Woonlasten huishoudens; kenmerken huishouden, woning, gemeente

Woonlasten huishoudens; kenmerken huishouden, woning, gemeente

Eigenaar/huurder Huishoudens- en woningkenmerken Perioden Regio's Gemiddelde woonlasten en woonquote Totale woonlasten (euro) Gemiddelde woonlasten en woonquote Netto woonlasten (euro) Gemiddelde woonlasten en woonquote Bijkomende woonlasten (euro) Gemiddelde woonlasten en woonquote Woonquote (%) Mediane woonlasten en woonquote Totale woonlasten (euro) Mediane woonlasten en woonquote Netto woonlasten (euro) Mediane woonlasten en woonquote Bijkomende woonlasten (euro) Mediane woonlasten en woonquote Woonquote (%)
Huurder van een woningcorporatie Eengezinswoning 2015 Nederland 617 435 182 31,2 597 416 179 30,5
Huurder van een woningcorporatie Eengezinswoning 2016 Nederland 624 446 178 31,1 602 424 175 30,4
Huurder van een woningcorporatie Eengezinswoning 2017 Nederland 621 448 173 30,4 597 425 170 29,7
Huurder van een woningcorporatie Eengezinswoning 2018 Nederland 634 452 182 30,6 611 429 179 29,8
Huurder van een woningcorporatie Eengezinswoning 2019 Nederland 649 459 190 30,2 625 434 187 29,5
Huurder van een woningcorporatie Eengezinswoning 2020 Nederland 635 465 171 28,6 613 443 168 28,0
Huurder van een woningcorporatie Eengezinswoning 2021 Nederland 667 484 184 29,3 647 466 181 28,6
Huurder van een woningcorporatie Eengezinswoning 2022 Nederland 621 486 135 25,2 624 474 139 24,4
Huurder van een woningcorporatie Eengezinswoning 2023 Nederland 685 498 188 25,5 684 484 188 24,8
Huurder van een woningcorporatie Eengezinswoning 2024* Nederland 689 472 217 24,2 671 462 211 23,5
Huurder van een niet-woningcorporatie Eengezinswoning 2015 Nederland . . . . . . . .
Huurder van een niet-woningcorporatie Eengezinswoning 2016 Nederland . . . . . . . .
Huurder van een niet-woningcorporatie Eengezinswoning 2017 Nederland 952 741 211 37,0 899 697 199 32,9
Huurder van een niet-woningcorporatie Eengezinswoning 2018 Nederland 985 762 222 37,8 934 717 208 33,6
Huurder van een niet-woningcorporatie Eengezinswoning 2019 Nederland 1.018 786 232 37,5 969 742 219 33,4
Huurder van een niet-woningcorporatie Eengezinswoning 2020 Nederland 1.026 814 212 36,6 976 768 199 32,2
Huurder van een niet-woningcorporatie Eengezinswoning 2021 Nederland 1.075 844 230 36,7 1.024 799 216 32,4
Huurder van een niet-woningcorporatie Eengezinswoning 2022 Nederland 1.079 873 206 34,5 1.030 825 192 30,1
Huurder van een niet-woningcorporatie Eengezinswoning 2023 Nederland 1.175 917 259 34,5 1.119 863 240 30,0
Huurder van een niet-woningcorporatie Eengezinswoning 2024* Nederland . . . . . . . .
Bron: CBS
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat cijfers over de woonlasten van particuliere huishoudens in een woonruimte met een woonfunctie in voorraad (exclusief studentenhuishoudens en andere huishoudens die een adres delen). De cijfers worden gepresenteerd voor zowel eigenaren als voor huurders van een woningcorporatie en huurders van een niet-woningcorporatie en kunnen verder worden uitgesplitst naar verschillende kenmerken van het huishouden en de woning.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2015

Let op: In 2015 is een woonduur van 20 jaar of langer gebaseerd op een woonduur van 19 jaar of langer, omdat 1 januari 1995 de vroegst bekende geregistreerde aanvang van de woonduur is.

Status van de cijfers:
De cijfers over verslagjaren 2015, 2016, 2017, 2018, 2019, 2020, 2021, 2022 en 2023 zijn definitief, de cijfers over verslagjaar 2024 zijn voorlopig.

Wijzigingen per 16 juni 2026:
De definitieve cijfers 2015, 2016, 2017, 2023 en de voorlopige cijfers 2024 zijn toegevoegd.

Wijzigingen per 5 juni 2025:
De definitieve cijfers 2022 en de voorlopige cijfers 2023 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
De cijfers over verslagjaar 2025 komen beschikbaar in Q2 van 2027.

Toelichting onderwerpen

Gemiddelde woonlasten en woonquote
Totale woonlasten
Totale maandelijkse lasten die een huishouden kwijt is aan wonen. Naast de netto woonlasten van huurders en eigenaren zijn ook de bijkomende woonlasten meegenomen. Deze variabele is een aggregatie van de verschillende woonlasten bestanddelen.
Netto woonlasten
Bij huurders betreft dit de kale huur verminderd met de eventuele huurtoeslag. Bij eigenaren betreft dit de hypotheeklasten, maar ook de OZB belasting, opstalverzekering, onderhoudskosten en indien van toepassing de erfpacht.
Bijkomende woonlasten
Woonlasten die ieder zelfstandig huishouden heeft, zowel huurders als eigenaren. Dit betreft de belastingen geheven door de gemeenten en de openbare lichamen en de kosten van energie en waterverbruik.
Woonquote
Het percentage van het besteedbaar huishoudinkomen dat besteed wordt aan de totale woonlasten. Het gehanteerde inkomen bij de Woonbase betreft het betaalbudget. Het betaalbudget is het netto inkomen uit tegenwoordige of verleden arbeid, uit kapitaal en uitkeringen, dus na aftrek van belastingen en premies. In afwijking van het besteedbare inkomen worden hier geen uitgaven in verrekend (zoals betaalde hypotheekrente en premie zorgverzekering) en ook geen compensaties voor uitgaven (zoals toeslagen en belastingteruggave voor de eigen woning). De totale woonlasten van huishoudens bevat de netto woonlasten plus de bijkomende woonlasten.
Mediane woonlasten en woonquote
Totale woonlasten
Totale maandelijkse lasten die een huishouden kwijt is aan wonen. Naast de netto woonlasten van huurders en eigenaren zijn ook de bijkomende woonlasten meegenomen. Deze variabele is een aggregatie van de verschillende woonlasten bestanddelen.
Netto woonlasten
Bij huurders betreft dit de kale huur verminderd met de eventuele huurtoeslag. Bij eigenaren betreft dit de hypotheeklasten, maar ook de OZB belasting, opstalverzekering, onderhoudskosten en indien van toepassing de erfpacht.
Bijkomende woonlasten
Woonlasten die ieder zelfstandig huishouden heeft, zowel huurders als eigenaren. Dit betreft de belastingen geheven door de gemeenten en de openbare lichamen en de kosten van energie en waterverbruik.
Woonquote
Het percentage van het besteedbaar huishoudinkomen dat besteed wordt aan de totale woonlasten. Het gehanteerde inkomen bij de Woonbase betreft het betaalbudget. Het betaalbudget is het netto inkomen uit tegenwoordige of verleden arbeid, uit kapitaal en uitkeringen, dus na aftrek van belastingen en premies. In afwijking van het besteedbare inkomen worden hier geen uitgaven in verrekend (zoals betaalde hypotheekrente en premie zorgverzekering) en ook geen compensaties voor uitgaven (zoals toeslagen en belastingteruggave voor de eigen woning). De totale woonlasten van huishoudens bevat de netto woonlasten plus de bijkomende woonlasten.