro vergeleken met een kwartaal eerder. De hypotheekschuld loopt sterker op dan vorig jaar doordat de huizenprijzen in het eerste kwartaal hoger lagen dan een jaar eerder en er meer woningen werden verkocht. De hypotheekschuld als percentage van het bbp was 80,1 procent. Een jaar eerder was dit 79,5 procent.

Hypotheekschuld huishoudens
JaarPeriodeHypotheekschuld (% bbp (voortschrijdend jaargemiddelde)) (% bbp (voortschrijdend jaargemiddelde))
20001e kwartaal75
20002e kwartaal75,8
20003e kwartaal76,9
20004e kwartaal77,3
'011e kwartaal77,4
'012e kwartaal77,9
'013e kwartaal78,6
'014e kwartaal79,3
'021e kwartaal79,8
'022e kwartaal80,9
'023e kwartaal81,9
'024e kwartaal83
'031e kwartaal83,9
'032e kwartaal85,4
'033e kwartaal87,6
'034e kwartaal88,8
'041e kwartaal89,7
'042e kwartaal90,6
'043e kwartaal91,8
'044e kwartaal92,2
'051e kwartaal92,8
'052e kwartaal93,3
'053e kwartaal94,5
'054e kwartaal95,1
'061e kwartaal95,3
'062e kwartaal95,6
'063e kwartaal95,6
'064e kwartaal96
'071e kwartaal96,5
'072e kwartaal96,6
'073e kwartaal97,1
'074e kwartaal97
'081e kwartaal96,7
'082e kwartaal96,9
'083e kwartaal96,9
'084e kwartaal97,7
'091e kwartaal99,1
'092e kwartaal101,2
'093e kwartaal103,2
'094e kwartaal106
'101e kwartaal106,9
'102e kwartaal107,3
'103e kwartaal107,2
'104e kwartaal106,9
'111e kwartaal106,5
'112e kwartaal106,5
'113e kwartaal106,5
'114e kwartaal106,6
'121e kwartaal106,6
'122e kwartaal106,8
'123e kwartaal107,2
'124e kwartaal107,1
'131e kwartaal106,4
'132e kwartaal105,8
'133e kwartaal105,8
'134e kwartaal104,4
'141e kwartaal103,8
'142e kwartaal103,5
'143e kwartaal103
'144e kwartaal102,6
'151e kwartaal102,4
'152e kwartaal101,6
'153e kwartaal100,9
'154e kwartaal100,7
'161e kwartaal100,3
'162e kwartaal100
'163e kwartaal100
'164e kwartaal99,4
'171e kwartaal98,7
'172e kwartaal98,1
'173e kwartaal97,5
'174e kwartaal96,8
'181e kwartaal95,9
'182e kwartaal95,3
'183e kwartaal94,6
'184e kwartaal94,1
'191e kwartaal93,1
'192e kwartaal92,3
'193e kwartaal91,4
'194e kwartaal90,6
'201e kwartaal90,5
'202e kwartaal92,7
'203e kwartaal93,5
'204e kwartaal94,3
'211e kwartaal95,1
'212e kwartaal92,9
'213e kwartaal91,9
'214e kwartaal90,6
'221e kwartaal89
'222e kwartaal87,8
'223e kwartaal86,3
'224e kwartaal84,3
'231e kwartaal83,1
'232e kwartaal82,2
'233e kwartaal81,7
'234e kwartaal81,2
'241e kwartaal80,7
'242e kwartaal80,2
'243e kwartaal80
'244e kwartaal79,5
'251e kwartaal79,5
'252e kwartaal79,6
'253e kwartaal79,8
'254e kwartaal79,9
'261e kwartaal80,1

Vorderingen huishoudens stijgen

Het vorderingensaldo van huishoudens bedroeg bijna 118 miljard euro in het eerste kwartaal van 2026. In hetzelfde kwartaal een jaar eerder was dit 5,7 miljard euro. Huishoudens hebben een groter vorderingensaldo doordat verschillende grote pensioenfondsen per 1 januari 2026 zijn ingevaren in het nieuwe pensioenstelsel.

In het oude pensioenstelsel kunnen pensioenfondsen een dekkingsgraad boven de 100 procent hebben. De dekkingsgraad is de verhouding tussen de bezittingen van pensioenfondsen en de waarde van de toekomstige pensioenuitkeringen die deelnemers aan het pensioenfonds hebben opgebouwd. Als pensioenfondsen meer vermogen hebben dan de toekomstige uitkeringen, dan is de dekkingsgraad hoger dan 100 procent.

Het meerdere van het vermogen boven de dekkingsgraad van 100 procent werd in het stelsel van de nationale rekeningen toegerekend aan het eigen vermogen van pensioenfondsen. In het nieuwe pensioenstelsel zijn pensioenfondsen verplicht om een klein stukje eigen vermogen aan te houden om kosten en operationele risico’s te dekken. De rest van het vermogen van pensioenfondsen wordt toegerekend aan de huishoudens. Dit verhoogt de vorderingen die huishoudens hebben op pensioenfondsen.

Vorderingensaldo huishoudens
JaarPeriodeVorderingensaldo (mld euro)
20221e kwartaal-2,5
20222e kwartaal14,6
20223e kwartaal-3,5
20224e kwartaal1,5
20231e kwartaal-3,1
20232e kwartaal20,1
20233e kwartaal-1,7
20234e kwartaal4,1
20241e kwartaal1,1
20242e kwartaal25,6
20243e kwartaal-2,6
20244e kwartaal10
20251e kwartaal5,7
20252e kwartaal26
20253e kwartaal-1,2
20254e kwartaal9,1
20261e kwartaal117,9